TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Ypenburgbocht 3 ""

Leiden, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1887
Address
Ypenburgbocht 3 "", 2316 WB Leiden
Place
Leiden
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.16993, 4.49012
Monument number
528410

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het riviertje de Mare is een van de drie waterlopen op het knooppunt waarvan Leiden is ontstaan. Over de Maredijk, aan de westzijde van het water, liep vanaf de vroege middeleeuwen een belangrijke noord-zuidroute. De bebouwing aan deze dijk is tot aan de 19e eeuw beperkt gebleven tot wat verspreid liggende boerderijen en kleine huizen. In de 19e eeuw is de dijk geleidelijk aan bebouwd geraakt.

In 1896 kwam het gebied aan de gemeente Leiden. Het deel van de dijk waar het huidige pand ligt, werd in de loop van de tweede helft van de eeuw opgekocht door de familie Van Hoeken. Deze familie bezat een houthandel, en de daarbij behorende zaagmolens. Daarnaast vervulden J.J. van Hoeken en J.A. van Hoeken een aantal politieke functies in de gemeenten Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest en in de Provinciale Staten van Zuid-Holland.

Een deel van de houthandel was gevestigd aan de Maredijk. Gaandeweg kocht de familie de aangrenzende percelen, deels om zelf te gebruiken, deels als investering. De houthandel en de houtzagerij, zowel als de scheepsbouw vond hier langs de oever van de Mare plaats. Daarnaast bouwde J.J. van Hoeken op de aangekochte percelen in 1887 het huidige pand naar ontwerp van de Leidse architect W.C. Mulder.

Omschrijving

Exterieur:

Het betreft een vrijstaande VILLA in rijke neo-rennaissancestijl op vierkante plattegrond bestaande uit een bouwlaag met oplopend lessenaarsdak rond een plat. De villa is rondom omgeven door een tuin die aan de achterzijde uitkomt op de Mare. De tuin heeft aan de voorzijde aan de straat een metalen SIERHEK op een lage gemetselde plint. Voor de gevel een stenen balustrade.

Alle zijden van het pand zijn opgetrokken in rode baksteen en voorzien van een rijke decoratie in kunststeen en een plint bekleed met hardsteen. Alle strekken en ontlastingsbogen boven de muuropeningen zijn voorzien van sluitstenen en aanzetstenen. Rondom is een brede lijstgoot op kunststenen consoles die onderdeel vormen van een fries dat aan de voorzijde is voorzien van gerekte diamantkoppen en in de zij- en achtergevels van siermetselwerk. Het dak is op het schuine deel gedekt met zwarte kruispannen.

De voorgevel bestaat uit een ondiep centraal risaliet met ter weerszijden een breed geveldeel. De gevel is voorzien van speklagen. Op het risaliet is een opgemetselde Vlaamse gevel met ter weerszijden een rijk uitgevoerd klauwstuk en gedekt met een houten tympaan met daarop een smeedijzeren windwijzer. In het risaliet op de begane grond een deurpartij bestaande uit een hardstenen stoep met twee treden en een rijk uitgevoerde oorspronkelijke voordeur in een ondiepe nis. Boven de deur een balkon op twee rijk gedecoreerde consoles, met rondom een houten balkonhek. Uitkomend op het balkon een kozijn met openslaande deuren en bovenlicht, gedekt met een strek. Ter weerszijden van het risaliet twee gekoppelde H-vensters onder een ontlastingsboog gevuld met siermetselwerk. In het dakvlak bevinden zich twee niet oorspronkelijke dakkapellen. Deze zijn aangebracht naar aanleiding van gevangenschap in de tweede wereldoorlog, waarna de bewoner bij terugkeer na de bevrijding veel licht in de slaapkamers wenste. Op de overgang van pannendak naar plat is een brede lijstgoot. Op het dak staan twee niet oorspronkelijke gemetselde schoorstenen. De rechter zijgevel (Z) is geheel blind. In het dakvlak bevindt zich een oorspronkelijke dakkapel. De linker zijgevel (N) heeft rechts een enkel H-venster.

Centraal in de voorgevel bevindt zich de oorspronkelijke buitendeur met bovenlicht. Voor de deur is een hardstenen trap met twee treden en daaromheen een houten portaal. De wanden zijn rijk gedetailleerd en bestaan uit uitneembare delen tussen stijlen. In het dakvlak een niet oorspronkelijke dakkapel.

De achtergevel (O) heeft een ondiep middenrisaliet met daarin een H-venster en daarboven een Vlaamse gevel met op de verdieping een balkon als aan de voorzijde en een H-venster. Op het tympaan een smeedijzeren windwijzer met datum: 1887. Ter weerszijden van het risaliet twee gekoppelde H-vensters. In het dakvlak twee niet oorspronkelijke dakkapellen, net als aan de voorzijde aangebracht na de tweede wereldoorlog in plaats van de daarvoor bestaande ovale vensters.

Het interieur bevat onder meer:

Het pand bevat een uitzonderlijk gaaf interieur uit de bouwtijd, zowel op de begane grond als op de verdieping. De enige noemenswaardige verstoringen bevinden zich op de verdieping. Alle genoemde onderdelen zijn oorspronkelijk en overwegend uitgevoerd in neo-renaissancestijl.

De begane grond bevat centraal een hal met vestibule met rijk bewerkt tochtportaal met glas-in-lood, marmeren vloeren en marmeren lambriseringen. In het glas-in-lood zijn de wapenschilden van Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest uitgevoerd, als verwijzing naar de politieke carrière van de bouwheer. Tevens bevat de hal een grote trap met rijk gesneden trappaal en dito leuning. Naar boven vormt de hal een vide naar de overloop op de verdieping. Het plafond boven de hal bevat een daklicht met gekleurd glas en een cassettenplafond met florale beschildering.

Rechts van de hal is een kamer-en-suite met paneeldeuren, schuifdeuren met kasten, zwartstenen schouwen met omtimmerde boezem met spiegel, beschilderde cassettenplafonds en schuifluiken voor de vensters. Alles is uitgevoerd in rijke renaissancestijl. Links van de hal bevindt zich een kleine eetzaal met schouw met tegels en stucplafond. Daarachter ligt een keuken met volledige betegeling, schouw en keukenkasten. Tussen de keuken en de eetzaal is een doorgeefluik. Achter de keuken loopt een gang tussen de hal en de buitendeur in de zijgevel. Deze gang is evenals de hal voorzien van marmeren vloerplaten en lambrisering. Voor de buitendeur is een tochtdeur met geëtst glas. Uitkomend op deze hal, naast de keuken, voeren een deur en een trap naar een kelder met tegelvloer en troggewelfjes. Rechts van de keuken is een toilet met marmeren vloer en lambrisering en geëtst bovenlicht. Achter de gang ligt een kantoor met schouw en tegels, schuifluiken en stucplafond. De kamer is door middel van suitedeuren verbonden met een zijkamer met eenvoudig stucplafond en ingebouwde kluis met tegelvloer.

Op de verdieping liggen de kamers om de centrale vide met overloop, voorzien van gemarmerde lambrisering en geschilderd plafond. De kamers hieromheen hebben paneeldeuren. De achterkamer bevat een zwartstenen schouw met tegels en een gestucte boezem met spiegel. De middenkamer aan de rechterzijde bevat een omtimmerde dakkapel met vensterbanken en traptreden. Het stucwerk aan de plafonds is rijk versierd, in de middenkamer beschilderd.

Voorkamer en achterkamer hebben een balkon. In de strijkkamer met droogbalken is een luik in het plafond dat toegang geeft tot de zolder, welke in het midden gebrandschilderd glas heeft waardoor de vide verlicht wordt.

Waardering

De VILLA uit 1887 is een goed voorbeeld van een villa van een fabrikantengeslacht uit het laatste kwart van de 19e eeuw. Het pand is zeer rijk en zorgvuldig afgewerkt en gedetailleerd. Het pand bevat een voor Leiden zeldzaam en uitzonderlijk gaaf bewaard interieur. Het pand is van belang als verwijzing naar een Leidse familie van industriëlen en politici.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The river Mare is one of three waterways at the junction where Leiden originated. Over the Maredijk, on the western side of the water, an important north-south route ran from the early Middle Ages. The built-up area on this dike remained until the 19th century limited to some scattered farmhouses and small houses. In the 19th century the dike was gradually built upon.

In 1896 the area came into the possession of the municipality of Leiden. The part of the dike where the present building is situated was purchased in the course of the second half of the century by the Van Hoeken family. This family owned a timber merchant business and the associated sawmills. In addition, J.J. van Hoeken and J.A. van Hoeken held a number of political positions in the municipalities of Leiden, Leiderdorp and Oegstgeest and in the Provincial States of South Holland.

Part of the timber merchant business was established on the Maredijk. Gradually the family bought the adjoining plots, partly for their own use, partly as an investment. The timber merchant business and the sawmill, as well as shipbuilding, took place here along the bank of the Mare. Moreover, J.J. van Hoeken built the present building on the purchased plots in 1887 according to a design by Leiden architect W.C. Mulder.

Description

Exterior:

This is a detached VILLA in rich Neo-Renaissance style on a square ground plan consisting of a single storey with a lean-to roof rising around a flat section. The villa is surrounded by a garden which opens out at the rear to the Mare. The garden has at the front on the street side a metal ORNAMENTAL FENCE on a low masonry plinth. In front of the facade a stone balustrade.

All sides of the building are built in red brick and provided with rich decoration in artificial stone and a plinth clad with hardstone. All lintels and relieving arches above wall openings are provided with keystones and voussoirs. All around is a broad list gutter on artificial stone consoles which form part of a frieze which on the front is provided with stretched diamond heads and on the side and rear facades with decorative brickwork. The roof on the sloping section is covered with black cross tiles.

The front facade consists of a shallow central projection with a broad gable section on either side. The gable is provided with plaster courses. On the projection is a built-up Flemish gable with on either side a richly executed claw corner and covered with a wooden tympanum with a wrought-iron weathervane on top. In the projection on the ground floor a door unit consisting of a hardstone step with two treads and a richly executed original front door in a shallow niche. Above the door a balcony on two richly decorated consoles, with a wooden balcony railing all around. Giving onto the balcony a window frame with opening doors and fanlight, covered with a lintel. On either side of the projection two coupled H-windows under a relieving arch filled with decorative brickwork. In the roof section are two non-original roof dormers. These were added following imprisonment in the second world war, after which the occupant upon return after liberation desired much light in the bedrooms. On the transition from tiled roof to flat is a broad list gutter. On the roof stand two non-original masonry chimneys. The right side facade (S) is entirely blind. In the roof section is an original roof dormer. The left side facade (N) has on the right a single H-window.

Central in the front facade is the original exterior door with fanlight. In front of the door is a hardstone staircase with two treads and around it a wooden entrance porch. The walls are richly detailed and consist of removable sections between stiles. In the roof section a non-original roof dormer.

The rear facade (E) has a shallow central projection with an H-window in it and above a Flemish gable with on the upper floor a balcony as on the front and an H-window. On the tympanum a wrought-iron weathervane with date: 1887. On either side of the projection two coupled H-windows. In the roof section two non-original roof dormers, as on the front installed after the second world war in place of the previously existing oval windows.

The interior contains amongst other things:

The building contains an exceptionally well-preserved interior from the time of construction, both on the ground floor and on the upper floor. The only notable disturbances are found on the upper floor. All mentioned components are original and predominantly executed in Neo-Renaissance style.

The ground floor contains centrally a hall with vestibule with richly worked draught porch with stained glass, marble floors and marble wall panelling. In the stained glass the coats of arms of Leiden, Leiderdorp and Oegstgeest are executed, as a reference to the political career of the builder. The hall also contains a large staircase with richly carved newel and likewise railing. Upwards the hall forms a void to the landing on the upper floor. The ceiling above the hall contains a roof light with coloured glass and a coffered ceiling with floral painting.

To the right of the hall is a suite of rooms with panelled doors, sliding doors with cupboards, black stone fireplaces with fitted surround with mirror, painted coffered ceilings and sliding shutters for the windows. Everything is executed in rich Renaissance style. To the left of the hall is a small dining room with fireplace with tiles and stucco ceiling. Behind it is a kitchen with complete tiling, fireplace and kitchen cupboards. Between the kitchen and dining room is a serving hatch. Behind the kitchen runs a corridor between the hall and the exterior door in the side facade. This corridor is, like the hall, provided with marble floor tiles and wall panelling. In front of the exterior door is a draught door with etched glass. Giving onto this hall, next to the kitchen, a door and a staircase lead to a cellar with tiled floor and barrel vaults. To the right of the kitchen is a toilet with marble floor and wall panelling and etched fanlight. Behind the corridor is an office with fireplace and tiles, sliding shutters and stucco ceiling. The room is connected by means of suite doors with a side room with simple stucco ceiling and built-in safe with tiled floor.

On the upper floor the rooms lie around the central void with landing, provided with marble wall panelling and painted ceiling. The rooms around it have panelled doors. The rear room contains a black stone fireplace with tiles and a stuccoed surround with mirror. The middle room on the right side contains a fitted roof dormer with window sills and stair treads. The stucco work on the ceilings is richly decorated, in the middle room painted.

Front and rear rooms have a balcony. In the ironing room with drying rails is a trapdoor in the ceiling providing access to the attic, which has in the middle stained glass through which the void is lit.

Valuation

The VILLA from 1887 is a good example of a villa of a manufacturer family from the last quarter of the 19th century. The building is very richly and carefully finished and detailed. The building contains an exceptionally well-preserved interior, rare for Leiden. The building is of importance as a reference to a Leiden family of industrialists and politicians.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map