Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Dorpsstraat 37
Nieuwkoop, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1934 - 1935
- Address
- Dorpsstraat 37, 2421 AV Nieuwkoop
- Place
- Nieuwkoop
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.14839, 4.77685
- Part of complex
- 525040
- Monument number
- 525041
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Handelskaart van Nederland / naar de nieuwste officiëele gegevens bewerkt" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
R.K. KERK met bijbehorende PASTORIE (monumentnummer 525042) gebouwd in 1934-1935 en gewijd aan Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart. De kerk is ontworpen als een pseudo-basiliek met uitgebouwde fronttoren in een Traditionalistische bouwtrant, waarbij invloeden van diverse Middeleeuwse bouwstijlen herkenbaar zijn. Dit blijkt ondermeer uit de vrij sober vormgegeven, maar expressieve baksteenarchitectuur met gesloten muren en dakvlakken, waarbij de constructie en het materiaal in het zicht zijn gelaten (o.a. de houten dakspanten). Opvallend is ook de bijzondere lichtwerking, die, geïnspireerd op de Karolingische en Ottoonse architectuur, speciaal in het verhoogde koor voor een speciaal lichteffect zorgt.
In het zich nog grotendeels in oorspronkelijke staat verkerende kerkinterieur bevinden zich diverse waardevolle inventarisstukken. Enkele daarvan zijn afkomstig uit de vorige kerk, waaronder enige kerkenbanken en altaren. Voor de nieuwe kerk zijn ondermeer het doopvont en de kerkbanken vervaardigd.
In 1945 is een nieuwe verlichting aangebracht en het orgel verbeterd.
Omschrijving
Driebeukige pseudobasiliek met een acht traveeën lang kerkschip onder een steil zadeldak met aan weerszijden vijf steekkappen. Er deels bovenuit stekend, een drie traveeën lang verhoogd smaller priesterkoor, afgesloten door een halfronde absis onder een vijfzijdig gesloten schilddak. De daken zijn gedekt met bruin-verglaasde Romaanse pannen. De hoofdfaçade (zuid-zuidwest) heeft een uitgebouwde fronttoren met entreeportaal, bekroond door een met rood koper bekleedde smalle naaldspits. Rechts van de toren een uitbouw onder lessenaarsdak. De kerk staat met de nokrichting evenwijdig aan de weg. De gevels zijn opgetrokken in (wijn)rode Limburgse handvormsteen (kruisverband) en worden beëindigd door rollagen. De schuine muurvlakken en de steunenberen worden afgesloten door vlechtingen. De enkele en samengestelde vensters van verschillend formaat onder spitsbogen en met gemetselde afzaten hebben glas-in-loodramen in verschillende tinten. De goten zijn hout met eenvoudige afgeronde rand; natuursteen is spaarzaam toegepast voor ondermeer de aanzetstenen van het entreeportaal.
De symmetrisch ingedeelde hoofdfacade (zuidwest) heeft in het midden een uitspringend torenlichaam van ca. 37 m hoog met aan voor- en zijkant zich trapsgewijs, tweemaal verjongende steunberen. Het bovenste deel van de toren heeft afgeschuinde hoeken met aan de onderzijde een natuurstenen sierblok en aan de bovenzijde een uitstekende waterspuwer (gargouille). De toren heeft aan elke zijde een rechthoekig galmgat onder een uitkragende betonnen latei. De hoofdentree bevindt zich aan de voorzijde in de toren in een spitsbogig archivolt. Een teakhouten dubbel openslaande deur van verticale delen met zwaar smeedijzeren beslagwerk en toognagels wordt gedekt door een aan de onderzijde licht getoogde strek met natuurstenen aanzetblokken. Boven de archivolt is een roosvenster met gemetselde traceringen en gekleurd glas-in-lood aangebracht. De uitbouw rechts van de toren heeft in de korte gevel rechts een spitbogige zijingang. Aan de voorzijde van de uitbouw bevinden zich, evenals links van de toren drie kleine spitsboogvensters. Tevens aan weerszijden van de toren op de verdieping twee, in hoogte verschillende, spitsboogvensters. De naaldspits, die aan elk dakvlak een ronde wijzerplaats heeft, is bekroond met een latijns kruis. De beide langsgevels zijn geleed door lage, ver uitstekende steunberen, verdeeld in acht traveeën. Hiervan hebben de middelste vijf puntgevels met steekkappen en zijn voorzien van driedelige vensterpartijen met spitsboogvensters. De middelste hiervan zijn hoger dan buitenste. De overige traveeën hebben steeds drie kleine spitsboogvensters. Aan de noordwestzijde bevinden zich ter plaaste van de biechtruimten kleine uitbouwen met spleetvensters onder een plat dak. Twee van het drie traveeën lange priesterkoor steken uit boven het dakvlak van het kerkschip en worden geflankeerd door zich eenmaal verjongende steunberen. Hierdoor omsluiten de twee oostelijke traveeën van het kerkschip de twee westelijke van het priesterkoor, waardoor zijruimten zijn ontstaan, welke ondermeer bestemd zijn als sacristie. De derde tot de grond toe doorlopende travee van het priesterkoor wordt afgesloten door veruitstekende zich tweemaal verjongende steunbeer. Van de hoog in de gevel geplaatste dubbele spitsboogvensters, is die van de derde verlengd met twee paar rechthoekige vensters. In de zuid-zuidwestelijke kopgevel zijn trapsgewijs kleine spitsboogvensters geplaatst. De absis heeft blinde muren met ter hoogte van het fries gemetselde trompen. De noord-noordoostelijke kopgevel is bekroond met een gemetseld latijns kruis.
INTERIEUR. Het sober en monumentaal uitgevoerde interieur van kerk en sacristie is uitgevoerd in schoonmetselwerk van gele (Friese) steen met natuursteenelementen van graniet. De scheimuren worden beëindigd met een dubbel muizentandfries. De blank houten deuren hebben zwaar smeedijzeren beslagwerk.
Het driebeukige kerkschip telt vijf traveeën. De zware, ronde gemetselde kolommen met natuurstenen imposten dragen spitsboogvormige scheibogen. De ruimte is overdekt met een in het zicht gelaten houten kap met kruislings uitgevoerde kniespanten met korte onderbenen. De aanzet van de spanten rust op hardstenen kraagstenen in de zwikken van de spitsbogen. De smalle zijbeuken, die gevormd worden door de steekkappen, hebben gemetselde, spitsbogige tongewelven. Aan de noordzijde bevindt zich, tegen de eindmuur van het kerkschip, in een spitsbogige opening een halfronde, kops uitgemetselde, kansel. Het drie traveeën lange priesterkoor heeft zware gemetselde spitsbogige gordelbogen en een sober vormgegeven houten kap. De halfrond gesloten absis zwarte heeft een spitse halfkoepel als beëndiging. Boven de ingang een opgenwerkte, op vier zware korbeels rustende eikenhouten orgelbalustrade, waarachter zich in open spitsboogvormige ruimte het orgel bevindt, dat - evenals de klok in de klokkentoren - afkomstig is uit de oude kerk.
Het oorspronkelijk bankenplan bestaat uit speciaal voor de kerk vervaardigde banken en banken uit de vorige kerk (1852). Looppaden als zijbeuken en middengangpad zijn uitgevoerd met de oorspronkelijk geel-zwarte tegels in geometrisch patroon.
In de zijbeuken hebben de glas-in-loodramen een lichtgele kleur met een rode bies en in het priesterkoor een lichtblauwe met rode bies, die in de betreffende ruimten voor een bijzonder lichteffect zorgt.
Diverse onderdelen zijn afkomstig uit de oude kerk, waaronder het hoofdaltaar, en zijaltaar (1887), beide in Neo-gotische stijl, vervaardigd in het atelier van J.B. Brom te Utrecht, een tweetal beelden en twee koperen kandelaars.
Het uit 1935 daterende doopvont bestaat uit een koperen schaal met deksel, rustend op vierkante gemetselde consoles met afgeschuinde zijkanten en natuursteenblokken. Tegen de wanden van de zijbeuken hangt een kruiswegstatie op staal.
De inrichting van de sacristie dateert uit de bouwtijd en heeft ondermeer blanken teakhouten hang- en ladekasten met smeedijzeren beslagwerk.
Waardering
De R.K. kerk van Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als representatief voorbeeld uit de hausse in de Katholieke kerkbouw in Nederland na het herstel van de Bisschoppelijke Hiërachie in 1853 maakte in de eerste decennenia van de 20ste eeuw.
De kerk met bijbehorend interieur is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde vanwege de Traditionalistische bouwtrant met invloeden van diverse Middeleeuwse bouwstijlen, passend bij een belangrijke architectuurstroming tijdens het Interbellum. De kerk is, zowel uit- als inwendig, zeer gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering,
De kerk is zeer beeldbepalend gesitueerd aan de Dorpsstraat en heeft een hoge ensemblewaarde door de onderinge ruimtelijke samenhang met de pastorie aan het plein. Er is een sterke visuele en functionele relatie tussen de pastorie en het kerkgebouw, waardoor er sprake is van een duidelijke ensemblewaarde.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
R.C. CHURCH with adjoining PRESBYTERY (monument number 525042) built in 1934-1935 and dedicated to Our Lady of the Assumption. The church is designed as a pseudo-basilica with an extended front tower in a Traditionalist building style, in which influences of various Medieval architectural styles are recognisable. This is evident, among other things, from the freely designed yet expressive brick architecture with enclosed walls and roof surfaces, in which the construction and material have been left exposed (including the wooden roof trusses). Also striking is the special light effect, which, inspired by Carolingian and Ottonian architecture, creates a special light effect especially in the raised choir.
In the church interior, which is still largely in its original state, there are various valuable inventory items. Some of these come from the previous church, including some church benches and altars. For the new church, among other things, the baptismal font and church benches were made.
In 1945 new lighting was installed and the organ improved.
Description
Three-aisled pseudo-basilica with a nave eight bays long under a steep gabled roof with five buttresses on each side. Projecting partly above it, a three-bay-long raised narrower chancel, enclosed by a semi-circular apse under a five-sided closed hipped roof. The roofs are covered with brown-glazed Romanesque tiles. The main facade (south-southwest) has an extended front tower with entrance portal, crowned by a narrow spire clad with red copper. To the right of the tower an extension under a lean-to roof. The church stands with the ridge direction parallel to the road. The facades are built in (wine) red Limburgian hand-shaped brick (English bond) and are finished with roll courses. The sloping wall surfaces and the buttresses are finished with weatherboarding. The single and composite windows of various sizes under pointed arches and with mortared sills have leaded glass windows in various shades. The gutters are timber with simple rounded edge; natural stone is sparingly applied for, among other things, the springing stones of the entrance portal.
The symmetrically divided main facade (southwest) has in the middle an projecting tower body approximately 37 m high with on front and side stepped, twice reducing buttresses. The upper part of the tower has chamfered corners with at the bottom a natural stone decorative block and at the top a projecting water spout (gargoyle). The tower has on each side a rectangular bell opening under an overhanging concrete lintel. The main entrance is located on the front of the tower in a pointed arch archivolt. A teak double hinged door of vertical members with heavy wrought iron hardware and clench bolts is covered by a slightly arched arch underneath with natural stone springing blocks. Above the archivolt is a rose window with mortared tracery and coloured leaded glass. The extension to the right of the tower has in the short gable to the right a pointed arch side entrance. On the front of the extension are located, as well as to the left of the tower three small pointed arch windows. Also on either side of the tower on the second storey two pointed arch windows of different heights. The spire, which has a round clock face on each roof surface, is crowned with a Latin cross. Both long facades are articulated by low, far projecting buttresses, divided into eight bays. Of these, the middle five have pointed gables with buttresses and are provided with three-part window arrangements with pointed arch windows. The middle ones of these are taller than the outer ones. The remaining bays each have three small pointed arch windows. On the northwest side, at the location of the confessionals, are small extensions with slot windows under a flat roof. Two of the three-bay-long chancel project above the roof surface of the nave and are flanked by once reducing buttresses. As a result, the two eastern bays of the nave enclose the two western of the chancel, creating side spaces, which are intended among other things as a sacristy. The third bay of the chancel running through to the ground is enclosed by a far projecting twice reducing buttress. Of the double pointed arch windows placed high in the facade, that of the third is extended with two pairs of rectangular windows. In the south-southwest end gable small pointed arch windows are placed in a stepped manner. The apse has blind walls with mortared squinches at the height of the frieze. The north-northeast end gable is crowned with a mortared Latin cross.
INTERIOR. The sober and monumental interior of the church and sacristy is executed in ashlar masonry of yellow (Frisian) stone with natural stone elements of granite. The dividing walls are finished with a double dog-tooth frieze. The plain wooden doors have heavy wrought iron hardware.
The three-aisled nave has five bays. The heavy, round mortared columns with natural stone imposts carry pointed arch arcade arches. The space is covered with an exposed wooden roof truss with cross-braced knee braces with short lower legs. The seating of the trusses rests on hardstone corbels in the soffits of the pointed arches. The narrow side aisles, which are formed by the buttresses, have mortared, pointed barrel vaults. On the north side, against the end wall of the nave, in a pointed arch opening is a semi-circular, corbelled pulpit. The three-bay-long chancel has heavy mortared pointed arch collar ties and a soberly designed wooden roof truss. The semi-circular closed apse has a pointed half-dome as finishing. Above the entrance a worked up oak organ balustrade resting on four heavy corbels, behind which is located in open pointed arch space the organ, which - like the bell in the bell tower - comes from the old church.
The original bench plan consists of benches made especially for the church and benches from the previous church (1852). Aisles as side aisles and central aisle are executed with the original yellow-black tiles in geometric pattern.
In the side aisles the leaded glass windows have a light yellow colour with a red edge and in the chancel a light blue with a red edge, which in the respective spaces provides a special light effect.
Various components come from the old church, including the high altar and side altar (1887), both in Neo-Gothic style, made in the workshop of J.B. Brom in Utrecht, a pair of statues and two brass candlesticks.
The baptismal font dating from 1935 consists of a copper bowl with lid, resting on square mortared consoles with chamfered sides and natural stone blocks. Against the walls of the side aisles hangs a Stations of the Cross on steel.
The furnishing of the sacristy dates from the building period and has among other things plain teak wooden hanging and drawer cabinets with wrought iron hardware.
Assessment
The R.C. Church of Our Lady of the Assumption is of general importance because of its cultural-historical value as a representative example from the boom in Catholic church construction in the Netherlands after the restoration of the Episcopal Hierarchy in 1853 occurred in the first decades of the 20th century.
The church with its associated interior is of general importance because of its architectural-historical value because of the Traditionalist building style with influences of various Medieval architectural styles, fitting an important architectural movement during the Interwar period. The church is, both externally and internally, very well preserved in its principal form, material use and detailing.
The church is very striking situated on the Dorpsstraat and has high ensemble value through the mutual spatial coherence with the presbytery on the square. There is a strong visual and functional relationship between the presbytery and the church building, which means there is a clear ensemble value.
Nearby in the register
- Pastorie(F), Dorpsstraat 35Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Bijzondere woonvorm, Dorpsstraat 75Bijzondere woonvormunder 1 mi
- Kerk, Reghthuysplein 18Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Brug, Reghthuysplein bij 18Brugunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.