Rijksmonumentenregister · Netherlands
Noordpoldergemaal
Muiden, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gemaal
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1892
- Address
- Noordpolderkade 1, 1398 PD Muiden (Gooise meren 27)
- Place
- Muiden
- Municipality
- Gooise meren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.32865, 5.07562
- Part of complex
- 531322
- Monument number
- 531328
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1891 map "Amsterdam" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Cluster 2. Gemaal met rest duiker en inlaat.
NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE
Inleiding
GEMAAL MET REST DUIKER EN INLAAT als uit het einde van de 19e eeuw daterende en in het Interbellum ten behoeve van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangepaste toevoeging aan het bestaande verdedigingssysteem door inundaties. Het gemaal met rest duiker en inlaat ligt bij het noordwestelijke uiteinde van de Naarder Trekvaart, in de noordoostelijke oksel van de T-kruising van de Noordpolderkade en de Noordpolderweg. Het verdedigingssysteem van de Nieuwe Hollandse Waterlinie was in de eerste plaats gebaseerd op het gecontroleerd onder water zetten van (grote) terreinoppervlakken. Door middel van een ingenieus systeem van sluizen, duikers, dammen, keerkaden, dijkcoupures, enzovoort kon het noodzakelijke waterpeil snel en binnen nauwe grenzen gesteld en gehandhaafd worden. Deels werd daarvoor gebruik gemaakt van bestaande civiele waterhuishoudkundige bouwwerken. Soms werden de werken (sterk) aangepast aan de militaire eisen. Een beperkt deel van de werken werd speciaal ten behoeve van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gebouwd.
Het gemaal met duiker en inlaat behoort tot de categorie van de in het kader van de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot stand gebrachte bouwwerken: gemaal, duiker en inlaat zijn als één ontwerp tot stand gebracht. Het gemaal is in 1892 gebouwd om de Noordpolder Beoosten Muiden te bemalen, waarbij het ook kon worden ingezet om eventuele inundaties ongedaan te maken of te reguleren. De toegepaste sluis is een bijzonder type 'duikersluis'. Normaal gaat het om een afsluitbare koker onder een weg, door een dijk of dam voor het beheerst door- en/of afvoeren of het inlaten van water. Hier maakte de inundatieduiker echter deel uit van de fundering van het gemaal, terwijl de uitloop naar het kanaal werd overkluisd door een brug. Het water dat via de duikersluis of koker in de polder kon worden ingelaten, kwam vanuit het hoofdinundatiestation aan de Zuiderzee (IJsselmeer), via de grachten van de vesting Muiden in de Naarder Trekvaart.
Het gemaal is tot stand gekomen nabij een oude molenplaats. De molen zorgde van oudsher voor het waterbeheer in de Muiderpolder. De Muiderpolder wordt door de Naarder Trekvaart verdeeld in de Noordpolder Beoosten Muiden en de Zuidpolder Beoosten Muiden. De molen in de Noordpolder werd in 1892 opgevolgd door een stoomgemaal met inwendig scheprad, dat in 1935 is gemoderniseerd door plaatsing van een schroefpomp en een dieselmotor. Deze laatste is op zijn beurt - kort na de oorlog - vervangen door elektrische aandrijving. De schoorsteen, die rechts echter het gemaal stond, is gesloopt. Het vroegere opvoerwerktuig (het scheprad) was afkomstig van de Goudsche Machinefabriek; civiel ingenieur en ontwerper van het gemaal was H. Paul uit Gouda en de aannemer van de bouw was C. van Tilburg.
Het gemaal rust op drie parallelle kokers, waarvan de meest linkse ruimte gaf aan het scheprad en de bijbehorende waterinlaat en -uitloop, terwijl de beide andere als fundament van de stoominstallatie dienden. De middelste koker stond in afsluitbare verbinding met de inlaat en de uitlaat en vormde de inundatie-inlaat voor de polder. Bij de wijziging van het gemaal is ter plaatse van het scheprad een schroefpomp geïnstalleerd, waarmee het uit te malen water omhoog werd gezogen tot boven het vloeroppervlak, om daarna in de trekvaart te worden geloosd. Schroefpompen zijn omstreeks 1910 uitgevonden en werden in 1919 in Nederland geïntroduceerd. De ruimte voor het rad was toen overbodig, maar het buitenwerk van het gemaal op kanaalniveau rond de uitlaat van de pomp moest waterkerend worden gemaakt. De parallelle waterinlaat bleef hierbij intact. De uitloop van het gemaal naar de Naarder Trekvaart is in 2007 verwijderd en de oever is dichtgezet; het deel onder het gemaal, gevormd door de uitloop van de pomp, is gehandhaafd, net als de inundatieduiker onder het gemaal en - achter het gemaal - de verbinding met de inlaat. De zich iets verwijdende uitloop besloeg de volle breedte van de dijk, tot aan de voorgevel van het gemaal. Het verwijderde deel omvatte twee gemetselde (en gecementeerde) hoofden in de kanaaloever - toen verbonden door een brugdek met stenen of betonnen balustrade. Nu is er weinig of niets meer aan de kanaaloever te herkennen dat aan de uitlaat of de inundatieduiker herinnert, maar vermoedelijk is een deel van de waterinlaat aan de kanaalzijde nog onder het wegdek aanwezig.
De voorgevel van het gemaal moest vanwege moedwillig door de bezetter veroorzaakte oorlogsschade (om inundatie van de Noordpolder in de laatste oorlogsmaand te forceren) worden vernieuwd, waarbij de indeling is gewijzigd. Vóór het toebrengen van de schade was de voorgevel geblokt gecementeerd en voorzien van getoogde gevelopeningen op de begane grond en een radvenster in de tuitgevel. Buiten de voorgevel bleef het 19de-eeuwse gemaal, met de inventaris zoals die kort na de oorlog is geïnstalleerd, grotendeels behouden. Het (latere) opschrift op de vernieuwde voorgevel luidt: 'Noordpolder / 1892'. Omstreeks 2010 is de topgevel van de frontzijde onder meer voorzien van windveren en een makelaar. In de topgevel aan de achterzijde is een rond venster met diagonale kruisverdeling ingebracht. In de zomer van 2012 is de inundatieschuif links aan de voet van de voorgevel gedeeltelijk gereconstrueerd. Hierbij is het op de zolder van het gemaal terug gevonden, authentieke windwerk waarmee een schuif in de afsluiting van de inundatiekoker kon worden geheven, herplaatst en is de draaibare afsluiting van de koker tot enige decimeters diepte onder het maaiveld in hardhout gereconstueerd. Twee lage gemetselde muurtjes - waarvan één kwartrond - vormen een reminiscentie van de ondergrondse doorlaten van de beide kokers; een gereconstrueerd houten dek vormt een vlonder tussen beide muurtjes. De voorgevel is tegelijkertijd voorzien van een in cement uitgevoerde plint.
Omschrijving
GEMAAL nabij het noordwestelijk uiteinde van de Naarder Trekvaart, dat als civiel bouwwerk in één ontwerp tot stand kwam met een uitsluitend militaire inundatieduiker en inlaat en dat als zodanig zeldzaamheidswaarde bezit. Het voormalig stoomgemaal, gebouwd op een vrijwel vierkante plattegrond van ca. 7,75 x 8,25 m, is uitgevoerd in baksteen en wordt gedekt door een met gesmoorde holle pannen belegd zadeldak, met de nok haaks op de vaart. De indeling van de gevel aan de vaart is bij het naoorlogs herstel gewijzigd: een centrale getoogde toegang en twee grote getoogde vensters zijn vervangen door drie kleinere, betonnen, getoogde vensters. De plint is in iets donkerder steen uitgevoerd; in de topgevel een rond venster met diagonale kruisverdeling. Een vergelijkbaar getoogd venster in de linker zijgevel is op vergelijkbare wijze verkleind. Rechts van dit venster een grote gedenksteen van de eerstesteenlegging, op 18 juli 1892. In de rechter gevel is links een getoogde toegang gehandhaafd, terwijl rechts een rechthoekig venster is ingebracht. De achtergevel bevat een centrale, getoogde toegang met opgeklampte deur en rechts hiervan een groot, getoogd venster met ijzeren roeden en natuurstenen dorpel. Rechtsonder is een getoogde waterinlaat met kwartronde rollaag te zien. De binnenzijde van het kwartrond is in een latere bouwfase met baksteen dichtgezet. In het interieur onder meer een schroefpomp (Pannevis, Utrecht) en elektromotor (EMF, Dordt), een gele tegelwand met groene biezen, terrazzovloer en een met houten delen beschoten kap.
De REST DUIKER EN INLAAT bestaat uit een alleen voor militaire doeleinden gebouwde, gewelfde inundatiedoorvoer onder het gemaal, samen met een zichtbare en een niet meer zichtbare aansluiting hiervan op de civiele in- en de uitlaat van het gemaal. Het Gemaal Noordpolder rust op een fundering van een drietal parallelle gewelven, waarvan het linkse voorheen de in- en de uitlaat van het waterrad huisvestte, maar dat sinds een ombouw, in 1935, een schroefpomp draagt. De middelste van de drie gewelven is gebouwd als duiker en vormde de doorvoer van inundatiewater naar de polder. Aan kanaalzijde en aan polderzijde is aansluitend op het middelste duikergewelf een kwartronde, gemetselde verbinding gemaakt naar respectievelijk de uitloop en de inlaatkolk van het gemaal: samen vormden ze de inundatie-inlaat. Het kwartrond aan kanaalzijde was onder normale omstandigheden afgesloten door middel van schotbalken die ongeveer halverwege - dus 'kwartrond' waren aangebracht. De onderdelen aan deze zijde waren sinds 2007 niet meer zichtbaar, maar door gedeeltelijke reconstructie en herplaatsing van het authentieke windwerk, in 2012, is er nu wel weer sprake van een historisch beeld. Het gemetselde kwartrond aan de polderzijde, dat eindigt op het oorspronkelijk oostelijk hoofd van de inlaatkolk, en het westelijk hoofd van de inlaatkolk, zijn intussen onzichtbaar geworden als gevolg van oeverwerken. De kolk is gedurende de periode waarin het waterwerk functioneerde enkele meters verlengd. Het kwartrond was afsluitbaar door middel van een (verdwenen) schuif aan de achtergevel van het gemaal. De hoofden zijn voorzien van schotbalksponningen; de metselwerken van de hoofden en het kwartrond zijn verbonden door een loopvloer en de latere vleugelmuren door een brug met hekwerk. Waardering
Het GEMAAL MET REST DUIKER EN INLAAT is van algemeen belang vanwege:
* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.
* Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de en 20ste eeuw)
Het betreft hier een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde uiting van historische waterbouwkunde, namelijk een speciaal voor gebruik als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie geconstrueerde combinatie van een gemaal en een onderliggende duikergewelven als waterin- en uitlaten.
* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.
* Het onderdeel is een zeldzaam voorbeeld van een gemaal dat specifiek ten behoeve van militaire functies is in de fundering is voorzien van inundatieduiker.
* Het onderdeel is, ondanks moedwillige beschadiging door de Duitse bezetter, redelijk gaaf bewaard en laat zich in het veld, alsmede in het interieur tamelijk goed in zijn oorspronkelijke functie herkennen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Cluster 2. Pump station with relief culvert and inlet.
NEW HOLLANDSE WATERLINIE
Introduction
PUMP STATION WITH RELIEF CULVERT AND INLET dating from the end of the 19th century and adapted in the Interwar period for the Nieuwe Hollandse Waterlinie as an addition to the existing defence system through inundations. The pump station with relief culvert and inlet is located at the north-western end of the Naarder Trekvaart, in the north-eastern angle of the T-junction of the Noordpolderkade and the Noordpolderweg. The defence system of the Nieuwe Hollandse Waterlinie was primarily based on the controlled flooding of (large) terrain surfaces. By means of an ingenious system of locks, culverts, dams, overflow embankments, dike breaks, and so on, the necessary water level could be quickly and narrowly set and maintained. In part, use was made of existing civil water management structures. Sometimes the works were (substantially) adapted to military requirements. A limited portion of the works was specially built for the Nieuwe Hollandse Waterlinie.
The pump station with culvert and inlet belongs to the category of structures created in the framework of the Nieuwe Hollandse Waterlinie: pump station, culvert and inlet were created as one design. The pump station was built in 1892 to drain the Noordpolder Beoosten Muiden, and could also be used to undo or regulate any inundations. The applied lock is a special type of 'culvert lock'. Normally this involves a closable pipe under a road, through a dike or dam for controlled passage and/or discharge or the admission of water. Here, however, the inundation culvert formed part of the pump station's foundation, while the outlet to the canal was bridged over. The water that could be admitted to the polder via the culvert lock or pipe came from the main inundation station at the Zuiderzee (IJsselmeer), via the moats of the fortress Muiden into the Naarder Trekvaart.
The pump station came into being near an old mill site. The mill had long provided water management in the Muiderpolder. The Muiderpolder is divided by the Naarder Trekvaart into the Noordpolder Beoosten Muiden and the Zuidpolder Beoosten Muiden. The mill in the Noordpolder was succeeded in 1892 by a steam pump station with an internal scoop wheel, which was modernised in 1935 by the installation of a centrifugal pump and a diesel motor. The latter was in turn – shortly after the war – replaced by electric drive. The chimney, which stood to the right of the pump station, was demolished. The former lifting device (the scoop wheel) came from the Goudsche Machinefabriek; the civil engineer and designer of the pump station was H. Paul from Gouda and the contractor for the construction was C. van Tilburg.
The pump station rests on three parallel culverts, of which the leftmost provided space for the scoop wheel and the associated water inlet and outlet, while the other two served as the foundation of the steam installation. The middle culvert was in closable connection with the inlet and outlet and formed the inundation inlet for the polder. At the modification of the pump station, a centrifugal pump was installed in place of the scoop wheel, with which the water to be pumped out was sucked upward above the floor level, to then be discharged into the trekvaart. Centrifugal pumps were invented around 1910 and were introduced in the Netherlands in 1919. The space for the wheel was then superfluous, but the external work of the pump station at canal level around the pump outlet had to be made watertight. The parallel water inlet remained intact. The outlet of the pump station to the Naarder Trekvaart was removed in 2007 and the bank was closed off; the part under the pump station, formed by the outlet of the pump, was retained, as was the inundation culvert under the pump station and – behind the pump station – the connection to the inlet. The somewhat widening outlet covered the full width of the dike, up to the front facade of the pump station. The removed part comprised two masoned (and cemented) heads in the canal bank – then connected by a bridge deck with stone or concrete balustrade. Now there is little or nothing visible on the canal bank that recalls the outlet or the inundation culvert, but presumably part of the water inlet on the canal side is still present under the road surface.
The front facade of the pump station had to be renewed due to deliberate war damage caused by the occupier (to force inundation of the Noordpolder in the last month of war), whereby the layout was altered. Before the damage was inflicted, the front facade was block-cemented and provided with arched gable openings on the ground floor and a wheel window in the spout gable. Outside the front facade, the 19th-century pump station remained largely preserved, with the inventory as installed shortly after the war. The (later) inscription on the renewed front facade reads: 'Noordpolder / 1892'. Around 2010, the top gable of the front side was provided with weather vanes and a maker's mark, among other things. In the top gable on the rear side, a round window with diagonal glazing bars has been inserted. In the summer of 2012, the inundation gate on the left at the foot of the front facade was partially reconstructed. In doing so, the authentic winding mechanism found in the pump station's attic, with which a gate in the closure of the inundation culvert could be lifted, was repositioned and the rotating closure of the culvert was reconstructed to some decimetres depth below ground level in hardwood. Two low masoned walls – one of which is quarter-rounded – form a reminder of the underground passages of the two culverts; a reconstructed wooden deck forms a footbridge between the two walls. The front facade was simultaneously provided with a plinth executed in cement.
Description
PUMP STATION near the north-western end of the Naarder Trekvaart, which as a civil structure came into being in one design with an exclusively military inundation culvert and inlet and as such possesses rarity value. The former steam pump station, built on a virtually square plan of approximately 7.75 x 8.25 m, is executed in brick and is covered by a gabled roof lined with muffled hollow tiles, with the ridge perpendicular to the trekvaart. The layout of the facade facing the trekvaart was altered during post-war restoration: a central arched entrance and two large arched windows were replaced by three smaller, concrete, arched windows. The plinth is executed in slightly darker stone; in the top gable a round window with diagonal glazing bars. A similarly arched window in the left side facade has been similarly reduced. To the right of this window a large commemorative stone of the laying of the first stone, on 18 July 1892. In the right gable, on the left, an arched entrance has been retained, while on the right a rectangular window has been inserted. The rear facade contains a central, arched entrance with a clamped door and to its right a large, arched window with iron bars and a natural stone sill. Below right is an arched water inlet with a quarter-rounded roll moulding. The interior of the quarter-round has in a later construction phase been sealed with brick. In the interior, among other things, a centrifugal pump (Pannevis, Utrecht) and electric motor (EMF, Dordt), a yellow tiled wall with green bieze, terrazzo floor and a roof described with wooden parts.
The RELIEF CULVERT AND INLET consists of a vaulted inundation passage built solely for military purposes under the pump station, together with a visible and a no longer visible connection of this to the civil inlet and outlet of the pump station. The Gemaal Noordpolder rests on a foundation of three parallel vaults, of which the left formerly housed the inlet and outlet of the water wheel, but since a conversion in 1935 carries a centrifugal pump. The middle of the three vaults was built as a culvert and formed the passage of inundation water to the polder. On the canal side and on the polder side, adjoining the middle culvert vault, a quarter-rounded, masoned connection was made to respectively the outlet and the inlet chamber of the pump station: together they formed the inundation inlet. The quarter-round on the canal side was under normal circumstances closed by means of stop planks placed approximately halfway – thus 'quarter-round'. The components on this side have not been visible since 2007, but through partial reconstruction and relocation of the authentic winding mechanism in 2012, there is now again a historic image. The masoned quarter-round on the polder side, which ends at the original eastern head of the inlet chamber, and the western head of the inlet chamber, have meanwhile become invisible as a result of bank works. The chamber was extended several metres during the period in which the water works functioned. The quarter-round was closable by means of a (now disappeared) gate on the rear facade of the pump station. The heads are provided with stop plank slots; the masonry of the heads and the quarter-round are connected by a walkway and the later wing walls by a bridge with railing. Valuation
The PUMP STATION WITH RELIEF CULVERT AND INLET is of general importance because of:
* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realised from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others for approximately 125 years.
* Architectural-historical values in particular as an expression of military-strategic building, which is based on: a. the system of inundation and access defence (19th and 20th centuries), b. the race with strengthening offensive means (19th and 20th centuries)
This is an expression of historical water engineering related to military-strategic building, namely a combination of a pump station and an underlying culvert vault as water inlets and outlets specially constructed for use as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie.
* Ensemble value and situational values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex.
* The component is a rare example of a pump station that is specifically provided in its foundation with an inundation culvert for military functions.
* The component, despite deliberate damage by the German occupier, has been reasonably well preserved and can be fairly well recognised in the field, as well as in the interior, in its original function.
Nearby in the register
- Boerderij, Zuidpolderweg 3Boerderijunder 1 mi
- Schuur(M), Zuidpolderweg bij 3Boerderijunder 1 mi
- Courtine VII-VIIIOmwallingunder 1 mi
- Boerderij, Noordpolderweg 1Boerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.