Rijksmonumentenregister · Netherlands
De Maerle
Huizen, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1906
- Address
- Oud Bussummerweg 44, 1272 PW Huizen
- Place
- Huizen
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.28461, 5.20293
- Part of complex
- 524274
- Monument number
- 524275
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1900 map "Kaart ten behoeve der oefeningen in de legerplaats bij Laren : (tevens garnizoenskaart)" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
VILLA "De Maerle" uit 1906/1917, deel uitmakend van het gelijknamige villacomplex.
Omschrijving
Op T-vormig grondplan gebouwde villa bestaande uit een L-vormig hoofdvolume evenwijdig aan de weg, in het verlengde hiervan tegen de rechter zijgevel achtereenvolgens een tussenlid met plat dak en een dienstwoning onder een rietgedekt schilddak met de noklijn haaks op de weg, en middenachter een langgerekte dwarsvleugel. Het tussenlid en de dienstwoning hebben een rechthoekige plattegrond en een hoogte van één bouwlaag. Het hoofdvolume en de dwarsvleugel zijn gedeeltelijk onderkelderd en boven de parterre voorzien van een zolderverdieping met borstwering onder een samengesteld rieten dak bestaande uit een wolfsdak boven het hoofdvolume, een insnijdend zadeldak boven de uitbouw linksachter (de basis van de "L"), en een insnijdend schilddak boven de dwarsvleugel middenachter. De in kruisverband gemetselde buitenmuren zijn boven een door een rollaag afgesloten plint van paarsrode machinale vechtsteen met platvolle voeg opgetrokken in roodgenuanceerde machinale vechtsteen in kruisverband met snijvoeg. Bovenaan worden de gevels afgesloten door twee uitkragende metsellagen, afgewisseld met (tweemaal kwartrond geprofileerde) klossen. Onder deze getrapt uitkragende bovenrand wordt het muurwerk verlevendigd door een omgaand fries met deels in gele baksteen uitgevoerde ruitmotieven, en een dito waterlijst van rode profielsteen waaronder een sierrand van afwisselend rode en gesmoorde blokjes. Alle vensters zijn voorzien van blank glas-in-lood. Op de begane grond zijn de vensters afsluitbaar met luiken. De symmetrische voorgevel (ZO) van het hoofdvolume heeft links en rechts een liggend venster waarin vier gekoppelde ramen, en in het midden onder een brede en aan twee smeedijzeren staven afgehangen houten luifel een paneeldeur met gewelfde bovendorpel en ter weerszijden een door een middenstijl gedeeld vierruits venster. Boven de ingang heeft de voorgevel een dakopbouw onder een insnijdend en rietgedekt zadeldak waarvan het onderste gedeelte vertikaal is uitgevoerd. De dakopbouw telt drie vensters waarin twee door een middenstijl gescheiden openslaande ramen. Boven het middelste venster is een liggende vierlobbige gevelsteen ingemetseld waarop onder een stralende zon de naam "DE MAERLE" en een vogel. In de bovenrand van de dakopbouw zijn vlechtingen gemetseld. Ter weerszijden van de dakopbouw bevindt zich een halfronde rietgedekte dakkapel. De nok wordt benadrukt door twee vierkante hoekschoorstenen van rode baksteen met zinken rookkap, waartussen in het midden een kleine open smeedijzeren klokkenstoel met daarin een kleine koperen luidklok. Het tussenlid en de dienstwoning rechts hebben in de voorgevel respectievelijk een venster waarin twee door een middenstijl gescheiden openslaande ramen en een liggend venster voorzien van vier gekoppelde ramen. De plint van de voorgevel is ter plaatse van de benedenvensters verhoogd.
In de linkerzijgevel (ZW) bevindt zich links een door zijlichten geflankeerde dubbele glasdeur en rechts een driezijdige erker waarin een stolpraam met ter weerszijden twee zijlichten en waarboven een balkon dat toegankelijk is via een door zijlichten geflankeerde dubbele glasdeur. Het boven het balkon driezijdig uitgebouwde wolfseind rust op twee zuilen die geplaatst zijn op de hoeken van de gemetselde borstwering van het balkon. In het dakschild boven het linker gedeelte van de gevel bevindt zich een dakkapel met een liggend stolpraam onder een rietgedekt lessenaarsdak. Het terras voor de linkerzijgevel is bestraat met vierkanten samengesteld uit gele en rode baksteen. Boven het linker gedeelte van het terras bevindt zich een pergola bestaande uit een lattenwerk op vierkante stijlen. De linkerzijde van de pergola is samengesteld uit drie glas-in-loodramen op een plint als genoemd.
In de boven het tussenlid uitstekende rechterzijgevel (NO) van het hoofdvolume bevinden zich links drie gekoppelde ramen en rechts een enkel raam. De rechterzijgevel van de dienstwoning heeft links een venster waarin twee door een middenstijl gescheiden ramen en rechts een horizontaal in tweeën gedeelde paneeldeur met in de bovendeur een raam waarvoor traliewerk. In de achtergevel (NW) van de dienstwoning en het tussenlid bevinden zich van links naar rechts twee enkele draairaampjes en één dubbele, alle met traliewerk. De achtergevel (NW) van het hoofdvolume heeft rechts een risalerende puntgevel met bovenlangs vlechtingen en in het midden een uitgebouwd rookkanaal bekroond door een zinken rookkap. Ter weerszijden hiervan bevindt zich een verdiepingsvenster waarin twee openslaande ramen. De begane grond heeft rechts van het rookkanaal een stolpvenster. De linkerzijde (NO) van de risalerende puntgevel is voorzien van een smal venster. Tussen de risalerende puntgevel en de dwarsvleugel is een driezijdige erker ingeklemd waarboven een in het rieten dak uitgespaard inpandig balkon waarboven het dak ter beschutting is opgewipt. Het laatste is toegankelijk via een dubbele glasdeur met zijlichten onder een uit het dakvlak naar voren komend rieten afdakje. De erker telt vijf gekoppelde ramen. Vóór de erker bevindt zich een kelderkoekoek waarin drie gekoppelde ramen. Op het achterschild van het wolfsdak staan twee halfronde dakkapelen als voor.
De dwarsvleugel heeft in de linker zijgevel (ZW) van links naar rechts een kelderkoekoek waarin een vierruits keldervenster, een horizontaal in tweeën gedeelde opgeklampte deur met bovenlicht, een dubbele glasdeur voorzien van luiken, een venster waarin een openslaand raam, en een opgeklampte deur. Het linkerdakschild telt vier dakkapelen, elk voorzien van twee openslaande ramen en een rietgedekt lessenaarsdak. In de kopgevel (NW) van de dwarsvleugel bevindt zich een liggend venster waarin vier kleine gekoppelde ramen. Op het eindschild dat zich lager doorzet dan de zijschilden staat een dakkapel met vier smalle gekoppelde draairamen en een rietgedekt schilddak. De rechter zijgevel (NO) van de dwarsvleugel heeft van links naar rechts een liggend venster waarin drie gekoppelde ramen met bovenlicht, een openslaand raam, een liggend venster waarin vier gekoppelde ramen met bovenlicht, en een venster waarin twee door een middenstijl gescheiden ramen. Onder het laatste venster bevindt zich een kelderkoekoek waarin twee vierruits keldervensters. Boven het vierdelige venster heeft de gevel een driehoekige dakopbouw voorzien van een liggend venster waarin twee kleine vierkante ramen, vlechtingen en een insnijdend zadeldak gedekt met riet. Ter weerszijden van de dakopbouw bevindt zich een dakapel als op het linkerzijschild. Op de nok van de dwarsvleugel staan twee rechthoekige schoorstenen van rode baksteen, waarvan de voorste nog met een zinken rookkap.
Het interieur verkeert grotendeels in de oorspronkelijke staat en bevat onder meer eikenhouten paneeldeuren; in de vestibule en de naastgelegen toiletruimte een vloer van rode plavuizen en een tegellambrisering; in de ruime hal een plafond van moer- en kinderbinten, een bordestrap en, evenals in de kamers op de begane grond, een eikenhouten parketvloer; in de woonkamer een eikenhouten paneellambrisering (waarin opgenomen radiatorroosters en vaste ladenkasten) met rijk snijwerk, een schouw met geblokte hoekpijlers van kalksteen en een plafond van moer- en kinderbinten; in de kamer rechts van de hal een dito plafond en een driezijdige schouw met een gepleisterde bovenboezem en een met groengeglazuurde tegeltjes betegelde onderboezem afgesloten door een kroonlijst; in de kamer linksachter een groenmarmeren schouw; in de keuken rechtsvoor een vloer van zwarte en witte tegels (per vier in schaakbordpatroon gelegd), een tegellambrisering van wit met blauwe ornamenttegels, een schouw en een servieskast voorzien van drie tienruits glasdeuren waaronder drie paneeldeurtjes; in het voormalige atelier in de dwarsvleugel een hoge eikenhouten paneellambrisering, een stucplafond met netpatroon en een paarsmarmeren schouw; onder de voormalige berging aan het einde van de dwarsvleugel een via een rechte steektrap met bovenaan een kwart bereikbare kelder met een betonnen vloer, gepleisterde wanden en een plafond van ijzeren balken waartussen troggewelfjes, en in de gang naar de dienstwoning een vloer van zwarte en witte tegels in schaakbordpatroon en een witte tegellambrisering met een paarse boven- en onderrand voorzien van florale motieven. De wc aan het einde van de gang heeft een dito vloer en lambrisering. De eerste verdieping is nog gedeeltelijk oorspronkelijk en onder meer voorzien van een schouw van beigekleurig kalksteen in de boven de woonkamer gelegen slaapkamer.
Waardering
De villa is van algemeen belang als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het villacomplex "De Maerle" en als grotendeels gaaf bewaard en representatief vroeg voorbeeld uit het landhuisoeuvre van architect K.P.C. de Bazel.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
VILLA "De Maerle" from 1906/1917, forming part of the villa complex of the same name.
Description
Villa built on a T-shaped ground plan consisting of an L-shaped main volume parallel to the road, continuing along the right side gable with successively a connecting section with flat roof and a service dwelling under a thatched hipped roof with the ridge line perpendicular to the road, and a long transverse wing in the middle rear. The connecting section and service dwelling have a rectangular floor plan and a height of one storey. The main volume and transverse wing are partially cellared and above the ground floor provided with a mezzanine storey with a parapet under a composite thatched roof consisting of a half-hipped roof over the main volume, an incised gabled roof over the rear left extension (the basis of the "L"), and an incised hipped roof over the transverse wing in the middle rear. The outer walls built in Flemish bond are above a plinth sealed by a roll moulding of purple-red machine-made stretcher brick with flat joint, built up in red-nuanced machine-made stretcher brick in Flemish bond with struck joint. At the top the gables are finished with two projecting courses of brickwork, alternated with (twice quarter-round profiled) corbels. Below this stepped projecting upper edge the masonry is enlivened by an encircling frieze with partly yellow brick executed chequerwork motifs, and likewise drip moulding of red profile stone with below it a decorative band of alternating red and blackened blocks. All windows are provided with clear leaded glass. On the ground floor the windows can be closed with shutters. The symmetrical front gable (SE) of the main volume has on the left and right a horizontal window in which four paired windows, and in the middle below a broad wooden canopy suspended from two wrought-iron rods a panelled door with curved lintel and on either side a four-light window divided by a mullion. Above the entrance the front gable has a roof structure under an incised and thatched gabled roof of which the lower part is executed vertically. The roof structure contains three windows in which two opening casements separated by a mullion. Above the middle window a horizontal four-lobed gable stone is set in the masonry on which below a radiating sun the name "DE MAERLE" and a bird. In the upper edge of the roof structure vlechtingen (decorative brick patterns) are laid. On either side of the roof structure there is a half-round thatched dormer. The ridge is emphasised by two square corner chimneys of red brick with zinc smoke cap, between which in the middle a small open wrought-iron bell turret containing a small copper bell. The connecting section and service dwelling on the right have in the front gable respectively a window in which two opening casements separated by a mullion and a horizontal window provided with four paired windows. The plinth of the front gable is raised at the location of the ground floor windows.
In the left side gable (SW) there is on the left a double glass door flanked by side lights and on the right a three-sided bay window in which a pivot window with on either side two side lights and above which a balcony accessible via a double glass door flanked by side lights. The half-hipped roof built out three-sided above the balcony rests on two columns placed on the corners of the masoned parapet of the balcony. In the roof slope above the left part of the gable there is a dormer with a horizontal pivot window under a thatched lean-to roof. The terrace in front of the left side gable is paved with squares composed of yellow and red brick. Above the left part of the terrace there is a pergola consisting of latticework on square posts. The left side of the pergola is composed of three leaded glass windows on a plinth as mentioned.
In the right side gable (NE) of the main volume protruding above the connecting section there are on the left three paired windows and on the right a single window. The right side gable of the service dwelling has on the left a window in which two casements separated by a mullion and on the right a horizontally divided panelled door with in the upper door a window for which there is trellis work. In the rear gable (NW) of the service dwelling and connecting section there are from left to right two single casement windows and one double, all with trellis work. The rear gable (NW) of the main volume has on the right a projecting pointed gable with along the top vlechtingen and in the middle an built-out flue crowned by a zinc smoke cap. On either side of this there is a storey window in which two opening casements. The ground floor has on the right of the flue a pivot window. The left side (NE) of the projecting pointed gable is provided with a narrow window. Between the projecting pointed gable and the transverse wing there is a three-sided bay window built in above which an internally spared balcony in the thatched roof above which the roof for shelter is bent up. The latter is accessible via a double glass door with side lights under a thatched canopy coming forward from the roof slope. The bay contains five paired windows. In front of the bay there is a basement light well containing three paired windows. On the rear slope of the half-hipped roof there are two half-round dormers as before.
The transverse wing has in the left side gable (SW) from left to right a basement light well in which a four-light basement window, a horizontally divided clamped door with fanlight, a double glass door provided with shutters, a window in which an opening casement, and a clamped door. The left roof slope contains four dormers, each provided with two opening casements and a thatched lean-to roof. In the gable end (NW) of the transverse wing there is a horizontal window in which four small paired windows. On the end slope which extends lower than the side slopes there is a dormer with four narrow paired casement windows and a thatched hipped roof. The right side gable (NE) of the transverse wing has from left to right a horizontal window in which three paired windows with fanlight, an opening casement, a horizontal window in which four paired windows with fanlight, and a window in which two casements separated by a mullion. Below the last window there is a basement light well in which two four-light basement windows. Above the four-part window the gable has a triangular roof structure provided with a horizontal window in which two small square windows, vlechtingen and an incised gabled roof covered with thatch. On either side of the roof structure there is a dormer as on the left side slope. On the ridge of the transverse wing there are two rectangular chimneys of red brick, of which the front one still has a zinc smoke cap.
The interior is largely in original condition and contains among other things oak panelled doors; in the vestibule and the adjoining toilet room a floor of red tiles and a tilework wainscot; in the spacious hall a ceiling of principal and secondary tie beams, a staircase and, as also in the rooms on the ground floor, an oak parquet floor; in the living room an oak panelled wainscot (in which incorporated radiator grilles and built-in cabinets) with rich carved work, a fireplace with fluted corner pillars of limestone and a ceiling of principal and secondary tie beams; in the room to the right of the hall a like ceiling and a three-sided fireplace with a plastered upper breast and an undergrate tiled with green glazed tiles closed by a cornice; in the room rear left a green marble fireplace; in the kitchen front right a floor of black and white tiles (per four laid in chequerboard pattern), a tilework wainscot of white with blue ornamental tiles, a fireplace and a dresser provided with three ten-light glass doors below which three panelled door panels; in the former studio in the transverse wing a high oak panelled wainscot, a stucco ceiling with net pattern and a purple marble fireplace; below the former storage at the end of the transverse wing a cellar accessible via a straight flight of stairs with at the top a quarter-turn, with a concrete floor, plastered walls and a ceiling of iron beams between which barrel-vault elements, and in the corridor to the service dwelling a floor of black and white tiles in chequerboard pattern and a white tilework wainscot with a purple upper and lower edge provided with floral motifs. The toilet at the end of the corridor has a like floor and wainscot. The first floor is still partially original and among other things provided with a fireplace of beige-coloured limestone in the bedroom located above the living room.
Valuation
The villa is of general importance as a historically-functional principal component of the villa complex "De Maerle" and as a largely well-preserved and representative early example from the country house oeuvre of architect K.P.C. de Bazel.
Nearby in the register
- Garage(K), Oud Bussummerweg 40Onderdeel woningen e.d.under 1 mi
- Garage(L), Flevolaan bij 69Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Woonhuis, Flevolaan 55Woonhuisunder 1 mi
- Droogschuur, Flevolaan 39Industrieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.