TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Jacobuskerk

Schiedam, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1888 - 1890
Address
Kerkweg 53, 3124 KD Schiedam
Place
Schiedam
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.94384, 4.38718
Part of complex
525387
Monument number
525389

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

BASILIEK gebouwd in 1888-1890 in Neo-Romaanse trant, ontworpen door A.C. Bleijs, deel uitmakend van het ROOMS-KATHOLIEK COMPLEX "St. Jacobus".

De kerk bevindt zich noordoostelijk van het midden op het vrijwel rechthoekige complexterrein. De zijbeuktraveeen zijn beurtelings hoog en laag opgetrokken naar het voorbeeld van de O.L. Vroeuwekerk te Maastricht en de Abdijkerk te Rolduc.

NB: De constructie van de basiliek is in 1934 verzwaard door het aanbrengen van een betonnen versteviging aan de binnenzijde van de hoge rondbogen in de kerkzaal. In 1966 zijn de uit 1890 daterende communiebank en het hoogaltaar verwijderd om plaats te maken voor een moderne perlatomarmeren offertafel naar ontwerp van architect H.G. Roding. De oorspronkelijke geetste ramen liggen opgeslagen in de toren van de kerk.

Omschrijving

De basiliek is opgetrokken in baksteen - voorzien van gemetselde cordonlijst en tandlijsten en gedecoreerd met bruin geglazuurde stenen- en bestaat uit een hoog middenschip onder een zadeldak geflankeerd door zijbeuken onder lessenaarsdaken die worden onderbroken door twee pseudo-transepten onder zadeldaken die tot aan de dakvoet van het middenschip reiken. De zijbeuken zijn aan de noordzijde afgerond onder een half puntdak. Tegen de zuidzijde van de basiliek aan staat een apsis onder een half puntdak; tegen de zuidoosthoek staat de achthoekige klokkentoren onder een puntdak; tegen de zuidwesthoek staat een ronde traptoren, met een puntdak, die even hoog reikt als het middenschip. De gang die de verbinding vormt met de pastorie sluit op de kerk aan ten noorden van de traptoren.

Aan de noordzijde van de basiliek het rechthoekige koor dat even breed is maar iets lager dan het middenschip onder een zadeldak met aan de noord-, oost- en westzijde een apsis met halve puntdaken. Ten oosten en ten westen van de kerk zijn naast het koor twee uitbouwen onder respectievelijk een tent- en een half afgerond, schilddak.

Alle vensters en spaarvelden zijn bekroond met streks metselwerk en hebben een afzaat van geglazuurde bruine tegels.

De zuidelijke puntgevel van de basiliek heeft een boogfries met in de hoogste boog een ventilatierooster en links en rechts kleine rondboogvensters. De gevel heeft een natuurstenen bekroning met kruissymbool.

Op de begane grond van de apsis zijn drie rondboogspaarvelden, waarin tweelichtvensters met natuurstenen deelzuiltjes en glas-in-loodramen. Ter hoogte van de eerste verdieping drie rondboogvensters met glas-in-loodramen. De daklijst wordt gedragen door natuurstenen gedecoreerde consoles.

De achthoekige klokkentoren is voorzien van banden van gebogen, geglazuurde bruine tegels en streks metselwerk. Op de begane grond bevinden zich twee toegangen onder rondboognissen ondersteund door natuurstenen zuiltjes. De terugliggende, dubbele houten deur en met ijzerbeslag bevinden zich onder natuurstenen gedecoreerde lateien met daarboven een spaarveld van metselmozaïek waarin gebruik is gemaakt van rode baksteen. De klokkentoren is voorzien van smalle rondboogvensters, rondboogspaarvelden met tweelichtvensters en rondlichten en spaarvelden met een boogfries en dubbele smalle rondboogvensters.

De traptoren is rond tot aan de dakvoet van het middenschip en wordt dan bekroond door een achthoekig lantaarn met een puntdak. De overgang wordt gemarkeerd door een boogfries met daarboven uitkragend siermetselwerk. De toren is voorzien van smalle rechthoekige vensters en rondboogvensters.

De oost- en westgevel van de basiliek zijn, behalve de uitbouw van een biechtkapel aan de westzijde tegen het zuidelijke pseudo-transept, identiek. Deze uitbouw heeft in de noord en de zuidgevel twee rondboogvensters met glas-in-loodramen en een plat dak. De oost- en westgevel van de basiliek omvatten vijf traveeën waarvan de tweede en vierde, de pseudo-transepten, iets naar voren springen. De eerste, derde en vijfde travee, gevels van de zijbeuken, hebben ieder twee rondlichten (apostelramen) met glas-in-lood, omlijst met een dubbele rij gebogen, geglazuurde bruine tegels. Gecentreerd daarboven, in de gevel van de middenbeuk, bevindt zich een rondboogvormig spaarveld met daarin een tweelichtvenster met een natuurstenen deelzuiltje en glas-in-loodramen. De puntgevels van de pseudo-transepten hebben twee rondboog vensters met glas-in-lood met daarboven een band uitstekend kops en getand metselwerk. Gecentreerd daarboven bevindt zich een rondlicht, conform eerder beschreven.

Ter hoogte van de dakvoet loopt een boogfries waardoor de gevel onder de nok als een spaarveld iets naar achter ligt. In het midden bevindt zich nog een rondlicht met een houten deurtje. In het oostelijke en westelijke dakschild bevinden zich kleine dakkapellen met ventilatie-rooster. In de noordelijk puntgevel een rondlicht. Op de nok van het dak staat een gemetseld, open kloktorentje dat is afgedekt met een natuurstenen dakje. In de gevel van de oost- en west-apsis bevinden zich rondboogvensters met glas-in-lood. De noordelijke apsis heeft drie rondboogvensters met glas-in-loodramen. Onder de daklijsten van de apsissen zijn natuurstenen consoles aangebracht. Tussen de noord- en de west-apsis staat een hoge ranke schoorsteen die halverwege het dak van het middenschip reikt.

De oostelijke uitbouw heeft in de zuidgevel een houten deur met ijzerbeslag. De gemetselde treden naar de deur zijn voorzien van een eenvoudig gietijzeren hekwerk. In de oostgevel zijn drie gekoppelde rondboogvenster met glas-in-loodramen. In de noordgevel is een rondboogvenster met glas-in-lood.

De westelijke uitbouw is langer en heeft een ronde gevel aan de westzijde. In de zuidgevel is een deur en opgang conform die van de oostelijke uitbouw. Rechts van de deur is een rondboogvenster met diefijzers. In de ronde gevel zijn twee smalle rondboogvensters; in de noordgevel twee grote rechthoekige vensters met gekoppelde ramen en bovenlichten, voorzien van diefijzers.

Het interieur van de basiliek is bekleed met mergelsteen. Alle deuren zijn van hout en voorzien van ijzerbeslag. In de westelijke uitbouw aan de noordzijde van de basiliek bevindt zich de sacristie. Van belang zijn hier de houten kasten, een lage wandkast en een hoge wandkast met een rondboognis en paneeldeuren. Tevens is er een kluis van Lips Dordrecht Holland. In het priesterkoor worden de apsissen geflankeerd door zwart marmeren kolommen op hardstenen voeten, en met dito kapitelen en zwartmarmeren abacucien. De rondbogen die door de pilasters ondersteund worden zijn versierd met een rondstaafbewerking. Het zadeldak van de uitbouw van het middenschip heeft een gewelfplafond. De vloer is bedekt met travertin tegels. In het koor bevindt zich een altaar met het Lam Gods, een hangend houten kruisbeeld met gepolychromeerd corpus en een staande koperen engel (1890, A.C. Bleijs).

De drie ramen van het priesterkoor stellen episodes uit het leven van de heilige Jacobus voor. Links de opwekking van de dochter van Jaïrus, midden de verheerlijking op de berg Thabor, rechts de Hof van Olijven (A.C. Bleijs; voorzien van datum: 1889; en de naam van de maker: Jöes Oltshoorn F.J.) In de oostelijke apsis bevindt zich in de wand een klein altaar met een zwart marmeren dekplaat. Aan weerszijden van het koor zijn twee beelden van zandsteen, St. Jacobus en St. Antonius( 1917, J.P. Maas), hoog tegen de wand geplaatst.

De kap van de middenbeuk is decoratief beschilderd. De looppaden in de kerkzaal zijn betegeld met veelkleurige tegels, onder de eikenhouten, gedecoreerde kerkbanken liggen houten vloeren. Aan de westzijde voorin de kerkzaal is een preekstoel, uitgevoerd in Franse steen met verguld koperen adelaar als lessenaar. Het reliëf toont de prediking van Christus op de Olijfberg. De preekstoel is voorzien van een naamplaat met de namen van de schenkers: 'Georgius van den Burg Magdalena.ham'. De arcade tussen de kerkzaal en de zijbeukgalerij heeft een alternerend stelsel bestaande uit een dubbele scheiboog met een deelzuil in de traveeën van de zijbeuk, en een hoge gordelboog in de pseudo-transepten. De kolommen zijn conform die in het koor. De zijbeuken zijn voorzien van kruisgewelven. Onder de glas-in-lood rondlichten in de zijbeuken (twaalf Apostelramen 1932-1976, Alex Asperslagh (10x); Frits Henderickx (2x) bevinden zich in de muur ingemetseld lijsten afgewerkt met marmer en koper waarin 14 schilderingen op koperen platen zijn aangebracht. Deze, in totaal veertien, schilderingen zijn onderdeel van de kruiswegstatie (1894/95, met initialen W.v.G.). Tussen de schilderingen is in de muur een kruis gegraveerd. In de noordzijde van de beide zijbeuken zijn twee altaren, het Maria-altaar en het Jozef-altaar (zandstenen beelden van J.P. Maas, 1910). In de wanden van de beide westelijke pseudo-transepten bevinden zich twee zandstenen heiligenbeelden op consoles: St. Franciscus en de Goede Herder (J.P. Maas, 1910). In het zuidoostelijk pseudo-transept is een vrijstaande houten biechtstoel met gedecoreerde paneeldeuren. In het pseudo-transept daar tegenover is de uitgebouwde biechtkapel, de twee toegangsdeuren hebben gezandstraalde ramen.

In de zuidzijde van de kerkzaal is een balkon gedragen door een arcade van drie scheibogen, ondersteund door kolommen, conform eerder beschreven. De houten balustrade wordt ondersteund door uitgemetselde, mergelstenen, consoles. Op het balkon is het orgel met twee klavieren en een vrij Pedaal, in 1880 gebouwd door L. Ijpma te Alkmaar, in 1895 gewijzigd door Gebr. Gradussen. Het orgel staat in twee kassen opgesteld. De zuidelijke wand boven het balkon heeft ter hoogte van de dakvoet een rondboogfries met daarboven een tandlijst. Het plafond onder het balkon is beschilderd conform het plafond van de middenbeuk. Onder het balkon is de doopkapel in de zuidelijke apsis. Het zandstenen doopvont (1860) heeft een houten deksel met een beeldje van Johannes de Doper en staat op een natuurstenen plint met gepolychromeerd doophek (1890). In de westelijke wand bevindt zich een groot mozaïek van Altijddurende Bijstand (1937, Joan Colette).

Waardering

De St. Jacobuskerk, als historisch-functioneel onderdeel van het kerkcomplex "St. Jacobus", gebouwd in 1888-1890 naar ontwerp in Neo-Romaanse stijl van A.C. Bleijs, mede vanwege de omschreven interieuronderdelen, van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische-, cultuurhistorische -, beeldbepalende en ensemblewaarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

BASILICA built in 1888-1890 in Neo-Romanesque style, designed by A.C. Bleijs, forming part of the ROMAN CATHOLIC COMPLEX "St. Jacobus".

The church is situated to the north-east of the centre on the virtually rectangular complex site. The side aisle bays are alternately of great and small height, following the example of the O.L. Vroeuwekerk at Maastricht and the Abdijkerk at Rolduc.

NB: The construction of the basilica was reinforced in 1934 by the application of a concrete strengthening on the interior side of the tall round arches in the church hall. In 1966 the communion rail and high altar dating from 1890 were removed to make way for a modern pearl-marble offertory table designed by architect H.G. Roding. The original cast-metal windows are stored in the tower of the church.

Description

The basilica is constructed in brick - provided with moulded cornice and dentil courses and decorated with brown glazed stone - and consists of a tall central nave under a gabled roof flanked by side aisles under lean-to roofs which are interrupted by two pseudo-transepts under gabled roofs that reach to the eaves of the central nave. The side aisles are rounded at the north side under a half-pointed roof. Against the south side of the basilica stands an apse under a half-pointed roof; against the south-east corner stands the octagonal bell tower under a pointed roof; against the south-west corner stands a round stair tower, with a pointed roof, which reaches the same height as the central nave. The passage which forms the connection with the presbytery adjoins the church to the north of the stair tower.

On the north side of the basilica is the rectangular choir which is as wide but slightly lower than the central nave under a gabled roof with on the north, east and west side an apse with half-pointed roofs. To the east and west of the church are next to the choir two extensions under respectively a tent roof and a half-rounded hipped roof.

All windows and spandrels are topped with stretcher brickwork and have a course of glazed brown tiles.

The south pointed gable of the basilica has an arch frieze with a ventilation grille in the highest arch and small round-arched windows to left and right. The gable has a natural stone coping with a cross symbol.

On the ground floor of the apse are three round-arch spandrels, containing two-light windows with natural stone mullions and stained-glass windows. At the height of the first storey three round-arched windows with stained-glass windows. The eaves course is supported by naturally-stoned decorated corbels.

The octagonal bell tower is provided with bands of curved, glazed brown tiles and stretcher brickwork. On the ground floor are two entrances under round-arch niches supported by natural stone columns. The recessed, double wooden door and with iron fittings are located under naturally-stoned decorated lintels with above a spandrel of brickwork mosaic using red brick. The bell tower is provided with narrow round-arched windows, round-arch spandrels with two-light windows and roundels and spandrels with an arch frieze and double narrow round-arched windows.

The stair tower is round up to the eaves of the central nave and is then crowned by an octagonal lantern with a pointed roof. The transition is marked by an arch frieze with above it projecting decorative brickwork. The tower is provided with narrow rectangular windows and round-arched windows.

The east and west gables of the basilica are, except for the extension of a confession chapel on the west side against the south pseudo-transept, identical. This extension has on the north and south gables two round-arched windows with stained-glass windows and a flat roof. The east and west gables of the basilica comprise five bays of which the second and fourth, the pseudo-transepts, project slightly forward. The first, third and fifth bays, gables of the side aisles, each have two roundels (apostle windows) with stained glass, framed with a double row of curved, glazed brown tiles. Centred above, in the gable of the central nave, is a round-arched spandrel containing a two-light window with a natural stone mullion and stained-glass windows. The pointed gables of the pseudo-transepts have two round-arched windows with stained glass with above a band of projecting toothed and dentil brickwork. Centred above is a roundel, as described previously.

At the height of the eaves runs an arch frieze which causes the gable below the ridge to lie slightly recessed. In the centre is a further roundel with a wooden door. In the east and west roof planes are small roof dormers with ventilation grilles. In the north pointed gable is a roundel. On the ridge of the roof stands a brick-built, open bell tower capped with a natural stone roof. In the gable of the east and west apse are round-arched windows with stained glass. The north apse has three round-arched windows with stained-glass windows. Under the eaves courses of the apses are natural stone corbels. Between the north and west apse stands a tall slender chimney which reaches halfway up the roof of the central nave.

The east extension has in its south gable a wooden door with iron fittings. The brick steps to the door are provided with simple cast-iron railings. In the east gable are three coupled round-arched windows with stained-glass windows. In the north gable is a round-arched window with stained glass.

The west extension is longer and has a round gable on the west side. In the south gable is a door and entrance corresponding to that of the east extension. To the right of the door is a round-arched window with theft-proof bars. In the round gable are two narrow round-arched windows; in the north gable two large rectangular windows with coupled sashes and fanlights, provided with theft-proof bars.

The interior of the basilica is lined with marl stone. All doors are wooden and provided with iron fittings. In the west extension on the north side of the basilica is the sacristy. Notable here are the wooden cupboards, a low wall cupboard and a tall wall cupboard with a round-arch niche and panelled doors. There is also a safe by Lips Dordrecht Holland. In the choir the apses are flanked by black marble columns on sandstone bases, and with similar capitals and black marble abacuses. The round arches which are supported by pilasters are decorated with a round-moulded treatment. The gabled roof of the extension of the central nave has a vaulted ceiling. The floor is covered with travertine tiles. In the choir is an altar with the Lamb of God, a hanging wooden crucifix with polychrome corpus and a standing bronze angel (1890, A.C. Bleijs).

The three windows of the choir represent episodes from the life of Saint James. On the left the raising of the daughter of Jairus, in the centre the transfiguration on Mount Tabor, on the right the Garden of Olives (A.C. Bleijs; provided with date: 1889; and the name of the maker: Jöes Oltshoorn F.J.) In the east apse is a small altar in the wall with a black marble top. On either side of the choir are two sandstone statues, St. James and St. Antony (1917, J.P. Maas), placed high against the wall.

The roof of the central nave is decoratively painted. The aisles in the church hall are tiled with colourful tiles, under the oak-wood, decorated church benches lie wooden floors. On the west side at the front of the church hall is a pulpit, executed in French stone with gilded bronze eagle as lectern. The relief shows the preaching of Christ on the Mount of Olives. The pulpit is provided with a nameplate with the names of the donors: 'Georgius van den Burg Magdalena.ham'. The arcade between the church hall and the side aisle gallery has an alternating system consisting of a double barrel arch with a mullion in the bays of the side aisles, and a tall transverse arch in the pseudo-transepts. The columns conform to those in the choir. The side aisles are provided with cross vaults. Under the stained-glass roundels in the side aisles (twelve apostle windows 1932-1976, Alex Asperslagh (10x); Frits Henderickx (2x)) are in the wall embedded frames finished with marble and copper in which 14 paintings on copper plates are mounted. These, in total fourteen, paintings are part of the stations of the cross (1894/95, with initials W.v.G.). Between the paintings is a cross engraved in the wall. On the north side of both side aisles are two altars, the Mary altar and the Joseph altar (sandstone statues by J.P. Maas, 1910). In the walls of both west pseudo-transepts are two sandstone saint statues on corbels: St. Francis and the Good Shepherd (J.P. Maas, 1910). In the south-east pseudo-transept is a free-standing wooden confessional with decorated panelled doors. In the pseudo-transept opposite is the built-out confession chapel, the two access doors have sand-blasted panes.

On the south side of the church hall is a gallery supported by an arcade of three barrel arches, supported by columns, as previously described. The wooden balustrade is supported by built-up, marl stone, corbels. On the gallery is the organ with two manuals and a free pedal, built in 1880 by L. Ijpma at Alkmaar, modified in 1895 by Gebr. Gradussen. The organ is arranged in two cases. The south wall above the gallery has at the height of the eaves an arch frieze with above it a dentil course. The ceiling under the gallery is painted in conformity with the ceiling of the central nave. Under the gallery is the baptismal chapel in the south apse. The sandstone baptismal font (1860) has a wooden cover with a statuette of John the Baptist and stands on a natural stone plinth with polychrome baptismal gate (1890). In the west wall is a large mosaic of Perpetual Succour (1937, Joan Colette).

Valuation

The St. Jacobuskerk, as a historical-functional component of the church complex "St. Jacobus", built in 1888-1890 to the Neo-Romanesque design of A.C. Bleijs, also on account of the described interior components, is of general importance due to its architectural-historical, cultural-historical, townscape-defining and ensemble value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map