Rijksmonumentenregister · Netherlands
Regeringsgebouw, Plein 2 A
's-Gravenhage, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bestuursgebouw en onderdl
- Function
- Regeringsgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Plein 2 A, 2511 CR 's-Gravenhage (and others)
- Place
- 's-Gravenhage
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.07950, 4.31522
- Monument number
- 17881
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Leiden University LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesLeiden University LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Ministerie van Justitie. GEBOUW in neorenaissancestijl naar ontwerp van G.H.Peters opgetrokken in 1876-1883. Het uit een kelderverdieping, parterre en twee verdiepingen bestaande gebouw is samengesteld uit vier vleugels om een binnenplaats. De noordelijke en zuidelijke vleugel zetten zich in westelijke richting voort en omsluiten daar een tweede binnenplaats. Het gebouw draagt hoge, met leien gedekte zadeldaken, bekroond door ijzeren sierkammen. De voorgevel aan het Plein wordt verticaal geleed door drie risalieten, waarvan de buitenste door waterlijsten en tussentrappen gelede puntgevels hebben, terwijl de middelste, waarin de tot ingang verbouwde porte-cochere, een tentdak draagt, waarvoor een opzetstuk met wijzerplaat. De meest rechtse risaliet heeft een rijk gebeeldhouwde erker op consoles. De zijgevel aan de Lange Poten telt eveneens drie risalieten, waarvan de meest westelijke een erkeruitbouw met rijke sculptuur bezit. Te weerszijden hiervan allegorische vrouwenfiguren: de Waarheid en de Spaarzaamheid, gebeeldhouwd door B.J.W.M. van Hove te Amsterdam. Het metselwerk van de gevels wordt verlevendigd door natuurstenen banden, negblokken en sierankers. De vensters hebben natuurstenen kruiskozijnen en ontlastingsbogen met blokken, sluitstenen met maskerkoppen en vlechtwerkvullingen. In de topgevels van de risalieten cartouches en medaillons, waarin de koppen van zes rechtsgeleerden. De aanzetten van de topgevels worden gemarkeerd door gebeeldhouwde dierenfiguren met wapenschilden der provincies. De voormalige porte-cochere aan de Pleingevel is in drieën gedeeld door met rusticabanden versierde pijlers, waarboven zware consoles, die de bovenbouw van de middenrisaliet dragen. De kelders, die onder het gehele gebouw doorlopen, zijn met gemetselde tongewelven overkluisd. De parterre bevat, achter de middenpartij van de voorgevel, een hal (de v.m. porte-cochere) met zuilen, voorzien van composiete kapitelen, gecanneleerde pilasters tegen de wanden en kruisribgewelven. Het gebouw telt drie trappenhuizen. Twee daarvan zijn gesitueerd in de noordelijke vleugel en hebben zuilen met composiete kapitelen, pilasters en smeedijzeren balustraden met koperen lantaarns. In het noord-westelijke trappehuis, uitwendig torenvormig opgetrokken en met een tentdak bekroond, bevindt zich een kapiteel met reliëf, dat de bouwmeester C.Peters voorstelt, gezeten aan zijn tekentafel. Het derde trappehuis bevindt zich in een ronde traptoren met spits tegen de achterzijde van de verlengde zuidelijke vleugel en is geconstrueerd als stenen wenteltrap met open spil, afgesloten door een straalgewelf. De gangen van de parterre zijn overkluisd door graatgewelven op eenvoudige pilasters; alleen de noordelijke gang heeft kruisribgewelven op pilasters met composiete kapitelen. De deuren naar de aan deze gang gelegen vertrekken hebben houten omlijstingen en bekronende tableaux van blauwe tegels. Aan het einde van de noordelijke vleugel de v.m. Archiefruimte, thans drukkerij, een driebeukige zaal met veertien Toscaanse zuilen met net- en stergewelven. Aan het einde van de zuidelijke vleugel een kleine archiefzaal, thans typekamer, met vier Toscaanse zuilen en graatgewelven. Een derde v.m. archiefruimte bevindt zich aan de westzijde van de binnenplaats onder de bibliotheek en is thans als cantine in gebruik. Twee zware zuilen dragen hier zes vakken met graatgewelven. Op de noord-oost hoek van het gebouw bevindt zich de v.m. conciergewoning, uitwendig herkenbaar aan de gebeeldhouwde hondekoppen in de waterlijst te weerszijden van de deur, de waakzaamheid symboliserend. In de keuken van de conciergewoning een schouw met wanden met 17e eeuws tegeltableaux. Alle vertrekken op de parterre hebben gemetselde kruisrib- of graatgewelven. Op de binnenplaats een smeedijzeren sierlantaarn op hardstenen voet. De gangen van de eerste verdieping worden overdekt door balkenplafonds, op gemetselde togen, met uitzondering van het gedeelte bij de kamer van de minister en de zaal van de ministerraad, waar een netgewelf is toegepast. De vloer van de gangen bestaat uit marmer, versierd met een meandermotief. De ministerskamer op de n.o. hoek draagt een balkenplafond op consoles en bezit betimmeringen in neo-renaissancestijl. De schouw heeft marmeren zuiltjes, een gebeeldhouwd acanthusfries en een schoorsteenstuk van A. van Strij uit 1780. Boven de deuren te weerszijden van de schouw dessus-de-portes met graauwtjes in 18e eeuwse trant. Aan de zijde van het Plein heeft deze kamer een rechthoekige erkeruitbouw met hoekpilasters, voorzien van composite kapitelen. Het meubilair in deze kamer is afkomstig uit de zaal van de ministerraad. Het naast de ministerskamer gelegen vertrek van de kamerbewaarder heeft een cassettenplafond, betimmering en dessus-de-porte met portret van koning Willem III. De kamer van de staatssecretaris bezit een cassettenplafond, betimmering en schouw, waarvan het schoorsteenstuk is verdwenen. Het voorportaal van de ministerskamer en de zaal van de ministerraad heeft boven de deuren een beschildering, voorstellend Justitia en twee wapenschilden. De zaal van de ministerraad, die het gehele middengedeelte van de vleugel aan de Pleinzijde beslaat, heeft een rijk cassettenplafond, betimmeringen, een erkeruitbouw met houten zuilen, waarvan de schatten versierd zijn met cannelures en de kapitelen de Corinthische orde vertonen, twee schoorsteenmantels van zwart en groen marmer met wit marmeren kapitelen en in de boezem in reliëf uitgevoerde borstbeelden. Deze stellen voor koning Willem III en koningin Emma, gebeeldhouwd door B.J.W.M. van Hove. Boven de deuren te weerszijden van de schoorsteenmantels dessus-de-portes en N.van der Waaij, E.S.Witkamp Jr. en H.J.Haverman, voorstellend allegorische onderwerpen. Voorts in deze zaal twee dressois met caryatiden naar ontwerp van C.Peters. Twee koperen lichtkronen, uit deze zaal afkomstig hangen thans in het achterste trappehuis. Aan de westzijde van de binnenplaats bevindt zich de bibliotheek. Langs de wanden van deze ruim dertien meter lange zaal boven elkaar drie op smeedijzeren consoles rustende gaanderijen van ijzer met eveneens ijzeren balustraden. In een der hoeken een smeedijzeren wenteltrap met spil en a jour gegoten treden. De lichtkoepel bevat een glas in loodraam van de fa.Nicolas te Roermond. Op deze verdieping hebben aan het einde van de zuidelijke vleugel de kamers nr XIV, XV en XVI beschilderde houten plafonds uit de 17e eeuw, afkomstig uit het ter plaatse van het tegenwoordige gebouw gestaan hebbende vroegere ministerie van Justitie, het Huygenshuis en het Stadhouderlijk Kwartier op het Binnenhof. De gangen op de tweede verdieping hebben parketvloeren, met uitzondering van het gedeelte bij het oostelijke trappehuis, waar marmer is toegepast. De gangen worden overdekt door balkenplafonds op gemetselde togen. Op de tweede verdieping bevindt zich boven de zaal van de ministerraad de zaal van de Hoge Raad van Adel met cassettenplafond, brede erker met houten zuilen, voorzien van composiete kapitelen en een rijk gesneden kastenwand met versierde pilasters en paneeldeuren, gedateerd 1881. Voorts twee schouwen, waarvan de noordelijke een spiegel in gesneden omlijsting bezit en de zuidelijke boven de zwart marmeren mantel een gebeeldhouwd paneel vertoont, waarin de kwartierstaat van koning Willem III. Het hiernaast gelegen vertrek, boven de kamer van de minister, is de v.m. gratiekamer. Hier bestaat de aankleding uit een balkenplafond en een schouw, gedateerd 1880. Tegen de wanden pilasters met kapitelen en gebeeldhouwde koppen. De natuurstenen schouw heeft marmeren zuiltjes. De kamers 36 en 37a op deze verdieping, aan het einde van de zuidelijke vleugel, hebben beschilderde balkenplafonds uit de 17e eeuw. In de oostelijke gang op de eerste verdieping, nabij de zaal van de ministerraad, twee in neorenaissancestijl gesneden banken, vroeger bestemd voor het wachtende publiek bij audienties. Een derde bank, behorend tot dit stel, staat thans in de gang op de tweede verdieping. Voorts in deze laatste gang een bank uit de 17e eeuw. In de gang op de eerste verdieping een in ijzer en koper uitgevoerde kapstok uit de bouwtijd van het ministerie. Alle deuren in het gebouw bezitten nog de authentieke koperen sloten en handvatten.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Ministry of Justice. BUILDING in neo-Renaissance style designed by G.H. Peters, erected in 1876-1883. The building, consisting of a basement storey, ground floor and two storeys, is composed of four wings around a courtyard. The northern and southern wings continue in a westerly direction and enclose a second courtyard there. The building has high gabled roofs covered with slate, crowned with ornamental iron ridgings. The front facade on the Plein is divided vertically by three risalits, the outer ones having stepped gables articulated by drip mouldings and intermediate steps, while the middle one, containing the porte-cochere converted into an entrance, has a pitched roof topped by a section with a clock face. The rightmost risalit has a richly sculptured corbelled bay window. The side facade on the Lange Poten likewise has three risalits, the westernmost of which has an oriel extension with rich sculpture. On either side of this allegorical female figures: Truth and Frugality, sculpted by B.J.W.M. van Hove in Amsterdam. The masonry of the facades is enlivened by natural stone bands, negblocks and ornamental wall anchors. The windows have natural stone cross windows and relieving arches with blocks, keystones with mask heads and interlace fillings. In the top gables of the risalits cartouches and medallions containing the heads of six legal scholars. The bases of the top gables are marked by sculpted animal figures with heraldic shields of the provinces. The former porte-cochere on the Plein facade is divided into three sections by pillars decorated with rustication bands, above which are heavy corbels supporting the superstructure of the middle risalit. The cellars, which run beneath the entire building, are vaulted with masonry barrel vaults. The ground floor contains, behind the central section of the front facade, a hall (the former porte-cochere) with columns furnished with Composite capitals, fluted pilasters against the walls and cross-ribbed vaults. The building has three staircases. Two of them are situated in the northern wing and have columns with Composite capitals, pilasters and wrought-iron balusters with brass lamps. In the north-west staircase, externally constructed in the form of a tower and crowned with a pitched roof, is a capital with a relief depicting the architect C. Peters, seated at his drawing table. The third staircase is located in a round stair tower with a spire at the rear of the extended southern wing and is constructed as a stone spiral stair with open newel, closed by a barrel vault. The corridors on the ground floor are vaulted by groined vaults on simple pilasters; only the northern corridor has cross-ribbed vaults on pilasters with Composite capitals. The doors to the rooms on this corridor have wooden frames and crowning panels of blue tiles. At the end of the northern wing, the former archive room, now a printing works, a three-aisled hall with fourteen Tuscan columns with reticulated and star vaults. At the end of the southern wing a small archive room, now a typing room, with four Tuscan columns and groined vaults. A third former archive room is located on the west side of the courtyard under the library and is now used as a canteen. Two heavy columns carry six bays with groined vaults. On the north-east corner of the building is the former concierge dwelling, recognisable externally by the sculpted dog heads in the drip moulding on either side of the door, symbolising vigilance. In the kitchen of the concierge dwelling a fireplace with walls decorated with 17th century tile panels. All rooms on the ground floor have masonry cross-ribbed or groined vaults. In the courtyard a wrought-iron ornamental lamp on a stone base. The corridors of the first storey are covered by beam ceilings on masonry arches, with the exception of the section by the minister's room and the ministerial council chamber, where a reticulated vault is used. The floor of the corridors consists of marble, decorated with a meander motif. The minister's room on the north-east corner has a beam ceiling on corbels and possesses neo-Renaissance style timber panelling. The fireplace has small marble columns, a sculpted acanthus frieze and a chimneypiece by A. van Strij from 1780. Above the doors on either side of the fireplace overmantels with grisailles in 18th century manner. On the Plein side, this room has a rectangular corbelled bay with corner pilasters fitted with Composite capitals. The furniture in this room comes from the ministerial council chamber. The adjacent room of the chamber attendant has a coffered ceiling, timber panelling and an overmantel with a portrait of King William III. The room of the state secretary has a coffered ceiling, timber panelling and fireplace, of which the chimneypiece has disappeared. The anteroom of the minister's room and the ministerial council chamber has above the doors a painting depicting Justice and two heraldic shields. The ministerial council chamber, which occupies the entire central section of the wing on the Plein side, has a rich coffered ceiling, timber panelling, a corbelled bay with wooden columns, whose shafts are decorated with fluting and whose capitals display the Corinthian order, two fireplaces with mantels of black and green marble with white marble capitals and busts in relief executed in the body. These represent King William III and Queen Emma, sculpted by B.J.W.M. van Hove. Above the doors on either side of the fireplace mantels overmantels and by N. van der Waaij, E.S. Witkamp Jr. and H.J. Haverman, depicting allegorical subjects. Furthermore in this room two dressers with caryatids designed by C. Peters. Two brass chandeliers, originating from this room, now hang in the rear staircase. On the west side of the courtyard is the library. Along the walls of this room, more than thirteen metres long, three galleries in wrought iron resting on wrought-iron corbels, with wrought-iron balusters as well. In one corner a wrought-iron spiral stair with newel and open-cast iron treads. The skylight contains a stained-glass window by the firm Nicolas of Roermond. On this storey, at the end of the southern wing, rooms no. XIV, XV and XVI have painted wooden ceilings from the 17th century, originating from the former Ministry of Justice building that stood on the site of the present building, the Huygenshuis and the Stadtholder's Quarter on the Binnenhof. The corridors on the second storey have parquet floors, with the exception of the section by the eastern staircase, where marble is used. The corridors are covered by beam ceilings on masonry arches. On the second storey, above the ministerial council chamber, is the Chamber of the High Nobility Council with a coffered ceiling, wide bay with wooden columns fitted with Composite capitals and a richly carved cabinet wall with decorated pilasters and panelled doors, dated 1881. Furthermore two fireplaces, the northern one of which has a mirror in carved frame and the southern one above the black marble mantel shows a sculpted panel containing the coat of arms quartering of King William III. The adjacent room, above the minister's room, is the former grace chamber. Here the decoration consists of a beam ceiling and a fireplace, dated 1880. Against the walls pilasters with capitals and sculpted heads. The natural stone fireplace has small marble columns. Rooms 36 and 37a on this storey, at the end of the southern wing, have painted beam ceilings from the 17th century. In the eastern corridor on the first storey, near the ministerial council chamber, two benches carved in neo-Renaissance style, formerly intended for the waiting public at audiences. A third bench, belonging to this set, now stands in the corridor on the second storey. Furthermore in this latter corridor a bench from the 17th century. In the corridor on the first storey a coat rack executed in iron and copper from the construction period of the ministry. All doors in the building still possess the authentic brass locks and handles.
Nearby in the register
- Regeringsgebouw, Plein 1Bestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
- Gedenkteken, Standbeeld Prins Willem IGedenktekenunder 1 mi
- Logement, Plein 4Horecaunder 1 mi
- Regeringsgebouw, Binnenhof 6Bestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.