TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Oude Rijks HBS

Venlo, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Onderwijs en wetenschap
Function
Schoolgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1887 - 1889
Address
Monseigneur Nolensplein 65, 5911 GG Venlo (and others)
Place
Venlo
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.37254, 6.17390
Monument number
524753

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1881 map "Rheinprovinz, Westfalen, Hessen-Nassau, Waldeck, Grossherzogthum Hessen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De voormalige Rijks HBS is met drie vleugels om een binnenplaats gebouwd. Het object is gesitueerd op de hoek van het Mgr. Nolensplein en de Sint Martinusstraat op de plek van de oude stadsmuur, welke overigens zichtbaar is gemaakt op de binnenplaats. Aan het Mgr. Nolensplein vormt een modern hek -het authentieke smeedijzeren hek is vervangen- de toegang tot dit binnenplein. Het complex is gebouwd in neorenaissance stijl. De achterzijde van de gebouwen is qua stijl gelijk aan de voorgevels doch eenvoudiger in uitvoering.

Het complex is na opdracht van het Rijk in 1880 in twee fases tot stand gekomen. De vleugel aan het Mgr. Nolensplein en aan de Sint Martinusstraat vormen de kern van het gebouw en zijn gebouwd tussen 1887-1889. Na toestemming van de minister in 1912 om de HBS om te vormen van een driejarige naar een vijfjarige opleiding is in 1914 een nieuwe vleugel gerealiseerd welke dwars staat op de vleugel aan de Sint Martinusstraat. De architect van de school was Rijksbouwmeester J. van Lokhorst. De nieuwe vleugel werd gebouwd naar ontwerp van J.A.W. Vrijman, conform het ontwerp van Van Lokhorst. Het is overigens zeer waarschijnlijk dat architect Pierre Cuypers grote invloed op het ontwerp van Van Lokhorst heeft uitgeoefend. Cuypers was in die dagen als "Rijkskundige voor de gebouwen van Onderwijs" de directe baas van Van Lokhorst die als diens assistent was aangenomen. Zeker in de beginjaren heeft Cuypers Van Lokhorst veelvuldig van advies gediend en al diens ontwerpen gecontroleerd. In stijl, zorgvuldigheid en detaillering ademt dit gebouw dan ook de geest van Pierre Cuypers. Na een periode van leegstand, kantoorfunctie is het gebouw in 1993 ingrijpend gerenoveerd en verbouwd, waarbij in de klaslokalen appartementen zijn gerealiseerd en de nieuwe vleugel kantoren, met behoud en restauratie van zoveel mogelijk authentieke details. De deuren en vensters aan de achterzijde zijn bij de restauratie van 1993 vervangen. Ook zijn er aan de achterzijde enkele geheel nieuwe vensteropeningen gerealiseerd, waaronder twee dakramen in de rechthoekige toren (achterzijde rechtervleugel).

Omschrijving

Het object is oorspronkelijk gebouwd op een asymmetrisch V-vormig grondplan, waarbij de rechtervleugel langer is dan de linkervleugel. Dit grondplan, met verbindend centraal hoofdvolume en twee min of meer haaks geplaatste zijvleugels, is aangepast aan de hoeksituering van het object. In 1914 werd dwars op de rechtervleugel een nieuwe vleugel gebouwd welke de plattegrond heeft veranderd in een soort U-vorm, hetgeen nog steeds de huidige plattegrond is. Het pand is tweelaags met kapverdieping onder leien in maasdekking. Segmentboogvormige rechthoekige houten vensters met glas-in-loodbovenlichten. Het object heeft een opstand van roodbruine baksteen met een geleding van horizontale, geel getinte banden, met metselwerk in kruisverband.

De op de hoek gesitueerde HOOFDINGANG met uitgebouwde erker en topgevel is het rijkst geornamenteerde deel van de voorgevel. De ingang is een boogvormige nis met geprofileerde baksteenomlijsting en bewerkte eiken deur met twee vleugels. Natuurstenen bovendorpel rustende op consoles. Het bovenlicht is een driepas van glas-in-loodraampjes met pauwestaart-motief. In de baksteen sierlijst zijn drie natuurstenen ornamenten aangebracht. Boven de deur bevinden zich aan weerszijden consoles met gebeeldhouwde engeltjes, welke rusten op met palmetten geornamenteerde voetstukken. Op de dekplaat van de consoles rust een architraaf, welke de erker in het vlak van de eerste verdieping steunt. Boven de architraaf bevindt zich een rechthoekig natuurstenen medaillon, waarin een met bladertakken omgeven sjerp is uitgebeiteld met de tekst: "Rijks Hoogere Burgerschool". In de voorzijde van de erker bevinden zich drie hoge ramen met rechthoekige bovenlichten. In de zijkanten bevindt zich eveneens aan weerszijden een raam, iets smaller dan die aan de voorzijde. Boven de ramen is een kroonlijst met bladmotief aangebracht. Hierboven bevindt zich het dak van de erker, een half, met leien in maasdekking gedekt zadeldak met schildeinden. Aan weerszijden van de bovendorpel van de erker bevindt zich een console met bolmotief, welke de trapgevel (zes trappen) steunen. Deze trapgevel springt iets vooruit, waardoor zich direct boven de erker een verdiept muurvlak bevindt: een grote boog, bekroond door een klein boogje. In dit muurvlak bevinden zich drie ramen met natuurstenen boven- en onderdorpel met daarboven drie boogvormige bovenlichten, waarvan het middelste hoger dan de andere. Het verdiepte muurvlak heeft een geprofileerde baksteenomlijsting waarbij in de bovenste, kleinere boog zich een console bevindt met een lachend kinderkopje met grote oren, een verwijzing naar het stimuleren van de bereidheid tot luisteren. Op de console rust een overhoeks geplaatste bakstenen pijler, welke is bekroond door een zittende leeuw met wapenschild. Op dit schild is een staande leeuw met zwaard uitgebeiteld. De trappen van de gevel hebben natuurstenen dekplaten in de vorm van een zadeldakje.

De LINKERVLEUGEL, de gevel aan het Mgr. Nolensplein, bestaat uit zeven traveeën alle kruisramen met rechthoekig bovenlicht en natuurstenen onder- en middendorpels. Het bovenlicht van elk raam wordt bekroond door een segmentboog, waarbinnen zich twee halve cirkels bekroond met een kwart cirkel bevinden, gevuld met geel, blauw en rood gekleurde baksteentjes. Onder de ramen van het gelijkvloers bevinden zich twee geprofileerde sierlijsten van natuursteen. Onder de onderlijst bevindt zich een vooruitspringende baksteenplint, waarop acht baksteenpijlers rusten waartussen de ramen zijn aangebracht. Tussen de ramen zijn smeedijzeren muurankers aangebracht, zestien in totaal. De dakrand rust op natuurstenen consoles, waartussen zich een baksteen sierlijst bevindt. In de kap bevinden zich vier dakkapellen. De gevel heeft op het einde een trapgevel van acht trappen. Vanaf het gelijkvloers is een brede schoorsteen, gedeeltelijk uit de schoorsteen springend, gebouwd, waarbij de top van de schoorsteen de bovenste trap van de gevel is. In het vlak van de trappen bevindt zich aan elke kant van de schoorsteen een dubbel rechthoekig raam met segmentboog van gekleurde baksteentjes en geflankeerd door smeedijzeren muurankers.

De RECHTERVLEUGEL, de gevel aan de Sint Martinusstraat, is asymmetrisch van opzet met een risalerend geveldeel, en op het einde een toren op rechthoekig grondvlak. In het eerste vlak van gevel bevinden zich gelijkvloers en op de eerste verdieping zes kruisramen, welke alle zijn uitgevoerd gelijk de kruisramen in de linkervleugel aan het Mgr. Nolensplein. In de kapverdieping bevinden zich drie dakkapellen. In het risalerende geveldeel bevinden zich gelijkvloers en op de eerste verdieping twee kruisramen. Ter hoogte van de segmentbogen op de eerste verdieping bevindt zich aan elke zijde een console, waarboven een baksteen boog begint welke een natuurstenen driepas omgeeft. Hierboven bevindt zich aan weerszijden een zijconsole, waarnaast zich aan beide zijden een smeedijzeren muuranker bevindt. De vooruitspringende trapgevel van acht trappen rust op de consoles. In het vlak van de trapgevel zijn vijf boogvormige, verdiepte muurvlakken naar boven verspringend, met segmentboogjes van gekleurde baksteen. De binnenste drie bogen rusten op vier consoles, welke zijn voorzien van gebeeldhouwde kinderkopjes. Onder de middelste boog bevindt zich een dubbel rechthoekig raam. Boven de middelste boog bevindt zich een console waarop een streng onderwijzersgezicht is gebeeldhouwd. Op deze console rust een overhoeks geplaatste baksteenpijler, welke door de bovenste trap van de gevel loopt. De trap wordt bekroond door een overhoeks geplaatste natuurstenen pijler waarop een smeedijzeren windvaan is aangebracht. Links van pijler bevindt zich een gebeeldhouwde kinderfiguur met wereldbol in de handen, rechts een kinderfiguur met opengeslagen boek op schoot.

Het volgende vlak van de gevel vormt in feite de rechterzijgevel van de recentere aanbouw, de DWARSVLEUGEL uit 1914. In dit deel van de gevel bevinden zich gelijkvloers twee kruisramen en een bewerkte eiken deur met twee vleugels. De natuurstenen bovendorpel wordt bekroond door een grotere segmentboog. In de segmentboog zijn kleinere boogjes van gekleurde baksteentjes aangebracht. Op de eerste verdieping bevinden zich drie kruisramen, eveneens onder segmentboog. Rechts van dit muurvlak begint de toren op rechthoekig grondvlak, nog steeds aan de Sint Martinusstraat. In het gelijkvloers bevinden zich drie kleine, rechthoekige ramen met rechthoekig bovenlicht. In de eerste verdieping begint met een geprononceerde, natuurstenen sierlijst. Hierboven bevindt zich een groot boogvormig glas-in-loodraam, welke in drieën wordt gedeeld door twee geprofileerde baksteenpijlers; de onder- en middendorpel zijn van natuursteen. Het raam heeft drie glas-in-loodbovenlichten en wordt bekroond door een segmentboog waarin zich kleinere boogjes van gekleurde baksteentjes bevinden. De segmentboog, met aan weerszijden een smeedijzeren muuranker, is omgeven door een baksteenboog waarin zich drie natuurstenen ornamenten bevinden. De toren heeft een zadeldak met schildeinden met op de uiteinden een metalen pinakel.

De voorzijde van de dwarsvleugel grenst aan de binnenplaats. Deze is, als gezegd, een sobere uitvoering van het originele ontwerp. Het linkerdeel van de dwarsvleugel is blind en springt iets uit ten opzichte van de rest van de vleugel. In het niet-uitspringende deel van de dwarsvleugel bevinden zich op het gelijkvloers vijf kruisvensters onder gedrukte segmentbogen en op de verdieping vijf kruisvensters met alleen een latei en een hardstenen onderdorpel. Over de gehele gevel lopen horizontale banden van gele baksteen. In de kapverdieping bevinden zich twee dakkapellen. De linkerzijgevel van de dwarsvleugel repeteert dit patroon: op het gelijkvloers drie vensters onder gedrukte segmentboog, op de verdieping eveneens drie kruisvensters, maar dan zonder segmentboog en in de kapverdieping een dakkapel. De achtergevel van de dwarsvleugel grenst aan een belendend perceel. Het eerste deel van deze gevel grenst direct aan een ander pand, het achterste deel van deze gevel heeft op onregelmatige afstand van elkaar, vier smalle rechthoekige vensters.

De ACHTERGEVEL van het hoofdvolume grenst, evenals de voorgevel van de dwarsvleugel, aan het binnenterrein en is onregelmatig van vorm en sober van ornamentiek. Over de gehele lengte van de achtergevel loopt halverwege het gelijkvloers en de verdieping een hardstenen, geprofileerde sierlijst. Daarnaast is achtergevel -evenals voorgevel- horizontaal geleed met banden van gele baksteen.

De achterzijde van de hoofdingang bestaat uit een tweelaagse toren op vijfhoekig grondvlak. Het tentdak, bekroond door middel van een metalen pinakel, is door middel van een steekkap verbonden met het zadeldak van het hoofdvolume. Ter hoogte van de eerste verdieping bevinden zich in drie verschillende muurvlakken drie rechthoekige glas-in-loodvensters, horizontaal geleed door middendorpels. Op het gelijkvloers bevindt zich in de toren een (moderne) deur onder hardstenen latei en bekroond met bakstenen segmentboog, waarbij de boog is gevuld met rode, gele, blauwe en groene baksteentjes.

De achterzijde van de rechtervleugel (links van bovengenoemde toren), is aan de rechterzijde uitgebouwd en met een lessenaarsdak verbonden aan het hoofdvolume, alwaar zich in het zadeldak één dakkapel bevindt. In dit uitgebouwde deel bevinden zich ter hoogte van de eerste verdieping zes kleine rechthoekige raampjes onder segmentboog, waarvan de velden zijn gevuld met gele, rode, groene en blauwe baksteentjes. Links van deze uitbouw springt de uitbouw iets terug. In het midden van deze minder teruggelegen uitbouw, bevindt zich een iets uitspringende toren op rechthoekig grondvlak, welke gerealiseerd is bij de uitbreiding van 1914.

De achterzijde van de linkervleugel (rechts van de achterzijde van de hoofdingang), begint links van de toren op vijfhoekig grondvlak (achterzijde hoofdingang) met een kleine uitbouw waar zich zowel in het vlak van het gelijkvloers als van de verdieping drie kleine vensters onder segmentboog bevinden. Deze uitbouw is door middel van een lessenaarsdak met het hoofdvolume verbonden. Rechts hiervan wijkt de uitbouw iets terug. Geheel rechts gaat deze uitbouw over in een vierkante toren met tentdak. In de kapverdieping van het hoofdvolume bevindt zich één dakkapel.

Het INTERIEUR bevat de nodige elementen welke aan de oorspronkelijke functie van schoolgebouw herinneren. Achter de ingangsdeur bevindt zich een portiek, welke wordt afgescheiden van de hal door middel van een dubbele tochtdeur met zijpanelen en daarboven vier glas-in-loodramen. In de hal bevindt zich links het trappenhuis met authentieke trap en lambriseringen van tegels in witte en zwarte kleurstelling. De traptreden zijn voorzien van natuursteen, de leuningen zijn van siersmeedwerk. Aan het begin van de trap staat een pijler met kapiteel op natuurstenen voet. Dit kapiteel is geornamenteerd met acanthusbladeren waarbij in elk vlak een uil, een verwijzing naar wijsheid, is afgebeeld. Het plafond van de hal bestaat uit zware balken en dwarsbalken met rozetjes.

Op de eerste verdieping ligt in de erker boven de ingangspartij de voormalige docentenkamer welke is uitgerust met een betegelde schouw met taps toelopende boezem, geflankeerd door twee ionische zuilen waarvan het piëdestal is gedecoreerd met een leeuwenkop en gedecoreerde consoles waarop de schouwbalk met fries rust. De dwarsbalken van het plafond zijn geornamenteerd met rozetjes. De hal en gangen op zowel de verdieping als het gelijkvloers zijn voorzien van bovengenoemde lambriseringen en hebben nog de originele tegelvloer.

Het interieur van de dwarsvleugel is nagenoeg een kopie van dat van het hoofdvolume, doch soberder van uitvoering. Van belang is o.a. de lange gang met tegelvloer en lambrisering.

Waardering

Het object is van algemeen belang. Het pand heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een culturele en geestelijke ontwikkeling, namelijk de ontwikkeling van het onderwijs in de 19de eeuw. Het is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het schoolgebouw. Architectuurhistorisch is het van belang vanwege de stijl, de detaillering van zowel exterieur als interieur èn als voorbeeld van het werk van de architect J. van Lokhorst. Het is architectuurhistorisch ook van belang vanwege de hand van Pierre Cuypers in het ontwerp van deze school. Voorts heeft het object ensemblewaarden vanwege de markante hoeksituering en de verbondenheid met de ontwikkeling van de stad. Het is van belang vanwege de architectonische gaafheid èn vanwege de typologische zeldzaamheid.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The former Rijks HBS is built with three wings around a courtyard. The object is situated at the corner of Mgr. Nolensplein and Sint Martinusstraat on the site of the old city wall, which is otherwise made visible in the courtyard. At Mgr. Nolensplein a modern gate—the authentic wrought-iron gate has been replaced—forms the access to this courtyard. The complex is built in neo-Renaissance style. The rear of the buildings is stylistically equal to the front facades but simpler in execution.

The complex was created in two phases following an order from the State in 1880. The wing at Mgr. Nolensplein and at Sint Martinusstraat form the core of the building and were built between 1887-1889. After ministerial approval in 1912 to convert the HBS from a three-year to a five-year programme, in 1914 a new wing was realised which stands transverse to the wing at Sint Martinusstraat. The architect of the school was State Architect J. van Lokhorst. The new wing was built to the design of J.A.W. Vrijman, conforming to Van Lokhorst's design. It is moreover highly likely that architect Pierre Cuypers exerted great influence on Van Lokhorst's design. Cuypers was at that time as "State Adviser for the buildings of Education" the direct superior of Van Lokhorst, who had been engaged as his assistant. Certainly in the early years Cuypers frequently advised Van Lokhorst and inspected all his designs. In style, care and detailing this building thus breathes the spirit of Pierre Cuypers. After a period of vacancy and office use the building was substantially renovated and rebuilt in 1993, whereby apartments were created in the classrooms and the new wing offices, with preservation and restoration of as many authentic details as possible. The doors and windows at the rear were replaced during the 1993 restoration. Also, some entirely new window openings were created at the rear, including two roof windows in the rectangular tower (rear right wing).

Description

The object is originally built on an asymmetrical V-shaped ground plan, whereby the right wing is longer than the left wing. This ground plan, with connecting central main volume and two more or less right-angled placed side wings, is adapted to the corner situation of the object. In 1914 a new wing was built transverse to the right wing which changed the floor plan into a kind of U-shape, which remains the current ground plan. The building is two storeys with roof storey under slate in Dutch bond. Segment-arched rectangular wooden windows with leaded-glass fanlights. The object has an elevation of reddish-brown brick with articulation of horizontal, yellow-tinted bands, with brickwork in English bond.

The MAIN ENTRANCE situated on the corner with an outbuilt bay window and stepped gable is the most richly ornamented part of the front facade. The entrance is an arched niche with profiled brick surround and worked oak door with two wings. Natural stone upper lintel resting on consoles. The fanlight is a trefoil of leaded glass windows with peacock-tail motif. In the brick ornamental moulding three natural stone ornaments are mounted. Above the door on both sides are consoles with sculpted cherubs, which rest on pedestals ornamented with palmettes. On the cover plate of the consoles rests an architrave, which supports the bay window in the plane of the first storey. Above the architrave is a rectangular natural stone medallion, in which a sash surrounded by leaf sprigs is carved with the text: "Rijks Hoogere Burgerschool". In the front of the bay window are three tall windows with rectangular fanlights. On the sides there is likewise a window on both sides, somewhat narrower than those on the front. Above the windows is a cornice with leaf motif. Above this is the roof of the bay window, a half gabled roof covered with slates in Maas bond with hipped ends. On both sides of the upper lintel of the bay window is a console with ball motif, which support the stepped gable (six steps). This stepped gable projects slightly forward, creating directly above the bay window a recessed wall plane: a large arch, crowned by a small arch. In this wall plane are three windows with natural stone upper and lower lintels with above them three arched fanlights, the middle one higher than the others. The recessed wall plane has a profiled brick surround in which in the upper, smaller arch is a console with a laughing cherub head with large ears, an allusion to stimulating the willingness to listen. On the console rests a diagonally placed brick pillar, which is crowned by a sitting lion with shield. On this shield is carved a standing lion with sword. The steps of the gable have natural stone cover plates in the form of a saddle roof.

The LEFT WING, the facade on the Mgr. Nolensplein, consists of seven bays all cross windows with rectangular fanlight and natural stone lower and middle lintels. The fanlight of each window is crowned by a segmental arch, within which are two semicircles crowned with a quarter circle, filled with yellow, blue and red coloured bricklets. Below the windows of the ground floor are two profiled ornamental mouldings of natural stone. Below the lower moulding is a projecting brick plinth, on which eight brick pillars rest between which the windows are mounted. Between the windows are wrought-iron wall anchors, sixteen in total. The eaves rest on natural stone consoles, between which is a brick ornamental moulding. In the roof are four roof dormers. The facade has at the end a stepped gable of eight steps. From the ground floor a wide chimney is built, partly projecting from the chimney, with the top of the chimney being the uppermost step of the facade. In the plane of the steps on either side of the chimney is a double rectangular window with segmental arch of coloured bricklets and flanked by wrought-iron wall anchors.

The RIGHT WING, the facade on Sint Martinusstraat, is asymmetrical in design with a projecting facade section, and at the end a tower on a rectangular ground plan. In the first plane of the facade are ground-floor and first-storey six cross windows, which are all executed like the cross windows in the left wing at Mgr. Nolensplein. In the attic storey are three roof dormers. In the projecting facade section are ground-floor and first-storey two cross windows. At the height of the segmental arches on the first storey there is on each side a console, above which a brick arch begins which encloses a natural stone trefoil. Above this there is on each side a side console, next to which on both sides a wrought-iron wall anchor is located. The projecting stepped gable of eight steps rests on the consoles. In the plane of the stepped gable are five arch-shaped, recessed wall surfaces stepping upwards, with small segmental arches of coloured brick. The three inner arches rest on four consoles, which are provided with sculptured cherub heads. Under the middle arch is a double rectangular window. Above the middle arch is a console on which a stern schoolmaster's face is sculptured. On this console rests a brick pillar placed diagonally, which runs through the topmost step of the facade. The step is crowned by a natural stone pillar placed diagonally, on which a wrought-iron weathervane is fitted. To the left of the pillar is a sculptured child figure with a globe in the hands, to the right a child figure with an open book on its lap.

The next plane of the facade in fact forms the right side facade of the more recent extension, the CROSS WING from 1914. In this part of the facade are ground-floor two cross windows and a worked oak door with two leaves. The natural stone lintel is crowned by a larger segmental arch. In the segmental arch are smaller arches of coloured bricks. On the first storey are three cross windows, likewise under segmental arch. To the right of this wall surface begins the tower on a rectangular ground plan, still at Sint Martinusstraat. At ground level are three small, rectangular windows with rectangular fanlight. On the first storey begins with a pronounced, natural stone ornamental moulding. Above this is a large arch-shaped leaded-glass window, which is divided into three by two profiled brick pillars; the lower and middle lintel are of natural stone. The window has three leaded-glass fanlights and is crowned by a segmental arch in which are smaller arches of coloured bricks. The segmental arch, with on each side a wrought-iron wall anchor, is surrounded by a brick arch in which are three natural stone ornaments. The tower has a gabled roof with hipped ends with on the ends a metal finial.

The front of the transverse wing borders the courtyard. This is, as mentioned, a sober execution of the original design. The left part of the transverse wing is blind and projects slightly compared to the rest of the wing. In the non-projecting part of the transverse wing, there are on the ground floor five cross windows under depressed segmental arches and on the first floor five cross windows with only a lintel and a hardstone window sill. Horizontal bands of yellow brick run across the entire facade. In the roof storey there are two roof dormers. The left side facade of the transverse wing repeats this pattern: on the ground floor three windows under depressed segmental arch, on the first floor likewise three cross windows, but then without segmental arch and in the roof storey a roof dormer. The rear facade of the transverse wing borders an adjoining plot. The first part of this facade borders directly on another building, the rear part of this facade has, at irregular distances from each other, four narrow rectangular windows.

The REAR FACADE of the main volume borders, like the front of the transverse wing, the inner courtyard and is irregular in form and sober in ornament. Along the entire length of the rear facade, running halfway between the ground floor and the first floor, is a hardstone, moulded decorative cornice. Furthermore, the rear facade—like the front facade—is horizontally articulated with bands of yellow brick.

The rear of the main entrance consists of a two-storey tower on a pentagonal ground plan. The tent roof, crowned by means of a metal pinnacle, is connected to the gabled roof of the main volume by means of a joggle joint. At the height of the first floor, there are in three different wall planes three rectangular leaded-glass windows, horizontally articulated by means of centre mullions. On the ground floor, in the tower there is a (modern) door under hardstone lintel and crowned with a brick segmental arch, with the arch filled with red, yellow, blue and green bricklets.

The rear of the right wing (left of the aforementioned tower), is extended on the right side and connected with a lean-to roof to the main volume, where in the gabled roof there is one roof dormer. In this extended part, at the height of the first floor, there are six small rectangular windows under segmental arch, with the fields filled with yellow, red, green and blue bricklets. To the left of this extension, the extension projects slightly back. In the middle of this less recessed extension, there is a slightly projecting tower on a rectangular ground plan, which was realized during the 1914 expansion.

The rear of the left wing (to the right of the rear of the main entrance), begins to the left of the tower on pentagonal ground plan (rear of main entrance) with a small extension where there are three small windows under segmental arch both in the plane of the ground floor and the first floor. This extension is connected to the main volume by means of a lean-to roof. To the right of this, the extension recedes slightly. At the far right, this extension changes into a square tower with tent roof. In the roof storey of the main volume there is one roof dormer.

The INTERIOR contains the necessary elements which recall the original function of the school building. Behind the entrance door is a portico, which is separated from the hall by means of a double draught door with side panels and above it four stained-glass windows. In the hall on the left is the staircase with an authentic stair and wall panelling made of tiles in white and black colouring. The stair treads are finished with natural stone, the railings are of ornamental ironwork. At the beginning of the stair stands a pillar with capital on a natural stone base. This capital is ornamented with acanthus leaves with in each plane an owl, a reference to wisdom, depicted. The ceiling of the hall consists of heavy beams and cross beams with rosettes.

On the first floor located in the bay window above the entrance section is the former staff room which is equipped with a tiled chimney with tapering mantelpiece, flanked by two Ionic columns of which the pedestal is decorated with a lion's head and decorated consoles upon which the chimney beam with frieze rests. The cross beams of the ceiling are ornamented with rosettes. The hall and corridors on both the floor and the ground level are provided with the aforementioned wall panelling and still have the original tile floor.

The interior of the transverse wing is almost a copy of that of the main volume, but more austere in execution. Of note is, among others, the long corridor with tile floor and wall panelling.

Valuation

The object is of general importance. The building has cultural-historical value as an example of cultural and spiritual development, namely the development of education in the 19th century. It is also of importance as an example of the typological development of the school building. From an architectural-historical perspective it is of importance because of the style, the detailing of both exterior and interior and as an example of the work of the architect J. van Lokhorst. It is also architecturally important because of the hand of Pierre Cuypers in the design of this school. Furthermore, the object has ensemble values because of its striking corner location and its connection with the development of the city. It is of importance because of the architectural integrity and because of the typological rarity.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map