TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kerk, Kerkhorn 4

Ten Post, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Address
Kerkhorn 4, 9792 TE Ten Post (Groningen 20)
Place
Ten Post
Municipality
Groningen
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.28708, 6.74795
Monument number
353775

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Lordship of Groninga. Groeninga Domini" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Karakteristiek op (beschermde) wierde gelegen en het vlekje Wittewierum markerend, op 13e-eeuwse fundamenten en met gebruikmaking van afkomend materiaal van een vroeg 17e-eeuwse opvolger, in zijn huidige vorm hoofdzakelijk in 1863 in een mengeling van neogotische en Waterstaatsstijl opgetrokken kerkgebouw, met wellicht eveneens 13e-eeuwse grafkelder, en waardevolle 16e-eeuwse en jongere interieuronderdelen; kerk en aangrenzend kerkhof aardig begroeid en, gezien de ouderdom van enkele zerken wellicht sinds de 18e eeuw als zodanig in gebruik zijnd kerkhof zijn beide gelegen op de van omstreeks het begin van onze jaartelling daterende als archeologisch monument beschermde wierde van Wittewierum, ter plaatse van de in 1238 begonnen kerk van de Praemonstratenser abdij Bloemhof; restanten daarvan en van een vroeg-17e-eeuwse opvolgster zijn in en onder het huidige kerkgebouw mogelijk nog bewaard.

Het rechthoekige zaalgebouw uit 1863 is, op 13e-eeuwse fundamenten, hoofdzakelijk opgetrokken uit een rode baksteen, waarbij voor het thans van een blokbepleistering voorziene gedeelte onder de vensters (geheel of gedeeltelijk ?) gebruik is gemaakt van ouder materiaal (van de vroeg-17e-eeuwse voorganger ?); het gebouw wordt gedekt door een met blauwe pannen belegd driezijdig schilddak met pinakeltje aan de achterzijde; (Het opengewerkte houten torentje met siersmeedwerk aan de voorzijde is in de jaren 1940-1945 verloren gegaan). De aan beide zijden met een geblokte hoekpilaster afgezette voorgevel - waarvan de smeedijzeren torentjes eveneens in '40-'45 verloren gingen - heeft boven en te weerszijden van de in een blokbepleisterde middenrisaliet met verzonken velden gevatte ingang met bovenlicht met gietijzeren tracering, een respectievelijk twee spitsboogvensters met dito tracering, eenvoudig geprofileerd getrokken lijstwerk van cementpleister rond deur, vensters en ter afdekking van muurwerk van de voorgevel; waterlijsten; verzonken velden in de blokbepleistering; boven de deur stichtingssteen met het opschrift: GEBOUWD 1863. Kerkvoogden, J.O. ALKEMA, J.F. EISSES, H.G. TUINENGA. Predikant, J. de RAADT.OFFERHAUS.

De beide zijgevels zijn eveneens tot ter hoogte van de vensters van een blokbepleistering voorzien, hebben zes door gemetselde lisenen van elkaar gescheiden spitsboogvensters, waarvan een blind en vijf met gietijzeren tracering; de achtergevel is zonder lisenen maar met twee dito vensters; onderlangs de dakrand een geschulpt houten lijstje met ter hoogte van de staafankers omgekeerde houten obeliskjes.

Het interieur wordt overdekt door een gedrukt gepleisterd tongewelf met gietijzeren roosters, dat rust op een uitkragende geprofileerde stuclijst; de wanden zijn eveneens gepleisterd en verlevendigd door een eenvoudig pleisterprofiel rond de vensters; boven en aan weerszijden van de in een eenvoudige maar verzorgde midden-19e-eeuwse klassicistisch aandoende houten omlijsting met opschrift JES: 2 VERS 3 gevatte ingang zijn respectievelijk een gepleisterd driepasmotief en een blindnis aangebracht.

In het met grijze hardsteen en historische zerken geplaveide interieur met even verhoogd koor zijn van belang:

-de ter hoogte van het koor gelegen wellicht nog 13e-eeuwse of oudere grafkelder met graatgewelf en zwartgrijze plavuizen, voor het geslacht Rengers;

-verschillende 16e-, 17e- en 18e-eeuwse grafzerken, eveneens van het geslacht Rengers;

-een goed gesneden eikehouten dekstuk van een bank (XVIId) met het wapen Rengers-Polman, getorst door twee griffioenen;

-het voor het overige sobere, maar verzorgd vormgegeven midden 19e-eeuwse meubilair, bestaande in een preekstoel met klankbord, twee herenbanken en twee rijen kerkbanken versierd met een enkel neogotisch detail of met bescheiden lofwerk, en genoemde klassicistisch aandoende deuromlijsting.

Op het op de beschermde wierde gelegen, wellicht sinds de 18e eeuw in gebruik zijnde kerkhof liggen en staan een kleine zeventig ten dele moeilijk leesbare zerken; enkele 18e-eeuws, doch het merendeel 19e- en vroeg-20e-eeuws, van een bescheiden tot een meer uitgewerkte vormgeving, en soms afgezet met een eenvoudig gietijzeren hekwerkje.

Karakteristiek op beschermde wierde van omstreeks onze jaartelling gelegen, en ten dele nog gefundeerd op en opgetrokken uit restanten van oudere voorgangers, in zijn huidige vorm hoofdzakelijk uit 1863 daterend, doch in aanleg 13e-eeuws kerkgebouw in de trant van de neogotiek en de Waterstaatsstijl, met aangrenzend het wellicht sinds de 18e eeuw in gebruik zijnde aardig begroeide kerkhof met 18e-eeuwse en jongere grafzerken, van algemeen belang wegens:

-de aanwezigheid van oude fundamenten en hergebruikte materialen die herinneren aan de in 1238 begonnen kerk van de Praemonstratenser abdij Bloemhof en een vroeg 17e-eeuwse opvolgster;

-de waardevolle interieuronderdelen, bestaande uit een wellicht nog 13e-eeuwse grafkelder en verschillende 16e-eeuwse en jongere grafzerken in de kerk voor het geslacht Rengers;

-een goed gesneden bewaard gebleven dekstuk uit XVIId van de Rengers-Polmanbank;

-het overige eenvoudige 19e-eeuwse bij het huidige gebouw uit 1863 behorende kerkmeubilair;

-de relatie met het in de bescherming begrepen kerkhof dat is gelegen op de reeds als archeologisch monument beschermde wierde uit het begin van onze jaartelling en de karakteristieke en het vlekje Wittewierum markerende ligging daarop.

Het in aanleg wellicht sinds de 18e eeuws kerkhof met aardige begroeiing is van algemeen belang wegens:

-de historische relatie met het huidige kerkgebouw, en met voorgangers daarvan;

-de aanwezigheid van een kleine zeventig 18e-, 19e- en vroeg-20e-eeuwse zerken van een eenvoudige maar verzorgde vormgeving, die de herinnering aan vroegere ingezetenen van Wittewierum levend houden;

-de ligging op de reeds als archeologisch monument beschermde wierde uit het begin van onze jaartelling.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Characteristic of a (protected) terpen settlement and marking the hamlet of Wittewierum, built on 13th-century foundations and using material from an early 17th-century successor, in its present form mainly erected in 1863 in a mixture of neo-gothic and Waterstaatsstijl style, with what may also be a 13th-century grave vault, and valuable 16th-century and later interior components; the church and adjoining churchyard, nicely planted and, given the age of some tombstones possibly in use as such since the 18th century, are both situated on the terpen of Wittewierum, which dates from around the beginning of our era and is protected as an archaeological monument, at the location of the church begun in 1238 of the Premonstratensian abbey Bloemhof; remains of that and of an early-17th-century successor may still be preserved in and beneath the present church building.

The rectangular hall building from 1863, built on 13th-century foundations, is constructed mainly of red brick, whereby for the section now provided with block plaster below the windows (wholly or partially?) use was made of older material (from the early-17th-century predecessor?); the building is covered by a three-sided hipped roof laid with blue tiles with a small pinnacle at the rear; (The open-worked wooden turret with ornamental ironwork at the front was lost in 1940-1945). The front facade, set off on both sides with a checkered corner pilaster—the ironwork turrets of which were also lost in '40-'45—has above and on both sides of the entrance set in a block-plastered central projection with recessed fields with fanlight with cast-iron tracery, respectively two pointed-arch windows with similar tracery, simply moulded drawn moulding of cement plaster around door, windows and to cover the masonry of the front facade; drip mouldings; recessed fields in the block plaster; above the door a foundation stone with the inscription: BUILT 1863. Churchwardens, J.O. ALKEMA, J.F. EISSES, H.G. TUINENGA. Minister, J. de RAADT. ALMSHOUSE.

Both side facades are likewise provided with block plaster to the height of the windows, have six pointed-arch windows separated from one another by moulded pilasters, of which one is blind and five with cast-iron tracery; the rear facade is without pilasters but with two similar windows; along the base of the roof edge a carved wooden moulding with, at the height of the wall anchors, inverted wooden obelisks.

The interior is covered by a pressed plastered barrel vault with cast-iron grilles, which rests on a projecting moulded stucco cornice; the walls are likewise plastered and enlivened by a simple plaster moulding around the windows; above and on both sides of the entrance set in a simple but carefully finished mid-19th-century classical-looking wooden frame with the inscription JES: 2 VERS 3 a plastered tri-foil motif and a blank space have been provided.

In the interior paved with grey sandstone and historic tombstones with an equally raised choir the following are of importance:

-the grave vault possibly still from the 13th century or older, located at the height of the choir, with ribbed vault and blackish-grey tiles, for the Rengers family;

-various 16th-, 17th- and 18th-century grave tombstones, likewise of the Rengers family;

-a well-carved oak wooden cover piece of a bench (17th century) with the coat of arms Rengers-Polman, supported by two griffons;

-the otherwise austere, but carefully designed mid-19th-century furnishings, consisting of a pulpit with sounding board, two gentlemen's pews and two rows of church benches decorated with a single neo-gothic detail or with modest carved work, and the said classical-looking door frame.

On the churchyard situated on the protected terpen, possibly in use since the 18th century, lie and stand approximately seventy tombstones, some of which are difficult to read; a few from the 18th century, but the majority from the 19th and early 20th centuries, with modest to more elaborate design, and sometimes bordered with simple cast-iron ironwork.

Characteristic of a protected terpen settlement dating from around our era and partly still founded on and erected from remains of older predecessors, in its present form mainly dating from 1863, but in its original conception a 13th-century church building in the style of neo-gothic and Waterstaatsstijl, with adjoining the churchyard possibly in use since the 18th century nicely planted with 18th-century and later grave tombstones, of general importance because of:

-the presence of old foundations and reused materials that recall the church begun in 1238 of the Premonstratensian abbey Bloemhof and an early 17th-century successor;

-the valuable interior components, consisting of a grave vault possibly still from the 13th century and various 16th-century and later grave tombstones in the church for the Rengers family;

-a well-carved preserved cover piece from the 17th century of the Rengers-Polman bench;

-the remainder of simple 19th-century church furnishings belonging to the present building from 1863;

-the relationship with the churchyard included in the protection which is situated on the terpen already protected as an archaeological monument from the beginning of our era and the characteristic location on it marking the hamlet of Wittewierum.

The churchyard, originally possibly in use since the 18th century with nice planting, is of general importance because of:

-the historical relationship with the present church building and with predecessors thereof;

-the presence of approximately seventy 18th-, 19th- and early-20th-century tombstones of simple but carefully finished design, which keep alive the memory of former residents of Wittewierum;

-the situation on the terpen already protected as an archaeological monument from the beginning of our era.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map