Rijksmonumentenregister · Netherlands
Slotklooster
Steyl, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Klooster
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1914
- Address
- Kloosterstraat 19, 5935 CA Steyl (Venlo 31)
- Place
- Steyl
- Municipality
- Venlo
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.33892, 6.12183
- Part of complex
- 524669
- Monument number
- 524670
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesTU Delft Library
2 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 377. Kaldenkirchen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving complexonderdeel 1
Het SLOTKLOOSTER voor de orde der Dienaressen van de H.Geest van Altijddurende Aanbidding. Carrévormig kloostercomplex, bestaande uit vier verblijfsvleugels van ongelijke hoogte en met op het binnenterrein evenwijdig aan de oost- en westvleugel de kloosterkapel. De oostvleugel telt twee deels drie bouwlagen plus souterrain en wordt afgedekt met zadeldaken en schilddaken met leien deels met een plat dak. De zuidvleugel telt drie bouwlagen plus souterrain en wordt afgedekt met een zadeldak met leien en heeft een klein klokkentorentje. De westvleugel telt twee bouwlagen plus souterrain en is grotendeels voorzien van een plat dak met dakterras. De noordvleugel telt twee bouwlagen waarbij een groot deel van de kloosterkapel is opgenomen in de noordvleugel. Onder de dakranden decoratief metselwerk. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen. De meeste vensters zijn rechthoekig en voorzien van een segmentboogvormig bovenlicht. De vensters zijn deels in hout deels in kunststof uitgevoerd. In de kloostermuur aan de oostzijde bevindt zich een grote poort met smeedijzeren hekwerk. De kloostermuur wordt afdekt door een band hardsteen. Op regelmatige afstand bevindt zich op de kloostermuur een kleine bakstenen kolom met natuurstenen afdeksteen. Door de hoogteverschillen tussen de Kloosterstraat en het gebouwencomplex is de toegangsweg naar de hoofdingang opgehoogd en aan de linkerzijde voorzien van een kloostermuur die als borstwering fungeert. Het bouwdeel met de hoofdingang bevindt zich ongeveer in het middendeel van de oostvleugel. Dit bouwdeel springt iets vooruit, telt drie bouwlagen plus souterrain en wordt afgedekt met een gebroken schilddak met leien. De voorgevel is symmetrisch ingedeeld. De hoofdingang heeft een brede toegangstrap met aan beide zijden een bakstenen borstwering. Het ingangsportaal springt iets vooruit en is voorzien van een topgevel bekleed met een band hardsteen en bekroond met een natuursteen nokpiron. Aan weerszijden van de topgevel staat een stenen engel op een kleine bakstenen kolom. De rechthoekige dubbele deur heeft een spitsboogvormig glas-in-lood bovenlicht. De toegang heeft een spitsboogvormige omlijsting. Het geveldeel met het ingangsportaal loopt uit in een topgevel en wordt bekroond met een groot stenen kruis. Aan weerszijden van de topgevel een bakstenen kolom met in de voorzijde een spitsboogvormige nis en met een bekroning in hardsteen. Eenzelfde ornament bevindt zich aan de linker- en rechterzijde van de voorgevel van dit bouwdeel. In de eerste bouwlaag aan weerszijden van het ingangsportaal twee vensters met hardstenen dorpels. In de tweede en derde bouwlaag telkens zes vensters met harstenen dorpelsteen. Dit bouwdeel wordt door lisenen verticaal in drieën gedeeld. Hardstenen waterlijsten zorgen voor een horizontale geleding van de voorgevel. Het bouwdeel aan de rechterzijde vormt tevens de kopgevel van de noordvleugel. Dit bouwdeel telt twee bouwlagen plus souterrain. In de kopgevel in de eerste en tweede bouwlaag telkens vijf vensters. In de eerste en tweede bouwlaag een hardstenen waterlijst. Het platte dak is aan de oost- en noordzijde voorzien van een balustrade tussen kleine bakstenen kolommen. In de noordzijde van deze vleugel in de eerste en tweede bouwlaag zeven vensters. Deze gevel sluit aan op de kloosterkapel. Het linkerdeel van de voorgevel van de oostvleugel bestaat uit een terugliggend geveldeel met drie vensterassen en een hoekdeel dat iets vooruitspringt en eveneeens drie vensterassen telt. Het souterrain is omstreeks 1995 voorzien van een nieuwe muur in verband met wateroverlast. Het terugligend geveldeel heeft in alle drie de bouwlagen telkens zes vensters. Het hoekgedeelte heeft in elk van de drie bouwlagen vier vensters. Het dak van het hoekdeel is voorzien van zeszijdig klokkentorentje met een naaldspits met leien en met een smeedijzeren kruisje. Elke gevelzijde is voorzien van louvreluikjes en loopt uit in een topgeveltje. De voorgevel van de zuidvleugel heeft een iets terugliggend linkergedeelte en een vooruitspringend hoekdeel rechts. De souterrainverdieping is omstreeks 1995 voorzien van een nieuwe nieuwe muur. Het souterrain van het hoekgedeelte is voorzien van drie rechthoekige vensters met traliewerk en een rechthoekige deur met toegangstrap en hellingbaan. Het hoekgedeelte telt drie vensterassen en is in elk van de drie bouwlagen voorzien van een reeks van vier kunststof vensters. Het linkergedeelte van de voorgevel van de zuidvleugel telt zes vensterassen. In elke bouwlaag telkens twee venters. De gehele voorgevel van de zuidvleugel is voorzien van lisenen en hardstenen waterlijsten en decoratief metselwerk onder de dakrand. De voorgevel van de westvleugel is in drie geveldelen onder te verdelen. Het rechterdeel, tevens de kopgevel van de zuidvleugel telt drie bouwlagen met in elke bouwlaag een reeks van vier vensters. De souterrainverdieping is voorzien van rechthoekige vensters met traliewerk. Het middendeel van de voorgevel aan de westzijde telt twee bouwlagen plus souterrainverdieping. De tweede bouwlaag wordt gevormd door een loggia met open spitsbogen en balustrade. Het linkergedeelte van de voorgevel van de westvleugel telt een bouwlaag met plat dak met hierop een dakterras met balustrade tussen baksteen kolommen. In de eerste bouwlaag van het midden- en linker gedeelte spitsboogvormige glas-in-lood vensters met een tweedelige bakstenen tracering. Dit zijn de vensters van de kloostergang. De vensters hebben hardstenen dorpelstenen. Het middendeel van de westvleugel is voorzien van een dubbele houten deur met vernieuwde toegangstrap met smeedijzeren leuning. De dubbele deur heeft een spitsboogvormig glas-in-lood bovenlicht met tracering. Het dakterras is aan de zijde van de kloosterkapel voorzien van een lage dakrand met daarop bakstenen kolommen met daartussen een eenvoudige metalen leuning. Een groot deel van de voorgevel van de noordvleugel wordt ingenomen door de absiszijde van de kloosterkapel. Aan de rechterzijde van de kapel de kopgevel van de westvleugel met daarin in de eerste bouwlaag drie vensters voorzien van traliewerk en een rechthoekige houten deur met bovenlicht. Aan de noordzijde is het klooster voorzien van een extra ommuring deels in het verlengde en aansluitend op de voorgevel van de westvleugel. De achtergevel van de vier kloostervleugels, rondom een kleine binnenplaats hebben een soortgelijke opzet als de meeste voorgevels van de verblijfsvleugels. De vensterkozijnen zijn deels in kunststof uitgevoerd. In de achtergevel van de zuid- en de oostvleugel in de eerste bouwlaag spitsboogvormige glas-in-lood vensters met een bakstenen tracering. Dit zijn de vensters van de rondlopende kloostergang. Aan de achtergevel van het bouwdeel met de hoofdingang bevindt zich een bouwdeel dat oost- en west vleugel met elkaar verbindt ter hoogte van de zuidgevel van de kloosterkapel. Deze verbindingsvleugel heeft in de tweede bouwlaag een loggia die uitkomt op oxaalhoogte van de kloosterkapel. Van het interieur is onder meer het volgende van belang. Na de voordeur een entreehal met authentieke rode en grijze vloertegels; kruisribgewelven; authentieke houten paneeldeuren; het glas-in-lood in de toegangsdeur naar het slotgedeelte van het klooster dateert uit 1998. Kloostergangen met authentieke vloer met grijze en rode tegels; plafond met kruisribgewelven met ribben in baksteen en gestucte tussenvlakken. In de kloostergang in de westvleugel aan de noordzijde een groot glas-in-lood raam met een voorstelling van Christus aan het kruis. In deze kloostergang aan de zuidzijde een glas-in-lood raam met een afbeelding van Arnoldus Janssen, de stichter van diverse kloosters in Steyl. De glas-in-lood ramen in de kloostergangen hebben groen geglazuurde dorpels; glas-in-lood ramen zijn voorzien van een bloemmotief. In de kloostergang in de oostvleugel een glas-in-lood raam met een afbeelding van een duif in een stralenbundel. De glas-in-lood ramen zijn afkomstig uit het eigen atelier van de Missionarissen van het Goddelijk Woord. Trappenhuis met trap met stenen treden en smeedijzeren leuning met houten handlijst.
Kloosterkapel Eenbeukige neogotische kloosterkapel onder een zadeldak met leien. De driezijdige absis heeft een schilddak met leien. Op het dak een zeszijdig klokkentorentje met naaldspits met leien. Elk van de zes zijden heeft louvreluikjes en loopt uit in een topgeveltje. Op de torenspits een smeedijzeren kruisje. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen. In elke zijwand drie hoge spitsboogvormige vensters met glas-in-lood en aan de bovenzijde tracering met driepasmotief. De vensters hebben hardstenen dorpelstenen. Tegen de zijwanden en aan de absiszijde zich verjongende steunberen met hardstenen afdekstenen deels met versiering. Onder de dakrand spitsboogvormige boogfriezen. Aan de absiszijde heeft de kapel drie hoge glas-in-lood ramen met aan de bovenzijde een tracering met driepasmotief. Aan de absiszijde is de kapel aan de oostzijde voorzien van een zijkapel, aan de westzijde van een lichtbeuk. De lichtbeuk aan de westzijde is omstreeks 1968 op de verdieping voorzien van een nieuw vensterkozijn . De zijkapel aan de oostzijde loopt gedeeltelijk door in de noordelijke kloostervleugel. Van het interieur van de kapel is onder meer het volgende van belang. Eenbeukige kapelruimte met plafond met kruisribgewelven; de ribben rusten op langgerekte consoles in de zijwanden. Authentieke houten koorbanken en biechtstoelen voorzien van houtsnijwerk. Glas-in-lood ramen met daarin gebrandschilderde bijbelse voorstellingen. Orgeltribune met in de balustrade houtsnijwerk onder andere in een vierpasmotief. In de balustrade een vijftal panelen met in hout uitgesneden bijbelse voorstellingen. Eveneens in de balustrade een tweetal houten kolommen met daarop een beeld van een musicerende engel. In de achterwand van het oxaal een groot roosvenster met glas-in-lood. Kapel- en altaarvloer zijn vernieuwd. In de zijkapel aan de oostzijde glas-in-lood ramen van omstreeks 1968. In de lichtbeuk aan de westzijde een groot glas-in-lood venster uit omstreeks 1968.
Waardering
Het klooster van de Slotzusters met kapel is van algemeen belang en bezit aanzienlijke cultuur- en architectuurhistorische waarden. Cultuurhistorische waarden met name kerkhistorische waarden als voorbeeld van een zogenoemd Kulturkampfkloster nabij de Duitse rijksgrens. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de toegepaste bouwstijl en detaillering en als voorbeeld van het oeuvre van architect Prill. De kloostergebouwen met kloosterkapel zijn typologisch zeldzaam met name de wijze waarop de kloosterkapel in een groter volume is opgenomen. Het interieur van het klooster is eveneens waardevol met name de kapel en de vier kloostergangen. Ensemblewaarden worden bepaald door de situering in een parkachtige omgeving nabij de Maas in het kloosterdorp Steyl.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description of complex component 1
The SLOTKLOOSTER for the order of the Handmaidens of the Holy Spirit of Perpetual Adoration. Square-shaped convent complex, consisting of four residential wings of unequal height and with the convent chapel on the inner courtyard parallel to the east and west wings. The east wing has two to three storeys plus basement and is covered with gabled roofs and hipped roofs with slate partly with a flat roof. The south wing has three storeys plus basement and is covered with a gabled roof with slate and has a small bell tower. The west wing has two storeys plus basement and is largely provided with a flat roof with roof terrace. The north wing has two storeys with a large part of the convent chapel incorporated into the north wing. Decorative brickwork under the roof edges. The building material used is brick. Most windows are rectangular and provided with a segmental arched fanlight. The windows are partly executed in wood partly in plastic. In the convent wall on the east side there is a large gate with wrought iron ironwork. The convent wall is covered by a band of hardstone. At regular intervals on the convent wall there is a small brick column with natural stone coping. Due to height differences between the Kloosterstraat and the building complex, the access road to the main entrance is raised and provided on the left side with a convent wall that functions as a parapet. The building section with the main entrance is located approximately in the middle part of the east wing. This building section projects slightly forward, has three storeys plus basement and is covered with a broken hipped roof with slate. The front facade is symmetrically divided. The main entrance has a broad entrance staircase with brick parapets on both sides. The entrance portal projects slightly forward and is provided with a stepped gable clad with a band of hardstone and crowned with a natural stone roof cresting. On either side of the stepped gable stands a stone angel on a small brick column. The rectangular double door has a pointed arched glass-in-lead fanlight. The entrance has a pointed arched surround. The facade section with the entrance portal ends in a stepped gable and is crowned with a large stone cross. On either side of the stepped gable a brick column with on the front a pointed arched niche and with a coping in hardstone. The same ornament is found on the left and right sides of the front facade of this building section. In the first storey on either side of the entrance portal two windows with hardstone sills. In the second and third storeys six windows each with hardstone sill stones. This building section is divided vertically into three by pilaster strips. Hardstone drip mouldings provide horizontal articulation of the front facade. The building section on the right side also forms the gable end of the north wing. This building section has two storeys plus basement. In the gable end in the first and second storey five windows each. In the first and second storeys a hardstone drip moulding. The flat roof is provided on the east and north sides with a balustrade between small brick columns. On the north side of this wing in the first and second storey seven windows. This facade adjoins the convent chapel. The left part of the front facade of the east wing consists of a recessed facade section with three window bays and a corner section that projects slightly forward and likewise has three window bays. The basement was provided around 1995 with a new wall due to water damage. The recessed facade section has six windows in each of the three storeys. The corner section has four windows in each of the three storeys. The roof of the corner section is provided with a hexagonal bell tower with a spire with slate and with a wrought iron cross. Each facade side is provided with louvre shutters and ends in a small stepped gable. The front facade of the south wing has a slightly recessed left section and a projecting corner section on the right. The basement storey was provided around 1995 with a new wall. The basement of the corner section is provided with three rectangular windows with lattice work and a rectangular door with entrance staircase and ramp. The corner section has three window bays and is provided in each of the three storeys with a row of four plastic windows. The left section of the front facade of the south wing has six window bays. In each storey two windows each. The entire front facade of the south wing is provided with pilaster strips and hardstone drip mouldings and decorative brickwork under the roof edge. The front facade of the west wing can be divided into three facade sections. The right section, also the gable end of the south wing, has three storeys with in each storey a row of four windows. The basement storey is provided with rectangular windows with lattice work. The middle section of the front facade on the west side has two storeys plus basement storey. The second storey is formed by a loggia with open pointed arches and balustrade. The left section of the front facade of the west wing has one storey with flat roof with on it a roof terrace with balustrade between brick columns. In the first storey of the middle and left section pointed arched glass-in-lead windows with a two-part brick tracery. These are the windows of the cloister walk. The windows have hardstone sill stones. The middle section of the west wing is provided with a double wooden door with renewed entrance staircase with wrought iron railing. The double door has a pointed arched glass-in-lead fanlight with tracery. The roof terrace is provided on the side of the convent chapel with a low roof edge with on it brick columns with between them a simple metal railing. A large part of the front facade of the north wing is taken up by the apse side of the convent chapel. On the right side of the chapel the gable end of the west wing with in the first storey three windows provided with lattice work and a rectangular wooden door with fanlight. On the north side the convent is provided with an additional wall partly in line and adjoining the front facade of the west wing. The back facade of the four convent wings, around a small inner courtyard have a similar layout as most front facades of the residential wings. The window frames are partly executed in plastic. In the back facade of the south and east wing in the first storey pointed arched glass-in-lead windows with a brick tracery. These are the windows of the circulating cloister walk. At the back facade of the building section with the main entrance there is a building section that connects the east and west wings at the height of the south facade of the convent chapel. This connecting wing has in the second storey a loggia that opens onto the cloister courtyard level of the convent chapel. Of the interior the following is noteworthy among other things. After the front door an entrance hall with authentic red and grey floor tiles; cross-ribbed vaults; authentic wooden panelled doors; the glass-in-lead in the entrance door to the private part of the convent dates from 1998. Cloister walks with authentic floor with grey and red tiles; ceiling with cross-ribbed vaults with ribs in brick and plastered infill. In the cloister walk in the west wing on the north side a large glass-in-lead window with a depiction of Christ on the cross. In this cloister walk on the south side a glass-in-lead window with an image of Arnoldus Janssen, the founder of various convents in Steyl. The glass-in-lead windows in the cloister walks have green glazed sills; glass-in-lead windows are provided with a floral motif. In the cloister walk in the east wing a glass-in-lead window with an image of a dove in a radiant bundle. The glass-in-lead windows originate from the own workshop of the Missionaries of the Divine Word. Stairwell with staircase with stone steps and wrought iron railing with wooden handrail.
Convent Chapel Single-nave neogothic convent chapel under a gabled roof with slate. The three-sided apse has a hipped roof with slate. On the roof a hexagonal bell tower with spire with slate. Each of the six sides has louvre shutters and ends in a small stepped gable. On the tower top a wrought iron cross. The building material used is brick. In each sidewall three tall pointed arched windows with glass-in-lead and at the top tracery with trefoil motif. The windows have hardstone sill stones. Against the sidewalls and on the apse side tapering buttresses with hardstone cappings partly with decoration. Under the roof edge pointed arched arch friezes. On the apse side the chapel has three tall glass-in-lead windows with at the top tracery with trefoil motif. On the apse side the chapel is on the east side provided with a side chapel, on the west side with a light well. The light well on the west side was provided around 1968 on the upper storey with a new window frame. The side chapel on the east side runs partly through into the northern convent wing. Of the interior of the chapel the following is noteworthy among other things. Single-nave chapel space with ceiling with cross-ribbed vaults; the ribs rest on elongated consoles in the sidewalls. Authentic wooden choir stalls and confessionals provided with woodcarving. Glass-in-lead windows with therein painted stained glass biblical scenes. Organ gallery with in the balustrade woodcarving among other things in a quatrefoil motif. In the balustrade five panels with biblical scenes carved in wood. Also in the balustrade two wooden columns with on them a statue of a musical angel. In the rear wall of the choir a large rose window with glass-in-lead. Chapel and altar floor have been renewed. In the side chapel on the east side glass-in-lead windows from around 1968. In the light well on the west side a large glass-in-lead window from around 1968.
Valuation
The convent of the Slotzusters with chapel is of general importance and possesses considerable cultural and architectural historical values. Cultural historical values in particular church historical values as an example of a so-called Kulturkampf convent near the German imperial border. The architectural historical values are determined by the applied building style and detailing and as an example of the oeuvre of architect Prill. The convent buildings with convent chapel are typologically rare in particular the manner in which the convent chapel is incorporated into a larger volume. The interior of the convent is likewise valuable in particular the chapel and the four cloister walks. Ensemble values are determined by the location in a park-like setting near the Maas in the convent village of Steyl.
Nearby in the register
- SlotkloosterKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- SlotkloosterKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- SlotkloosterKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- SlotkloosterKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.