TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Bomvrij militair object, Werk aan de Groeneweg

Schalkwijk, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bomvrij militair object
Category
onroerend gebouwd
Address
Werk aan de Groeneweg, Houten, Schalkwijk Schalkwijk (Houten 26)
Place
Schalkwijk
Municipality
Houten
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.97539, 5.18711
Part of complex
531640
Monument number
531644

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Cluster 62. Groepsschuilplaatsen type P.

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE Inleiding

GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P als onderdeel van lineaire en accesverdediging met loopgravenstelsels, kazematten en dergelijke. Binnen het Werk aan Groeneweg bevinden zich talrijke groepsschuilplaatsen Type P. Van de nog bestaande exemplaren zijn de meeste in lineair verband tot stand gekomen, waarvan het merendeel aan de frontzijde of oostzijde van de bestaande verdedigingslinie met groepsschuilplaatsen typen 1918/I en 1918/II is gelegen. Van eventuele voormalige aard-, houten of betonnen werken, zoals gedekte wegen, loopgraven en dergelijke is weinig of niets meer aan de oppervlakte te herkennen. Een onbekend aantal exemplaren van de groepsschuilplaatsen type P in dit complex is in de loop der jaren verloren gegaan door verlegging van dijken, uitbreiding van nederzettingen en dergelijke.

(Betonnen) groepsschuilplaatsen vormden een antwoord op de komst van zware projectielen en brisante granaten. Deze laatste hebben een hoogexplosieve lading. Naar gelang de zwaarte van de granaat en de bescherming daartegen bestaat er sinds 1928 een classificatie in weerstands- of dekkingsklassen, bestaande uit twee getallen, bv. W 12-15. Het eerste geeft aan dat de dekking voldoende is voor inslagen van projectielen tot dat kaliber (in cm); het tweede dat ook bescherming bestaat tegen één of ten hoogste enkele inslagen tot dit hogere kaliber. De vroegste typen groepsschuilplaatsen boden slechts bescherming tegen granaatscherven en werden 'scherfvrij' genoemd. Groepsschuilplaatsen type P zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp (vooral) in de jaren 1939-1940 op meerdere plaatsen in Nederland gebouwd. Het totaal aantal gebouwde exemplaren bedraagt circa 700, waarvan rond 570 in de Nieuwe Hollandse Waterlinie; het merendeel (circa 400) hiervan bestaat nog. Het bouwprogramma van de schuilplaatsen Type P was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet afgerond en een aantal exemplaren is zichtbaar onvoltooid gebleven. Type P (vanwege de markante vorm ook wel 'de piramide' genoemd) is vermoedelijk het meest bekende type betonnen verdedigingswerk in Nederland. Het type kwam voort uit het zogenoemde VIS 77 (Voorschrift Inrichten Stellingen no. 77), uit 1928, en had onder meer als bestemming deel uit te maken van de verdediging van een aantal bestaande en nieuwe accessen, waaronder vooral (autosnel)wegen. De groepsschuilplaats Type P kwam gewoonlijk tot stand in de directe nabijheid van bestaande of in dezelfde tijd gerealiseerde kazematten, geschutsopstellingen, versterkingen of loopgraven. Doordat de loopgraven en andere aardwerken later vrijwel overal zijn geëffend, liggen de betonnen schuilplaatsen tegenwoordig soms voor een deel beneden het maaiveld. De van oudsher geheel gesloten voorzijde of frontzijde van de groepsschuilplaatsen Type P was beoogd te worden gedekt door aardwerken, die deel konden uitmaken van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of nog slechts met moeite herkenbaar, maar met name op forten of in anderszins door reliëf gekenmerkt terrein bestaat er soms nog wel dekking. Er bestaan diverse varianten van het Type P, zowel qua maatvoering en dekkingsklasse als in uitvoering en detaillering. Zo zijn er exemplaren gebouwd in de dekkingsklassen W 15-21 en W 21-28 bij maten die uiteenlopen van circa 5,50 x 7,20 x 4,70 m tot 6,50 x 8,20 x 4.90 m (b x d x h). Er zijn talrijke exemplaren van het Type P gebouwd in inundeerbare gebieden, waarbij in een aantal gevallen een (later zichtbaar geworden) paalfundering is toegepast, terwijl vaak een keermuur en incidenteel een trog met trap tegen inunderingswater is ingebracht in de dan hoog gelegen, vierkante toegang. Bij nog andere varianten van type P is een rondom uitstekende betonnen funderingsplaat aanwezig.

Omschrijving

GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn éénlaagse, gewoonlijk in gewapend, circa 100 tot 180 cm dik gietbeton uitgevoerde, granaatvrije, militaire onderkomens, die beschutting konden bieden aan 10-12 manschappen infanterie / artillerie. Op het acces van de Houtense Vlakte en de Kromme Rijn behoren de meeste groepsschuilplaatsen type P tot de zwaarste klasse. De groepsschuilplaatsen Type P zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan. De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert dit is mede het gevolg van het feit dat niet alle exemplaren zijn voltooid. De beide blinde zijgevels en de keelzijde zijn tot op ongeveer 3 m hoogte verticaal uitgevoerd. Daarboven gaan deze gevels met een knik van ongeveer 45 0 naar binnen, om vervolgens over te gaan in een vlakke dekking. Rechts in de keelzijde is op plaatselijk verschillende hoogte boven maaiveld een (later al dan niet dichtgezette) toegangsopening. De in zijn geheel verticale, gesloten frontzijde weerspiegelt de hoeken van 45 0 en eindigt dus als een 'afgeknotte puntgevel'. In een aantal gevallen zijn in de gevel(s) ijzeren haken of beugels meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. Een kenmerkend onderdeel bovenop de schuilplaats type P is de conische, betonnen 'uitlaat', die bestemd was voor toepassing van een periscoop. Deze periscopen zijn in de praktijk nooit aangebracht. Het interieur van de groepsschuilplaatsen Type P bestaat uit een korte gang (meestal met een betonnen keermuur of balustrade en gewoonlijk enkele neergaande treden) en een van daaruit naar links gerichte 'sluis' die afgrendelbaar was door een (uit meerdere delen bestaande) zware, stalen deur met grendels. Via een tweede, vergelijkbare deur kon rechtsom een achterliggende, vrijwel vierkante ruimte worden bereikt, de echte schuilplaats. De toegang kon vanuit deze ruimte worden bestreken door een schietgat. De stalen deuren zijn buiten de ook na de Tweede Wereldoorlog nog door Defensie gebruikte terreinen vaak niet meer aanwezig of ze zijn onzichtbaar als gevolg van het met baksteen of beton dichtzetten van de groepsschuilplaatsen. De op circa twee meter boven vloerniveau gelegen plafonds zijn vlak en rechthoekig. In een aantal gevallen zijn nog interieuronderdelen aanwezig, zoals (resten van) houten banken of een steun voor een handvuurwapen voor de bestrijking van de ingang. De meeste exemplaren binnen het complex Werk aan de Groeneweg liggen goed herkenbaar in het veld - in een aantal gevallen in een tamelijk verstoorde context - maar enkele staan op moeilijk toegankelijke of weinig herkenbare plaatsen, zoals in tuinen, en op kwetsbare plaatsen, zoals in de uiterwaarden van de Lek.

Waardering

De GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P van het Werk aan de Groeneweg zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op het systeem van: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (20ste eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw), c. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw).

Het betreft hier onderdelen uit de periode 1939-1940, namelijk tientallen groepsschuilplaatsen van het type P (piramide).

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het algemeen en vanwege de onderlinge functionele, functioneel-ruimtelijke en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze in groten getale en duidelijk herkenbaar in het veld bewaard zijn gebleven.

* De onderdelen zijn redelijk gaaf bewaard omdat de voornaamste fysieke kenmerken herkenbaar aanwezig zijn gebleven.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Cluster 62. Group shelters type P.

NEW HOLLANDSE WATERLINIE Introduction

GROUP SHELTERS TYPE P as part of linear and access defence with trench systems, casemates and the like. Within the Werk aan Groeneweg numerous group shelters Type P are located. Of the still existing specimens, most were created in linear arrangement, the majority of which are situated on the front side or east side of the existing defence line with group shelters types 1918/I and 1918/II. Of any former earthwork, wooden or concrete structures, such as covered roads, trenches and the like, little or nothing remains recognisable on the surface. An unknown number of specimens of group shelters type P in this complex have been lost over the years through dyke relocation, settlement expansion and the like.

(Concrete) group shelters were a response to the arrival of heavy projectiles and explosive grenades. The latter carry a high-explosive charge. According to the weight of the grenade and the protection against it, a classification in resistance or protection classes has existed since 1928, consisting of two numbers, for example W 12-15. The first indicates that the protection is sufficient for impacts of projectiles up to that calibre (in cm); the second that protection also exists against one or at most a few impacts up to this higher calibre. The earliest types of group shelters offered only protection against grenade fragments and were called 'shrapnel-proof'. Group shelters type P were, according to a more or less uniform or standard design, built in multiple locations in the Netherlands especially in the years 1939-1940. The total number of built specimens amounts to approximately 700, of which around 570 in the Nieuwe Hollandse Waterlinie; the majority (approximately 400) of these still exist. The construction programme of the Type P shelters was not completed by the outbreak of the Second World War and a number of specimens remain visibly unfinished. Type P (also called 'the pyramid' because of its distinctive shape) is presumably the best-known type of concrete defence work in the Netherlands. The type derived from the so-called VIS 77 (Regulation for Establishing Positions no. 77), from 1928, and had among other purposes the aim of forming part of the defence of a number of existing and newly realised accesses, including in particular (motorway) roads. The group shelter Type P usually came into being in the immediate vicinity of existing or contemporaneously realised casemates, gun emplacements, fortifications or trenches. Because the trenches and other earthworks were later levelled almost everywhere, the concrete shelters nowadays sometimes lie partly below ground level. The originally completely closed front or frontal side of the group shelters Type P was intended to be covered by earthworks, which could form part of a glacis for protection of the trench or a covered road. These earthworks are now mostly no longer present or barely recognisable, but particularly on forts or in terrain otherwise characterised by relief there is sometimes still coverage. Various variants of Type P exist, both in terms of dimensions and protection class as in execution and detailing. For example, specimens were built in the protection classes W 15-21 and W 21-28 with dimensions ranging from approximately 5.50 x 7.20 x 4.70 m to 6.50 x 8.20 x 4.90 m (w x d x h). Numerous specimens of Type P were built in inundatable areas, in a number of cases with a (later visible) pile foundation, while often a retaining wall and occasionally a trough with stairs against inundation water was incorporated in the then elevated, square access. In yet other variants of type P a concrete foundation slab projecting all around is present.

Description

GROUP SHELTERS TYPE P are single-storey, usually reinforced, approximately 100 to 180 cm thick cast concrete, splinter-proof, military shelters, which could provide protection for 10-12 infantrymen / artillerymen. On the access of the Houtense Vlakte and the Kromme Rijn most group shelters type P belong to the heaviest class. The group shelters Type P were built on a rectangular ground plan. The visible height above ground level varies; this is also a consequence of the fact that not all specimens are completed. Both blind side walls and the rear side are executed vertically up to approximately 3 m in height. Above this these walls slope inward at approximately 45° before passing into a flat roof. On the right in the rear side is an access opening at locally varying height above ground level, later either closed off or left open. The entirely vertical, closed front side reflects the 45° angles and thus ends as a 'truncated pointed gable'. In a number of cases iron hooks or brackets were cast into the facade(s) which could serve for attachment of camouflage material. A characteristic component on top of the shelter type P is the conical concrete 'outlet', which was intended for the use of a periscope. These periscopes were never actually installed in practice. The interior of the group shelters Type P consists of a short passage (usually with a concrete retaining wall or balustrade and generally a few descending steps) and from there a 'sluice' directed to the left which could be barred by a (consisting of several parts) heavy, steel door with bolts. Via a second, similar door a rear, almost square room could be reached to the right, the actual shelter. The entrance could be covered by loophole fire from this room. The steel doors are often no longer present outside of the terrain still used by Defence even after the Second World War, or they are invisible as a result of the sealing off of the group shelters with brick or concrete. The ceilings located at approximately two metres above floor level are flat and rectangular. In a number of cases interior components are still present, such as (remains of) wooden benches or a support for a hand firearm for covering the entrance. Most specimens within the complex Werk aan de Groeneweg lie clearly recognisable in the field - in a number of cases in a fairly disturbed context - but some stand in difficult of access or poorly recognisable places, such as in gardens, and in vulnerable places, such as in the floodplains of the Lek.

Valuation

The GROUP SHELTERS TYPE P of the Werk aan de Groeneweg are of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially from 1815 realised by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others for approximately 125 years.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic building, which is based on the system of: a. the system of inundation and access defence (20th century), b. the race with increasingly strong offensive means (20th century), c. the system of 'living' field fortification in depth (20th century).

These are components from the period 1939-1940, namely dozens of group shelters of type P (pyramid).

* Ensemble value and situational values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie in general and because of the mutual functional, functionally-spatial and physical coherence with the remaining components of the complex.

* The components are representative (characteristic) because they have been preserved in large numbers and clearly recognisable in the field.

* The components are reasonably well preserved because the principal physical characteristics have remained recognisable.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map