Rijksmonumentenregister · Netherlands
Nijsinghhuis
Eelde, Drenthe, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Hoofdweg 80, 9761 EK Eelde (Tynaarlo 22)
- Place
- Eelde
- Municipality
- Tynaarlo
- Province
- Drenthe
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.13402, 6.56354
- Monument number
- 14492
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Lordship of Groninga. Groeninga Domini" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Woonhuis, plaatselijk bekend als schultenhuis, Nijsinghhuis of Oud Gemeentehuis en, getuige het jaartalanker 1654 op de zuidelijke schoorsteen, vermoedelijk in of omstreeks dat jaar gebouwd in opdracht van schulte (schout) Johan Alting ter plaatse van het oude schultenhuis. In 1670 kwam het huis in bezit van Jan Nysingh, die het als particulier woonhuis in gebruik nam. Omstreeks 1728 wordt de voorzijde van huis in opdracht van Lucas Nysingh verbouwd, bij welke gelegenheid het huis zijn huidige voorgevel in een vrij ingetogen Lodewijk XIV-stijl kreeg. Ook het inwendige van het voorhuis wordt gewijzigd en krijgt onder meer de in een barokke Daniël Marot-trant uitgevoerde schouw met spiegel, twee gebeeldhouwde figuren (Demeter en Vrouwe Justitia) en een schilderstuk (geschiedenis Vertumnus en Pomona). Het snijwerk is van de Groninger beeldhouwer Jan de Rijk. In de 19de eeuw is het huis lange tijd bewoond geweest door verschillende burgemeesters. In die periode veranderde er weinig aan het pand tot het moment waarop het in 1893 door de gemeente Eelde werd aangekocht en er vanaf 1896 het gemeentehuis in werd gevestigd. Na verlies van die functie in 1939, is het huis voor diverse doeleinden gebruikt waarbij het langzaam maar zeker in verval geraakte. In 1971 komt het in bezit van het echtpaar van Groeningen-Hazenberg, dat het in 1972-1973 ingrijpend laat restaureren. Bij gelegenheid van deze restauratie zijn onder meer de smalle kloostervensters in de achterste beuk in oude staat hersteld en kregen de vensters in de voorste beuk hun vroeg-18de-eeuwse roedenverdeling terug. Vanaf 1982 zijn in diverse ruimtes wand- en plafondschilderingen aangebracht. De voormalige raadzaal, de halwanden en de bibliotheek dragen schilderingen van Matthijs Röhling, die samen met Wout Muller tevens het plafond van de hal beschilderde. Muller was ook verantwoordelijk voor de schilderingen in een hal en een kabinet (de voormalige bijkeuken) in het achterhuis. Een van de kamers aan voorzijde is voorzien van schilderwerk van Olga Wiese. Clary Mastenbroek voorzag het 'Marie-Antoinettekamertje' van paneelschilderingen. De schildering in het koetshuis is van de hand van Pieter Pander. Hoewel deze wand- en plafondschilderingen in hoge mate het karakter van het huidige interieur meebepalen, kunnen zijn wegens te geringe ouderdom thans niet van rijkswege beschermd. Bij het huis behoren een aangebouwd, 18de-eeuws koetshuis (dat mede bescherming geniet) en een (na de restauratie van het huis) aangelegde tuin met een deels organische, deels formele aanleg naar ontwerp uit 1996 van Jorn Copijn. Deze tuin komt eveneens wegens te geringe ouderdom thans niet voor bescherming van rijkswege in aanmerking. Ook uit de jaren negentig van de vorige eeuw dateert het in organische architectuur gebouwde Museum voor figuratieve kunst De Buitenplaats, naar ontwerp van Architectenbureau Alberts en Van Huut. Ook dit wordt wegens te geringe ouderdom thans niet van rijkswege beschermd. Het ijzeren hek aan straatzijde, tenslotte, is niet oorspronkelijk. Reden waarom ook dit niet van rijkswege wordt beschermd.
Omschrijving
HUIS. Tweebeukig dwars pand op rechthoekige plattegrond, opgetrokken uit rode baksteen en gedekt door zadeldaken met blauwgeglazuurde Hollandse pannen tussen topgevels met vlechtingen en klein zandstenen schouderstuk; drie topschoorstenen met bord; vierde schoorsteen op nok achterhuis; ijzeren muurankers (schieters, sierankers en jaartalanker 1654); aan voorzijde classicistische halsgevel met gebeeldhouwde zandstenen vleugelstukken en driehoekig fronton met bekroning; bewerkte houten entreepui met zijlichten en Lodewijk XIV-snijwerk in bovenlicht met lantaarn. Aan weerszijden van de ingangspartij twee meerruitsramen onder hanenkam. In de zijgevels keldervensters, meerruitsramen, kloosterkozijnen met glas en luiken beneden en glas-in-lood boven alsook rechthoekige ramen met luik (beide onder ontlastingsboog en met zandstenen onder-, tussen- en bovendorpels) en, in de geveltoppen, kleine ronde openingen gevat in bewerkte terracotta omlijsting. In de achtergevel deur met bovenlicht en kloosterkozijnen als hierboven beschreven. INTERIEUR. Het interieur kent nog een aantal belangwekkende 17de- en 18de-eeuwse onderdelen. Daaronder een uit drie delen samengestelde via een vrije luie trap bereikbare kelder; twee delen met korfboogvormig gewelf, het derde met balkenplafond. De vloeren met geglazuurde estriken. Hal bevloerd met platen van Oberwezer zandsteen; deuren naar bibliotheek, voormalige raadzaal en achterhuis. In de vertrekken voornamelijk houten vloeren en, op de hal, houten plafonds. In de voormalige raadzaal met lambriseringen een schouw in Daniël Marot-trant met snijwerk van Jan de Rijk en een schilderstuk voorstellende Vertumnus en Pomona. In het achterhuis is onder meer van belang de keuken met vloer van Oberwezer zandsteen, betegeling (witjes en tableaus) en 19de-eeuwse koperen kranen en pompdelen. Voorts de opkamer met bedsteewand, balken met sleutelstukken en schouw met witbetegelde achterwand. De achtergang staat in verbinding met een grotendeels betimmerde en met nieuwe schilderingen verfraaide ruimte, die oorspronkelijk de functie van bijkeuken had. Aangebouwd KOETSHUIS, opgetrokken uit rode baksteen en gedekt door een met rode Hollandse pannen bedekt zadeldak tussen topgevels met kleine tuit; vlechtingen; staafankers. In de gevel aan straatzijde dubbele inrijdeuren, lichtgetoogd en onder hanenkam; erboven gevelsteen 1728; aan weerszijden rondboograam met ijzeren verdeling; in de geveltop gietijzeren roosvenster. In de langsgevel drie roosvensters als in voorgevel. In de achtergevel paneeldeur met geprofileerd kalf en bovenlicht met gietijzeren snijraam en twee meerruitsramen.
Waardering
WOONHUIS van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de ensemblewaarde. Het huis:
- heeft cultuurhistorische waarde als een bijzonder voorbeeld van een 17de-eeuws woonhuis met 18deeeuwse wijzigingen en een 20ste-eeuwse op onderdelen reconstruerende restauratie;
- is van belang vanwege de bijzondere bewonings- en gebruiksgeschiedenis;
- is van architectuurhistorisch belang vanwege de voor de verschillende (ver)bouwtijden kenmerkende vormgeving en detaillering alsmede vanwege het materiaalgebruik;
- is van architectuurhistorisch belang vanwege de samenhang (op onderdelen) tussen ex- en interieur;
- heeft ensemblewaarde als beeldbepalend onderdeel van de dorpsbebouwing;
- is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de (na restauratie) hoge mate van gaafheid van het exterieur en onderdelen van het interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Dwelling house, locally known as schultenhuis, Nijsinghhuis or Oud Gemeentehuis and, as evidenced by the date anchor 1654 on the southern chimney, presumably built in or around that year on the orders of schulte (schout) Johan Alting at the location of the old schultenhuis. In 1670 the house came into the possession of Jan Nysingh, who used it as a private dwelling. Around 1728 the front of the house was remodelled on the orders of Lucas Nysingh, on which occasion the house received its present front facade in a rather restrained Louis XIV style. The interior of the front house was also altered and acquired, among other things, the fireplace executed in a baroque Daniël Marot manner with mirror, two sculptured figures (Demeter and Lady Justitia) and a painted panel (the story of Vertumnus and Pomona). The carving is by the Groningen sculptor Jan de Rijk. In the 19th century the house was occupied for a long time by various mayors. During this period little changed to the building until it was purchased by the municipality of Eelde in 1893 and from 1896 the town hall was established in it. After losing that function in 1939, the house was used for various purposes, gradually falling into disrepair. In 1971 it comes into the possession of the married couple van Groeningen-Hazenberg, who have it thoroughly restored in 1972-1973. On the occasion of this restoration, among other things, the narrow cloister windows in the rear aisle were restored to their original state and the windows in the front aisle regained their early 18th-century glazing bars. From 1982 onwards, wall and ceiling paintings have been applied in various rooms. The former council chamber, the half-walls and the library bear paintings by Matthijs Röhling, who together with Wout Muller also painted the ceiling of the hall. Muller was also responsible for the paintings in a hall and a cabinet (the former scullery) in the rear house. One of the rooms at the front is furnished with paintings by Olga Wiese. Clary Mastenbroek provided the 'Marie-Antoinette room' with panel paintings. The painting in the coach house is by the hand of Pieter Pander. Although these wall and ceiling paintings to a large extent determine the character of the current interior, they cannot currently be protected by the national heritage authorities due to insufficient age. The house includes an adjoining, 18th-century coach house (which also receives protection) and a garden (laid out after the restoration of the house) with a partly organic, partly formal design based on a design from 1996 by Jorn Copijn. This garden likewise cannot currently be considered for national heritage protection due to insufficient age. Also dating from the nineteen-nineties of the previous century is the Museum voor figuratieve kunst De Buitenplaats, built in organic architecture, designed by Architectenbureau Alberts en Van Huut. This too is not currently protected by the national heritage authorities due to insufficient age. The iron gate on the street side, finally, is not original. For which reason this too is not protected by the national heritage authorities.
Description
HOUSE. Two-aisled transverse building on rectangular plan, built of red brick and covered by gabled roofs with blue-glazed Dutch tiles between stepped gables with diagonal buttressing and small sandstone shoulders; three ridge chimneys with board; fourth chimney on ridge of rear house; iron wall anchors (diagonal braces, ornamental anchors and date anchor 1654); on front side classicistic neck gable with sculptured sandstone wing pieces and triangular pediment with crest; moulded wooden entrance door with sidelights and Louis XIV carving in fanlight with lantern. On either side of the entrance bay two multi-light windows under chicken-head moulding. In the side facades cellar windows, multi-light windows, cloister windows with glass and shutters below and leaded glass above as well as rectangular windows with shutter (both under relieving arch and with sandstone lintels, mullions and sills) and, in the gable tops, small round openings set in moulded terracotta frames. In the rear facade door with fanlight and cloister windows as described above. INTERIOR. The interior still possesses a number of notable 17th- and 18th-century components. Among these a cellar composed of three parts, reached via a free open staircase; two parts with barrel-vaulted ceiling, the third with beam ceiling. The floors with glazed earthenware tiles. Hall paved with Oberwezer sandstone slabs; doors to library, former council chamber and rear house. In the rooms mainly wooden floors and, in the hall, wooden ceilings. In the former council chamber with wainscoting a fireplace in Daniël Marot manner with carving by Jan de Rijk and a painted panel depicting Vertumnus and Pomona. In the rear house important features include the kitchen with Oberwezer sandstone floor, tilework (plain white and decorative panels) and 19th-century copper taps and pump parts. Furthermore the drying room with bed wall, beams with key stones and fireplace with white-tiled back wall. The rear passage connects with a largely timber-lined space embellished with new paintings, which originally had the function of scullery. Adjoining COACH HOUSE, built of red brick and covered by a gabled roof between stepped gables with small spout gable; diagonal buttressing; rod anchors. In the facade on the street side double carriage doors, light arched and under chicken-head moulding; above it a stone tablet dated 1728; on either side a round-arched window with iron glazing bars; in the gable top a cast-iron grid window. In the side facade three grid windows as in front facade. In the rear facade a panel door with moulded panels and fanlight with cast-iron tracery window and two multi-light windows.
Valuation
DWELLING HOUSE of general importance by reason of its cultural-historical, architectural-historical and ensemble value. The house:
- has cultural-historical value as a particularly fine example of a 17th-century dwelling house with 18th-century alterations and a 20th-century restoration partly reconstructive in approach;
- is important by reason of its exceptional occupation and use history;
- is of architectural-historical importance by reason of the design and detailing characteristic of the various building periods and by reason of the use of materials;
- is of architectural-historical importance by reason of the coherence (in parts) between exterior and interior;
- has ensemble value as a characterising element of the village townscape;
- is furthermore important by reason of its recognisability and (after restoration) the high degree of integrity of the exterior and parts of the interior.
Nearby in the register
- Kerk, Hoofdweg 74Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kosterswoning, Kosterijweg 6Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Archeologie, Eelde Borgstukken;De Waterburcht Eelde (Tynaarlo 22)Archeologieunder 1 mi
- GemeentehuisBestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.