TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Abdij Ulingsheide

Tegelen, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Abdij
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1888 - 1892
Address
Ulingsheide 3, 5932 NA Tegelen (Venlo 31)
Place
Tegelen
Municipality
Venlo
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.33521, 6.17695
Monument number
524698

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 377. Kaldenkirchen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Kloosterkapel met entreeportaal en sacristie behorend bij het klooster Ulingsheide. De kapel dateert uit 1926 en werd gebouwd naar een ontwerp van architect Frans Stoks. De bouwstijl van de kapel is Traditionalisme met invloed van het Expressionisme en Art Deco. Omstreeks 1980 werd het interieur van de kapel aangepast. Aan de absiszijde werden de open paraboolbogen tussen middenschip en zijbeuken ter hoogte van de kruisbeuk dichtgezet in baksteen en glas. Het priesterkoor werd aangepast: de vloer werd verlaagd en de open bogen in de achterwand van het priesterkoor werden deels dichtgezet.

Omschrijving

De kloosterkapel ligt aan de westzijde van het kloostercomplex haaks op de lange toegangslaan. Aan de oostzijde is de kloosterkapel verbonden met de sacristie. De kapel heeft een hoog middenschip en lagere zijbeuken, en een kruisbeuk aan de absiszijde. Aan de westzijde van de kapel in de oksel van de kruisbeuk en de zijgevel is de toren geplaatst. Aan de absiszijde heeft de kapel afgeschuinde hoeken. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen en natuursteen. Steunberen. Zadeldaken en schilddaken met Hollandse pannen. Spitsboogvormige en spits toelopende glas-in-lood ramen. De vierkante toren is aan de westzijde voorzien van een kleine uitbouw onder zadeldak. De toren heeft in elk gevelvlak op verschillende hoogtes twee spitsboogvormige venstertjes. Onder het uurwerk in elke gevelzijde een klein balkon met balustrade. Aan de bovenzijde van het uurwerk in elke gevelzijde twee spitsboogvormige galmgaten. De naaldspits is gedekt met leien. De westgevel van de kapel aan de linkerzijde van het torenvolume telt zeven venstertraveeën. In elk travee van de lagere zijbeuken telkens drie spitsboogvormige glas-in-lood ramen; daaronder spits toelopende souterrainvensters met glas-in-lood. Deze westgevel is voorzien van twee kapeluitbouwen met afgeschuinde hoeken en voorzien van een tentdak met pannen. Beide kapeluitbouwen hebben in elke gevelzijde een spitsboogvormig glas-in-lood venster en een spits toelopend glas-in lood souterrainvenster. In de westgevel van het hoge middenschip in elk travee drie glas-in-lood vensters met uitzondering van de middelste travee: deze is dichtgezet. De traveeën worden gescheiden door steunbeerachtige lisenen. Aan de rechterzijde van het torenvolume is de hoge gevel van de kruisbeuk in de topgevel voorzien van een roosvenster met glas-in-lood en tracering. Aan de benedenzijde is de kruisbeukgevel voorzien van een uitbouw met drie kleine zadeldaken. In elk van de drie gevelvlakken is deze uitbouw voorzien van een rondboog met daarin drie glas-in-lood ramen van ongelijke hoogte. In de topgevel van elk gevelvlak eveneens drie glas-in-lood ramen van ongelijke hoogte. Haaks op de absiszijde een hoge uitbouw met zadeldak. De zuidgevel van deze uitbouw is voorzien van steunberen en kleine spitsboogvormige glas-in-lood raampjes. In de kopgevel aan de westzijde is deze uitbouw voorzien van vier kleine glas-in-lood raampjes. De oostgevel van de kapel aan de binnenplaatszijde telt zeven venstertraveeën. De indeling en opbouw is vrijwel gelijk aan de westgevel. Alleen is in deze gevelzijde de middelste travee door een loopbrug verbonden met de sacristie die zich evenwijdig aan de kapel aan de oostzijde bevindt. Dit loopbruggebouw telt een bouwlaag en is uitgevoerd in baksteen en rust op twee brede segmentboogvormige gemetselde bogen; kleine rechthoekige venstertjes; zadeldak met pannen. De sacristie telt een bouwlaag onder een zadeldak met pannen. De kruisbeukuitbouw aan de oostzijde is voorzien van een entreeportaal met een plat dak en aan de binnenplaatszijde een rechthoekige deur met zijlichten en spitsboogvormig bovenlicht met glas-in-lood. Het bovenlicht heeft een vijfdelige roedeverdeling. Rechts van deze deur drie hoge smalle glas-in-lood ramen. Onder de dakrand een reeks van twee maal vier spitsboogvormige glas-in-lood raampjes. De kloosterkapel is aan de noordzijde voorzien van een hoge ondiepe uitbouw onder een kruisvormig zadeldak met pannen.

Van het INTERIEUR is onder meer het volgende van belang. Het middenschip van de kapel heeft een paraboolvormig plafond van gele baksteen in schoon metselwerk. De traveeën worden gescheiden door lisenen in rode baksteen. De lisenen rusten op natuurstenen consoles in de zijwanden. Het oxaal rust op bakstenen pilasters. Het oxaal heeft een bakstenen balustrade met hierin kleine openingen. Aan de bovenzijde van het oxaal drie spitsboogvormige glas-in-lood vensters. Authentieke vloertegels en koorbanken. De glas-in-lood ramen in de kapel zijn vervaardigd door verschillende glazeniers. Karel Trautwijn maakte een groot aantal ramen in Art Deco stijl. Andere ramen vervaardigd door Pater Victor (Abdij Lilbosch te Echt); Wiegersma en Boumans. Omstreeks 1980 werd het interieur van de kapel aangepast: drie rondbogen in de achterwand van het priesterkoor werden dichtgezet. De zijbeuken werden gescheiden van het middenschip waardoor een kloostergang rond het middenschip ontstond. In deze voormalige zijbeuken kleine altaren voor de opleiding van de priesterbroeders: enkele kleine altaren met een houten opbouw in Neogotiek. De zijaltaren met plafonds met kruisribgewelven; witte en zwarte vloertegels. Figuratief glas-in-lood.

In het souterrain onder de kapel is de bibliotheek ondergebracht. De plafondbalken in de souterrainruimte rusten op vierkante bakstenen kolommen. In de zijwanden van de kapeluitbouwtjes spits toelopende glas-in-loodramen, deels met figuratief glas-in-lood. In het verlengde van de bibliotheekruimte onder het hoofdaltaar van de kapel bevindt zich een grote T-vormige crypte met kruisribgewelven en bakstenen kolommen. Hier werd de oude altaartafel uit de bovenkapel herplaatst. De sacristieruimte heeft houten paramentenkasten en lambrisering. Een van de kastdeuren geeft toegang tot de loopbrug die naar de kapel voert. De abtenkapel heeft de authentieke zwarte en witte vloertegels; marmeren altaartafel; spitsbooggewelven en deels authentieke glas-in-lood ramen. In de hoge entreehal naast de kapel toegangsdeuren naar de kapel met smeedijzeren hang- en sluitwerk en natuurstenen latei; in de wand van het trappenhuis rechthoekige- en spits toelopende ramen met figuratief glas-in-lood.

Waardering

De kapel met entreeportaal en sacristie van het klooster Ulingsheide zijn van algemeen belang en bezitten cultuurhistorische waarde, met name kerkhistorische waarde als voorbeeld van een kloosterkapel c.a. van de orde der Trappisten. De kapel met entreeportaal en sacristie bezitten architectuurhistorische waarde vanwege de toegepaste bouwstijl en als voorbeelden van het oeuvre van architect Stoks en vanwege het rijke interieur met vele glas-in-lood ramen van verschillende glazeniers.

De kapel met entreeportaal en sacristie zijn tevens van algemeen belang vanwege de situering in het buitengebied van Tegelen in de nabijheid van de Duitse rijksgrens, vanwege de gaafheid en typologische zeldzaamheid.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Convent chapel with entrance portico and sacristy belonging to the convent Ulingsheide. The chapel dates from 1926 and was built to a design by architect Frans Stoks. The architectural style of the chapel is Traditionalism with influence from Expressionism and Art Deco. Around 1980 the interior of the chapel was adapted. On the apse side the open parabolic arches between the nave and aisles at the height of the transept were sealed in brick and glass. The priest's choir was adapted: the floor was lowered and the open arches in the rear wall of the priest's choir were partly sealed.

Description

The convent chapel is situated on the west side of the convent complex perpendicular to the long access drive. On the east side the convent chapel is connected with the sacristy. The chapel has a high nave and lower aisles, and a transept on the apse side. On the west side of the chapel in the corner between the transept and the side gable the tower is placed. On the apse side the chapel has chamfered corners. The building materials used are brick and natural stone. Buttresses. Gabled roofs and hipped roofs with Dutch tiles. Pointed arch-shaped and pointed tapering leaded glass windows. The square tower is provided on the west side with a small extension under a gabled roof. The tower has in each wall face at different heights two pointed arch-shaped small windows. Below the clock face in each wall face a small balcony with balustrade. At the top of the clock face in each wall face two pointed arch-shaped sound holes. The needle spire is covered with slate. The west gable of the chapel to the left of the tower volume has seven window bays. In each bay of the lower aisles three pointed arch-shaped leaded glass windows respectively; beneath these pointed tapering basement windows with leaded glass. This west gable is provided with two small chapel extensions with chamfered corners and provided with a tent roof with tiles. Both small chapel extensions have in each wall face a pointed arch-shaped leaded glass window and a pointed tapering leaded glass basement window. In the west gable of the high nave in each bay three leaded glass windows with the exception of the middle bay: this is sealed. The bays are separated by buttress-like lisenes. On the right side of the tower volume the high gable of the transept in the gable is provided with a rose window with leaded glass and tracery. On the lower side the transept gable is provided with an extension with three small gabled roofs. In each of the three wall faces this extension is provided with a round arch with in it three leaded glass windows of unequal height. In the gable of each wall face likewise three leaded glass windows of unequal height. Perpendicular to the apse side a high extension with gabled roof. The south gable of this extension is provided with buttresses and small pointed arch-shaped leaded glass windows. In the gable on the west side this extension is provided with four small leaded glass windows. The east gable of the chapel on the courtyard side has seven window bays. The arrangement and structure is virtually the same as the west gable. Only in this gable side the middle bay is connected by a footbridge with the sacristy which is situated parallel to the chapel on the east side. This footbridge building has one storey and is executed in brick and rests on two broad segmented arch-shaped masonry arches; small rectangular windows; gabled roof with tiles. The sacristy has one storey under a gabled roof with tiles. The transept extension on the east side is provided with an entrance portico with a flat roof and on the courtyard side a rectangular door with sidelights and pointed arch-shaped fanlight with leaded glass. The fanlight has a five-part glazing bar division. To the right of this door three high narrow leaded glass windows. Below the roof edge a series of two times four pointed arch-shaped leaded glass windows. The convent chapel is on the north side provided with a high shallow extension under a cruciform gabled roof with tiles.

Of the INTERIOR the following is of importance among other things. The nave of the chapel has a parabola-shaped ceiling of yellow brick in fair-faced masonry. The bays are separated by lisenes in red brick. The lisenes rest on natural stone consoles in the side walls. The gallery rests on brick pilasters. The gallery has a brick balustrade with small openings in it. At the top of the gallery three pointed arch-shaped leaded glass windows. Authentic floor tiles and choir benches. The leaded glass windows in the chapel were made by different glaziers. Karel Trautwijn made a large number of windows in Art Deco style. Other windows made by Pater Victor (Lilbosch Abbey at Echt); Wiegersma and Boumans. Around 1980 the interior of the chapel was adapted: three round arches in the rear wall of the priest's choir were sealed. The aisles were separated from the nave creating a cloister passage around the nave. In these former aisles small altars for the training of the priest brothers: some small altars with a wooden structure in Neo-Gothic. The side altars with ceilings with cross rib vaults; white and black floor tiles. Figurative leaded glass.

In the basement beneath the chapel the library is housed. The ceiling beams in the basement space rest on square brick columns. In the side walls of the small chapel extensions pointed tapering leaded glass windows, partly with figurative leaded glass. In the extension of the library space beneath the main altar of the chapel is a large T-shaped crypt with cross rib vaults and brick columns. Here the old altarpiece from the upper chapel was relocated. The sacristy space has wooden vestment cupboards and wainscoting. One of the cupboard doors provides access to the footbridge that leads to the chapel. The abbot's chapel has the authentic black and white floor tiles; marble altarpiece; pointed arch vaults and partly authentic leaded glass windows. In the high entrance hall next to the chapel access doors to the chapel with wrought iron hinges and fastenings and natural stone lintel; in the wall of the stairwell rectangular and pointed tapering windows with figurative leaded glass.

Valuation

The chapel with entrance portico and sacristy of the convent Ulingsheide are of general importance and possess cultural-historical value, in particular church-historical value as an example of a convent chapel of the order of the Trappists. The chapel with entrance portico and sacristy possess architectural-historical value because of the architectural style applied and as examples of the work of architect Stoks and because of the rich interior with many leaded glass windows by different glaziers.

The chapel with entrance portico and sacristy are also of general importance because of the location in the rural area of Tegelen in the vicinity of the German state border, because of the integrity and typological rarity.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map