Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kapel O.L.Vr. Altijdurende Bijstand
Ospel, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kapel
- Function
- Kapel(F1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1907
- Address
- Klaarstraatzijweg 1, 6035 SX Ospel (Nederweert 31)
- Place
- Ospel
- Municipality
- Nederweert
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.29347, 5.77026
- Monument number
- 526499
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft Library
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 33 Helmond, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
WEGKAPEL gewijd aan Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand, gebouwd in 1907 in neo-romaanse stijl. Het kleine gebouw is gelegen aan de rand van een weiland ten noorden van de doorgaande weg door het kerkdorp Ospel en ten zuidwesten van de Klaarstraatzijweg, een met bomen beplante landweg. Het betreft hier een verbouwing tot kapel op initiatief van pastoor H. Caris van een voormalig coöperatief melkfabriekje op handkracht ("Eendracht maakt macht") dat in 1893 was gesticht. In 1906 ging het fabriekje op in de coöperatieve stoomzuivelfabriek St. Isidorus. Wellicht werd het fabriekje ter ere van deze omwenteling tot kapel verbouwd, anderzijds wordt de stichting en wijding aan Onze Lieve Vrouw ook in verband gebracht met de hoge kindersterfte in deze tijd. De grotendeels gaaf bewaarde kapel wordt omgeven door een omheining van bakstenen pijlers waartussen eenvoudige smeedijzeren hekwerken, die vermoedelijk tijdens een restauratie in 1985 is vernieuwd.
Omschrijving
WEGKAPEL in de vorm van een rechthoekig zaalkerkje met aan de zuidzijde een vijfzijdige koorsluiting en aan de voorzijde een uitspringende entreepartij bekroond door een klokkentorentje. Het schip wordt afgedekt door een zadeldak verzonken tussen eindgevels en belegd met leien in Maasdekking. De apsis is afgesloten met een eveneens met leien belegd meerzijdig schilddak met een lagere nokhoogte. De afwatering vindt plaats via een witgeschilderde geprofileerde bakgoot op een gemetseld tandfries. De gevels zijn opgetrokken in genuanceerde baksteen in kruisverband in de voorgevel gecombineerd met details in rode profielsteen. De gecementeerde plint is langs de zijgevels versierd met gebouchardeerde ruitvormige vlakken. De zijgevels en apsis worden geleed door steunberen. De versnijdingen van de steunberen zijn evenals de hellende delen van voorgevel en klokkentorentje met hardstenen dekplaten bekleed. In het midden van de symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL springt een torenlichaam naar voren dat zich aan de bovenzijde versmalt en uitloopt in een met rode vormsteen versierde open klokkenstoel. De klokkenstoel heeft een meerzijdige afgeknotte natuurstenen spits met smeedijzeren nokkruis. De uitspringende entreepartij wordt met een puntgevel afgesloten, voorzien van een cirkelvormig kasement afgezet met rode baksteen en bekroond met een natuurstenen topkruis. Het portiek heeft een bakstenen plint afgesloten met een hardstenen lijst en is voorzien van insnijdende en geprofileerde dagkanten met archivolten in rode profielsteen. In het houten rondboogvormige timpaan het opschrift Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand bid voor ons, Ospel 1907" geschilderd in geel-gouden belettering. De houten deur heeft hoge gekoppelde glaspanelen achter een smeedijzeren rooster. Het stoepje van het portiek is belegd met gele tegels. De LINKER ZIJGEVEL telt evenals de RECHTER ZIJGEVEL twee traveeën met rondboogvormig afgesloten vensters met gecementeerde omlijstingen en hardstenen lekdorpels. De ramen zijn gevuld met glas-in-lood en de vensteropeningen zijn voorzien van brugijzers en diefijzers. De ACHTERGEVEL springt aan beide zijden iets buiten de smallere apsis uit. De apsis heeft in elk van de vijf traveeën een smal rondboogvormig afgesloten venster. De kapel heeft een goed bewaard gebleven INTERIEUR uit het begin van de twintigste eeuw met een blauwgeschilderde, ziende houten kap en trekstangen uit muurconsoles. Onder de bewaard gebleven interieuronderdelen bevinden zich twee identieke neogotische zijaltaartjes gewijd aan St. Rochus en St. Theresia met niet oorspronkelijke heiligenbeelden. Vrijwel het gehele vloeroppervlak van de kapel wordt ingenomen door banken aan weerszijden van een met zwarte en gele tegels belegd middenpad. De banken zijn bevestigd aan houten vloeren en zijn voorzien van eenvoudige neogotische motieven. Het middengangetje wordt door houten draaihekjes aan de voorste banken afgesloten van het voorkoortje. De wanden van de kapel zijn versierd met verdoekte schilderingen die de priester-schrijver en schilder Jean Adams op de wanden aanbracht tussen 1936 en 1939.
Waardering
De WEGKAPEL in Ospel heeft cultuurhistorische en typologische waarde als bijzondere uitdrukking van een culturele en geestelijke ontwikkeling in de architectuur van wegkapellen aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. De kapel is een uniek voorbeeld van een tot kapel omgebouwd zuivelfabriekje, en is als zodanig op bijzondere wijze verbonden met een sociaal-economische ontwikkeling, namelijk de overgang van handmatige fabricage naar stoomkracht. De kapel heeft architectuurhistorische en typologische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een wegkapel uit het begin van de twintigste eeuw in de vorm van een zaalkerk op kleine schaal. De kapel valt op vanwege de toegepaste sobere neo-romaanse stijl, vanwege detaillering in de voorgevel en vanwege de authentiek bewaarde interieuronderdelen uit het begin van de twintigste eeuw. De kapel heeft ensemblewaarden als functioneel en historisch onderdeel van het kerkdorp Ospel, met een herkenbare situering nabij een kruising van wegen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
WAYSIDE CHAPEL dedicated to Our Lady of Perpetual Succour, built in 1907 in neo-Romanesque style. The small building is situated at the edge of a meadow north of the through road of the village church Ospel and southwest of the Klaarstraatzijweg, a tree-lined country lane. This concerns a conversion into a chapel on the initiative of pastor H. Caris of a former cooperative butter factory worked by hand ("Unity is strength") which had been founded in 1893. In 1906 the factory merged into the cooperative steam dairy St. Isidorus. The factory may have been converted into a chapel to commemorate this transformation, on the other hand the founding and dedication to Our Lady is also connected with the high infant mortality of that time. The largely well-preserved chapel is surrounded by a fence of brick pillars between which simple wrought-iron railings, which were presumably renewed during a restoration in 1985.
Description
WAYSIDE CHAPEL in the form of a rectangular hall church with on the south side a five-sided choir closure and on the front a projecting entrance section crowned by a small bell tower. The nave is covered by a gabled roof set between end gables and tiled with slate in Maas coverage. The apse is closed with a multi-sided hipped roof likewise tiled with slate with a lower ridge height. Water drainage takes place via a whitewashed profiled brick gutter on a mortared toothed frieze. The gables are built of nuanced brick in header bond combined in the front gable with details in red moulded brick. The cemented plinth is decorated along the side gables with tooled diamond-shaped panels. The side gables and apse are articulated by buttresses. The intersections of the buttresses are, as are the sloping parts of front gable and bell tower, clad with stone coping plates. In the middle of the symmetrically arranged FRONT GABLE a tower section projects forward which narrows at the top and terminates in an open bell chamber decorated with red moulded brick. The bell chamber has a multi-sided truncated stone spire with wrought-iron ridge cross. The projecting entrance section is closed with a pointed gable, furnished with a circular casement set off with red brick and crowned with a stone cross. The porch has a brick plinth finished with a stone moulding and is provided with recessed and profiled stone faces with archivolt mouldings in red moulded brick. In the wooden round-arched tympanum the inscription "Our Lady of Perpetual Succour pray for us, Ospel 1907" is painted in yellow-golden lettering. The wooden door has tall paired glass panels behind a wrought-iron grille. The porch step is paved with yellow tiles. The LEFT SIDE GABLE has, as does the RIGHT SIDE GABLE, two bays with round-arched windows with cemented surrounds and stone drip moulds. The windows are filled with leaded glass and the window openings are provided with braces and theft bars. The REAR GABLE projects slightly on both sides beyond the narrower apse. The apse has in each of the five bays a narrow round-arched window. The chapel has a well-preserved INTERIOR from the early twentieth century with a blue-painted, exposed wooden roof truss and tie rods from wall consoles. Among the preserved interior components are two identical Neo-Gothic side altars dedicated to St. Rochus and St. Theresia with non-original saint images. Almost the entire floor area of the chapel is occupied by benches on either side of a central aisle paved with black and yellow tiles. The benches are attached to wooden floors and are provided with simple Neo-Gothic motifs. The central aisle is separated from the entrance vestibule by wooden revolving gates at the front benches. The chapel walls are decorated with faded paintings which the priest-writer and painter Jean Adams applied to the walls between 1936 and 1939.
Valuation
The WAYSIDE CHAPEL in Ospel has cultural-historical and typological value as a particular expression of a cultural and spiritual development in the architecture of wayside chapels at the end of the nineteenth and beginning of the twentieth century. The chapel is a unique example of a dairy factory converted into a chapel, and is in this way particularly connected with a socio-economic development, namely the transition from manual manufacture to steam power. The chapel has architectural-historical and typological value as a well and fully preserved example of a wayside chapel from the beginning of the twentieth century in the form of a small-scale hall church. The chapel is remarkable for the applied austere Neo-Romanesque style, for detailing in the front gable and for the authentically preserved interior components from the beginning of the twentieth century. The chapel has ensemble values as a functional and historical component of the village church Ospel, with a recognizable location near a road junction.
Nearby in the register
- Molen, Kreijel 15Industrie- en poldermolenunder 1 mi
- Industrie- en poldermolen, Korenbloemstraat 3Industrie- en poldermolenunder 1 mi
- Kerk, Onze Lieve Vrouwestraat 38Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kazemat 18Kazematunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.