TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Bomvrij militair object, Betonnen werken rond Fort Everdingen Culemborg

Culemborg, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bomvrij militair object
Category
onroerend gebouwd
Address
Betonnen werken rond Fort Everdingen Culemborg
Place
Culemborg
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.96335, 5.18340
Part of complex
531691
Monument number
531694

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Cluster 502.

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE

Inleiding

GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P nabij Fort Everdingen als in de mobilisatieperiode 1939-1940 aan bestaande lineaire en accesverdediging met loopgravenstelsels en dergelijke toegevoegde onderdelen. Op meerdere locaties rond en ten zuiden van Fort Everdingen bevinden zich groepsschuilplaatsen Type P. Een deel hiervan ligt in lineair verband langs de oostzijde van de Diefdijk. Oeverwerken langs de Lek hebben ten gevolge gehad dat een deel van de Groepsschuilplaatsen type P in het complex Betonnen Werken rond Fort Everdingen op kunstmatige eilandjes of landtongen is komen te liggen en is verzakt, waardoor deze exemplaren moeilijk als zodanig zijn te herkennen. Groepsschuilplaatsen Type P zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp in de jaren 1939-1940 op meerdere plaatsen in Nederland gebouwd. Ze komen in ieder geval in groten getale voor aan het Zuidfront van de zogenoemde Vesting Holland (aan de Nieuwe Merwede en het Hollandsch Diep) en op diverse plaatsen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie - toen het Oostfront van de Vesting Holland genoemd (onder meer in het gebied tussen Fort Rijnauwen en Fort Vechten (Houtense Vlakte) en op en bij Fort Everdingen). Het totaal aantal gebouwde exemplaren bedraagt circa 700, waarvan ongeveer 570 in de Nieuwe Hollandse Waterlinie; het merendeel (circa 400) hiervan bestaat nog. Het bouwprogramma van de groepsschuilplaatsen Type P was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nog niet afgerond en een aantal exemplaren is nooit voltooid. Type P (vanwege de markante vorm ook wel 'de piramide' genoemd) is vermoedelijk het meest bekende type betonnen verdedigingswerk in Nederland. Het type kwam voort uit het zogenoemde VIS 77 (Voorschrift Inrichten Stellingen no. 77), uit 1928, en had onder meer als bestemming deel uit te maken van de verdediging van een aantal (nieuwe) accessen, waaronder vooral (autosnel)wegen en geëlektrificeerde spoorwegen. De Groepsschuilplaats Type P kwam gewoonlijk tot stand in de directe nabijheid van reeds bestaande of in dezelfde tijd gerealiseerde kazematten, geschutsopstellingen, versterkingen of loopgraven. Doordat de loopgraven en andere (aard)werken later vrijwel overal zijn geëffend of gesloopt, liggen de betonnen schuilplaatsen tegenwoordig nogal eens voor een deel beneden het maaiveld of juist - onbedoeld - markant in het zicht. De van oudsher geheel gesloten voorzijde of frontzijde van de Groepsschuilplaatsen Type P was in veel gevallen gedekt door aardwerken die deel konden uitmaken van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of van een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of nog slechts met moeite herkenbaar, maar met name op forten of in anderszins geaccidenteerd terrein zijn ze soms nog wel aanwezig. Er zijn talrijke exemplaren van het Type P gebouwd in inundeerbare gebieden, waarbij in een aantal gevallen een nu nog zichtbare paalfundering is toegepast; bij andere is een rondom uitstekende funderingsplaat of ook wel een trog tegen inundatiewater zichtbaar. In het zuidelijk oevergebied en de uiterwaarden van de Lek rondom Fort Everdingen zijn in het kader van dijkverzwaring ingrijpende werken uitgevoerd, waardoor een deel van de betonnen werken in een gebied van nieuwe natuur is komen te liggen, met onder meer eilandjes en landtongen. Hier zijn de betonnen werken soms (moeilijk) zichtbaar.

Omschrijving

GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn éénlaagse, gewoonlijk in gewapend, circa 100 tot 180 cm dik gietbeton uitgevoerde, granaatvrije, militaire onderkomens, die beschutting konden bieden aan 10-12 manschappen infanterie / artillerie. Groepsschuilplaatsen Type P zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan, bij maten van ongeveer 5.70 X 7.20 X 4.70 m in de uitvoering W 21-28. De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert. De beide blinde zijgevels en de keelzijde zijn tot op ongeveer 3 m hoogte verticaal uitgevoerd. Daarboven gaan deze gevels met een knik van ongeveer 45 0 naar binnen, om vervolgens over te gaan in een vlakke dekking. Rechts in de keelzijde is op plaatselijk verschillende hoogte boven maaiveld een (later al dan niet dichtgezette) toegangsopening. De in zijn geheel verticale, gesloten frontzijde weerspiegelt de hoeken van 45 0 en eindigt dus als een 'afgeknotte puntgevel'. In een aantal gevallen zijn in de gevel(s) ijzeren haken of beugels meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. Een kenmerkend onderdeel bovenop de schuilplaats type P is de conische, betonnen 'uitlaat', die bestemd was voor toepassing van een periscoop. Deze periscopen zijn in de praktijk echter nooit aangebracht. Het interieur van Groepsschuilplaatsen Type P bestaat uit een korte gang (meestal met een betonnen keermuur of balustrade en gewoonlijk enkele neergaande treden) en een van daaruit naar links gerichte 'sluis' die afgrendelbaar moest zijn door een (uit meerdere delen bestaande) zware, stalen deur met grendels. Via een tweede, vergelijkbare deur kon rechtsom een achterliggende, vrijwel vierkante ruimte worden bereikt, de echte schuilplaats. De toegang kon vanuit deze ruimte worden bestreken door een schietgat. De stalen deuren zijn echter zelden of nooit geplaatst en de ingangen zijn later vaak dichtgezet met baksteen en gepleisterd. De op circa twee meter boven vloerniveau gelegen plafonds zijn vlak en rechthoekig. In een aantal gevallen zijn nog interieuronderdelen aanwezig, zoals (resten van) houten banken, schietgatafsluitingen of een steun voor het vuurwapen voor de bestrijking van de ingang. De Groepsschuilplaatsen type P bij Fort Everdingen liggen voor een belangrijk deel in lineair verband langs de oostzijde van de Diefdijk, maar ook zijn er enkele verspreid voorkomende exemplaren. Een aantal ervan is duidelijk in het veld herkenbaar, maar andere zijn verzakt en / of liggen op eilandjes of kunstmatige landtongen en liggen ten dele onder water als gevolg van oeverwerken langs de Lek.

Waardering

GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de en 20ste eeuw), c. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw).

Het betreft hier onderdelen uit de periode 1939-1940. Deze onderdelen zijn voorbeelden van gewapend betonnen manschappenschuilplaatsen, thans zonder aarden dekking.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar als elementen van een gedeconcentreerde verdediging(slijn) zijn toegevoegd aan het bestaande fortificatiestelsel.

* De onderdelen zijn redelijk gaaf bewaard en laten zich, vooral voor zover ze niet in het heringerichte oevergebied van de Lek liggen, nog goed als gebouwde onderdelen in het veld herkennen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Cluster 502.

NEW HOLLAND WATER LINE

Introduction

GROUP SHELTERS TYPE P near Fort Everdingen as in the mobilisation period 1939-1940 added components to existing linear and access defence with trench systems and similar. Group shelters Type P are located at multiple sites around and south of Fort Everdingen. Part of these lie in linear arrangement along the eastern side of the Diefdijk. Bank works along the Lek have resulted in part of the Group shelters type P in the complex Concrete Works around Fort Everdingen coming to lie on artificial islands or land tongues and having subsided, making these specimens difficult to recognise as such. Group shelters Type P were built in the 1939-1940 period according to more or less uniform or standard design at multiple locations in the Netherlands. They occur in large numbers in any case on the Southern Front of the so-called Fortress Holland (on the Nieuwe Merwede and the Hollandsch Diep) and at various locations in the New Holland Water Line - then called the Eastern Front of Fortress Holland (including in the area between Fort Rijnauwen and Fort Vechten (Houtense Vlakte) and on and near Fort Everdingen). The total number of built specimens is approximately 700, of which about 570 in the New Holland Water Line; the majority (approximately 400) of these still exist. The construction programme for group shelters Type P had not been completed at the outbreak of the Second World War and a number of specimens were never completed. Type P (also known as 'the pyramid' due to its distinctive form) is presumed to be the best-known type of concrete fortification in the Netherlands. The type resulted from the so-called VIS 77 (Regulations for the Setting Up of Positions no. 77), from 1928, and had among other things the purpose of forming part of the defence of a number of (new) accesses, including in particular (motor)ways and electrified railways. The Group Shelter Type P usually came into being in the immediate vicinity of already existing or at the same time constructed casemates, gun emplacements, fortifications or trenches. Because the trenches and other (earthwork) structures were subsequently demolished or removed almost everywhere, the concrete shelters nowadays often lie partly below ground level or conversely - unintentionally - markedly in sight. The hitherto entirely closed front or facing side of the Group Shelters Type P was in many cases covered by earthworks which could form part of a glacis to protect the trench or of a covered way. These earthworks are now mostly no longer present or only with difficulty recognisable, but particularly on forts or in otherwise broken terrain they are sometimes still present. Numerous specimens of Type P were built in inundatable areas, in a number of cases with a now still visible pile foundation; in others a protruding foundation plate all around or also a trough against inundation water is visible. In the southern bank area and floodplains of the Lek around Fort Everdingen, far-reaching works have been carried out in the context of dike reinforcement, causing part of the concrete works to come to lie in an area of new nature, with among other things islands and land tongues. Here the concrete works are sometimes (with difficulty) visible.

Description

GROUP SHELTERS TYPE P are single-storey, usually in reinforced, approximately 100 to 180 cm thick cast concrete executed, shell-proof, military shelters, which could provide protection for 10-12 men of infantry / artillery. Group shelters Type P were built on a rectangular floor plan, with dimensions of approximately 5.70 X 7.20 X 4.70 m in the version W 21-28. The visible height above ground level varies. Both blind side walls and the rear wall are executed vertically to approximately 3 m height. Above this these walls go inward with a kink of approximately 45 degrees, and then transition to a flat roof. On the right of the rear wall is at locally varying height above ground level an (access opening later either sealed or not). The entirely vertical, closed front side reflects the angles of 45 degrees and thus ends as a 'truncated pointed gable'. In a number of cases iron hooks or brackets were cast into the wall(s) which could serve to secure camouflage material. A characteristic component on top of the shelter type P is the conical, concrete 'outlet', which was intended for the application of a periscope. These periscopes were in practice however never installed. The interior of Group Shelters Type P consists of a short corridor (usually with a concrete retaining wall or balustrade and usually some descending steps) and from there a 'lock' directed to the left which was to be capable of being sealed by a (consisting of several parts) heavy, steel door with bolts. Via a second, comparable door the right-hand course led to a rear lying, virtually square space, the actual shelter. Access to this space could be covered by a firing port. The steel doors were however rarely or never installed and the entrances were later often sealed with brick and plastered. The ceilings lying at approximately two metres above floor level are flat and rectangular. In a number of cases interior components are still present, such as (remains of) wooden benches, firing port closures or a rest for the firearm for covering the entrance. The Group shelters type P near Fort Everdingen lie for an important part in linear arrangement along the eastern side of the Diefdijk, but also there are some scattered specimens. A number of these are clearly recognisable in the field, but others have subsided and / or lie on islands or artificial land tongues and lie partly under water as a result of bank works along the Lek.

Valuation

GROUP SHELTERS TYPE P are of general importance because of:

* Cultural historical values as part of the New Holland Water Line as it was designed by C.R.T. Kraijenhoff and first built from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others for approximately 125 years.

* Architectural historical values, in particular as an expression of military-strategic building science, which is based on: a. the system of inundation and access defence (19th and 20th century), b. the race with increasingly strengthening offensive means (19th and 20th century), c. the system of 'live' field fortification in depth (20th century).

These are components from the 1939-1940 period. These components are examples of reinforced concrete personnel shelters, now without earthen covering.

* Ensemble value and situational values as part of the New Holland Water Line. Also because of the functional and physical connection with the other components of the complex.

* The components are representative (characteristic) because they are clearly recognisable as elements of a deconcentrated defence (line) added to the existing fortification system.

* The components are reasonably well preserved and, particularly insofar as they do not lie in the redesigned bank area of the Lek, are still clearly recognisable in the field as built components.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map