Rijksmonumentenregister · Netherlands
Postkantoor, Pastoorstraat 18
Naarden, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Overheidsgebouw
- Function
- Postkantoor
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1902
- Address
- Pastoorstraat 18, 1411 SE Naarden (Gooise meren 27) (and others)
- Place
- Naarden
- Municipality
- Gooise meren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.29597, 5.16096
- Monument number
- 524809
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "Amsterdam-Rheinkanal : frei von Kanalabgaben / [getekend door] J.H. Schmüll" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Op de hoek van de Cattenhagestraat en de Pastoorstraat gelegen voormalig POST- EN TELEGRAAFKANTOOR met directeurswoning daterend uit 1902. Het in neo-Hollandse renaissancestijl gebouwde pand werd ontworpen door de Bussumse architect N.H. Arentsen. Opdrachtgever was het college van Burgemeester en Wethouders van Naarden, omdat het Rijk niet voor eigen rekening wenste te bouwen, maar wel een door de gemeente gebouwd pand wilde huren. De aanbesteding vond plaats op 19 november 1901, waarna het werk gegund werd aan de laagste inschrijver, de Hilversumse aannemer Aris Klaver.
NB In de jaren '90 van de 20ste eeuw is het pand inwendig verbouwd tot apotheek met bovenwoning.
Omschrijving
Het voormalige post- en telegraafkantoor is een op nagenoeg vierkant grondplan opgetrokken hoekpand van twee bouwlagen onder een afgeplat schilddak gedekt met gesmoorde kruispannen. De begane grond is zowel aan de linker- als achterzijde uitgebouwd onder een plat dak met aansluitend aan de straatzijde een zadeldak met dito pannen en de noklijn evenwijdig aan de straat. De buitenmuren zijn boven een door een afgeschuinde hardstenen bovenrand afgesloten plint van paarsbruine waalklinkers in kruisverband met snijvoeg opgetrokken in rode machinale waalsteen, eveneens in kruisverband met snijvoeg. Het metselwerk wordt verlevendigd door witgepleisterde banden. Zowel ter hoogte van de verdiepings- als zoldervloer zijn de voor- en rechterzijgevel voorzien van rijke muurankers waarboven een cordonlijst (die boven de parterre is zwaarder uitgevoerd) en een fries van rood en geel siermetselwerk. Het bovenste fries zet zich voort in de linkerzij- en achtergevel. De vensters van beide bouwlagen hebben hardstenen lekdorpels die in de voor- en linkerzijgevel verlengd zijn tot cordonlijst. De onderramen van de vensters in de twee laatstgenoemde gevels zijn afsluitbaar met luiken. In de ontlastingsbogen boven de vensters bevinden zich gepleisterde sierblokjes. De hoofdingang is gesitueerd in een smalle risaliet op de afgeschuinde hoek tussen beide straatgevels. In deze risaliet bevindt zich een dubbele paneeldeur met in elke deurhelft een raampje met een halfronde boven- en onderzijde waarvoor gekruld smeedijzerwerk. De deur heeft een door een geprofileerde middenstijl gedeeld halfrond bovenlicht waarin groen glas-in-lood, en een deuromlijsting van lichtgrijze kalksteen in de vorm van een pilasterstelling die een rondboog draagt bekroond door een gebroken driehoekig fronton. De op een postament met diamantkop geplaatste pilasters zijn voorzien van een ruwbehakt verdiept veld met bovenin een wortel; een motief dat ook voorkomt in de ingangspartij van het stadhuis van Naarden (1601). Boven de ingang heeft de hoekrisaliet een driezijdige erker die overgaat in een achtkantig hoektorentje. Zowel in de schuine zijden als in de voorzijde van de erker bevindt zich een raam met een bovenlicht van blank glas-in-lood. De schacht van het hoektorentje wordt geflankeerd door voluutvormige wangen en afgesloten door een hoofdgestel waarboven een ingezwenkt achtzijdig dak gedekt met zink. Hierop rust een houten lantaarn met een dito dak bekroond door een opengewerkte uivormige spits die eindigt in een windwijzer in de vorm van een posthoorn en twee bliksemschichten als verwijzing naar de oorspronkelijke functies van het gebouw. In de voorzijde van het hoektorentje bevindt zich een kleine rondnis omgeven door vier gepleisterde sierblokjes. In het bovenste van de twee genoemde friezen heeft de hoekrisaliet links en rechts een leeuwenkop. Ter weerszijden van de hoekrisaliet staat op het dak een dakkapel met een tweeruits draairaam en een flauwhellend zinkgedekt schilddak dat voorzien is van een ruim overstek op geprofileerde schoren en boven het voorschild bekroond wordt door een vierzijdige spits. De aan de Cattenhagestraat gelegen voorgevel (NW) heeft een als trapgevel uitgevoerde middenrisaliet waarin op de begane grond twee kruisvensters met korfboog, op de eerste verdieping twee enigzins lagere kruisvensters met hanenkam, en bovenin één klein kruisvenster met rondboog. De terugliggende boogvelden zijn opgevuld met diagonaal siermetsetselwerk van rode en gele baksteen. In de bovenlichten van alle vensters in de voorgevel bevindt zich groen glas-in-lood. De middenrisaliet heeft in beide friezen links en rechts een leeuwenkop. In het door een cordonlijst afgesloten bovenste fries zijn bovendien twee cartouches opgenomen: de linker met "ANNO" en de rechter met het bouwjaar "1902". De trapgevel heeft ter hoogte van de gordingen rijke muurankers en bovenin een toppilaster waaronder een console in de vorm van een leeuwenkop. De geveltrappen zijn voorzien van een sierblokje en een geprofileerde deksteen. De dekstenen worden afwisselend door een band of een lijst met elkaar verbonden. Het door een lijstgoot op kwartronde klosjes afgesloten rechter deel van de voorgevel heeft op de begane grond een hoog geplaatst kruisvenster met korfboog en op de eerste verdieping een schuifvenster met een door een geprofileerde middenstijl in tweeën gedeeld bovenlicht waarboven een hanenkam. In het op dezelfde wijze afgesloten lage linker geveldeel bevinden zich twee vensters als laatstgenoemd en rechts een paneeldeur met dito bovenlicht en een raampje als in de hoofdingang. Het zadeldak erboven is voorzien van een dakkapel als genoemd en eindigt links tegen een trapgevel. De aan de Pastoorstraat gelegen rechterzijgevel (ZW) heeft rechts van het midden een risalerende trapgevel als in de voorgevel, maar smaller en voorzien van één kruisvenster op beide bouwlagen en een rond zoldervenster (cartouches ontbreken). In het lage rechter geveldeel bevindt zich een deuropening met een door een geprofileerde middenstijl in tweeën gedeeld bovenlicht waarboven een hanenkam. Het rechter deel wordt afgesloten door een lijstgoot op kwartronde klosjes waarboven een zadeldak met een dakkapel als genoemd (de vierzijdige spits is hier nog gedekt met leien) en rechts een trapgevel. De linker helft van de rechterzijgevel heeft op de begane grond rechts een smal venster met bovenlicht en hanenkam en links een kruisvenster met korfboog. Hierboven is de door een lijstgoot op kwartronde klosjes beëindigde eerste verdieping voorzien van een schuifvenster als rechtsboven in de voorgevel. De uitgebouwde begane grond van de linkerzij- en achtergevel wordt door de omringende bebouwing grotendeels aan het oog onttrokken. Tegen het terugliggende rechter gedeelte van de ter hoogte van de parterre gecementeerde achtergevel (ZO) bevindt zich een houten veranda bestaande uit een op een tudorboog tussen twee paar stijlen waarin kruisschoren rustend lessenaarsdak van gesmoorde kruispannen met in het midden drie legramen van draadglas. De achtergevel heeft op de eerste verdieping van links naar rechts een deels uitgemetseld rookkanaal van rode machinale waalsteen bekroond door een hoge achthoekige schoorsteen voorzien van gepleisterde banden, een in een venster gewijzigde deuropening, en een toiletuitbouw met een dichtgezet raampje en lessenaarsdak. In de linkerzijgevel (NO) bevindt zich op de eerste verdieping links een meerruits venster voorzien van ondoorzichtig en gekleurd glas en in het midden een dubbele glasdeur met in het bovenlicht blank glas in lood. Ter weerszijden van de balkondeur is de gevel voorzien van een uitgemetseld rookkanaal waarop een hoge rechthoekige schoorsteen van rode machinale waalsteen.
Waardering
Het pand is van algemeen belang wegens cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde als grotendeels gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een post- en telegraafkantoor uit het begin van de 20ste eeuw, opgetrokken in neo-Hollandse renaissancestijl. Tevens heeft het pand situationele waarde vanwege de beeldbepalende ligging op een kruispunt van twee straten in de vesting Naarden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former POST AND TELEGRAPH OFFICE with director's residence located at the corner of the Cattenhagestraat and the Pastoorstraat, dating from 1902. The building, constructed in neo-Dutch Renaissance style, was designed by the Bussum architect N.H. Arentsen. The client was the college of Burgemeester and Wethouders of Naarden, because the State did not wish to build at its own expense, but did wish to rent a building constructed by the municipality. The tender took place on 19 November 1901, after which the work was awarded to the lowest bidder, the Hilversum contractor Aris Klaver.
NB In the 1990s the building was internally renovated into a pharmacy with residence above.
Description
The former post and telegraph office is a corner building constructed on an almost square ground plan of two storeys under a hipped roof covered with half-round interlocking tiles. The ground floor is extended on both the left and rear sides under a flat roof and adjoining the street side is a gabled roof with similar tiles and the ridge line parallel to the street. The outer walls are constructed above a plinth terminated by a bevelled hard stone upper edge of purple-brown brick in stretcher bond with cut joints, in red machine-made brick, also in stretcher bond with cut joints. The masonry is enlivened by white-plastered bands. At the level of both the floor and attic floor, the front and right gables are provided with rich ornamental wall anchors above which are a drip moulding (which is more heavily executed above the ground floor) and a frieze of red and yellow decorative brickwork. The upper frieze continues in the left side and rear gable. The windows of both storeys have hard stone drip moulds which in the front and left gables are extended to drip mouldings. The lower frames of the windows in the two last-mentioned gables are closable with shutters. In the relieving arches above the windows are situated plastered decorative blocks. The main entrance is situated in a narrow risalit on the bevelled corner between both street gables. In this risalit is a double panel door with in each door leaf a small window with a semi-circular top and bottom side for which there is curved wrought ironwork. The door has a fanlight divided by a moulded central stile with a semi-circular shape in which is green leaded glass, and a door frame of light grey limestone in the form of a pilaster setting that carries a round arch crowned by a broken triangular pediment. The pilasters, placed on a pedestal with diamond head, are provided with a roughened recessed field with a root at the top; a motif that also occurs in the entrance section of the Town Hall of Naarden (1601). Above the entrance, the corner risalit has a three-sided oriel that transitions into an octagonal corner turret. In both the sloping sides and in the front of the oriel is a window with a fanlight of plain leaded glass. The shaft of the corner turret is flanked by scroll-shaped walls and closed off by a main cornice above which is an angled octagonal roof covered with zinc. Upon this rests a wooden lantern with a similar roof crowned by an openwork owl-shaped spire that ends in a weather vane in the form of a post horn and two lightning bolts as a reference to the original functions of the building. In the front of the corner turret is a small round niche surrounded by four plastered decorative blocks. In the upper one of the two mentioned friezes, the corner risalit has on its left and right a lion head. On either side of the corner risalit stands on the roof a roof dormer with a two-light casement window and a gently sloping zinc-covered hipped roof that is provided with a generous overhang on moulded brackets and above the front roof is crowned by a four-sided spire. The front gable facing the Cattenhagestraat (NW) has a central risalit executed as a stepped gable in which on the ground floor are two cross windows with basket arch, on the first floor two somewhat lower cross windows with cock's comb, and at the top one small cross window with round arch. The recessed arch fields are filled with diagonal decorative brickwork of red and yellow brick. In the fanlights of all windows in the front gable is green leaded glass. The central risalit has in both friezes on its left and right a lion head. In the upper frieze terminated by a drip moulding are moreover two cartouches incorporated: the left with "ANNO" and the right with the construction year "1902". The stepped gable has at the level of the horizontal beams rich ornamental wall anchors and at the top a corner pilaster beneath which is a console in the form of a lion head. The gable steps are provided with a decorative block and a moulded coping stone. The coping stones are alternately connected by a band or a moulding. The right part of the front gable, terminated by a cornice moulding on quarter-round blocks, has on the ground floor a high-placed cross window with basket arch and on the first floor a sash window with a fanlight divided in two by a moulded central stile above which is a cock's comb. In the low left gable section, similarly terminated, are two windows as last-mentioned and on the right a panel door with similar fanlight and a small window as in the main entrance. The gabled roof above is provided with a roof dormer as mentioned and ends on the left against a stepped gable. The side gable facing the Pastoorstraat (SW) has to the right of centre a projecting stepped gable as in the front gable, but narrower and provided with one cross window on both storeys and a round attic window (cartouches are absent). In the low right gable section is a door opening with a fanlight divided in two by a moulded central stile above which is a cock's comb. The right part is terminated by a cornice moulding on quarter-round blocks above which is a gabled roof with a roof dormer as mentioned (the four-sided spire is here still covered with slates) and on the right a stepped gable. The left half of the side gable has on the ground floor on the right a narrow window with fanlight and cock's comb and on the left a cross window with basket arch. Above this, the first floor, terminated by a cornice moulding on quarter-round blocks, is provided with a sash window as top right in the front gable. The extended ground floor of the left side and rear gable is largely concealed from view by the surrounding buildings. Against the recessed right section of the rear gable (SE) cemented at the level of the ground floor, is situated a wooden veranda consisting of a lean-to roof of half-round interlocking tiles resting on a Tudor arch between two pairs of posts with cross braces in the middle with three rows of wire glass. The rear gable has on the first floor from left to right a partly built-out flue of red machine-made brick crowned by a tall octagonal chimney provided with plastered bands, a door opening converted into a window, and a toilet extension with a sealed small window and lean-to roof. In the left side gable (NE) on the first floor on the left is a multi-light window provided with opaque and coloured glass and in the centre a double glass door with plain leaded glass in the fanlight. On either side of the balcony door is the gable provided with a built-out flue on which is a tall rectangular chimney of red machine-made brick.
Valuation
The building is of general importance due to cultural-historical and architectural-historical value as a largely well-preserved example of a post and telegraph office from the early 20th century, constructed in neo-Dutch Renaissance style. The building also has situational value because of its image-determining location at the intersection of two streets in the fortified town of Naarden.
Nearby in the register
- Woonhuis, Cattenhagestraat 22Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Cattenhagestraat 23Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Cattenhagestraat 18Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Cattenhagestraat 16Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.