TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Sint Pancratiuskerk

Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1889 - 1901
Address
Sloterweg 1186, Locatie: Osdorp, 1066 CV Amsterdam (and others)
Place
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.34165, 4.79976
Monument number
526706

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Een in 1899-1901 tot stand gekomen Rooms-katholieke KERK met aangrenzende PASTORIE en ERFSCHEIDING, in opdracht van het kerkbestuur gebouwd naar een ontwerp van de architect J. Stuyt in een sobere rationalistische architectuurstijl, geïnspireerd op de vroeg-christelijke basiliekbouw. Bouwheer was pastoor J.H. Haverman; de aannemer was H.R. Hendriks. De eerste steen werd op 12 mei 1900, de feestdag van de H. Pancratius, gelegd door Mgr. B. Dankelman. Op 21 maart 1901 werd de kerk geconsacreerd door Z.D.H. Mgr. Caspar Bottemanne, bisschop van Haarlem. De kerk werd toegewijd aan de H. Pancratius (Pancras), hoewel tevens enkele relieken van de H. Fortunatus onder het hoogaltaar werden ingemetseld. Delen van het houten hoogaltaar (1854) zijn afkomstig van de oudere parochiekerk te Halfweg. Op 27 januari van dat jaar werd de luiklok gegoten in Aarle Rixtel, het opschrift luidt: Agnes is mijn naam, God zal ik loven, De levenden roepen, De Dooden betreuren. In 1902 werd het voorplein bestraat en van een afsluitend hek met twee poorten voorzien. Het orgel is in oorsprong in 1883 gemaakt door orgelbouwer Ypma te Alkmaar. In 1902 is het door Ypma verplaatst naar de Sint Pancratiuskerk en geplaatst in het priesterkoor. In 1914 verhuisde het naar de koorzolder. In 1936 werd het gerestaureerd door J. Adema; in 1959 vond groot onderhoud plaats door Adema-Schreurs. Het orgel valt niet onder de bescherming. De beeldhouwwerken, onder andere een piëta in kunststeen, zijn gemaakt door J. Maas uit Haarlem. De glas-in-loodramen van het priesterkoor zijn in 1900 vervaardigd door het glazeniersatelier van Julius Dobbelaere uit Brugge. De glas-in-loodramen van de Mariakapel (voormalige doopkapel) zijn in 1948 vervaardigd door Alex Asperslagh.

NB. De aanleg van de achter de kerk gelegen begraafplaats kwam op 4 december 1901, de feestdag van de H. Barbara, gereed. Pastoor Koele verkocht op enig moment een aantal beelden, de oude kruiswegstaties, de communiebanken, de preekstoel en de monstrans. De oorspronkelijke kerkbanken zijn later vervangen door vergelijkbare banken uit een andere kerk. De glas-in-loodramen werden in 1996 gerestaureerd door het glasatelier Oud Rijswijk.

Omschrijving

De basilicale kerk op rechthoekig grondplan heeft een toren (ZW), een middenschip met zijbeuken en een lager priesterkoor. De daken zijn gedekt met leien in Maasdekking. De gevels zijn gemetseld in afwisselend koppen- en strekkenlagen en hebben verspreid voorkomend decoratief metselwerk. Onder de vensters bevinden zich gemetselde afgeschuinde dorpels of natuurstenen elementen ter afwatering. De toren op nagenoeg vierkant grondplan fungeert als westwerk met hoofdtoegang in verdiept spitsboogvormig portaal met rond en geleed venster met glas-in-lood raamvulling boven dubbele openslaande deur onder liggende ellipsboog. Hooggelegen in de torengevel bevindt zich een wijzerplaat in vierkant gemetseld kader. Aan de vier zijden van de toren bevindt zich elk een gekoppeld stel galmgaten onder spitsboog; hierboven steeds drie kleine ronde spaarvelden. Tegen de ZO-gevel bevindt zich een octogonale traptoren met lancetvensters en gedekt met spits. De toren zelf heeft een hoge achtzijdige spits met insnoering en torenhelm met weerhaan. Op de zuidhoek van de toren bevindt zich een beeld van de H. Pancratius op console en onder baldakijn. Het vijf traveeën lange schip wordt gedekt door een zadeldak met per schild drie kleine kapellen met kapje en piron en zesruits venster. Aan beide zijden zes gemetselde dichte steunberen en zijbeuken onder flauw hellende daken. Per travee in de lichtbeuk steeds drie lancetvensters onder spitsboog met meerruits glasroedenverdeling. Per travee in de zijbeuk steeds een rond venster met glas-in-lood raamvulling in geometrische motieven en met alternerend 'SP' en 'SB' in de centrale voorstelling, respectievelijk verwijzingen naar de H. Pancratius en de H. Barbara. Ter afsluiting van de noklijn in het NO een gemetseld opzetstuk met opening. Het priesterkoor is lager dan het schip en heeft eveneens een zadeldak. De NO-gevel heeft een vensterpartij met de drie smalle en hoge gesigneerde glas-in-loodramen van Julius Dobbelaere met voorstellingen van de gekruisigde Christus met Maria en Johannes aan weerszijden. De zijgevels hebben grote ronde ramen als omschreven.

Inwendig een in sjablonen beschilderd houten gedrukt spitsboogvormig tongewelf met gordelbogen op kraagstenen. De tekst van het Credo is op een onderliggend fries weergegeven. Aan de voorzijde van een verdiept gedeelte onder gemetselde boog (met het orgel) in het torenwerk bevindt zich het balkon van de koorzolder met houten balustrade. De zijbeuken openen zich met hoge muraalbogen naar het schip; hierachter een met de boogvorm overeenstemmend smal gewelf met schildering in sjablonen. Vier van dergelijke ruimtes worden middels tussenliggende poorten met liggende ellipsboog met elkaar verbonden. Twee van dergelijke delen van de zijbeuk nabij het priesterkoor functioneren als 'zijkapellen'. Aan de oostzijde leidt een toegangsdeur tot de tussen kerk en pastorie gelegen sacristie. Het metselwerk van de wanden wordt afgewisseld door banden in blauw geglazuurde steen. De tegelvloeren zijn gelegd in eenvoudige geometrische patronen. Het hoogaltaar, 'altare privilegiatum quotidianum perpetuum', heeft een retabel met - in gesloten toestand - de afbeeldingen van de HH. Pancratius en Barbara. Op de deuren van het tabernakel bevinden zich de evangelistensymbolen met tekstbanderollen waarop e.g. Sanctus Marcus en 'agnus dei qui tollis peccata mundi'. Aan de achterzijde van de kerk bevindt zich de Mariakapel - de voormalige doopkapel - met piëta van J. Maas, de glas-in-loodramen van A. Asperslagh en een smeedijzeren hek met tekst: 'Qui crediderit et baptizatus fuerit salvus erit (degene die gelooft en gedoopt is zal zalig worden). Het nabij geplaatste beeld van de H. Jozef is in 1988 overgebracht uit de gelijknamige school. De overige beelden zijn van Antonius van Padua, Maria en Christus (Heilig Hart).

Aan de oostzijde van de kerk door middel van een tussenlid verbonden pastorie bestaande uit twee bouwlagen op nagenoeg vierkante plattegrond met gemetselde gevels onder samengesteld afgeknot schilddak met platte pannen en met kruisvensters, vensters met schuiframen en brede meervoudig gelede vensters. Aan de straatzijde bevindt zich een breder bouwvolume; in de oksel bevindt zich de hoofdtoegang onder luifel met pannen.

De erfafscheiding bestaat uit een smeedijzeren hek op gemetselde voeting met twee tussen gemetselde posten geplaatste dubbele poorthekken.

Waardering

Uit 1899-1901 daterende Rooms-katholieke parochiekerk Sint Pancratius met bijbehorende interieuronderdelen en kunstwerken met pastorie en erfscheiding van algemeen belang vanwege de architectuur- en cultuurhistorische en typologische waarde als vroeg voorbeeld van rationalistische, religieuze architectuur, met invloeden van vroeg-christelijke kerkbouw. Tevens is de kerk van belang wegens situationele waarde, met name wegens het markante torensilhouet als belangrijk oriëntatiepunt in het vroegere buurtschap Osdorp. De kerk is van belang binnen het oeuvre van J. Stuyt als eerste kerk die de architect zelfstandig in Nederland gebouwd heeft.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A Roman Catholic CHURCH erected in 1899-1901 with adjoining PARSONAGE and BOUNDARY WALL, built on behalf of the church administration according to a design by architect J. Stuyt in a sober rationalistic architectural style, inspired by early-Christian basilica construction. The building client was pastor J.H. Haverman; the contractor was H.R. Hendriks. The foundation stone was laid on 12 May 1900, the feast day of St. Pancras, by Mgr. B. Dankelman. On 21 March 1901 the church was consecrated by His Grace Mgr. Caspar Bottemanne, Bishop of Haarlem. The church was dedicated to St. Pancras (Pancratius), although some relics of St. Fortunatus were also set under the high altar. Parts of the wooden high altar (1854) are from the earlier parish church at Halfweg. On 27 January of that year the bell was cast in Aarle Rixtel, the inscription reads: Agnes is my name, God will I praise, The living call, The dead bewail. In 1902 the forecourt was paved and provided with a closing fence with two gates. The organ originally was made in 1883 by organ builder Ypma at Alkmaar. In 1902 it was relocated by Ypma to Sint Pancratiuskerk and placed in the priest's choir. In 1914 it moved to the choir loft. In 1936 it was restored by J. Adema; in 1959 major maintenance was carried out by Adema-Schreurs. The organ is not subject to protection. The sculptural works, including a pietà in artificial stone, were made by J. Maas from Haarlem. The stained-glass windows of the priest's choir were made in 1900 by the glazing workshop of Julius Dobbelaere from Bruges. The stained-glass windows of the Maria chapel (former baptistry) were made in 1948 by Alex Asperslagh.

NB. The construction of the cemetery located behind the church was completed on 4 December 1901, the feast day of St. Barbara. Pastor Koele sold at some point a number of statues, the old stations of the cross, the communion rails, the pulpit and the monstrance. The original church pews were later replaced by comparable pews from another church. The stained-glass windows were restored in 1996 by the glass studio Oud Rijswijk.

Description

The basilical church on rectangular plan has a tower (SW), a nave with side aisles and a lower priest's choir. The roofs are covered with slate in Maas pattern. The façades are laid in alternating stretcher and header courses and have scattered decorative brickwork. Below the windows are set chamfered stone sills or natural stone elements for drainage. The tower on virtually square plan functions as a westwork with main entrance in recessed pointed-arch portal with round and articulated window with stained-glass filling above double opening door under spanning elliptical arch. Positioned high in the tower façade is a clockface in square brick frame. On all four sides of the tower there is each a coupled pair of bell openings under pointed arch; above these each time three small round spandrels. Against the SE façade is an octagonal stair tower with lancet windows and covered with spire. The tower itself has a tall octagonal spire with necking and tower helm with weathervane. On the south corner of the tower is a statue of St. Pancras on corbel and under baldachin. The five-bay nave is covered by a gabled roof with per gable three small chapels with roof and finial and six-light window. On both sides six brick buttresses and side aisles under gently sloping roofs. Per bay in the clerestory always three lancet windows under pointed arch with multi-light glazing bars. Per bay in the side aisle always a round window with stained-glass filling in geometric motifs and with alternating 'SP' and 'SB' in the central design, respectively referring to St. Pancras and St. Barbara. Concluding the ridge line in the NE a brick superstructure with opening. The priest's choir is lower than the nave and also has a gabled roof. The NE façade has a window arrangement with three narrow and tall signed stained-glass windows by Julius Dobbelaere depicting the crucified Christ with Mary and John on either side. The side façades have large round windows as described.

Interior a stencilled wooden barrel vault in pointed-arch form with transverse ribs on corbels. The text of the Credo is displayed on an underlying frieze. At the front of a recessed section under brick arch (with the organ) in the tower structure is the choir loft balcony with wooden balustrade. The side aisles open with tall wall arches toward the nave; behind this a narrow vault matching the arch form with stencil painting. Four such spaces are connected with each other by intervening doors with spanning elliptical arch. Two such sections of the side aisle near the priest's choir function as 'side chapels'. On the east side a door leads to the sacristy between church and parsonage. The masonry of the walls is alternated by bands in blue glazed brick. The tile floors are laid in simple geometric patterns. The high altar, 'altare privilegiatum quotidianum perpetuum', has a retable with - in closed state - depictions of Sts. Pancras and Barbara. On the doors of the tabernacle are the evangelists' symbols with text scrolls bearing e.g. Sanctus Marcus and 'agnus dei qui tollis peccata mundi'. At the rear of the church is the Maria chapel - the former baptistry - with pietà by J. Maas, the stained-glass windows by A. Asperslagh and a wrought-iron railing with text: 'Qui crediderit et baptizatus fuerit salvus erit (he who believes and is baptised shall be saved). The nearby statue of St. Joseph was transferred in 1988 from the school of the same name. The other statues are of Antonius of Padua, Mary and Christ (Sacred Heart).

On the east side of the church connected by means of a link the parsonage consisting of two storeys on virtually square plan with brick façades under combined truncated hipped roof with flat tiles and with cross windows, windows with sash frames and broad multi-light articulated windows. On the street side is a wider building volume; in the angle is the main entrance under canopy with tiles.

The boundary wall consists of a wrought-iron railing on brick base with two double gate railings set between brick posts.

Appreciation

A Roman Catholic parish church Sint Pancratius dating from 1899-1901 with associated interior components and artworks with parsonage and boundary wall of general importance for its architectural and cultural-historical and typological value as an early example of rationalistic, religious architecture, with influences from early-Christian church construction. The church is furthermore of importance for its situational value, notably for the striking tower silhouette as an important landmark in the former neighbourhood of Osdorp. The church is of importance within the oeuvre of J. Stuyt as the first church that the architect independently built in the Netherlands.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map