TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Bijgebouwen kastelen enz., Leidseweg 225

Voorschoten, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bijgebouwen kastelen enz.
Category
onroerend gebouwd
Address
Leidseweg 225, 2253 JA Voorschoten
Place
Voorschoten
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.13638, 4.46077
Part of complex
414769
Monument number
414861

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1574 map "Beleg en ontzet van Leiden in 1574 COLLBN 22599-27-001" (Leiden University Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

ORANJERIE, tussen 1688 en 1695 gebouwd (geregistreerd op een verpondinglijst van Rijnland uit 1695), bestaande uit een complex van oranjerie en twee aangrenzende vertrekken, waarboven zolder, onder met grijze pannen gedekt wolfdak, in gele IJsselsteen opgetrokken, op rechthoekige grondslag en deels onderkelderd. De oranjerie is aan de noordwestgrens van de historische aanleg gelocaliseerd en is gebouwd door Pieter de la Court van der Voort, die zijn opvattingen over het aanleggen van buitenplaatsen in het algemeen en het bouwen van oranjerieen in het bijzonder naderhand publiceerde in diens "Byzondere aenmerkingen over het aenleggen van pragtige en gemeene landhuizen, lusthoven, plantagien en aanklevende cieraeden (...)", Leiden 1737 (herdruk 1763). De volgens de principes van De la Court gebouwde oranjerieen waren in de 18e eeuw in binnen- en buitenland beroemd vanwege hun doelmatigheid.

De naar het zuidoosten gerichte voorgevel, die aan de bovenzijde door een geprofileerde dak- en gootlijst wordt afgesloten, is in vier venstertraveeën en een deurtravee verdeeld. Drie venstertraveeen en de deurtravee, die even breed zijn, maken deel uit van het aan de rechter zijde gelegen deel van de oranjerie. In deze traveeen zijn schuiframen met twee maal 12-ruitsindeling en toegangsdeur met bovenlicht met twee maal 12-ruitsindeling gevat. Deur en schuiframen zijn aan weerszijden van dubbele groengeschilderde luiken voorzien. In de oranjerie zijn deze deur en schuiframen eveneens van luiken voorzien. De dubbelwandige binnenluiken zijn ter isolatie met boekweitdoppen gevuld, geheel volgens de voorschriften van De la Court (vlg. Byzondere aenmerkingen). De wanden van de rechthoekige ruimte van de oranjerie, waarin in de westelijke hoek een in gele IJsselsteen gemetselde waterbak met ronde hoek, zijn van een spouw voorzien, die gevuld is met boekweitdoppen. Ook de ruimte tussen de houten vloerdelen op zolder en het balkenplafond van de oranjerie is met boekweitdoppen geisoleerd, eveneens volgens de voorschriften van De la Court (vgl. Byzondere aenmerkingen). De bodem van de oranjerie is met direct op het zand gelegen klinkers bestraat, zodat het water bij het sproeien der kuipen direct in het zand weg kan trekken. Ter weerszijden van het schuifraam in de linker venstertravee aan voorgevel persiennes. Het venster boven middendorpel een 12-ruitsindeling van gelijke maatindeling, zoals bij de overige vensters aan de voorzijde, en onder de middendorpel een 14-ruitsindeling van ongelijke maatindeling, vermoedelijk uit de 19e eeuw daterend. Achter deze travee bevindt zich een aan de oranjerie grenzend vertrek, waarvan alleen de muur naar de oranjerie van een spouw is voorzien. Deze ruimte deed vermoedelijk evenals de aan de noordwestelijke zijde van de oranjerie en dit vertrek gelegen ruimte, die van een buitendeur is voorzien, dienst als opslagplaats voor het tuingereedschap (vgl. Byzondere aenmerkingen) en als tweede toegang naar de oranjerie, die bij koudere weersomstandigheden gebruikt kon worden, zodat het warmtepeil in de oranjerie constant gehouden kon worden. In de muur tussen de twee aan de oranjerie grenzende vertrekken een stookkanaal, met in beide vertrekken een met de rug naar elkaar gelegen schoorsteenmantel. Onder het vloerniveau van dit aan de noordwestelijke zijde van de oranjerie gelegen vertrek een grote regenwaterput, betegeld met plavuizen waarin een loden buis als restant van het pompsysteem om water in de stenen bak in de oranjerie te pompen. Wellicht deed het aan de zuidoostelijke zijde van de oranjerie gelegen vertrek later dienst als tuinmanswoning; tegen de zuidwestwand een ombouw van een 18e-eeuwse bedstede, waaronder een kleine kelder. Op de eerste verdieping een ruime zolder met houten vloer in twee niveaus. Vloerniveau boven de oranjerie ca. 1,5 meter hoger dan het overige vloerniveau. In topgevel noordoostelijke zijde een kruisvenster met twee luiken voor ramen onder middendorpel. In topgevel zuidwestelijke zijde een kozijn van dezelfde afmetingen als het kruisvenster, waarin in later tijd twee balkondeurtjes zijn geplaatst, die toegang verschaffen tot een in later tijd aangebracht klein balkon. Aan de noordwestelijke zijde van het complex een houten keuken en buitentoilet, in de 19e eeuw aangebracht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

ORANGERY, built between 1688 and 1695 (registered on a Rijnland tax assessment list of 1695), consisting of a complex of orangery and two adjoining rooms, above which an attic, covered below with grey tiles in a half-hipped roof, constructed in yellow IJssel brick, on a rectangular plan and partly with a cellar. The orangery is located at the northwest boundary of the historical layout and was built by Pieter de la Court van der Voort, who subsequently published his views on the design of estates in general and the construction of orangeries in particular in his "Byzondere aenmerkingen over het aenleggen van pragtige en gemeene landhuizen, lusthoven, plantagien en aanklevende cieraeden (...)", Leiden 1737 (reprint 1763). The orangeries built according to De la Court's principles were renowned in the 18th century at home and abroad for their efficiency.

The southeast-facing front facade, which is terminated at the top by a moulded drip moulding and gutter line, is divided into four window bays and a door bay. Three window bays and the door bay, which are equally wide, form part of the orangery located at the right side. In these bays are sash windows with 12-pane glazing and an access door with fanlight with 12-pane glazing. Door and sash windows are furnished on both sides with double green-painted shutters. In the orangery these door and sash windows are also provided with shutters. The double-walled interior shutters are filled with buckwheat husks for insulation, entirely in accordance with De la Court's specifications (see Byzondere aenmerkingen). The walls of the rectangular space of the orangery, in which in the western corner is a water tank constructed in yellow IJssel brick with rounded corner, are provided with a cavity, which is filled with buckwheat husks. The space between the wooden floor boards in the attic and the beam ceiling of the orangery is also insulated with buckwheat husks, likewise in accordance with De la Court's specifications (see Byzondere aenmerkingen). The floor of the orangery is paved with clinker bricks laid directly on sand, so that water from spraying the tubs can drain directly into the sand. On either side of the sash window in the left window bay at the front facade shutters. The window above the centre mullion has a 12-pane glazing of uniform proportions, as with the other windows at the front, and below the centre mullion a 14-pane glazing of unequal proportions, presumably dating from the 19th century. Behind this bay is a room adjoining the orangery, of which only the wall toward the orangery is provided with a cavity. This space presumably served, like the space located at the northwest side of the orangery and this room, which is provided with an external door, as a storage place for garden tools (see Byzondere aenmerkingen) and as a second entrance to the orangery, which could be used in colder weather conditions, so that the temperature level in the orangery could be kept constant. In the wall between the two rooms adjoining the orangery a heating flue, with in both rooms a fireplace mantel facing away from each other. Below the floor level of this room located at the northwest side of the orangery a large rainwater tank, tiled with slabs with a lead pipe as a remnant of the pumping system to pump water into the stone tank in the orangery. The room located at the southeast side of the orangery may later have served as a gardener's dwelling; against the southwest wall an enclosure of an 18th-century bed-stove, below which a small cellar. On the first floor a spacious attic with wooden floor in two levels. Floor level above the orangery approximately 1.5 metres higher than the remaining floor level. In the gable top of the northeast side a cross window with two shuttered sashes below the centre mullion. In the gable top of the southwest side a frame of the same dimensions as the cross window, in which two small balcony doors were later placed, which provide access to a small balcony installed later. On the northwest side of the complex a wooden kitchen and outdoor toilet, installed in the 19th century.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map