Rijksmonumentenregister · Netherlands
Aldenhof
Maastricht, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Sociale zorg, liefdadigheid
- Function
- Bejaardentehuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1953 - 1956
- Address
- Sint Servaasbolwerk 13 A, 6211 NA Maastricht (and others)
- Place
- Maastricht
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 50.84698, 5.68129
- Monument number
- 530897
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1917 map "Bl. 35 Maastricht, 1917" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
BEJAARDENVERZORGINGSCENTRUM De Aldenhof met omringende GROENAANLEG. Bij het 50-jarig bestaan in 1952 van de bouwvereniging Sint Servatius uit Maastricht kreeg de Maastrichtse architect J.H.A. Huysmans (1913-1974) opdracht een bejaardenverzorgingscentrum te ontwerpen. De bouw begon in 1953 en was in 1956 voltooid. De Aldenhof bestaat uit drie vleugels: het westelijke vijflaags voormalige verzorgingshuis (159 bedden) die via een haakse drielaagse tussenvleugel in verbinding staat met de oostelijke zeslaags galerijflat voor zelfstandig wonende bejaarden (54 tweepersoons woningen en 14 driepersoons woningen). De verbindingsvleugel vormt de belangrijke verbindende schakel tussen de twee hogere vleugels. In de verbindingsvleugel waren functies zoals recreatieruimte, kantoren, overdekt rustterras, verpleegsterskamers en enkele éénpersoons kamers ondergebracht.
De Aldenhof is tot stand gekomen door samenwerking tussen het Burgerlijk Armbestuur en de bouwvereniging Sint Servatius, die in het jaar van haar 50-jarig bestaan haar sociale taak had geherformuleerd: een belangrijke taak werd het bouwen voor specifieke groepen, waaronder bejaarden. Op verzoek van het Burgerlijk Armbestuur werd de capaciteit verdubbeld ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Het Armbestuur huurde dit gedeelte vervolgens van bouwvereniging Sint Servatius.
Het bejaardenverzorgingscentrum is gebouwd op terrein van het voormalige ziekenhuis Calvariënberg, dat op de Calvarieweide bij het voormalige Sint Servaasbolwerk was gesitueerd. De groenbeplanting en tuinaanleg rond het gebouw maken integraal deel uit van de totale opzet waarbij deels is ingespeeld op de bijzondere historische situering van het gebouw nabij de voormalige stadsmuur en het voormalige Sint Servaasbolwerk. Het bejaardenverzorgingscentrum is markant en open gesitueerd op de hoek van de Calvariestraat en het Sint Servaasbolwerk en markeert de overgang van het deel van de stad dat voorheen binnen de stadsmuren lag en het gedeelte dat daarbuiten lag. In het park aan de zijde van de Calvariestraat staat een bronzen borstbeeld. Het gesigneerde beeld is vervaardigd door beeldend kunstenaar Albert.(J.A.) Meertens (1904 - 1917) en is in 1967 onthuld. Het borstbeeld staat op een natuurstenen sokkel met aan de voorzijde het familiewapen met de wapenspreuk 'antes morir que ser traidor' en de naam 'JHR.MR.Charles J.M. RUIJS DE BEERENBROUCK', de vooroorlogse RK staatsman (1873 - 1936), die onder meer korte tijd gouverneur van Limburg is geweest.
In 1984 zijn de verbindingsvleugel en het gedeelte aan het Sint Servaasbolwerk gerenoveerd. De verbindingsvleugel is verbreed en er ontstond een nieuwe zuidgevel. De vensters in de noordgevel zijn vergroot. De interne structuur en de functies van de verbindingsvleugel zijn gewijzigd. In het voormalige verzorgingshuis aan het Sint Servaasbolwerk en later ook in de vleugel aan de Calvariestraat, zijn twee appartementen samengevoegd tot één appartement. De kapel op de begane grond van de galerijflat is heringericht. In de noordelijke hoek tussen de verbindingsvleugel en de galerijflat is een uitgebouwde toegang toegevoegd. De toegangspartij van het voormalige verzorgingshuis is gewijzigd. Thans (2009) is nagenoeg het gehele gebouw van kunststof kozijnen (onder meer van vensters, balkondeuren) voorzien waarbij een groot deel van de vensters een gewijzigde indeling kreeg. Het bejaardenverzorgingscentrum omvat thans 38 galerijwoningen voor senioren en 62 corridorwoningen voor senioren.
Omschrijving
Het BEJAARDENVERZORGINGSCENTRUM met GROENAANLEG bestaat uit twee evenwijdige vleugels die ten opzichte van elkaar verschoven zijn en verbonden zijn door een verbindingsvleugel, omringd door een sobere groenaanleg. De vleugels zijn via een korte, lagere verbindingsvleugel met elkaar verbonden. De drie vleugels hebben een rechthoekige plattegrond en platte daken. Het gebouw is uitgevoerd in een betonskelet dat zichtbaar gelaten is. De drie modernistische vleugels hebben elk een eigen karakter en zijn zorgvuldig geproportioneerd en gedetailleerd. Huysmans zocht nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden voor het gebruik van beton. Het individuele karakter van de zelfstandige woningen wordt door de betonnen balkons met geperforeerde borstweringen benadrukt. De gevels van het verzorgingshuis zijn als één zelfstandig geheel ontworpen. Het collectieve karakter wordt gemarkeerd door de betonnen luifel bij de centrale entree. De vullingen van het betonskelet zijn grotendeels uitgevoerd in lichtgele genuanceerde baksteen die in wild verband is gemetseld. Onder het hele gebouw is een souterrain.
Galerijflat: De meeste woningen in de zeslaags-galerijflat bevinden zich in het lange deel van de flat, ten noorden van de verbindingsvleugel. Een groot gedeelte van de lange westgevel wordt gekenmerkt door vier series van twee gekoppelde en een rij enkele balkons over de hele hoogte van de flat. De balkons zijn aangebracht tussen uitkragende betonnen wanden en vloeren. In de smalle, terugliggende verticale, baksteen geveldelen is op elke verdieping een vierkant venster geplaatst. De overige geveldelen (noord- en zuidgedeelte) zijn opgetrokken in genuanceerde gele baksteen. In deze geveldelen en ter plaatse van het souterrain, zijn reeksen vierkante vensters geplaatst. Ter plaatse van de hoofdingang en het trappenhuis is een dubbele verticale betonnen vensterband aangebracht waarvan de ramen afgeronde hoeken hebben. Aan het noordelijke gedeelte van de lange oostgevel bevinden zich de overdekte galerijen. De gevel wordt vertikaal geleed door bakstenen penanten en door het betonskelet. Tussen de penanten en het betonskelet zijn de borstweringen van de galerijen aangebracht. Nabij de achteringang is een hoge bakstenen schoorsteen uitgebouwd. Ter plaatse van het trappenhuis en de achteringang bestaat de gevel uit een vertikaal gericht betonnen raamwerk met staande stalen vensters en een deur. In het bakstenen zuidelijkste geveldeel zijn reeksen vierkante vensters geplaatst en op de hoek op de begane grond een driedelig, staand glas-in-betonraam.
De kopse zuidgevel heeft op de begane grond ter plaatse van de tweelaags kapel in het midden een uitspringend bakstenen geveldeel met rond glas-in-lood raam met betonnen traceringen. Aan weerszijden hiervan is een terugliggende verticale band met glas-in-betonramen. Nabij elke hoek is een uitkragende, mosgroen geschilderde betonnen zijwand aangebracht. Op de verdiepingen zijn naast elkaar twee balkons aangebracht tussen uitkragende betonnen wanden en vloeren. De kopse noordgevel heeft ter plaatse van het uitspringende bakstenen trappenhuis een dubbele verticale betonnen vensterband waarvan de ramen afgeronde hoeken hebben. Het terugliggende bakstenen geveldeel heeft een serie uitkragende balkons met vernieuwde puien. Alle balkons en de galerijen hebben markante betonnen, geperforeerde, mosgroen geschilderde borstweringen. Nabij de zuidoosthoek is een klein bakstenen eenlaags gebouw vanwaar, via een koker, de bevoorrading naar de kelder plaats kan vinden.
Verbindingsvleugel: De korte drielaags verbindingsvleugel is aan de zuidzijde op de eerste en tweede bouwlaag uitgebouwd zodat hier de achtergevel (zuidgevel) grotendeels vernieuwd is. De bakstenen noordgevel is horizontaal geleed door het witgeschilderde betonskelet van de vloeren. Vóór de gevel is een smalle hellingbaan die fietsers toegang geeft tot het souterrain.
Voormalig verzorgingshuis: De hoofdingang van deze vijflaags vleugel bevindt zich in de lange, westelijke, vlakke voorgevel en heeft een forse betonnen luifel. In het portiek is een betonnen figuratief reliëf aangebracht. Boven deze ingang bestaat de gevel over de hele hoogte uit een verticaal gericht betonnen raamwerk met staande stalen vensters. Aan weerszijden van de ingangspartij wordt de gevel vertikaal geleed door de ritmische afwisseling van het uitkragende betonskelet, een bakstenen penant en een rij vensters met betonnen borstweringen. Aan de bovenzijde wordt de reeks afgesloten door een horizontale betonnen band. De lange oostelijke achtergevel heeft twee dezelfde reeksen. Hierbij is één verticale rij hangende betonnen balkons aangebracht. Van zowel de voor als de achtergevel zijn de meest noordelijke en zuidelijke geveldelen, net als het middelste gedeelte van de achtergevel, opgetrokken in baksteen. Hier zijn reeksen vierkante vensters geplaatst. De achtergevel heeft ook een aantal rechthoekige vensters. Beide bakstenen kopgevels hebben, ter plaatse van het trappenhuis, boven de centraal in de gevel geplaatste toegang, een opvallende verticale vensterband over de hele hoogte van de flat. De vensterband is opgebouwd uit rijen overhoeks geplaatste glazen bouwstenen. Aan weerszijden van de vensterband is een verticale rij hangende betonnen balkons aangebracht. Alle balkons hebben een betonnen borstwering aan de voorzijde. De zijkanten bestaan uit een ijzeren hekwerk.
Interieur: De hoofdstructuur van de flat met woningen gelegen aan een galerij is gehandhaafd. De galerij wordt ontsloten via een trappenhuis aan het noordelijke kopse eind en via een centraal trappenhuis met lift nabij de verbindingsvleugel. Hier bevindt zich ook de centrale hal. De wanden van het centrale trappenhuis zijn uitgevoerd in gele genuanceerde baksteen met open stootvoegen. Op de zuidelijke kop is op de begane grond de voormalige kapel met tribune voor bedlegerigen. In de kapel zijn aan de oost- en zuidzijde over de hele tweelaags hoogte verticale vensterbanden met symmetrische geometrische motieven van glas-in-beton aangebracht. Een glas-in-loodraam met betonnen traceringen is gesigneerd door 'W vd Wijngaert '56'. De westzijde van de kapel heeft enkele verticale vensterbanden. In zowel de galerijflat als het voormalige verzorgingshuis zijn twee appartementen/kamers tot één woning samengevoegd. In de galerijflat is een aantal oorspronkelijke poetskasten en droogkamers, die vanaf de galerij toegankelijk zijn, gehandhaafd. De hoofdstructuur van het voormalige verzorgingshuis met aan weerszijden van een inpandige gang corridorwoningen, met een trappenhuis op beide kopse einden en met een centrale hal met trappenhuis en lift is gehandhaafd. De indeling van de souterrains onder de drie vleugels met (houten) bergingen is grotendeels gehandhaafd. Onder het souterrain van de galerijflat is een kelder met onder meer een lucht- en bevoorradingskoker naar maaiveldniveau. De twee hoge gebouwdelen zijn bewust evenwijdig aan de hoogtelijnen van het licht aflopende terrein geplaatst. De Aldenhof is geïntegreerd in een overwegend sobere groenaanleg met gazons en solitairen, waarbij is ingespeeld op een bestaande parkaanleg. Deze was met lichtgebogen paden en boomgroepen aangelegd rond het ziekenhuis Calvariënberg ter plaatse van de geslechte stadsverdedigingswerken. De begrenzing van de groenaanleg wordt aan de zijde van het Sint Servaasbolwerk en de Calvariestraat gemarkeerd door een reeks lage afgeschuinde betonnen blokken als schampstenen.
Waardering
Het BEJAARDENVERZORGINGSCENTRUM De Aldenhof met GROENAANLEG is van algemeen belang als toonbeeld van een bejaardenverzorgingscentrum uit de Wederopbouwperiode vanwege:
-de cultuurhistorische waarde en van sociaal-historische betekenis als uitdrukking van een nieuwe ontwikkeling in de ouderenhuisvesting waarbij meer differentiatie (combinatie van zelfstandig en verzorgd wonen van ouderen, ongeacht hun afkomst) en gemeenschappelijke voorzieningen, waaronder een groene omgeving, mogelijk waren mede dankzij rijkssteun en de samenwerking tussen bouwvereniging Sint Servatius en het Burgerlijk Armbestuur.
-de cultuurhistorische waarde voor de ontwikkeling binnen het zorgstelsel, waarbij de ouderenzorg vrij komt van het imago van armenzorg. Het is een mijlpaal in de naoorlogse bejaardenhuisvesting en een symbool voor herrezen Nederland.
-het bijzondere belang voor het oeuvre van de Maastrichtse architect J.H.A. Huysmans die op een ingetogen wijze zocht naar nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden voor het gebruik van beton. De Aldenhof is daarnaast van architectuurhistorische waarde vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp, waarbij de groenaanleg deel uitmaakt van de totale opzet;
- het bijzondere en afwisselende materiaalgebruik en zorgvuldige proportionering en detaillering;
- de situationele waarde vanwege de ruime en open situering in de groenaanleg en vanwege de beeldbepalende betekenis voor het aanzien van de wijk. Hij heeft ensemblewaarde vanwege de betekenis van het bejaardenverzorgingscentrum in relatie tot de historisch-ruimtelijke context en in relatie tot de groenaanleg.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
ELDERLY CARE CENTRE De Aldenhof with surrounding LANDSCAPING. On the occasion of the 50th anniversary in 1952 of the building association Sint Servatius from Maastricht, the Maastricht architect J.H.A. Huysmans (1913-1974) was commissioned to design an elderly care centre. Construction began in 1953 and was completed in 1956. De Aldenhof consists of three wings: the western five-storey former care home (159 beds) which is connected via a right-angled three-storey connecting wing to the eastern six-storey gallery flat for independent elderly residents (54 two-person dwellings and 14 three-person dwellings). The connecting wing forms the important connecting link between the two taller wings. In the connecting wing were housed functions such as recreation space, offices, covered rest terrace, nurses' rooms and some single-person rooms.
De Aldenhof came into being through cooperation between the Civil Poor Administration and the building association Sint Servatius, which in the year of its 50th anniversary had reformulated its social task: an important task became building for specific groups, including the elderly. At the request of the Civil Poor Administration, the capacity was doubled compared to the original plan. The Poor Administration subsequently rented this section from building association Sint Servatius.
The elderly care centre was built on the site of the former Calvariënberg hospital, which was situated on the Calvarieweide near the former Sint Servaasbolwerk. The tree planting and garden layout around the building form an integral part of the overall design, partly taking account of the special historical location of the building near the former city wall and the former Sint Servaasbolwerk. The elderly care centre is strikingly and openly situated at the corner of Calvariestraat and Sint Servaasbolwerk and marks the transition from the part of the city that was previously within the city walls to the part that lay outside them. In the park on the Calvariestraat side stands a bronze bust. The signed sculpture was created by visual artist Albert.(J.A.) Meertens (1904 - 1917) and was unveiled in 1967. The bust stands on a natural stone base with on the front the family coat of arms with the motto 'antes morir que ser traidor' and the name 'JHR.MR.Charles J.M. RUIJS DE BEERENBROUCK', the pre-war Catholic statesman (1873 - 1936), who was among other things briefly governor of Limburg.
In 1984 the connecting wing and the section at Sint Servaasbolwerk were renovated. The connecting wing was widened and a new south facade was created. The windows in the north facade were enlarged. The internal structure and functions of the connecting wing were modified. In the former care home at Sint Servaasbolwerk and later also in the wing at Calvariestraat, two apartments were combined into one apartment. The chapel on the ground floor of the gallery flat was refurbished. In the northern corner between the connecting wing and the gallery flat, an extension to the entrance was added. The entrance section of the former care home was modified. At present (2009) almost the entire building is provided with plastic window frames (including windows and balcony doors) whereby a large part of the windows received a modified layout. The elderly care centre now comprises 38 gallery dwellings for seniors and 62 corridor dwellings for seniors.
Description
The ELDERLY CARE CENTRE with LANDSCAPING consists of two parallel wings that are offset relative to each other and connected by a connecting wing, surrounded by simple landscaping. The wings are connected to each other via a short, lower connecting wing. The three wings have a rectangular floor plan and flat roofs. The building is executed in a concrete frame that has been left exposed. The three modernist wings each have their own character and are carefully proportioned and detailed. Huysmans sought new forms of expression for the use of concrete. The individual character of the independent dwellings is emphasised by the concrete balconies with perforated railings. The facades of the care home are designed as one independent whole. The collective character is marked by the concrete canopy at the central entrance. The infill of the concrete frame is largely executed in light yellow nuanced brick laid in random bond. Beneath the entire building is a basement.
Gallery flat: Most of the dwellings in the six-storey gallery flat are located in the long part of the flat, north of the connecting wing. A large part of the long west facade is characterised by four series of two coupled and a row of individual balconies over the full height of the flat. The balconies are arranged between projecting concrete walls and floors. In the narrow, recessed vertical brick facade sections, a square window is placed on each floor. The remaining facade sections (north and south section) are built up in nuanced yellow brick. In these facade sections and at the location of the basement, rows of square windows are placed. At the location of the main entrance and the stairwell, a double vertical concrete window band has been installed, the frames of which have rounded corners. At the northern section of the long east facade are the covered galleries. The facade is divided vertically by brick pilasters and by the concrete frame. Between the pilasters and the concrete frame are the railings of the galleries. Near the rear entrance, a tall brick chimney is built out. At the location of the stairwell and the rear entrance, the facade consists of a vertically oriented concrete frame with standing steel windows and a door. In the brick southern facade section, rows of square windows are placed and on the corner at ground level a three-part, standing glass-in-concrete window.
The gable end south facade has at ground level at the location of the two-storey chapel in the middle a projecting brick facade section with round leaded glass window with concrete tracery. On either side of this is a recessed vertical band with glass-in-concrete windows. Near each corner is a projecting, moss-green painted concrete side wall. On the upper floors two balconies are placed next to each other between projecting concrete walls and floors. The gable end north facade has at the location of the projecting brick stairwell a double vertical concrete window band, the frames of which have rounded corners. The recessed brick facade section has a series of projecting balconies with renewed shop fronts. All balconies and galleries have striking concrete, perforated, moss-green painted railings. Near the southeast corner is a small brick single-storey building from which, via a duct, provisioning to the cellar can take place.
Connecting wing: The short three-storey connecting wing is extended on the south side on the first and second storey, so that here the rear facade (south facade) is largely renewed. The brick north facade is divided horizontally by the white-painted concrete frame of the floors. In front of the facade is a narrow ramp providing cyclists access to the basement.
Former care home: The main entrance of this five-storey wing is located in the long, western, flat front facade and has a substantial concrete canopy. In the porch is a concrete figurative relief. Above this entrance, the facade over its full height consists of a vertically oriented concrete frame with standing steel windows. On either side of the entrance section, the facade is divided vertically by the rhythmic alternation of the projecting concrete frame, a brick pilaster and a row of windows with concrete railings. At the top, the sequence is concluded by a horizontal concrete band. The long eastern rear facade has two identical sequences. One vertical row of suspended concrete balconies is arranged here. From both the front and rear facades, the most northern and southern facade sections, as well as the middle section of the rear facade, are built up in brick. Rows of square windows are placed here. The rear facade also has a number of rectangular windows. Both brick gable end facades have, at the location of the stairwell, above the access placed centrally in the facade, a striking vertical window band over the full height of the flat. The window band is built up from rows of diagonally placed glass building blocks. On either side of the window band is a vertical row of suspended concrete balconies. All balconies have a concrete railing at the front. The sides consist of an iron railing.
Interior: The main structure of the flat with dwellings located along a gallery has been maintained. The gallery is accessed via a stairwell at the northern gable end and via a central stairwell with lift near the connecting wing. Here also is the central hall. The walls of the central stairwell are executed in yellow nuanced brick with open mortar joints. On the southern gable at ground level is the former chapel with tribune for bedbound patients. In the chapel, vertical window bands with symmetrical geometric patterns of glass-in-concrete have been arranged on the east and south sides over the full two-storey height. A leaded glass window with concrete tracery is signed by 'W vd Wijngaert '56'. The west side of the chapel has some vertical window bands. In both the gallery flat and the former care home, two apartments/rooms have been combined into one dwelling. In the gallery flat, a number of original cleaning cupboards and drying rooms, which are accessible from the gallery, have been maintained. The main structure of the former care home with corridor dwellings on either side of an internal corridor, with a stairwell at both gable ends and with a central hall with stairwell and lift has been maintained. The layout of the basements under the three wings with (wooden) storage rooms has been largely maintained. Under the basement of the gallery flat is a cellar with among other things an air and provisioning duct to ground level. The two tall building sections are deliberately placed parallel to the contour lines of the gently sloping terrain. De Aldenhof is integrated into a predominantly simple landscaping with lawns and solitaire trees, taking into account an existing park layout. This was laid out with gently curved paths and groups of trees around Calvariënberg hospital at the location of the demolished fortifications. The boundary of the landscaping is marked on the side of Sint Servaasbolwerk and Calvariestraat by a series of low chamfered concrete blocks as edge stones.
Valuation
The ELDERLY CARE CENTRE De Aldenhof with LANDSCAPING is of general importance as an exemplary elderly care centre from the Reconstruction period because of:
-the cultural-historical value and social-historical significance as an expression of a new development in elderly housing whereby greater differentiation (combination of independent and cared-for living of the elderly, regardless of their background) and communal facilities, including a green environment, were made possible partly thanks to state aid and cooperation between building association Sint Servatius and the Civil Poor Administration.
-the cultural-historical value for the development within the care system, whereby elderly care is freed from the image of poor relief. It is a milestone in post-war elderly housing and a symbol of resurgent Netherlands.
-the particular importance for the oeuvre of Maastricht architect J.H.A. Huysmans who in a restrained manner sought new forms of expression for the use of concrete. De Aldenhof is furthermore of architectural-historical value because of the aesthetic quality of the design, whereby the landscaping forms part of the overall conception;
- the particular and varied use of materials and careful proportioning and detailing;
- the situational value because of the spacious and open location in the landscaping and because of the image-determining significance for the appearance of the district. It has ensemble value because of the significance of the elderly care centre in relation to the historical-spatial context and in relation to the landscaping.
Nearby in the register
- Woonhuis, Calvariestraat 24Woonhuisunder 1 mi
- Boerderij, Calvariestraat 22Boerderijunder 1 mi
- Woonhuis, Calvariestraat 20Woonhuisunder 1 mi
- Boerderij, Calvariestraat 16Boerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.