TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Welzijn, kunst en cultuur, Marnixstraat 429

Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Welzijn, kunst en cultuur
Category
onroerend gebouwd
Address
Marnixstraat 429, 1017 PK Amsterdam (and others)
Place
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.36405, 4.88184
Monument number
46503

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1750 map "Composite: Sheets 1 to 40 Carte De Hollande Et D'utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Stadsschouwburggebouw, bestaande uit een zelfstandig, rijk gedetailleerd toeschouwersgebouw en een eveneens zelfstandig, doch hoger opgetrokken toneelgebouw waaromheen diverse nevenruimten zijn gegroepeerd, uitgevoerd in neo-Hollandse Renaissance-stijl naar het op een avant-project van W. Springer gebaseerd ontwerp van J.L. en J.B. Springer en A.L. van Gendt in 1892-'94 ter plaatse van de oude, door brand verwoeste schouwburg - waarbij wederom de Lijnbaansgracht ten dele is overkluisd - op een min of meer symmetrische grondslag. Het toeschouwersgebouw telt twee hoge bouwlagen en een entresol en bevat voorts een naar voren uitgebouwd ingangsportaal met overdekte galerij, geflankeerd door twee torens, en een nog verder naar voren uitgebouwde overdekte doorrit met in oorsprong drie open doorgangen in de lange zijde, en in de teruggerooide hoeken aan weerskanten twee uitbouwen met afgeschuinde zijde en erker met torentje, oorspronkelijk bestemd ter huisvesting van de plaatsburelen en de opgangen naar de bovengaanderijen; de beide lange zijgevels bevatten elk aan de Z.O.zijde een risaliet, met toren, waarin geheel stenen trappenhuizen zijn ondergebracht, met aan de zijde van de Marnixstraat een tweede, door een luifel overdekte doorrit (ten behoeve van hooggeplaatst bezoek) en aan de N.O.zijde van het Leidseplein een hoge uitgebouwde rookkamer, en voorts elk een zeer smal middenrisaliet met hijsluik en nooduitgang, aansluitend op de brandgang. Onmiddellijk hieraan grenst het vier bouwlagen tellende toneelgebouw dat aan elk der beide lange zijden een zijrisaliet met dubbele toegang naar de corridor achter het toneel bezit en aan de Marnixstraat tevens de artiesteningang. Het geheel is in baksteen opgetrokken op natuurstenen sokkel, met diverse Renaissance-ornamenten als zuilen, pilasters, frontons, voluten, balustrades, hoekblokken, banden, obelisken, vazen en mascarons in natuursteen, en voorts met toepassing van gele siersteen in omlijstingen ter afwisseling, onder een samenstel van met leien en zink gedekte daken met omlopende, gekorniste kroonlijst - het toeschouwersgebouw onder mansardekap met drie oeils-de-boeuf aan de voorzijde en een luchtverversingskoker midden op de kap, het toneelgebouw onder een flauwhellend zadeldak met aan voor- en achterzijde een fronton bekroond door een lier, geflankeerd door obelisken, de hoektorens onder tentdaken met open lantaarns, de overdekte doorritten plat afgedekt met luifels en voorzien van sierhekken ten behoeve van een terras, evenals de door een balustrade omgeven uitbouw met rookzaal. De drie vensterassen tellende voorgevel (Z.O.) bevat voorts op de verdieping boven de entresol drie grote rondboogvensters in door balustrades met gietijzeren lantaarns en gekoppelde zuilen afgesloten loggia's, en aan de bovenzijde een balustrade met in het midden een fries met de letters SPQA; de teruggerooide topverdieping bevat gekoppelde vensters en een fries met consoles en kroonlijst. De torens te weerszijden bevatten op de beganegrond aan de Z.O. zijde aankondigingsborden met natuurstenen omlijsting het hermen en rolwerk, en in de haaks daaropstaande gevels de recht afgesloten doorgangen van de overdekte galerij; op de verdieping blindnissen met frontons en terzijde een plaquette met jaartal van voltooiing Ao 1894, en in de top rondboogvensters met balustrade in een nis. De lange zijgevels tellen in totaal twaalf vensterassen en zijn in vergelijkbare trant uitgevoerd, met toepassing van vensters in het souterrain en met dakkapellen in de lagere vleugels met dienstvertrekken te weerszijden van het toneelgebouw. De op de verdieping uitgebouwde rookkamer is voorzien van rondboogvensters in nissen, zoals het toeschouwersgebouw, en van gietijzeren lantaarns. De sober gedetailleerde achtergevel van het toneelgebouw is voorts op de verdieping voorzien van smalle ijzeren vluchtbalconnetjes die om de hoeken in de zijrisalieten worden voortgezet, en van kleine vierkante bovenlichten met getoogde omlijsting in de top. Het in de neo-Barokke trant aangeklede interieur bevat in de meeste verkeersruimten alsmede in de foyers en rookzaal gepleisterde wanden met pilasters van verschillende orden en soms ten dele verguld, gestucte deuromlijstingen, rondboogvormige nissen en diverse lijsten met telkens weerkerend motief van een reeks van drie guttae. Op de beganegrond is aansluitend op de bijna vierkante entreehal de ronde vestibule-de-distribution van dertien meter doorsnee gesitueerd die met twee reeksen van vier granieten zuilen te weerszijden van de doorgangen naar de links en rechts gelegen hoofdtrappenhuizen de eigenlijke schouwburgzaal ondersteunt, welke op de eerste verdieping is ondergebracht. Deze zaal is hoefijzervormig en wordt overdekt door een aan een niet in het zicht komende stalen spantconstructie opgehangen koepel met in het midden een rijk versierd luchtrooster en rondom een cirkelvormig tongewelf; de eigenlijke zaal bevat op de parterre aaneengesloten roodpluche stoelenrijen en wordt omgeven door verhoogde - in 1938 gewijzigde - baignoires voorzien van verdiepte panelen met profiellijsten en een doorlopende vergulde bladerrand, voortgezet in de lambrizering langs de zijtrappen. Daarboven zijn de logeplaatsen ondergebracht waarvoor balcons zijn uitgebouwd voorzien van cartouches met in vergulde letters de namen van enkele toneelschrijvers en spelers, en gesteund door samengestelde pijlers met consoles; middenachter is hier plaats ingeruimd voor de koninklijke loge, afgescheiden door lage hekjes en gemarkeerd door het Nederlands wapenschild dat bij de eerste gaanderij is aangebracht, terwijl de eigenlijke logeverdieping hier is versierd met een muziek- en toneeltrophee en de top met een schild waarop de letters SPQA; de logeverdieping wordt verder doorbroken door twee paar gekoppelde reuzenzuilen - op de postamenten voorzien van verguld stucwerk met toneel- en muziekmotieven - die twee smalle balcons van de eerste gaanderij, voorzien van een gewelfd profiel - tussen zich inklemmen, respectievelijk een tragedie- en een comediemasker bevattend, en die verder de tweede gaanderij dragen van waaruit verschillende bogen ontspringen tot ondersteuning van de koepel, terwijl de kop telkens twee kransdraagsters met respectievelijk het Nederlands en Amsterdams wapen bevat; ook direct te weerszijden van het toneel zijn twee smalle balcons aangebracht, gesteund door karyathiden voorzien van een stucwerkomlijsting waarin in de top putti zijn opgenomen; alle plafonds onder de balcons zijn eveneens van stucwerk voorzien; de oorspronkelijke koepelschildering is inmiddels overschilderd. In de zwikken van de korfbogen boven de tweede gaanderij zijn palmetten en schilddragende figuren in reliëf aangebracht terwijl de zwikken van de koepel elk twee putti met schild en masker in reliëf bevatten. Het proscenium wordt afgesloten door een brede boog met cassetten, terwijl aan de zijde van de zaal in de top een schild is aangebracht met een reliëfvoorstelling van een bijenkorf met rozenstruik ter herinnering aan de eerste, door Samuel Coster aan de Keizersgracht gestichte houten schouwburg, en verder een vergulde bladerrand en wapenschilden.

Het eigenlijke toneel is rechthoekig van vorm en wordt omgeven door hoogopgaande zware baksteenmuren, gedeeltelijk met steunberen, en voorts door drie werkgalerijen die door ijzeren trappen onderling zijn verbonden in een hoge vide; voorts is er een verdiepte orkestbak ondergebracht. De gangen rondom de schouwburgzaal en gaanderijen worden door kleine troggewelven overkluisd; de wanden bevatten portretten van bekende toneelspelers uit verschillende perioden, evenals de bordessen in de trappenhuizen. De foyers en rookzaal bevatten een constructie van zware, haaks op elkaar staande, geprofileerde en gestucte balken. De trappenhuizen zijn geheel in steen uitgevoerd en bevatten veel siersmeedwerk in de vorm van de rondom doorlopende hekken met vazen en door bollen bekroonde trappalen en bundelcolonnetten. In de meest Z.O. gesitueerde toren is op de beganegrond nog de oorspronkelijke constructie aanwezig - die in de meer Z.W. gesitueerde toren ten dele is verdwenen - van vier pijlers met ronde scheibogen en in het midden een koepelgewelf en daaromheen troggewelven vanwaar links en rechts de opgangen naar de hooggelegen gaanderijen aanvangen. Stadsschouwburggebouw van een voor de tijd van ontstaan kenmerkende architectuur waarin enerzijds een functionele benadering is toegepast - met zichtbaar gebruik van afzonderlijke bouwvolumes voor ruimten met een eigen bestemming, en verwerking van eigentijdse technisch vindingen zoals luchtverversings- en hijsinstallaties en een stalen kap-constructie, alsook met nastreving van grote bruikbaarheid, brandveiligheid en toegankelijkheid door middel van aparte toegangen voor de verschillende verdiepingen en van overdekte doorritten - maar die anderzijds, zoals destijds bij openbare gebouwen gebruikelijk was, geheel wordt gedomineerd door een exterieur in neo-Hollandse Renaissance-stijl en een voor schouwburgen kenmerkende neo-Barok interieur, geinspireerd op buitenlandse (Duitse schouwburgen en de Opera te Parijs) voorbeelden en rijke stucdecoratie en allegorische, op toneel en muziek betrekking hebbende decoratie, alsook met een voor de tijd kenmerkende doorvoering van onderscheid naar rangen, tot uitdrukking gebracht in de scheiding van de toegangen en foyers en naar gelang van de rang rijke of sobere detaillering; voorts van stedebouwkundige betekenis wegens de historische situering aan het Leidseplein, bovendien door de uitbouw van de overdekte doorritten zeer markant in de zicht-as van de Leidsestraat gelegen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

City Theatre Building, consisting of an independent, richly detailed auditorium building and likewise an independent, but higher constructed stage building with various ancillary spaces grouped around it, executed in neo-Dutch Renaissance style based on the design of J.L. and J.B. Springer and A.L. van Gendt derived from a preliminary project by W. Springer in 1892-'94 in place of the old theatre destroyed by fire - whereby the Lijnbaansgracht was again partially culverted - on a more or less symmetrical basis. The auditorium building comprises two high storeys and an entresol and furthermore contains a forward-projecting entrance portal with covered gallery flanked by two towers, and a further forward-projecting covered thoroughfare with originally three open passages along the long side, and in the recessed corners on either side two extensions with sloped side and bay with turret, originally intended to house the ticket offices and access to the upper galleries; both long side elevations each contain on the S.E. side a risalit with tower, in which entirely stone staircases are housed, with on the Marnixstraat side a second thoroughfare covered by a canopy (for access by dignitaries) and on the N.E. side of the Leidseplein a high projecting smoking room, and furthermore each a very narrow central risalit with hoist and emergency exit, adjoining the fire passage. Immediately adjacent to this is the stage building comprising four storeys which on each of both long sides has a side risalit with double access to the corridor behind the stage and on the Marnixstraat also the artists' entrance. The whole is constructed in brick on a natural stone base, with various Renaissance ornaments such as columns, pilasters, pediments, volutes, balustrades, corner blocks, bands, obelisks, vases and mascarons in natural stone, and furthermore with the application of yellow decorative stone in surrounds for variation, under a complex of roofs covered with slate and zinc with surrounding modillioned cornice - the auditorium building under a mansard roof with three oculi on the front and an air-ventilation pipe in the middle of the roof, the stage building under a gently sloping gabled roof with a pediment crowned by a lyre on front and rear sides, flanked by obelisks, the corner towers under tent roofs with open lanterns, the covered thoroughfares flat-roofed with canopies and provided with ornamental railings for a terrace, as well as the extension surrounded by a balustrade with smoking room. The front elevation (S.E.) comprising three window axes further contains on the floor above the entresol three large round-arch windows in loggias enclosed by balustrades with cast-iron lanterns and coupled columns, and at the top a balustrade with in the centre a frieze with the letters SPQA; the recessed top storey contains coupled windows and a frieze with consoles and cornice. The towers on either side contain on the ground floor on the S.E. side announcement boards with natural stone surrounds with herms and acanthus scrolls, and in the perpendicular elevations the straight-ended passages of the covered gallery; on the floor above blind niches with pediments and beside these a plaque with date of completion Ao 1894, and at the top round-arch windows with balustrade in a niche. The long side elevations comprise in total twelve window axes and are executed in comparable fashion, with the application of windows in the basement and with roof dormers in the lower wings with service rooms on either side of the stage building. The smoking room projected on the floor above is provided with round-arch windows in niches, as is the auditorium building, and with cast-iron lanterns. The soberly detailed rear elevation of the stage building is furthermore on the floor above provided with narrow iron escape balconies which are continued around the corners in the side risalits, and with small square fanlights with arched surrounds at the top. The interior, appointed in the neo-Baroque manner, contains in most circulation spaces as well as in the foyers and smoking room plastered walls with pilasters of various orders and sometimes partly gilded, stuccoed door surrounds, round-arch niches and various mouldings with a repeatedly recurring motif of a series of three guttae. On the ground floor adjacent to the almost square entrance hall is situated the round vestibule-de-distribution of thirteen metres diameter which with two rows of four granite columns on either side of the passages to the left and right located main staircases supports the actual theatre hall, which is housed on the first floor. This hall is horseshoe-shaped and is covered by a cupola hung from a concealed steel frame structure with in the middle a richly decorated ventilation grille and around it a circular barrel vault; the actual hall contains on the parterre continuous red plush seating rows and is surrounded by raised - in 1938 modified - boxes provided with recessed panels with moulded profiles and a continuous gilded leaf border, continued in the wainscoting along the side stairs. Above these the box seats are housed for which balconies are projected provided with cartouches with gilded letters bearing the names of several playwrights and actors, and supported by composite piers with consoles; in the centre rear space is here provided for the royal box, separated by low railings and marked by the Dutch coat of arms placed at the first gallery, whilst the actual box-storey here is decorated with a theatrical and musical trophy and the top with a shield bearing the letters SPQA; the box-storey is further broken by two pairs of coupled giant columns - on the pedestals provided with gilded stucco with theatrical and musical motifs - which clench between them two narrow balconies of the first gallery, provided with a vaulted profile - containing respectively a tragedy and comedy mask, and which further support the second gallery from which various arches spring to support the cupola, whilst the end contains in each case two term-figures with respectively the Dutch and Amsterdam coat of arms; also directly on either side of the stage two narrow balconies are arranged, supported by caryatids provided with a stucco surround in the top of which putti are incorporated; all ceilings below the balconies are likewise provided with stucco; the original cupola painting has in the meantime been painted over. In the spandrels of the coffered arches above the second gallery are palmettas and shield-bearing figures in relief arranged whilst the spandrels of the cupola each contain two putti with shield and mask in relief. The proscenium is closed by a broad coffered arch, whilst on the side of the hall at the top a shield is arranged with a relief representation of a beehive with rose bush in memory of the first wooden theatre founded by Samuel Coster on the Keizersgracht, and furthermore a gilded leaf border and coat of arms shields.

The actual stage is rectangular in form and is surrounded by high-rising heavy brick walls, partly with buttresses, and furthermore by three working galleries which are interconnected by iron stairs in a high void; furthermore a sunken orchestra pit is housed here. The corridors around the theatre hall and galleries are vaulted with small barrel vaults; the walls contain portraits of renowned theatre actors from various periods, as well as the landings in the staircases. The foyers and smoking room contain a structure of heavy, perpendicular to each other, moulded and stuccoed beams. The staircases are entirely executed in stone and contain much ornamental ironwork in the form of the surrounding railings with vases and piers crowned by spheres and bundle colonnettes. In the tower situated most to the S.E. is on the ground floor still present the original structure - which in the tower situated more to the S.W. is partly disappeared - of four piers with round relieving arches and in the middle a cupola vault and around it barrel vaults from which left and right the access to the high-situated galleries commences. City Theatre Building of an architecture characteristic of the time of its creation in which on the one hand a functional approach is applied - with visible use of separate building volumes for spaces with their own purpose, and incorporation of contemporary technical innovations such as air-ventilation and hoist installations and a steel roof truss structure, as well as with pursuit of great usability, fire safety and accessibility by means of separate accesses for the different storeys and of covered thoroughfares - but which on the other hand, as was usual at the time for public buildings, is entirely dominated by an exterior in neo-Dutch Renaissance style and an interior characteristic of theatres in neo-Baroque manner, inspired by foreign (German theatres and the Opéra in Paris) examples and rich stucco decoration and allegorical, relating to theatre and music decoration, as well as with a distinction characteristic of the time maintained between ranks, expressed in the separation of accesses and foyers and according to the rank rich or sober detailing; furthermore of urban planning significance due to the historical location at the Leidseplein, moreover by the projection of the covered thoroughfares very markedly situated in the sight-line of the Leidsestraat.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map