Rijksmonumentenregister · Netherlands
De Parckelaer
Twello, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Blikkenweg 8, 7391 NA Twello (Voorst 25)
- Place
- Twello
- Municipality
- Voorst
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.24649, 6.09508
- Part of complex
- 410035
- Monument number
- 410036
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Ditio Trans Isulana." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
HOOFDGEBOUW. Gedeeltelijk onderkelderd huis op rechthoekige grondslag onder afgeknot met grijze pannen gedekt schilddak (in deze eeuw aangebracht ter vervanging van het oorspronkelijke dak). De blokvormige opbouw van het aan drie zijden grijs en aan de voorzijde wit gepleisterde huis dateert waarschijnlijk uit de tweede helft van de 17e of uit het begin van de 18e eeuw. Als zodanig is het huis reeds weergegeven op een tekening van Lodewijk Berkhuys uit 1717, zij het dat het huis vermoedelijk in de 18e eeuw, wellicht toen De Parckelaer in het bezit was van de familie Van Reede van den Parkeler, is verdiept. Aan de westgevel zijn onder het grijze pleister sporen van een 17e-eeuwse rode bakstenen muur zichtbaar, die mogelijk nog van een bouwfase dateren, die aan de bouw van het blokvormige huis voorafgaat. Aan het begin van de 19e eeuw werd het huis van empire-vensters voorzien. Dit geschiedde vermoedelijk in 1808; op de noordmuur van het ten zuiden van de keuken gelegen vertrek staat boven de deur geschreven: "6 augustus 1808". In de tweede helft van de 19e eeuw, wellicht in de tijd dat De Parckelaer in het bezit was van Christiaan Roeters van Lennep (1861-1879) kreeg het huis een nieuwe voorgevel en ingangspartij met bordes, gietijzeren veranda en brede getoogde vensters. Deze brede vensters werden waarschijnlijk aangebracht, opdat de erachter naar het zuiden gelegen vertrekken optimaal van het licht konden profiteren. Op beganegrond-niveau compenseerde de breedte van deze vensters de door de aangebrachte veranda verminderde lichtinval. Met de veranda brachten deze vensters voorts een suggestieve relativering van de scheiding tussen het inwendige van het huis aan deze zijde en het aanliggende park teweeg. Voorgevel: witgepleisterde gevel met aan de zijgevels omgaande hoekblokken, afgesloten door kroonlijst (met simaaslijst), met licht vooruit springende middenrisaliet waarin ingangspartij, bestaande uit een dubbele paneeldeur met enkelruits getoogd bovenlicht. Langs de gehele gevel een bordes, betegeld met kleine gele, zwarte en rode plavuizen in banden, ruiten en sterpatronen met drie treden voor de ingangspartij. Oorspronkelijk was het gehele bordes door een beglaasde gietijzeren veranda overdekt, die voor een deel bewaard is en thans (april 1990) wordt gerestaureerd. Het gerestaureerde deel bestaat uit een beglaasde gietijzeren overkapping in de vorm van een half, afgeknot schilddak, dat op zes slanke samengestelde pijlers rust. De overkapping is voorzien van een ornamentele omgaande daklijst en identieke crête en wordt bekroond door een gietijzeren balkon met balustervormige spijlen, die met de overkapping een ensemble vormt. Het balkon is toegankelijk via een boven de ingangspartij gelegen dubbele glazen deur met enkelruits getoogd bovenlicht. Ter weerszijden van de ingangspartij en van de balkondeur een breed kozijn waarin centraal een met laatstgenoemd venster identiek dubbel venster met bovenlicht met aan weerszijden een enkelruits venster met bovenlicht. Westgevel: in vier venstertraveeën gelede gevelpartij, waarvan twee traveeen aan beide uiteinden en twee in het centrum van de gevel zijn gelegen. Beganegronds per travee een halfrond empire-schuifvenster met 9-ruitsindeling met in het boogveld twee diagonale roeden. Op eerste verdieping-niveau per travee een 6-ruits schuifvenster. Oostgevel: centraal twee venstertraveeen met op beganegrond-niveau twee aan de westgevel identieke halfronde empire-schuifvensters en op de eerste verdieping twee 6-ruits schuifvensters. Aan de rechterzijde van deze traveeen grenzend een paneeldeur met enkelruits bovenlicht waarboven, op eerste verdieping-niveau een ovaal venster met 4-ruitsindeling. Ter weerszijden van de deur op kelder-niveau een enkelruits venster met luik. Boven het rechter keldervenster een 6-ruits schuifvenster. Schuin boven het laatstgenoemde venster op de eerste verdieping een 6-ruits schuifvenster. Aan het linker uiteinde van de gevel op de eerste verdieping een venster met 6-ruitsindeling. Achtergevel: in vijf traveeen gelede gevel met centraal in later uitgebouwde middenrisaliet een dubbele paneeldeur met halfrond bovenlicht en op de eerste verdieping een 6-ruits schuifvenster. Ter weerszijden van de deur en het venster een klein getoogd venster met diefijzer. Ter weerszijden van de middenrisaliet twee schuifvensters met 6-ruitsindeling waaronder beganegronds links van de risaliet twee aan de westgevel identieke halfronde empire-schuifvensters en rechts van de risaliet een dito venster. Inwendig: zowel op de eerste als op de tweede verdieping wordt het huis door een op de symmetrie-as van het huis gelegen middengang in twee gelijke helften verdeeld, die in rechthoekige, deels symmetrische vertrekken zijn opgesplitst. Uit de tijd van deze 18e-eeuwse plattegrond van het huis dateren vermoedelijk eveneens de balkenplafonds van de keuken (aanrecht, schouw en rookkast en witte betegeling 18e- of 19e-eeuws), bijkeuken en van de vertrekken van de eerste verdieping. De stuc-plafonds met centraal gelegen rozet-motieven van de vertrekken op de beganegrond, zijn vermoedelijk aangebracht in de tijd van de vernieuwing van de voorgevel, evenals de houten panelen-betimmering tegen de zuidmuur van de twee zuidelijke vertrekken op de beganegrond. Beganegronds, aan de NW-zijde, vermoedelijk en vroegere inpandige oranjerie. De vertrekken zijn van 19e-eeuwse marmeren schoorsteenmantels voorzien. In de kamer aan de NW-hoek van het huis op de eerste verdieping een Lodewijk XV schouwboezem, wellicht oorspronkelijk van elders afkomstig. Aan de uiteinden van de gang op de beganegrond een tochtportaal met beglaasd kozijn en centraal gelegen dubbele glazen deur met getoogd bovenlicht uit de tweede helft van de 19e eeuw. Aan de oostzijde van de gang het trappehuis met laat 18e-eeuwse trap in Lodewijk XVI-stijl met balustervormige spijlen en met chinoiserie-motieven in het schotwerk ter hoogte van de uiteinden van de leuningen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
MAIN BUILDING. Partially cellared house on rectangular ground plan under truncated hipped roof covered with grey tiles (applied in this century as a replacement for the original roof). The block-shaped structure of the house, plastered grey on three sides and white on the front, probably dates from the second half of the 17th or the beginning of the 18th century. As such, the house is already depicted in a drawing by Lodewijk Berkhuys from 1717, although the house was presumably deepened in the 18th century, possibly when De Parckelaer was in the possession of the family Van Reede van den Parkeler. On the west gable, traces of a 17th-century red brick wall are visible beneath the grey plaster, which may possibly date from a building phase preceding the construction of the block-shaped house. At the beginning of the 19th century the house was provided with Empire windows. This presumably took place in 1808; on the north wall of the room situated to the south of the kitchen, above the door is written: "6 August 1808". In the second half of the 19th century, possibly at the time when De Parckelaer was in the possession of Christiaan Roeters van Lennep (1861-1879), the house received a new front facade and entrance section with steps, cast-iron veranda and wide arched windows. These wide windows were presumably installed so that the rooms situated behind them to the south could optimally benefit from the light. At ground-floor level, the width of these windows compensated for the reduced light entry caused by the veranda that was installed. With the veranda, these windows furthermore brought a suggestive relativization of the separation between the interior of the house on this side and the adjoining park. Front facade: white-plastered gable with corner blocks running around the side gables, terminated by cornice (with ornamental cornice moulding), with a slightly projecting central risalit in which the entrance section, consisting of a double panel door with single-glazed arched fanlight. Along the entire facade a set of steps, tiled with small yellow, black and red tiles in bands, chequer patterns and star patterns with three steps in front of the entrance section. Originally the entire set of steps was covered by a glazed cast-iron veranda, part of which has been preserved and is currently (April 1990) being restored. The restored part consists of a glazed cast-iron canopy in the form of a half, truncated hipped roof, which rests on six slender composite pillars. The canopy is provided with an ornamental running roof cornice and identical cresting and is crowned by a cast-iron balcony with baluster-shaped balusters, which forms an ensemble with the canopy. The balcony is accessible via a double glazed door with single-glazed arched fanlight situated above the entrance section. On either side of the entrance section and of the balcony door a wide window frame in which centrally a double window with fanlight identical to the last-mentioned window with on either side a single-glazed window with fanlight. West gable: a gable section subdivided into four window bays, two bays at both ends and two in the centre of the gable. At ground-floor level per bay a semicircular Empire sash window with 9-pane glazing with two diagonal glazing bars in the arch field. At first-floor level per bay a 6-pane sash window. East gable: centrally two window bays with at ground-floor level two semicircular Empire sash windows identical to those on the west gable and on the first floor two 6-pane sash windows. Adjoining the right-hand side of these bays a panel door with single-glazed fanlight above which, at first-floor level an oval window with 4-pane glazing. On either side of the door at basement level a single-glazed window with shutter. Above the right basement window a 6-pane sash window. Diagonally above the last-mentioned window on the first floor a 6-pane sash window. At the left end of the gable on the first floor a window with 6-pane glazing. Back gable: a gable subdivided into five bays with centrally a later extended central risalit containing a double panel door with semicircular fanlight and on the first floor a 6-pane sash window. On either side of the door and window a small arched window with diamond-shaped pane. On either side of the central risalit two sash windows with 6-pane glazing below which on the left of the risalit two semicircular Empire sash windows identical to those on the west gable and on the right of the risalit a similar window. Interior: both on the first and on the second floor the house is divided by a central corridor situated on the axis of symmetry of the house into two equal halves, which are subdivided into rectangular, partly symmetrical rooms. Dating probably from this 18th-century floor plan of the house are likewise the beam ceilings of the kitchen (sink, chimneypiece and smoke hood and white tiling 18th or 19th-century), scullery and of the rooms on the first floor. The stucco ceilings with centrally located rosette motifs of the rooms on the ground floor are presumably applied at the time of the renewal of the front facade, as are the wooden panel cladding against the south wall of the two southern rooms on the ground floor. At ground-floor level, on the NW side, presumably a former internal orangery. The rooms are provided with 19th-century marble chimneypieces. In the room at the NW corner of the house on the first floor a Louis XV chimneybreast, possibly originally from elsewhere. At the ends of the corridor on the ground floor a draught vestibule with glazed window frame and centrally located double glazed door with arched fanlight from the second half of the 19th century. On the east side of the corridor the stairwell with late 18th-century staircase in Louis XVI style with baluster-shaped balusters and with Chinoiserie motifs in the wainscoting at the level of the ends of the handrails.
Nearby in the register
- De ParckelaerTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- De ParckelaerTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Huize KruisvoordeKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- MariënhofWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.