TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Brandweerkazerne

Rhenen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Overheidsgebouw
Function
Brandweerkazerne
Category
onroerend gebouwd
Built
1942 - 1943
Address
Kerkstraat 1, 3911 LD Rhenen (and others)
Place
Rhenen
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.95716, 5.56530
Monument number
530875

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "39 Rhenen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalige BRANDWEERKAZERNE met bovenwoningen en SLANGENTOREN, gebouwd in 1942-1943 naar ontwerp van de architecten ir. J.F. Berghoef en ir. J.J.M. Vegter, gelegen in het in de oorlog opgebouwde centrum van Rhenen tussen de Kerkstraat, Kruisstraat en Rijnstraat. Rhenen lag in de meidagen van 1940 midden in de gevechtshandelingen tijdens de Slag bij de Grebbeberg. Het centrum van het stadje werd daarbij grotendeels verwoest. Nog tijdens de daarop volgende bezettingstijd werd de wederopbouw ter hand genomen. De supervisie van dit plan was eerst in handen van J.B. van de Haar. Op 7 augustus 1940 nam ir. C. Pouderoyen deze taak over. Zowel in stedenbouwkundig als architectonisch opzicht werd gezocht naar aansluiting bij de historie van de stad. Het stedenbouwkundig plan ging uit van een 'gesloten stadsbeeld'. Dit betekende in principe het herstel van straten, zijstraten en stegen en de bebouwing daartussen. Wat betreft de architectuur werd de stijl van de Delftse School als meest passend beschouwd. In het plan waren ook nieuwe herkenningspunten opgenomen als referentie naar de vanouds aanwezige historische monumenten. Zij werden noodzakelijk geacht voor het stadsbeeld. Deze voorzieningen behoefden echter niet ten laste van de particuliere eigenaren te komen, maar werden (deels) uit openbare middelen betaald. Op deze manier is ingezet op het herstel van een samenhangend stadsbeeld tussen oud en nieuw. Pouderoyen selecteerde tevens de architecten die bouwplannen mochten ontwerpen. De hoek waar de brandweerkazerne zou verrijzen, was totaal verwoest. De markante ligging op een Y-kruising van drie wegen stelde een bijzondere stedenbouwkundig vraagstuk. Kennelijk heeft men, door hier de brandweerkazerne te situeren, de mogelijkheid willen benutten een nieuw herkenningspunt te laten verrijzen. De opdracht ging naar de architecten ir. J.F. Berghoef en ir. J.J.M. Vegter. Ondanks toenemende materiaalschaarste kwam de kazerne in de jaren 1942 -'43 gereed. Het was daarmee de eerste brandweergarage die in het kader van de Wederopbouw gereed kwam en tevens één van de weinige waaraan een landelijk bekend architectenbureau te pas is gekomen. Op dat moment waren er overigens nog geen gestandaardiseerde voorschriften ten behoeve van de bouw van brandweerkazernes. De Rhenense kazerne is een voortzetting van een reeds voor de oorlog ontstane typologische traditie. In 1960 werd een extra garage toegevoegd aan de Kerkstraat naar ontwerp van J.B. van de Haar in architectuur aansluitend bij het oude deel. Deze doet thans dienst als Rode Kruis gebouw. Omdat de uitrijdsituatie van de brandweerwagens uiteindelijk niet optimaal was, is besloten tot de bouw van een nieuwe kazerne elders. In het leeggekomen gebouw is in het midden van de jaren 1980 het gemeente museum van de stad ondergebracht. Omstreeks die tijd is tevens een aanbouwtje tegen de achtergevel van de vleugel aan de Kruisstraat gebouwd.

Omschrijving

Voormalige BRANDWEERKAZERNE met bovenwoningen gelegen op een eindperceel aan drie zijden omgeven door de openbare weg, respectievelijk, de Kerkstraat, de Kruisstraat en de Rijnstraat. Het pand heeft daardoor een driezijdig gevelbeeld met het architectonische hoofdmoment aan de Kruisstraat. Het terrein loopt af richting de rivier. Feitelijk bestaat het geheel uit drie verschillende bouwdelen, een vleugel aan de Kruisstraat tevens de hoogste, dwars daarop een vleugel evenwijdig aan de Kerkstraat en de slangentoren aan de Rijnstraat. De vleugel aan de Kruisstraat bestaat uit twee bouwlagen met hoog opgaand schilddak en bevat twee garages en een bovenwoning met ingang aan de Rijnstraat. De vleugel evenwijdig aan de Kerkstraat is onderkelderd en heeft twee bouwlagen met een zadeldak tussen topgevels. Op de begane grond was een ruimte ten behoeve van de kazerne. Daarboven een bovenwoning. Langs de Rijnstraat staat de slangentoren. Het geheel is opgetrokken in een verzorgde baksteen architectuur met spaarzaam gebruik van natuursteen voor elementen als basementen, aanzet- en sluitstenen, kraagstenen en portiekomlijsting. De daken zijn gedekt met gesmoorde Oud Hollandse pannen. Kozijnen, ramen dakkapellen en deuren en luiken zijn uitgevoerd in hout. De voorgevel van de vleugel aan de Kruisstraat is twee traveeën breed en op opvallende wijze geleed met pilasters van de kolossale orde. Deze zijn thans wit geschilderd. In de middelste is een natuurstenen plaat aangebracht die de eerste steenlegging memoreert op 10 juni 1942. Op de begane grond twee dubbel getoogde garagedeuren en op de verdieping twee nagenoeg vierkante vensters. In de zone onder de dakgoot is een baksteendecoratie van uitkragend metselwerk met daartussen een ruit en twee cirkels. Op het dak staan twee dakkapellen en twee forse schoorstenen op de hoeken. De dakkapellen hebben een houten topgevel met decoratief houtwerk. In de linker zijgevel bevindt zich de voordeur voor de bovenwoning die met een korte gemetselde trap bereikbaar is. Voorts enkele vensters waarvan twee rond in een decoratieve omlijsting van metselwerk en natuursteen. De rechterzijgevel heeft eveneens enkele vensters en op de verdieping een openslaande deur met daarvoor een fors houten balkon. De achtergevel is door de aanbouw op de begane grond aan het oog onttrokken. Op de verdieping is daarbij een raam in een deur veranderd. Voorts eenzelfde dakkapel als aan de voorzijde. In het inwendige van het pand zijn aanpassingen ten behoeve van de museumfunctie gedaan. Op verschillende punten resteren nog details van het woonhuis, zoals deuren en trap. Kap constructie met grenen spanten en delen. De vleugel evenwijdig aan de Kerkstraat is vier traveeën breed met links een met natuursteen omlijst portiek waarin drie deuren, links toegang gevend tot de garage, in het midden tot de bovenwoning en rechts tot de begane grond ruimte, thans toegang tot het museum. Naast het portiek drie lage ramen met luiken. Op de verdieping een klein raam boven het portiek en twee grote ramen met luiken voor de woning. Onder de dakgoot een lijst van decoratief metselwerk. Op het dak drie dakkapellen met houten topgevel en twee schoorstenen op het uiteinde van het dak. De achtergevel is deels gepleisterd en heeft openslaande deuren op de begane grond en enkele vensters op de verdieping. Inwendig is de begane grond aangepast voor het museum. Op de verdieping en in de kap is de bovenwoning nog grotendeels intact met daarbij behorende interieuronderdelen zoals deuren, ingebouwd keukenkastje, enig tegelwerk op de vloer van de hal en enkele vensterbanken alsmede een schouw met zwarte reliëf tegels. De kelder heeft een dekking van houten balken. Deze is zowel inpandig als via een toegang op de binnenplaats te bereiken. De SLANGENTOREN aan de Rijnstraat is aan drie zijden gesloten en open aan de zijde van de binnenplaats. Per verdieping staat hier een betonnen deelzuil, die een betonnen latei draagt. In de top een ijzeren hijsbalk. De gevel aan de Rijnstraat heeft per verdieping een klein gat en een hijsluik in de top. Het metselwerk is uitgevoerd met op regelmatige afstand van elkaar steeds twee stenen terugliggend in het metselwerk. Onder de dakrand is een strook met siermetselwerk. Het tentdak wordt bekroond door een koperen bol met windvaan. Inwendig ijzeren klimhaken in de muur ingelaten.

Waardering

Voormalige BRANDWEERKAZERNE met bovenwoningen en SLANGENTOREN van algemeen belang vanwege de:

- cultuurhistorische waarde vanwege de met het pand verbonden historie van de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder de verwoestingen ten gevolge van de Slag bij de Grebbeberg en de daaropvolgende vroege Wederopbouw en de wijze waarop deze in Rhenen vorm heeft gekregen. Voorts van belang in de geschiedenis van het brandweerwezen in het bijzonder in de ontwikkeling van de kazernebouw.

- architectuurhistorische waarde als karakteristiek voorbeeld van een brandweerkazerne in de stijl van de Delftse School van de architecten J.F. Berghoef en J.J.M. Vegter en als zodanig zeldzaam.

- stedenbouwkundige waarde vanwege haar plaats in het stedenbouwkundig plan van Pouderoyen, vanwege de beeldbepalende ligging mede vanaf de onderdoorgang in de F. van de Paltzplaats en de wijze waarop de slangendroog toren als stedenbouwkundig ankerpunt is vormgegeven.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former FIRE STATION with dwellings above and HOSE TOWER, built in 1942-1943 to the design of architects ir. J.F. Berghoef and ir. J.J.M. Vegter, located in the centre of Rhenen built during the war between Kerkstraat, Kruisstraat and Rijnstraat. Rhenen lay in the middle of the fighting during the Battle of the Grebbeberg in May 1940. The centre of the town was largely destroyed in the process. Reconstruction was undertaken even during the subsequent occupation period. The supervision of this plan was initially in the hands of J.B. van de Haar. On 7 August 1940 ir. C. Pouderoyen took over this task. Both in terms of town planning and architecture, the aim was to align with the history of the city. The town planning scheme was based on a 'closed urban image'. This essentially meant the restoration of streets, side streets and alleys and the buildings between them. As regards architecture, the style of the Delft School was considered most appropriate. The plan also included new focal points as a reference to the historically significant monuments that had long existed. These were deemed necessary for the urban image. However, these provisions did not have to be borne by private owners, but were (partly) paid for from public funds. In this way, the restoration of a coherent urban image between old and new was pursued. Pouderoyen also selected the architects who were allowed to design building plans. The corner where the fire station would be built had been completely destroyed. Its distinctive location at a Y-junction of three roads posed a particular urban planning problem. Clearly, by locating the fire station here, the intention was to seize the opportunity to create a new focal point. The commission went to architects ir. J.F. Berghoef and ir. J.J.M. Vegter. Despite increasing material shortages, the station was completed in the years 1942-43. It was thus the first fire station garage to be completed as part of the Reconstruction and one of the few to be undertaken by a nationally known architects' office. At that time there were as yet no standardized regulations for the construction of fire stations. The Rhenen station represented a continuation of a typological tradition that had already emerged before the war. In 1960 an extra garage was added on Kerkstraat to the design of J.B. van de Haar in architecture matching the old part. It now serves as a Red Cross building. Because the exit situation for the fire engines ultimately proved not optimal, it was decided to build a new station elsewhere. In the vacant building, in the mid-1980s the municipal museum of the city was housed. Around that time, a small extension was also built against the rear facade of the wing on Kruisstraat.

Description

Former FIRE STATION with dwellings above located on a corner plot surrounded on three sides by public road, namely Kerkstraat, Kruisstraat and Rijnstraat. The building thus has a three-sided facade with the architectural emphasis on Kruisstraat. The terrain slopes towards the river. In fact the whole consists of three different building sections, a wing on Kruisstraat which is also the tallest, across it a wing parallel to Kerkstraat and the hose tower on Rijnstraat. The wing on Kruisstraat consists of two storeys with steeply pitched hipped roof and contains two garages and a dwelling above with entrance on Rijnstraat. The wing parallel to Kerkstraat is cellared and has two storeys with a gabled roof between stepped gables. On the ground floor was a space for the station. Above it a dwelling. Along Rijnstraat stands the hose tower. The whole is built in carefully executed brickwork architecture with sparing use of natural stone for elements such as bases, quoins, corbels and door surround. The roofs are covered with blackened Old Dutch tiles. Frames, windows, roof dormers and doors and shutters are executed in wood. The front facade of the wing on Kruisstraat is two bays wide and divided in a striking way with pilasters of the colossal order. These are now painted white. In the middle is a natural stone plaque commemorating the laying of the foundation stone on 10 June 1942. On the ground floor two double-arched garage doors and on the upper storey two nearly square windows. In the zone under the eaves is a brickwork decoration of projecting brickwork with a diamond shape and two circles between them. On the roof stand two roof dormers and two substantial chimneys at the corners. The roof dormers have a wooden stepped gable with decorative woodwork. In the left side facade is the entrance door for the dwelling above which is accessible by a short brick stair. Furthermore several windows, two of which are round in a decorative surround of brickwork and natural stone. The right side facade likewise has several windows and on the upper storey a glazed door with a substantial wooden balcony in front of it. The rear facade is obscured from view by the extension on the ground floor. On the upper storey a window has been converted into a door. Furthermore a roof dormer the same as on the front. Interior alterations to the building have been made for the museum function. At various points details of the residence remain, such as doors and stairs. Roof truss structure with pine timbers and components. The wing parallel to Kerkstraat is four bays wide with on the left a portico framed with natural stone containing three doors, on the left giving access to the garage, in the middle to the dwelling above and on the right to the ground floor space, now entrance to the museum. Next to the portico three low windows with shutters. On the upper storey a small window above the portico and two large windows with shutters for the dwelling. Under the eaves a strip of decorative brickwork. On the roof three roof dormers with wooden stepped gable and two chimneys at the end of the roof. The rear facade is partly plastered and has glazed doors on the ground floor and several windows on the upper storey. Internally the ground floor has been adapted for the museum. On the upper storey and in the roof the dwelling above is still largely intact with accompanying interior components such as doors, built-in kitchen cabinet, some tilework on the hall floor and several window sills as well as a fireplace with black relief tiles. The cellar has a covering of wooden beams. This is accessible both from inside and via an entrance on the courtyard. The HOSE TOWER on Rijnstraat is closed on three sides and open on the side of the courtyard. Per storey stands here a concrete pillar segment which carries a concrete lintel. At the top an iron lifting beam. The facade on Rijnstraat has per storey a small opening and a hoist shutter at the top. The brickwork is executed with at regular intervals two stones recessed in the brickwork. Below the eaves a strip with decorative brickwork. The tent roof is crowned by a copper ball with weathervane. Inside iron climbing hooks embedded in the wall.

Valuation

Former FIRE STATION with dwellings above and HOSE TOWER of general importance because of the:

- cultural historical value because of the history connected to the building of the Second World War in particular the destruction as a result of the Battle of the Grebbeberg and the subsequent early Reconstruction and the manner in which this took shape in Rhenen. Furthermore of importance in the history of the fire service in particular in the development of station building.

- architectural historical value as a characteristic example of a fire station in the style of the Delft School by architects J.F. Berghoef and J.J.M. Vegter and as such rare.

- urban planning value because of its place in the town planning scheme of Pouderoyen, because of its image-determining location including from the underpass in the F. van de Paltzplaats and the manner in which the hose tower has been designed as an urban planning anchor point.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map