Rijksmonumentenregister · Netherlands
Historische aanleg, Herenweg bij 9
Heemstede, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Tuin, park en plantsoen
- Function
- Historische aanleg
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Herenweg bij 9, 2105 MB Heemstede
- Place
- Heemstede
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.33549, 4.59865
- Part of complex
- 46740
- Monument number
- 46742
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1750 map "Composite: Sheets 1 to 40 Carte De Hollande Et D'utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
PARKAANLEG. Park van bescheiden omvang en over het algemeen zeer gesloten karakter, waarvan de compositie is voortgesproten uit de weinig ingrijpende omwerking in landschapsstijl van een laat-barokke, enigszins in rococo-trant gemoderniseerde aanleg, waarvan het stramien de sterk axiale, nauwelijks van diagonale elementen voorziene parkstructuur heeft bepaald.
De aanleg was, met gebruikmaking van een oudere kern om het hoofdgebouw tussen omstreeks 1720 en 1742 in etappes tot stand gekomen en wel vanaf rond 1730 naar plannen van Adriaan Speelman. De wijzigingen in rococo-trant werden kort na 1767 aangebracht en die in landschapsstijl omstreeks 1814, vermoedelijk naar ontwerp van A. de Haan.
Het park, waarvan de hoofdas niet geheel loodrecht op de er voorlangs lopende Herenweg staat, vertoont de volgende indeling: Tussen de Herenweg en de op de hoofdas georiënteerde ringsloot ligt een smalle driehoekige strook, die buiten de achtiende-eeuwse parkcompositie was gehouden en waarin de in 1817 ter nagedachtenis aan de slagen bij het Manpad uit 1304 en 1573 opgerichte gedenknaald een plaats vond.
Binnen de ringsloot liggen in de door het toegangshek en het hoofdgebouw gemarkeerde hoofdas achter elkaar het voorplein en, omspoeld door een waterpartij, het terrein waarop het hoofdgebouw staat. Ten noorden van deze beide elementen liggen achter elkaar een pinetum en een uit de laatste dertig jaar daterende tuinaanleg waarin enkele overblijfsels uit de parkaanleg van omstreeks 1730/42, waaronder de orangerie, de menagerie en het vijvertje. Ten zuiden van voorplein en waterpartij ligt als inleiding tot het na te noemen wandelbos een der lanen van de 18e-eeuwse aanleg en ten zuiden daarvan, achter een slangemuur verborgen, de moestuin.
Het gehele overige gebied, dat verreweg het grootste deel van het zich hier met het in 1741 aangelegde "Agterste Bosch" verbredende park uitmaakt en dat zich van de genoemde terreinen tot de Leidse Vaart uitstrekt, wordt sinds het begin van de negentiende eeuw ingenomen door een wandelbos, dat slechts wordt doorsneden door de vanouds bestaande doorkijk in de as van het hoofdgebouw en de parallel daarmee lopende "middensloot". Het bos bevat overigens een stelsel van kronkelende wandelpaden waarvan sommige als laan zijn beplant; het tracé van deze lanen gaat grotendeels op de achttiende-eeuwse aanleg terug.
Het park bevat de volgende elementen van historische aanleg, waarvan de opsomming begint aan de zijde van de Herenweg:
I. ---- Op de door een latere verbreding van de Herenweg verkleinde driehoekige strook grond tussen de onder II. te noemen ringsloot en de Herenweg een beplanting van twee rijen beuken (Fagus sylvatica) in driehoeksverband (momenteel incompleet) en, op de hoek van Herenweg en Manpadslaan, de in 1817 ter nagedachtenis aan de slagen bij het Manpad opgerichte gedenknaald.
II. --- Een in het noorden en zuiden van de Leidse Vaart aftakkende ringsloot. Deze volgt in het oosten vanouds zoveel mogelijk het rechthoekige patroon van de achttiende-eeuwse formele aanleg en niet de scheef daarlangs lopende Herenweg, waarbij een deel door verbreding van deze laatste is verdwenen. In het zuiden markeert de sloot de grens van de buitenplaats en in het noorden loopt zij op enige afstand min of meer parallel met de Manpadslaan.
III. -- In de hoofdas van het park een dam in de ringsloot waarover de toegangsweg naar het onder IV. te noemen voorplein leidt door een midden op de dam geplaatst hek, het geheel behorende tot de aanleg van omstreeks 1730/42.
IV. --- Het tussen de ringsloot en de onder V. te noemen waterpartij gelegen onverharde voorplein waarvan de aanleg geheel tot de periode omstreeks 1730/42 behoort.
Deze aanleg bevat de volgende elementen: a. twee te linker- en rechterzijde symmetrisch ten opzichte van de as geplaatste bijgebouwen (koetshuis en tuinmanswoning) met concave gevels aan de zijde van het plein; b. een beplanting van linden (Tilia x vulgaris), als volgt gecomponeerd: een rij langs de ringsloot en een langs de waterpartij en twee groepen van tien die, als elkaars spiegelbeeld in driehoeksverband geplaatst, de richting van de sub a genoemde concave gevels volgen. De hiervoor genoemde rijen zijn in dit driehoeksverband opgenomen;c. van het hoofdinrijhek uitgaande wegen naar de bijgebouwen en de onder VI. ten noemen brug.
V. ---- Ten westen van het voorplein een waterpartij in landschapsstijl, omstreeks 1814 gevormd door vergraving van de oorspronkelijk vierkante, omstreeks 1730/42 aan de achterzijde van een uitstulping voorziene gracht om het terrein waarop het hoofdgebouw staat, en door uitbreiding daarvan met een diagonaal noordwaarts gerichte verbinding met de ringsloot. Bij de buitenwaartse verlegging van de oevers zijn van de achttiende-eeuwse aanleg van rijen linden, die in aansluiting op de rij langs het voorplein de toen nog rechtlijnige zijoevers van het water begeleiden, aan de hoeken fragmenten bewaard gebleven, waarvan er thans nog drie herkenbaar zijn, zoals op de kaart 8304/5 is aangegeven.
VI. --- In de as van het hoofdinrijhek en het hoofdgebouw ligt over de onder V. genoemde waterpartij een tot de aanleg van omstreeks 1730/42 behorende boogbrug waarover de toegangsweg naar het hoofdgebouw leidt.
VII. -- Op het onder V. genoemde terrein om het hoofdgebouw zijn bij de wijziging van de aanleg in landschapsstijl grote delen van de achttiende-eeuwse beplanting met rijen linden te weerszijden van de hoofdas in de nieuwe compositie opgenomen, waarbij vooral aan de zuidzijde ter verkrijging van een afwisselender beeld hier en daar buiten het rijenverband andere boomsoorten, w.o. beuk (Fagus sylvatica), treurbeuk (Fagus sylvatica "Pendula"), eik (genus Quercus) en paardekastanje (Aesculus hippocastanum) zijn aangeplant. In de 19e eeuw is hiertussen aan de noordzijde een ijskelder aangebracht en zijn te weerszijden van de gezichtsas naar het westen groepen rhododendrons aangeplant.
VIII. - Het door de ringsloot, de onder V. vermelde waterpartij en het voorplein omsloten deel van het park bevat overblijfselen van het omstreeks 1814 aangelegde padenpatroon, zoals aangegeven op de kaart 8304/5. De oostelijke helft van dit terrein wordt ingenomen door een pinetum waarvan de aanleg en het assortiment weliswaar aan latere wijzigingen onderhevig zijn geweest, maar dat in oorsprong vermoedelijk al van voor 1861 dateert. Aan de zijde van de ringsloot wordt het pinetum geflankeerd door een tot de aanleg van omstreeks 1730/42 behorende tuinmuur. Op de westelijke helft van het terrein, die als enige gedeelte van het park, waarschijnlijk bij de verandering in landschapsstijl, een licht heuvelachtig karakter heeft gekregen, bevinden zich de volgende overblijfsels van de aanleg van omstreeks 1730/42:a. de voormalige orangerie met dienstwoningen en aansluitende tuinmuren.
b. een hek op een dam in de ringsloot langs de Manpadslaan.
c. een oorspronkelijk ovaal vijvertje voor de orangerie in de as daarvan liggend en aldus een herinnering aan de dwarsas in de achttiende-eeuwse aanleg vormend.
d. ter hoogte van de vroegere oostelijke dwarslaan, de voormalige menagerie.
In de uit dit gebied naar het achterpark leidende wandeling ligt over de onder V. genoemde waterpartij een "rustieke" brug, behorende tot de aanleg van omstreeks 1814.
IX. --- Langs de zuidelijke flank van het voorplein en de waterpartij leidt een rechte laan, die in de 18e-eeuwse aanleg het centrale deel van het park flankeerde, naar het achterste deel van de buitenplaats. Deze laan is aangelegd met een beplanting van beuken (Fagus sylvatica) in vierkantsverband. In het begin van de 19e eeuw is deze laan tot de huidige lengte ingekort; vermoedelijk is toen de beplanting aan het westelijk uiteinde vervangen door zomereiken (Quercus robur).
X. ---- Ten zuiden en op enige afstand van de onder IX. genoemde laan ligt de volgens het ontwerp van Adriaan Speelman omstreeks 1737 aan de buitenplaats toegevoegde moestuin, die na 1861 is uitgebreid met een langs de ringsloot liggende strook grond. De moestuin is, behalve langs de ringsloot, omringd door mede ter beschutting van leivruchtbomen en andere gewassen dienende muren waarvan de noordelijke in de vorm van een slangemuur, onderbroken door een hek dat toegang geeft tot de onder XIV. sub a vermelde laan. Twee dwarsmuren verdelen de moestuin in compartimenten (Enkele muren zijn in recente tijd verlengd langs, resp. over de bijgetrokken strook grond).
XI. --- De westelijke helft van de buitenplaats heeft bij de wijzigingen in landschapsstijl het karakter gekregen van een wandelbos, dat behalve het onder XIII. te noemen deel met opgaand hout en enige solitairen in aanleg bestond uit hakhout.
XII. -- In het onder XI. genoemde bos ligt, van de Leidse Vaart aftakkend, de "middensloot", een brede rechte waterloop die voor de uitbreiding van het park met de moestuin en het Agterste Bosch (plm. 1737-1741) de zuidelijke grens van de buitenplaats markeerde en sindsdien tot de huidige lengte ingekort, de scheiding vormt tussen het centrale en het in dat jaar toegevoegde deel van het park; van deze sloot takken noordwaarts de uiteinden van een na 1861 gegraven slingerende, lusvormige waterloop af, die de onder XIII. te noemen verbreding in het midden van de doorkijk in de hoofdas van het park omgeeft.
XIII. - Het gedeelte van het bos, begrensd door de verbreding van de onder XIV. te noemen doorkijk, de onder XII. genoemde aftakking van de middensloot en het langs deze laatste lopende slingerpad is in de negentiende eeuw ingeplant als opgaand bos, voornamelijk bestaande uit zomereiken (Quercus robur) in onregelmatig verband.
XIV. -- De tot de 18e-eeuwse aanleg behorende, van het hoofdgebouw uitgaande doorkijk in de hoofdas van het park is in aanleg geflankeerd door een beplanting van linden (Tilia x vulgaris), die, aanvankelijk geschoren, sinds de verandering in landschapsstijl vrij zijn uitgegroeid (Medio oktober 1982 was deze beplanting op enkele exemplaren na verdwenen). De doorkijk vertoont in het midden een verbreding ter plaatse van een na 1861 gedempte 18e-eeuwse vijver. Bij het oostelijke uiteinde van deze doorkijk staan tegenover elkaar twee elkaars pendant vormende beelden op sokkels, voorstellende Bacchus en Ariadne en gesigneerd Jan van Logteren 1734.
XV. --- Het onder XI. genoemde wandelbos bevat nog een groot deel van de omstreeks 1814 ontworpen kronkelpaden en een lanenstelsel waarvoor gebruik is gemaakt van het tracé van lanen uit de achttiende-eeuwse aanleg.
Deze lanen zijn te onderscheiden in:a. de oostelijke dwarslaan, uitgaande van het onder X. vermelde hek in de slangemuur; van de tot de achttiende-eeuwse aanleg behorende beplanting met linden (Tilia x vulgaris) in vierkantsverband zijn fragmenten in de 19e-eeuwse boscompositie opgenomen, met name vier exemplaren in het noordelijk deel.
b. een lus van lanen, aansluitend bij de onder IX. genoemde laan en te zelfder hoogte eindigend bij de noordelijke flank van de onder XIV. vermelde doorkijk, alsmede een in het in 1741 aan het park toegevoegde Agterste Bosch een loodrecht daarop staande rechte laan in de dwars op de hoofdas staande as van dat parkgedeelte; deze lanen zijn aangelegd met een beplanting van eiken (Quercus robur), die medio oktober 1982 aan de westzijde over een grote lengte waren vervangen door populieren; de bomenrij aan de buitenzijde van de lus is tegenover de aftakking van de dwarslaan naar achteren gelegd.
c. een laan die de sub a en b genoemde lanen verbindt en aansluiting geeft op de onder VIII. vermelde "rustieke" brug; deze laan is aangelegd met een beplanting van beuken.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
PARK LAYOUT. A park of modest size and generally very enclosed character, whose composition has developed from the minimally invasive conversion into landscape style of a late-Baroque arrangement, somewhat modernised in rococo taste, whose framework determined the strongly axial park structure, scarcely provided with diagonal elements.
The layout was created, making use of an older core around the main building, between approximately 1720 and 1742 in stages, from around 1730 according to plans by Adriaan Speelman. The modifications in rococo taste were made shortly after 1767 and those in landscape style around 1814, presumably after designs by A. de Haan.
The park, whose main axis is not entirely perpendicular to the Herenweg running alongside it, displays the following division: Between the Herenweg and the ring ditch oriented on the main axis lies a narrow triangular strip, which had been kept outside the eighteenth-century park composition and in which the commemorative monument erected in 1817 in memory of the battles at the Manpad from 1304 and 1573 found a place.
Within the ring ditch lie on the main axis marked by the entrance gate and the main building, one behind the other, the forecourt and, surrounded by a water feature, the ground on which the main building stands. To the north of these two elements lie in succession a pinetum and a garden layout dating from the last thirty years in which some remains from the park layout of around 1730/42, including the orangery, the menagerie and the small pond. To the south of the forecourt and water feature lies, as an introduction to the aforementioned woodland walk, one of the allées of the 18th-century layout and to the south of that, hidden behind a serpentine wall, the kitchen garden.
The entire remaining area, which by far constitutes the largest part of the park, which here widens with the "Agterste Bosch" laid out in 1741, and which extends from the aforementioned grounds to the Leidse Vaart, has been occupied since the beginning of the nineteenth century by a woodland walk, which is only intersected by the long-existing vista in the axis of the main building and the parallel "middle ditch" running alongside it. The wood otherwise contains a system of winding woodland paths, some of which are planted as allées; the course of these allées largely dates back to the eighteenth-century layout.
The park contains the following elements of historic layout, the enumeration of which begins on the side of the Herenweg:
I. ---- On the triangular strip of land between the ring ditch mentioned under II. and the Herenweg, reduced by a later widening of the Herenweg, planting of two rows of beech (Fagus sylvatica) in triangular arrangement (currently incomplete) and, on the corner of Herenweg and Manpadslaan, the commemorative monument erected in 1817 in memory of the battles at the Manpad.
II. --- A ring ditch branching off to the north and south of the Leidse Vaart. This follows in the east from ancient times as closely as possible the rectangular pattern of the eighteenth-century formal layout and not the obliquely running Herenweg, part of which has disappeared through widening of the latter. In the south the ditch marks the boundary of the estate and in the north it runs at some distance more or less parallel with the Manpadslaan.
III. -- In the main axis of the park a dam in the ring ditch over which the access road leads to the forecourt mentioned under IV., through a gate placed in the middle of the dam, the whole belonging to the layout of around 1730/42.
IV. --- The unmetalled forecourt lying between the ring ditch and the water feature mentioned under V., whose layout belongs entirely to the period around 1730/42.
This layout contains the following elements: a. two outbuildings (coach house and gardener's dwelling) placed symmetrically on either side with respect to the axis with concave facades towards the courtyard; b. planting of lime trees (Tilia x vulgaris), composed as follows: a row along the ring ditch and one along the water feature and two groups of ten which, placed as mirror images in triangular arrangement, follow the direction of the concave facades mentioned under a. The rows mentioned above are incorporated in this triangular arrangement; c. roads leading from the main entrance gate to the outbuildings and the bridge mentioned under VI.
V. ---- To the west of the forecourt a water feature in landscape style, formed around 1814 by excavation of the originally square ditch, around 1730/42 provided with a bulge at the rear around the ground on which the main building stands, and by its extension with a diagonally north-directed connection to the ring ditch. When the outer banks were relocated, fragments from the eighteenth-century layout of rows of lime trees, which, in connection with the row along the forecourt, then accompanied the still straight-sided banks of the water, have been preserved at the corners, of which three are still recognisable, as indicated on map 8304/5.
VI. --- In the axis of the main entrance gate and the main building lies an arch bridge over the water feature mentioned under V., belonging to the layout of around 1730/42, over which the access road to the main building leads.
VII. -- On the ground around the main building mentioned under V., when the layout was modified in landscape style, large parts of the eighteenth-century planting with rows of lime trees on either side of the main axis were incorporated into the new composition, whereby especially on the south side, to achieve a more varied appearance, other tree species were planted here and there outside the row pattern, including beech (Fagus sylvatica), weeping beech (Fagus sylvatica "Pendula"), oak (genus Quercus) and horse chestnut (Aesculus hippocastanum). In the 19th century an ice house was installed here on the north side and groups of rhododendrons were planted on either side of the visual axis to the west.
VIII. - The part of the park enclosed by the ring ditch, the water feature mentioned under V. and the forecourt contains remains of the path pattern laid out around 1814, as indicated on map 8304/5. The eastern half of this ground is occupied by a pinetum whose layout and assortment, while subject to later modifications, probably originally dates from before 1861. On the side of the ring ditch the pinetum is flanked by a garden wall belonging to the layout of around 1730/42. On the western half of the ground, which is the only part of the park to have probably acquired a slightly hilly character, presumably at the change to landscape style, the following remains of the layout of around 1730/42 are situated: a. the former orangery with service dwellings and adjoining garden walls.
b. a gate on a dam in the ring ditch along the Manpadslaan.
c. an originally oval small pond in front of the orangery lying in its axis and thus serving as a reminder of the cross-axis in the eighteenth-century layout.
d. at the height of the former eastern cross-allée, the former menagerie.
In the walk leading from this area to the back park there lies over the water feature mentioned under V. a "rustic" bridge, belonging to the layout of around 1814.
IX. --- Along the southern flank of the forecourt and the water feature runs a straight allée, which in the 18th-century layout flanked the central part of the park, towards the rear part of the estate. This allée is planted with beech (Fagus sylvatica) in square arrangement. At the beginning of the 19th century this allée was shortened to its present length; presumably the planting at the western end was then replaced by pedunculate oaks (Quercus robur).
X. ---- South of and at some distance from the allée mentioned under IX. lies the kitchen garden added to the estate around 1737 according to the design of Adriaan Speelman, which after 1861 was extended by a strip of ground lying along the ring ditch. The kitchen garden is, except along the ring ditch, surrounded by walls, also serving to shelter espalier fruit trees and other crops, of which the northern one is in the form of a serpentine wall, interrupted by a gate giving access to the allée mentioned under XIV. sub a. Two cross walls divide the kitchen garden into compartments (Some walls have been recently extended along, or over, the adjoining strip of ground).
XI. --- The western half of the estate acquired the character of a woodland walk during the modifications in landscape style, which apart from the part mentioned under XIII. consisted in layout of timber wood and some solitary specimens of coppice wood.
XII. -- In the wood mentioned under XI. lies, branching off from the Leidse Vaart, the "middle ditch", a broad straight watercourse which, for the extension of the park with the kitchen garden and the Agterste Bosch (approximately 1737-1741) marked the southern boundary of the estate and since then shortened to its present length, forms the division between the central and the part added in that year of the park; from this ditch branch off northwards the ends of a sinuous, loop-shaped watercourse dug after 1861, which surrounds the widening mentioned under XIII. in the middle of the vista in the main axis of the park.
XIII. - The part of the wood bounded by the widening of the vista mentioned under XIV., the branching off of the middle ditch mentioned under XII. and the winding path running along this latter has been planted in the nineteenth century as timber wood, consisting predominantly of pedunculate oaks (Quercus robur) in irregular arrangement.
XIV. -- The vista belonging to the 18th-century layout, emanating from the main building in the main axis of the park is in layout flanked by planting of lime trees (Tilia x vulgaris), which, initially clipped, have grown freely since the change to landscape style (In mid-October 1982 this planting had largely disappeared except for a few specimens). The vista displays in the middle a widening at the location of an 18th-century pond infilled after 1861. At the eastern end of this vista stand opposite each other two figures on plinths forming each other's pendant, representing Bacchus and Ariadne and signed Jan van Logteren 1734.
XV. --- The woodland walk mentioned under XI. still contains a large part of the winding paths and an allée system designed around 1814 for which use was made of the course of allées from the eighteenth-century layout.
These allées are to be distinguished as: a. the eastern cross-allée, emanating from the gate in the serpentine wall mentioned under X.; of the planting of lime trees (Tilia x vulgaris) in square arrangement belonging to the eighteenth-century layout, fragments have been incorporated into the 19th-century wood composition, in particular four specimens in the northern part.
b. a loop of allées, joining the allée mentioned under IX. and ending at the same height at the northern flank of the vista mentioned under XIV., as well as in the Agterste Bosch added to the park in 1741 a straight allée standing perpendicular thereto in the axis running transversely to the main axis of that park section; these allées are planted with oaks (Quercus robur), which in mid-October 1982 on the west side over a great length had been replaced by poplars; the row of trees on the outside of the loop has been set back opposite the branching off of the cross-allée.
c. an allée connecting the allées mentioned under a. and b. and providing connection to the "rustic" bridge mentioned under VIII.; this allée is planted with beech.
Nearby in the register
- Tuin, park en plantsoen, Herenweg bij 9Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Herenweg bij 9Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Herenweg bij 7Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Herenweg bij 9Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.