TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Historische aanleg, Drostestraat bij 14

Amerongen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Address
Drostestraat bij 14, 3958 BK Amerongen (Utrechtse Heuvelrug 26)
Place
Amerongen
Municipality
Utrechtse Heuvelrug
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.99550, 5.45871
Part of complex
332530
Monument number
332557

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

TUIN- EN PARKAANLEG, bestaande uit het eigenlijke, ongeveer vierkante, in de uiterwaarden van de Rijn gelegen tuin- en parkterrein met de omringende dijken, en het voor het hoofdinrijhek aan de noordelijke dijk (de Drostestraat) gelegen en zich tot aan een tweede inrijhek aan de Overstraat uitstrekkende, pleinvormige voorterrein (de Margaretha Turnorlaan).

De betekenis van het eerstgenoemde deel wordt bepaald door de opmerkelijke, gesloten, een zekere weerbaarheid suggererende en boeiende niveauverschillen tonende compositie en dispositie van de tussen 1676 en 1696 tot stand gekomen infrastructuur (dat wil zeggen de aard- en waterwerken) en door de omstreeks 1900 en volgende jaren uitgevoerde algehele herziening in formele trant door Hugo Poortman van de in het begin en het midden van de negentiende eeuw aan enkele wijzigingen in landschapsstijl onderworpen, door genoemde infrastructuur bepaalde tuin- en parkaanleg.

Het terrein bevat de volgende onderdelen met hun elementen van historische aanleg: I De omringende dijken, gevormd door het in het noorden langs het terrein gelegen gedeelte van de Rijndijk (de Drostestraat), het in het westen langs het terrein liggende deel van de weg naar Eck en Wiel (de Rijnsteeg) en de door paden bekroonde dijken langs de zuid- en oostzijden. De steile taluds van de westelijke, zuidelijke en oostelijke dijklichamen vormen de buitenoevers van de buitengracht (zie III.a.). De dijk is in aanleg voorzien van een beplanting met bomenrijen, en wel: langs de buitenzijde van de Drostestraat van de Rijnsteeg tot de oranjerie een rij linden (genus Tilia); langs de westelijke dijk twee rijen linden (Tilia x vulgaris), onderbroken ter breedte van de doorkijk uit het hoofdgebouw over het "grand canal" (zie III.e.); langs de zuidelijke dijk drie rijen eiken (Quercus robur), sinds het midden van de negentiende eeuw onderbroken ter breedte van de doorkijk over het toen aangelegde grasveld; langs de oostelijke dijk twee rijen eiken (Quercus robur) van de zuidelijke dijk tot het erf van het Koetsiershuis.

II. Een zich over de volle breedte van het terrein tussen de Drostestraat en de binnengracht (zie III.d.) uitstrekkende strook grond, die vanouds behalve aan de grachtzijde geheel door muren is omgeven en door dwarsmuren is verdeeld in de grote moestuin, het eerste gedeelte van de oprijweg en de kleine moestuin achter het Koetsiershuis en waarvan het middengedeelte (het oostelijke deel van de grote moestuin) in twee niveaus is verdeeld door een in de lengterichting staand muurtje. Dit muurtje wordt onderbroken door trapjes op de plaatsen waar het door paden wordt gekruist en door een pergola (zie hieronder sub c); dwars op de richting van dit muurtje is bij de aanleg door Poortman naast het oostelijkste trapje een muurtje gebouwd ter beschutting van de daar geplaatste bank.

De grote moestuin, die bij de veranderingen door Poortman ten dele in een siertuin is herschapen, bevat de volgende elementen van historische aanleg: a. Een tot de oorspronkelijke formele aanleg behorende, noord-zuid gerichte berceau, gevormd uit beuken (Fagus sylvatica).

b. Een in de doorkijk in de noordelijke as van het hoofdgebouw gelegen, naar een hek in de tuinmuur leidend pad, in aanleg geaccentueerd door twee taxussen (Taxus baccata), geplant aan weerszijden van bovengenoemd hek.

c. In het oostelijk deel een aantal door Hugo Poortman aangelegde parterres, gegroepeerd om een as in het verlengde van het onder VIII. te omschrijven pad, welke as wordt geaccentueerd door een halfcirkelvormige pergola die ter plaatse een stuk van de keermuur tussen de terreinniveaus verving. In dit tuingedeelte zijn ter accentuering van een parterre een witmarmeren putto op gebuikte natuurstenen sokkel en van een boulingrin een zonnewijzer op rechte natuurstenen sokkel toegepast; aan drie zijden door het hiervoor in de inleiding vermelde muurtje van de hand van Poortman omringd, staat een terracotta bank. Achter deze bank is op genoemd muurtje een natuurstenen borstbeeld van Mercurius geplaatst.

d. Een door Poortman aangelegde rozentuin achter de tussen 1879 en 1885 aan de Drostestraat gebouwde oranjerie, in het middelpunt geaccentueerd door een witmarmeren putto op een gebuikte natuurstenen sokkel.

e. Een bij de muur aan de zijde van de oprijweg aansluitend terrein, door Poortman aangelegd om een aantal bomen van bijzondere soorten en een tegen genoemde muur gebouwd kinderhuisje te bevatten. Op de padenkruising tussen de sub d vermelde rozentuin en het hier genoemde terrein liggen heestervakken van rhododendrons.

f. De kassen bevinden zich in de moestuin, tegen de noordelijke tuinmuur, en bestaan uit twee kopkassen met zadeldak met ongelijke dakschilden Tegen de oostelijke kas is aan de oostzijde een muurkas aangebouwd. In de muurkas werden perziken of abrikozen gekweekt. Daarnaast bevindt zich in de moestuin een zeer lange broeibak, gemetseld in een machinale baksteen, met aan de zuidzijde hiervan twee in elkaars verlengde liggende koude bakken. Beide koude bakken hebben een lessenaarsdak en zijn uitgevoerd in machinale baksteen in halfsteensverband, uitgevoerd als spouwmuur. Ten zuiden van de kopkassen bevinden zich twee evenwijdig aan elkaar gelegen broeibakken.

Het eerste gedeelte van de oprijweg is door Poortman voorzien van flankerende grasstroken en van rhododendronborders langs de muren van de moestuinen. De noordzijde wordt afgesloten door een in de 20e eeuw grotendeels verlaagd en toen door een spijlenhek bekroond deel van de het onderhavige terrein omgevende muur, onderbroken door het hoofdinrijhek.

III. Een grachtenstelsel dat het overige binnen de ringdijk gelegen terrein omgeeft en doorsnijdt, en wel bestaande uit: a. De buitengracht.

b. Een gracht die de verbinding vormt tussen de buitengracht en de sub d vermelde binnengracht.

c. Een gracht die de sub b vermelde gracht verbindt met de noordelijke arm van de buitengracht.

d. De binnengracht om het hoofdgebouw, die sinds 1696 via verbredingen in de vorm van kwartcirkelsectoren aansluit bij het sub e vermelde "grand canal" en sinds dat jaar aan de zuid-, west- en noordzijde is voorzien van lage walmuurtjes langs de oevers.

e. Het "grand canal" (ontleend aan de Franse tuinkunst), in 1696 als ondersteuning van de toen geschapen doorkijk in de westelijke as van het hoofdgebouw gegraven tussen de binnen- en buitengracht.

IV. Ter verbinding van het onder II. omschreven terrein met het hierna te omschrijven "bastion" dient een bakstenen boogbrug; aan weerszijden van de opgang ijzeren lantaarns op bakstenen pijlers.

V. Het "bastion", een door de onder III. sub a, b en c vermelde grachten omspoeld rechthoekig eiland, gevat in bakstenen walmuren met borstweringen en aan de noordzijde toegankelijk door een poort, geflankeerd door hoge symbolische verdedigingsmuren met "schietgaten".

Het bastion bevat op zijn hooggelegen plateau de volgende elementen van historische aanleg, aangebracht door Hugo Poortman (begin 20e eeuw): a. Aan weerszijden van de zich over het bastion voortzettende oprijweg een grasveld, op elk waarvan twee natuurstenen putti op sokkels en een gesloten natuurstenen vaas op concave sokkel.

b. Aan weerszijden van de opgang van de hierna vermelde brug ijzeren lantarens op bakstenen pijlers.

c. Twee gietijzeren kanonnen overhoeks opgesteld aan de noordzijde.

VI. Ter verbinding van het bastion met het voorplein (zie VII.) een niet de gehele gracht overspannende bakstenen boogbrug uit 1673, aangevuld met een houten brug.

VII. Het voorplein, een hooggelegen vierkante ruimte, in de noordwesthoek onderkelderd en rondom gevat in bakstenen wal- en keermuren met borstweringen (in oorsprong nog daterend van voor 1673).

Het voorplein bevat de volgende elementen van historische aanleg: a. Ter afsluiting van de oostzijde een aan de achterkant uit de buitengracht oprijzend bijgebouw (vierde kwart zeventiende eeuw), bestaande uit een langgerekte middenvleugel (stal en koetshuis) en vierkante eindpaviljoens waarin dienstwoningen.

b. Tegen- en haaks op de uiteinden van bovengenoemd bijgebouw staande doorgangen als aan de Drostestraat en op het bastion (vierde kwart zeventiende eeuw), waarvan de zuidelijke in tegenstelling tot alle bovengenoemde niet tot poort is verbouwd.

c. Niet in de as van de door de sub a en b vermelde bouwwerken gevormde symmetrische pleinwand liggen aan de westzijde drie aaneengesloten trappen, waarvan de middelste omhoog leidt naar de bovenste verdieping van de sub d te noemen brug en de zijtrappen omlaag naar het onder VIII. te omschrijven pad onderlangs het voorplein.

d. Een over de binnengracht in de as van het hoofdgebouw liggende en tot dit laatste toegang gevende bakstenen boogbrug in twee verdiepingen (1678), waarvan de bovenste hoger ligt dan het voorplein en de onderste op het niveau van het onder VIII. te omschrijven pad.

e. Links van de trappen een houten klokkenstoel, waarschijnlijk uit dezelfde tijd daterend als de erin hangende bel (1728).

f. Een wegens het ontbreken van een axiaal verband tussen de oost- en westwanden van het voorplein asymmetrisch gecomponeerde neo-formele aanleg van de hand van Hugo Poortman, bestaande uit rij- en wandelpaden waartussen grasvelden, in aanleg beplant met vormbomen, figuren van buxus (Buxus sempervirens) en heesters; het centrale, in de as van de sub c genoemde trappen gelegen veld is voorzien van een boulingrin en een cirkelvormig bloemperk, waarin een zonnewijzer op natuurstenen sokkel; te weerszijden van de kop van laatstgenoemd veld een ijzeren lantaren op betonnen sokkel.

VIII. - Tussen voorplein en binnengracht een onderlangs de westelijke keermuur van het voorplein lopend pad, dat aan de zijde van de gracht door een walmuur wordt gesteund en aan beide uiteinden (ter hoogte van de noordelijke en zuidelijke voorpleinmuren) wordt afgesloten door ijzeren spijlenhekken uit omstreeks 1700. Dit pad vormt met zijn onder IX. sub a en X. sub b vermelde verlengden een uit de laat-zeventiende-eeuwse formele aanleg overgebleven as.

IX. Het zuidelijke parkdeel, gevat tussen de buitengracht, het "grand canal", de binnengracht en het voorplein en aan de waterzijde van steile taluds voorzien. Dit parkdeel is vanouds aangelegd met een bebossing, die - oorspronkelijk formeel van aard - allengs een meer met de landschapsstijl overeenstemmend informeel karakter heeft gekregen.

Dit parkdeel bevat de volgende elementen van historische aanleg, die - op het sub a volgende na - alle tot de aanleg van Poortman behoren: a. Het verlengde van het onder VIII. omschreven pad, in zuidelijke richting naar de buitengracht leidend.

b. Alle overige paden volgens het op de bijbehorende aanleg- en structuurkaart aangegeven schema.

c. Een lagere aanbouw tegen- en in de stijl van het onder VII. sub a vermelde bijgebouw; terwille van de toegang tot dit gebouw is ervoor een door een muur omgeven oprit op het niveau van het voorplein aangelegd, vanwaar een trap en een door pijlers geflankeerde doorgang naar het sub d volgende parkdeel leiden.

d. Een in het bos aangelegd tennisveld, waarvoor twee boulingrins, ieder in het middelpunt getooid met een witmarmeren empire vaas met deksel (eerste helft negentiende eeuw) op natuurstenen sokkel en, aan de overzijde van het hierlangs lopende pad, aan ronde natuurstenen vijverkom (1927).

e. Een L-vormige open ruimte, aangelegd als grasveld, waarvan de lange arm reeds in de eerste helft van de negentiende eeuw in het bos is uitgekapt als doorkijk in de as van het hoofdgebouw en de korte arm door Poortman is aangelegd als verbinding met de sub d genoemde ruimte. In de aanleg van Poortman is dit grasveld voorzien van een aankleding van vormbomen, palmetten en andere figuren in buxus (Buxus sempervirens) en van twee witmarmeren empire vazen met deksels (eerste helft negentiende eeuw) op natuurstenen sokkels, benevens een zandstenen beeld van Diana (tweede helft achttiende eeuw, oorspronkelijk gediend hebbend als nis- of heggebeeld) op een niet-bijpassende sokkel.

f. In het westelijk bosgedeelte op de kruising van twee paden de aanleg van in een cirkel geplante buxus (Buxus sempervirens), in het middelpunt waarvan een door een steen met inscriptie gemarkeerd paardengraf.

X. Het noordelijke parkdeel (gevat tussen de onder III. sub a tot en met d vermelde grachten en aan alle zijden van steile, naar het water afdalende taluds voorzien), waarin een bosaanleg die vanouds de delen ten noorden van het "grand canal" en het voorplein besloeg, maar eerst omstreeks 1800 een parterre op het middenstuk verving. In dit bos, dat in de loop van de negentiende eeuw een met de landschapsstijl overeenstemmend informeel karakter heeft verkregen, is in de noordelijke as van het hoofdgebouw een doorkijk uitgespaard, die zich in de grote moestuin voortzet als onder II. sub b vermeld.

Dit parkdeel bevat de volgende elementen van historische aanleg: a. Een pad tussen de bruggen, die dit parkdeel met het onder VIII. omschreven pad en met de onder II. omschreven grote moestuin verbinden. Dit pad maakt deel uit van een uit de formele aanleg overgebleven as (zie ook VIII. en IX.a.).

b. De overige paden, als aangegeven op de aanleg- en structuurkaart, zijn door Poortman aangelegd. In de as van het halfcirkelvormige pad dat van het sub a vermelde pad aftakt, is een eenvoudig houten prieel (ook wel muziektent genoemd) geplaatst.

c. Op de noordwestelijke hoek een concentratie van door stenen gemarkeerde hondengraven.

XI. De Margaretha Turnorlaan is in aanleg voorzien van een laanbeplanting van eiken (Quercus robur) tussen het hoofdinrijhek en het in 1929 aan de Overstraat geplaatste inrijhek. Voor het hoofdinrijhek staat een lantaren op ijzeren voetstuk en zandstenen sokkel, omgeven door een in een achthoek opgesteld smeedijzeren spijlenhek. Lantaren en hek zijn in 1919 geplaatst ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van Graaf van Aldenburg Bentinck als kasteelheer.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

GARDEN AND PARK LAYOUT, consisting of the actual, approximately square, garden and park terrain situated in the floodplains of the Rhine with the surrounding dykes, and the square forecourt (the Margaretha Turnorlaan) located in front of the main entrance gate at the northern dyke (the Drostestraat) and extending to a second entrance gate at the Overstraat.

The significance of the first-mentioned part is determined by the remarkable, enclosed composition and disposition suggesting a certain defensibility and displaying striking level differences of the infrastructure created between 1676 and 1696 (that is to say the earthworks and waterworks) and by the overall revision carried out around 1900 and in the following years in formal style by Hugo Poortman of the garden and park layout, which was subjected to some alterations in landscape style in the beginning and middle of the nineteenth century, determined by the aforementioned infrastructure.

The terrain contains the following components with their elements of historical layout: I The surrounding dykes, formed by the section of the Rhine dyke (the Drostestraat) situated to the north along the terrain, the section of the road to Eck en Wiel (the Rijnsteeg) situated to the west along the terrain, and the dykes topped by paths along the south and east sides. The steep slopes of the western, southern and eastern dyke bodies form the outer banks of the outer moat (see III.a.). The dyke is provided in its layout with a planting of rows of trees, namely: along the outer side of the Drostestraat from the Rijnsteeg to the orangery a row of limes (genus Tilia); along the western dyke two rows of limes (Tilia x vulgaris), interrupted across the width of the vista from the main building over the "grand canal" (see III.e.); along the southern dyke three rows of oaks (Quercus robur), since the middle of the nineteenth century interrupted across the width of the vista over the lawn then created; along the eastern dyke two rows of oaks (Quercus robur) from the southern dyke to the farmyard of the Coach House.

II. A strip of land extending across the full width of the terrain between the Drostestraat and the inner moat (see III.d.), which from ancient times apart from the moat side has been entirely surrounded by walls and divided by cross walls into the large vegetable garden, the first section of the access road and the small vegetable garden behind the Coach House and of which the middle section (the eastern part of the large vegetable garden) is divided into two levels by a long dividing wall running lengthwise. This wall is interrupted by steps at the places where it is crossed by paths and by a pergola (see below under c); perpendicular to the direction of this wall, during Poortman's layout a small wall was built next to the easternmost steps for the protection of the bench placed there.

The large vegetable garden, which was partly transformed into an ornamental garden during Poortman's alterations, contains the following elements of historical layout: a. A north-south oriented berceau belonging to the original formal layout, formed from beeches (Fagus sylvatica).

b. A path located in the vista in the northern axis of the main building, leading to a gate in the garden wall, accentuated in layout by two yews (Taxus baccata), planted on either side of the aforementioned gate.

c. In the eastern part a number of parterres laid out by Hugo Poortman, grouped around an axis in the extension of the path described under VIII., which axis is accentuated by a semicircular pergola which at that location replaced a section of the retaining wall between the terrain levels. In this garden section a white marble putto on a hewn natural stone base is applied to accentuate a parterre and a sundial on a straight natural stone base is applied to accentuate a bowling green; surrounded on three sides by the aforementioned wall from the hand of Poortman mentioned in the introduction, stands a terracotta bench. Behind this bench a natural stone bust of Mercury is placed on the aforementioned wall.

d. A rose garden laid out by Poortman behind the orangery built at the Drostestraat between 1879 and 1885, accentuated at its centre point by a white marble putto on a hewn natural stone base.

e. A terrain adjoining the wall at the side of the access road, laid out by Poortman to contain a number of trees of special species and a small children's house built against the aforementioned wall. At the path crossing between the rose garden mentioned under sub d and the terrain mentioned here lie shrub beds of rhododendrons.

f. The greenhouses are located in the vegetable garden, against the northern garden wall, and consist of two lean-to greenhouses with gabled roof with unequal roof pitches. Against the eastern greenhouse a wall-mounted greenhouse is built on to the east side. In the wall-mounted greenhouse peaches or apricots were grown. Adjacent to this there is in the vegetable garden a very long propagating bed, laid in mechanical brick, with two cold frames lying in each other's extension to the south of this. Both cold frames have a lean-to roof and are executed in mechanical brick in half-brick bond, executed as a cavity wall. To the south of the lean-to greenhouses there are two propagating beds lying parallel to each other.

The first section of the access road was provided by Poortman with flanking grass strips and rhododendron borders along the walls of the vegetable gardens. The north side is closed off by a section of the wall surrounding the present terrain, largely lowered in the 20th century and then topped with a railings, interrupted by the main entrance gate.

III. A system of moats surrounding and intersecting the remaining terrain within the ring dyke, consisting of: a. The outer moat.

b. A moat which forms the connection between the outer moat and the inner moat mentioned under sub d.

c. A moat which connects the moat mentioned under sub b with the northern arm of the outer moat.

d. The inner moat around the main building, which since 1696 is connected via widenings in the form of quarter-circle sectors to the "grand canal" mentioned under sub e and since that year has been provided on the south, west and north sides with low earth-faced stone walls along the banks.

e. The "grand canal" (borrowed from French garden art), dug in 1696 to support the vista then created in the western axis of the main building between the inner and outer moat.

IV. A brick arch bridge serves to connect the terrain described under II. with the "bastion" described below; iron lanterns on brick piers on either side of the access.

V. The "bastion", a rectangular island washed by the moats mentioned under III. sub a, b and c, set in brick earth-faced stone walls with bastions and accessible on the north side through a gate, flanked by high symbolic defensive walls with "gunports".

The bastion contains on its elevated plateau the following elements of historical layout, applied by Hugo Poortman (early 20th century): a. On either side of the access road continuing over the bastion a grass field, on each of which two natural stone putti on bases and a closed natural stone vase on concave base.

b. On either side of the approach to the bridge mentioned below iron lanterns on brick piers.

c. Two cast iron cannons placed diagonally at the north side.

VI. A brick arch bridge from 1673 not spanning the entire moat serves to connect the bastion with the forecourt (see VII.), supplemented with a wooden bridge.

VII. The forecourt, an elevated square space, undercellared in the northwest corner and surrounded on all sides by brick earth-faced stone and retaining walls with bastions (originally still dating from before 1673).

The forecourt contains the following elements of historical layout: a. To close off the east side an outbuilding rising behind from the outer moat (fourth quarter seventeenth century), consisting of an elongated central wing (stable and coach house) and square end pavilions containing service dwellings.

b. Passages standing opposite and at right angles to the ends of the aforementioned outbuilding as at the Drostestraat and on the bastion (fourth quarter seventeenth century), of which the southern one in contrast to all the aforementioned has not been converted into a gate.

c. Not in the axis of the symmetrical courtyard wall formed by the structures mentioned under sub a and b lie on the west side three adjoining flights of stairs, of which the middle one leads upward to the upper storey of the bridge mentioned under sub d and the side stairs lead downward to the path described under VIII. underneath the forecourt.

d. A brick arch bridge in two storeys (1678) spanning the inner moat in the axis of the main building and giving access to the latter, of which the upper storey lies higher than the forecourt and the lower one is at the level of the path described under VIII.

e. To the left of the stairs a wooden bell-cote, probably dating from the same period as the bell hanging in it (1728).

f. A neo-formal layout due to the lack of an axial relationship between the east and west walls of the forecourt asymmetrically composed from the hand of Hugo Poortman, consisting of walkway and promenade paths with grass fields between them, in layout planted with topiary, figures of box (Buxus sempervirens) and shrubs; the central field located in the axis of the stairs mentioned under sub c is provided with a bowling green and a circular flower bed, in which a sundial on natural stone base; on either side of the head of the latter field an iron lantern on concrete base.

VIII. Between forecourt and inner moat a path running underneath the western retaining wall of the forecourt, which is supported at the moat side by an earth-faced stone wall and is closed off at both ends (at the height of the northern and southern forecourt walls) by iron railings from around 1700. This path forms with its extensions mentioned under IX. sub a and X. sub b an axis remaining from the late-seventeenth-century formal layout.

IX. The southern park section, set between the outer moat, the "grand canal", the inner moat and the forecourt and provided with steep slopes at the water side. This park section has from ancient times been laid out with a woodland, which - originally formal in nature - has gradually acquired a more informal character corresponding to the landscape style.

This park section contains the following elements of historical layout, which - apart from the one following sub a - all belong to Poortman's layout: a. The extension of the path described under VIII., leading in a southerly direction to the outer moat.

b. All other paths according to the scheme indicated on the accompanying layout and structure plan.

c. A lower outbuilding opposite and in the style of the outbuilding mentioned under VII. sub a; for the sake of access to this building a drive surrounded by a wall has been laid out at the level of the forecourt, from which a staircase and a passage flanked by piers lead to the park section mentioned under sub d.

d. A tennis court laid out in the woodland, for which two bowling greens, each adorned at its centre point with a white marble empire vase with lid (first half nineteenth century) on natural stone base and, on the other side of the path running past here, on a round natural stone pond-edge (1927).

e. An L-shaped open space, laid out as a grass field, of which the long arm was already cut out in the woodland in the first half of the nineteenth century as a vista in the axis of the main building and the short arm was laid out by Poortman as a connection with the space mentioned under sub d. In Poortman's layout this grass field is provided with a decoration of topiary, palmettes and other figures in box (Buxus sempervirens) and two white marble empire vases with lids (first half nineteenth century) on natural stone bases, as well as a sandstone sculpture of Diana (second half eighteenth century, originally serving as a niche or hedge sculpture) on a non-matching base.

f. In the western woodland section at the crossing of two paths the layout of box (Buxus sempervirens) planted in a circle, in the centre point of which a horse grave marked by a stone with inscription.

X. The northern park section (set between the moats mentioned under III. sub a to and including d and provided on all sides with steep slopes descending to the water), containing a woodland layout which from ancient times covered the sections north of the "grand canal" and the forecourt, but only around 1800 replaced a parterre on the middle section. In this woodland, which in the course of the nineteenth century acquired an informal character corresponding to the landscape style, a vista is spared out in the northern axis of the main building, which continues in the large vegetable garden as mentioned under II. sub b.

This park section contains the following elements of historical layout: a. A path between the bridges, which connect this park section with the path described under VIII. and with the large vegetable garden described under II. This path forms part of an axis remaining from the formal layout (see also VIII. and IX.a.).

b. The other paths, as indicated on the layout and structure plan, were laid out by Poortman. In the axis of the semicircular path branching off from the path mentioned under sub a, a simple wooden garden house (also called music pavilion) is placed.

c. On the northwest corner a concentration of dog graves marked by stones.

XI. The Margaretha Turnorlaan is provided in layout with an avenue planting of oaks (Quercus robur) between the main entrance gate and the entrance gate placed at the Overstraat in 1929. In front of the main entrance gate stands a lantern on an iron pedestal and sandstone base, surrounded by a wrought iron railing arranged in an octagon. Lantern and railing were placed in 1919 on the occasion of the 40th jubilee of Count van Aldenburg Bentinck as castle lord.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map