TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

vml. St. Josephkloosterkapel

Steyl, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1860
Address
Waterloostraat 178, 5935 CK Steyl (Venlo 31) (and others)
Place
Steyl
Municipality
Venlo
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.32876, 6.12030
Monument number
524699

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

4 historical maps cover this location, the earliest the 1850 map "12. Kessel (1850)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het voormalige Sint Josephklooster in Steijl bestaat uit een woonhuis de zogenoemde Villa Moubis en een kloostergedeelte. Deze Villa Moubis bezit een H-vormige plattegrond en is beschermd onder monumentnummer 34984. Omstreeks 1901 kwam een L-vormige uitbreiding tot stand bestaande uit een lange hoge vleugel met hierin onder andere de kloosterkapel en een korte verbindingsvleugel naar de Villa Moubis met hierin een trappenhuis. De kloosterkapel werd gebouwd naar een ontwerp van architect Caspar Franssen in Neogotiek.

Omschrijving

Hoge langwerpige kloostervleugel vrijwel haaks gelegen op de Maaszijde in oostelijke richting, aan de noordzijde, door een volume met daarin een trappenhuis, verbonden met de wettelijk beschermde Villa Moubis. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen in kruisverband met speklagen in gele baksteen. Waterlijsten in natuursteen. Zadeldaken gedekt met leien; afgeknot schilddak met leien. Rechthoekige houten vensters. Vensteromlijstingen in rode tint baksteen. De verbindingsvleugel tussen het kloostervolume met de kapel en de Villa Moubis telt drie bouwlagen met in de westgevel rechthoekige houten vensters met aan de bovenzijde rondboogvormige vulstukken met daarin keramische decoraties. Halverwege in deze korte vleugel bevindt zich een trappenhuis; dit springt vooruit en telt vier bouwlagen. In elke bouwlaag drie kleine smalle venstertjes. In de topgevel een driepasvormig spaarveld . De topgevel is bekroond met een smeedijzeren nokpiron. In de oostgevel van deze verbindingsvleugel springt het trappenhuisvolume eveneens vooruit, telt vier bouwlagen maar heeft een vijfzijdige sluiting. De gevelzijden worden gescheiden door steunberen. In elk gevelvlak tussen de traveeën en in elk van de vier bouwlagen een rechthoekig venster met aan de bovenzijde een spitsboogvormig vulstuk. In de kopse gevel op de begane grond een rechthoekige deur onder een afdakje. Het hoge volume met daarin op de verdieping de kapel telt drie bouwlagen plus souterrainverdieping. De kopse gevel aan de westzijde is symmetrisch ingedeeld. Het middendeel springt iets vooruit: in de eerste bouwlaag een trapje naar een niet authentieke rechthoekige deur. Deze deur heeft een rechthoekig bovenlicht met aan de bovenzijde een rondboogvormig vulstuk met hierin een driepasvormig spaarveld. In dit geveldeel in de tweede en derde bouwlaag een rechthoekig venster met eenzelfde vulstuk. Dit vooruitspringend geveldeel loopt uit in een topgevel met hierin een klein venster met spitsboogvormig vulstuk. Aan de bovenzijde van dit venster decoratief metselwerk. De topgevel wordt bekroond met een smeedijzeren nokpiron. De gevelvlakken aan weerszijden van het vooruitspringde geveldeel hebben eenzelfde indeling. In de eerste bouwlaag een rechthoekig venster met aan de bovenzijde een vulstuk bestaande uit drie smalle spitsboogvomige spaarvelden. In de tweede en derde bouwlaag drie smalle hoge spitsboogvormige spaarvelden. In elk dakvlak een dakkapel met leien schilddakje met nokpiron. De linkerzijgevel van dit bouwvolume telt tot aan de verbindingsvleugel vier venstertraveeën. De traveeën zijn gescheiden door steunbeerachtige lisenen. In elke travee in elke bouwlaag een rechthoekig venster met bovenlicht met een rondboogvormig vulstuk met hierin een driepasmotief. In elke travee een segmentboogvormig souterrainvenster voorzien van traliewerk. Op het dakvlak vier dakkapellen met schilddak met leien en smeedijzeren nokpiron. Het geveldeel waarop de verbindingsvleugel aansluit loopt uit in een topgevel met hierin een rechthoekig venster en decoratief metselwerk. De lange zijgevel van de kloostervleugel aan de zuidzijde is niet symmetrisch ingedeeld. Het volume aan de rechterzijde met daarin op de verdieping de kloosterkapel telt zes venstertraveeën. In het middendeel van deze lange gevel een iets vooruitspringend geveldeel met in de eerste bouwlaag een entreepartij. Het linkergeveldeel telt slechts vier venstertraveeën. Wel zijn alle venstertraveeën gescheiden door steunbeerachtige lisenen. Het linkergeveldeel heeft in elke travee in elke bouwlaag een rechthoekig venster met bovenlicht en met aan de bovenzijde van het bovenlicht een vulstuk met hierin een driepasmotief. In elke travee een segmentboogvormig souterrainvenster. Op het dakvlak vier dakkapellen met nokpiron. De entreepartij in het middendeel van de zuidgevel heeft een dubbele deur met bovenlicht. De deur heeft een aan twee zijden opgaande trap met klein bordes; met natuurstenen treden en smeedijzeren leuning . Boven de deur in de tweede bouwlaag een brede balkon over drie venstertraveeën. Het balkon rust op vier sierlijke smeedijzeren consoles en heeft een leuning met hierop vier smeedijzeren ornamenten. Dubbele balkondeur met bovenlicht. Dit geveldeel met entreepartij loopt uit in een topgevel met hierin een console met Mariabeeld onder baldakijn. Aan weerszijden van het beeld een klein rechthoekig venster met spitsboogvormig vulstuk. Decoratief metselwerk aan beneden- en bovenzijde van het beeld. De topgevelrand is afgedekt met natuursteen en bekroond met een smeedijzeren nokpiron. Het rechtergeveldeel heeft in de eerste bouwlaag in elke travee een rechthoekig venster met rondboogvormig vulstuk met driepasmotief. In de tweede en derde bouwlaag bevinden zich de hoge spitsboogvormige kapelvensters. Deze glas-in-lood vensters zijn voorzien van een smalle spitsboogvormige tracering in natuursteen met aan de bovenzijde een driepasmotief. Aan de benedenzijde van de vensters decoratief metselwerk. Aan de bovenzijde van de vensters onder de dakrand kleine spitsboogvormige boogfriezen. Op het dak in totaal zes dakkapellen. Aan de oostzijde van de kloostervleugel bevindt zich een vijfzijdige uitbouw met daarin in de tweede en derde bouwlaag de absis van de kloosterkapel met aan weerszijden over de eerste en tweede een uitbouw met daarin in de tweede bouwlaag de sacristieruimten. Dit volume heeft in eerste bouwlaag rechthoekige vensters met bovenlicht met aan de bovenzijde een rondboogvormig vulstuk met hierin een driepasmotief. In de tweede en derde bouwlaag van het absisvolume in totaal drie grote spitsboogvormige glas-in-lood vensters met een driedelige spitsboogvormige tracering in natuursteen. Aan de benedenzijde van het middelste venster een console met daarop een Mariabeeld onder baldakijn. Aan de bovenzijde van de vensters decoratief metselwerk in gele baksteen in de vorm van boogfriezen. De uitgebouwde sacristieruimten hebben in de tweede bouwlaag een segmentboogvormig venster met een tweedelige spitsboogvormige tracering in natuursteen. Aan de bovenzijde van de sacristievensters decoratief metselwerk in gele baksteen. De sacristieruimten zijn afgedekt met een schilddak met leien. Op elk dakvlak een kleine dakkapel. De noordgevel van het kloostervleugel heeft in de tweede en derde bouwlaag een vrijwel gelijke indeling uitvoering als zuidgevel van het volume met de kapel. Enkele in de eerste bouwlaag bevindt zich aan de linkerzijde een entreepartij met een dubbele deur met segmentboogvormig vulstuk. Aan de bovenzijde van dit vulstuk een rondboogvormig bovenlicht met een tweedelige spitsboogvormige tracering met hierboven een driepasmotief. De deur heeft natuurstenen treden. In de laatste venstertravee aan de rechterzijde bevindt zich in de tweede en derde bouwlaag een kleiner spitsboogvormig venster met tracering in de plaats van een groot kapelvenster. Op het dakvlak in totaal zes dakkapellen.

Van het INTERIEUR is onder meer het volgende van belang. Het interieur van de kloostervleugel is zowel qua structuur als uitmonstering in tact. Het interieur van de kapel op de verdieping heeft een basicale vorm met hoog middenschip met een houten tongewelf en smalle zijbeuken met plat plafond op spitboogvormige houten consoles. In de kapelruimte twee rijen van vijf ranke met hout beklede kolommen met acanthuskapitelen. In de absis drie hoge spitsboogvormige glas-in-lood ramen van de Päbstliche Hofglasmalerei Kevelaer Goch in Duitsland met voorstellingen van Christus' Geboorte, het Laatste Avondmaal en de Kruisiging. Aan weerszijden van de absis een sacristieruimte met authentieke houten paramentenkasten en paneeldeuren. Het oxaal heeft een houten leuning met rijk houtsnijwerk. De gangen hebben tegelvloeren in geometrisch patronen in verschillende kleuren. Het trappenhuis in de verbindingsvleugel heeft spitsbogen; traptreden in terrazzo; smeedijzeren spijlen met houten handlijst; doorlopende trapkolom met acanthuskapiteel.

In de tuin aan de zuidzijde van de kloostervleugel een tweetal kleine grotten. De grot voor de Heilige Familie heeft een rondboogvormige toegang met een decoratief smeedijzeren hekje. De grot voor Maria als Koningin heeft twee toegangen voorzien van een smeedijzeren hekje met spijlen.

Aan de achterzijde van de Villa Moubis staat een klein mortuariumgebouwtje. Het gebouwtje telt een bouwlaag onder een zadeldak met leien. Het middendeel van de voorgevel springt iets vooruit en loopt uit in een topgevel met overstek met kenmerken van een chalet. De authentieke rechthoekige dubbele deur is voorzien van traliewerk en heeft een rondboogvormig bovenlicht. In de geveldelen aan weerszijden van de deur een rechthoekig venster met rondboogvormig bovenlicht. In de zijgevel een blind rondboogvormig venster. Dak met overstek en chalet-kenmerken. In het middendeel van de achtergevel een driezijdige uitbouw met in elke gevelzijde een rondboogvormig venstertje. Het uitbouwtje wordt afgedekt met een klein schilddak met leien.

Waardering

De kloostervleugel met kapel, twee kleine grotten en klein mortuariumgebouwtje is van algemeen belang en bezit aanzienlijke cultuur- en architectuurhistorische waarden. Cultuurhistorische waarden met name kerkhistorische waarden als voorbeeld van een zogenoemd Kulturkampfkloster nabij de Duitse rijksgrens. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de toegepaste bouwstijl en detaillering; als voorbeeld van het oeuvre van architect Caspar Franssen. De kloostergebouwen zijn typologisch zeldzaam vanwege de combinatie van functies in een gebouw en de wijze waarop de kapel in een groter volume is opgenomen. Het interieur van de kapel is eveneens waardevol en het opvallend hoge volume is een geslaagd voorbeeld van hoogbouw in een open ruimte . Ensemblewaarden worden bepaald door de situering in een parkachtige omgeving nabij de Maas in het kloosterdorp Steijl.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The former Sint Josephklooster in Steijl consists of a residential building called Villa Moubis and a monastery section. This Villa Moubis has an H-shaped plan and is protected under monument number 34984. Around 1901 an L-shaped extension was built consisting of a long high wing containing, among other things, the monastery chapel and a short connecting wing to the Villa Moubis with a staircase within it. The monastery chapel was built to a design by architect Caspar Franssen in Neogothic style.

Description

High elongated monastery wing positioned almost at right angles to the Meuse side in an easterly direction, on the north side, connected by a volume containing a staircase to the legally protected Villa Moubis. The building material used is brick in English bond with courses in yellow brick. Drip moulding in natural stone. Gabled roofs covered with slate; truncated hipped roof with slate. Rectangular wooden windows. Window surrounds in red-tinted brick. The connecting wing between the monastery volume with the chapel and the Villa Moubis has three storeys with rectangular wooden windows in the west facade with at the top rounded arch-shaped infill pieces with ceramic decorations. Halfway along this short wing is a staircase; this projects forward and has four storeys. In each storey three small narrow little windows. In the gable a trefoil-shaped spandrel. The gable is crowned with a wrought-iron roof cresting. In the east facade of this connecting wing the staircase volume also projects forward, has four storeys but has a five-sided termination. The gable sides are separated by buttresses. In each gable section between the bays and in each of the four storeys a rectangular window with at the top a pointed arch-shaped infill piece. In the end gable on the ground floor a rectangular door under a small roof. The high volume with the chapel on the upper floor has three storeys plus basement storey. The end gable on the west side is symmetrically arranged. The centre section projects slightly forward: on the first storey a step leading to a non-authentic rectangular door. This door has a rectangular fanlight with at the top a rounded arch-shaped infill piece with within it a trefoil-shaped spandrel. In this gable section on the second and third storeys a rectangular window with the same type of infill piece. This projecting gable section terminates in a gable with within it a small window with pointed arch-shaped infill piece. Above this window decorative brickwork. The gable is crowned with a wrought-iron roof cresting. The gable sections on either side of the projecting gable section have the same arrangement. On the first storey a rectangular window with at the top an infill piece consisting of three narrow pointed arch-shaped spandrels. On the second and third storeys three narrow high pointed arch-shaped spandrels. In each roof section a roof light with slate hipped roof with roof cresting. The left side gable of this building volume has up to the connecting wing four window bays. The bays are separated by buttress-like pilasters. In each bay on each storey a rectangular window with fanlight with a rounded arch-shaped infill piece with within it a trefoil motif. In each bay a segmental arch-shaped basement window provided with grilles. On the roof section four roof lights with hipped roof with slate and wrought-iron roof cresting. The gable section onto which the connecting wing joins terminates in a gable with within it a rectangular window and decorative brickwork. The long side gable of the monastery wing on the south side is not symmetrically arranged. The volume on the right side with the monastery chapel on the upper floor has six window bays. In the centre section of this long gable a slightly projecting gable section with on the first storey an entrance. The left gable section has only four window bays. Yet all window bays are separated by buttress-like pilasters. The left gable section has in each bay on each storey a rectangular window with fanlight and with at the top of the fanlight an infill piece with within it a trefoil motif. In each bay a segmental arch-shaped basement window. On the roof section four roof lights with roof cresting. The entrance in the centre section of the south gable has a double door with fanlight. The door has a staircase ascending on both sides with small landing; with natural stone steps and wrought-iron railing. Above the door on the second storey a broad balcony spanning three window bays. The balcony rests on four elegant wrought-iron consoles and has a railing with upon it four wrought-iron ornaments. Double balcony door with fanlight. This gable section with entrance terminates in a gable with within it a console with statue of Mary under baldachin. On either side of the image a small rectangular window with pointed arch-shaped infill piece. Decorative brickwork at the bottom and top of the image. The gable edge is covered with natural stone and crowned with a wrought-iron roof cresting. The right gable section has on the first storey in each bay a rectangular window with rounded arch-shaped infill piece with trefoil motif. On the second and third storeys the high pointed arch-shaped chapel windows are located. These leaded glass windows are provided with a narrow pointed arch-shaped tracery in natural stone with at the top a trefoil motif. Decorative brickwork at the bottom of the windows. At the top of the windows below the eaves small pointed arch-shaped arch friezes. On the roof in total six roof lights. On the east side of the monastery wing is a five-sided extension with within it on the second and third storeys the apse of the monastery chapel with on either side over the first and second an extension with within it on the second storey the sacristy spaces. This volume has on the first storey rectangular windows with fanlight with at the top a rounded arch-shaped infill piece with within it a trefoil motif. On the second and third storeys of the apse volume in total three large pointed arch-shaped leaded glass windows with a three-part pointed arch-shaped tracery in natural stone. At the bottom of the central window a console with upon it a statue of Mary under baldachin. At the top of the windows decorative brickwork in yellow brick in the form of arch friezes. The extended sacristy spaces have on the second storey a segmental arch-shaped window with a two-part pointed arch-shaped tracery in natural stone. At the top of the sacristy windows decorative brickwork in yellow brick. The sacristy spaces are covered with a hipped roof with slate. On each roof section a small roof light. The north gable of the monastery wing has on the second and third storeys an arrangement and execution almost equal to the south gable of the volume with the chapel. Only on the first storey is located on the left side an entrance with a double door with segmental arch-shaped infill piece. At the top of this infill piece a rounded arch-shaped fanlight with a two-part pointed arch-shaped tracery with above it a trefoil motif. The door has natural stone steps. In the last window bay on the right side on the second and third storeys is a smaller pointed arch-shaped window with tracery in place of a large chapel window. On the roof section in total six roof lights.

As far as the INTERIOR is concerned, the following is noteworthy among other things. The interior of the monastery wing is intact both in terms of structure and furnishings. The interior of the chapel on the upper floor has a basilical form with a high nave with a wooden barrel vault and narrow side aisles with flat ceiling on pointed arch-shaped wooden consoles. In the chapel space two rows of five slender wood-clad columns with acanthus capitals. In the apse three high pointed arch-shaped leaded glass windows by the Päbstliche Hofglasmalerei Kevelaer Goch in Germany with depictions of Christ's Nativity, the Last Supper and the Crucifixion. On either side of the apse a sacristy space with authentic wooden vestment cabinets and panelled doors. The gallery has a wooden railing with rich woodcarving. The corridors have tile floors in geometric patterns in various colours. The staircase in the connecting wing has pointed arches; stair treads in terrazzo; wrought-iron balusters with wooden handrail; continuous stair column with acanthus capital.

In the garden on the south side of the monastery wing are two small grottos. The grotto for the Holy Family has a rounded arch-shaped entrance with a decorative wrought-iron gate. The grotto for Mary as Queen has two entrances provided with a wrought-iron gate with balusters.

Behind the Villa Moubis stands a small mortuary building. The building has one storey under a gabled roof with slate. The centre section of the front gable projects slightly forward and terminates in a gable with overhang with characteristics of a chalet. The authentic rectangular double door is provided with grillwork and has a rounded arch-shaped fanlight. In the gable sections on either side of the door a rectangular window with rounded arch-shaped fanlight. In the side gable a blind rounded arch-shaped window. Roof with overhang and chalet characteristics. In the centre section of the rear gable a three-sided extension with in each gable side a rounded arch-shaped small window. The small extension is covered with a small hipped roof with slate.

Valuation

The monastery wing with chapel, two small grottos and small mortuary building is of general importance and possesses considerable cultural and architectural-historical values. Cultural-historical values in particular ecclesiastical-historical values as an example of a so-called Kulturkampfkloster near the German state border. The architectural-historical values are determined by the applied building style and detailing; as an example of the oeuvre of architect Caspar Franssen. The monastery buildings are typologically rare because of the combination of functions in one building and the way in which the chapel is incorporated in a larger volume. The interior of the chapel is likewise valuable and the remarkably high volume is a successful example of high construction in an open space. Ensemble values are determined by the location in a park-like setting near the Meuse in the monastery village of Steijl.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map