Rijksmonumentenregister · Netherlands
Groot Schovenhorst
Putten, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Function
- Landhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1876
- Address
- Garderenseweg 142, 3881 NC Putten
- Place
- Putten
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.25037, 5.62650
- Monument number
- 523967
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
LANDHUIS Groot Schovenhorst', met HEKWERK, gebouwd in 1876 naar ontwerp van een nog onbekende Utrechtse architect in opdracht van mr. J.H. Schober. Het huis is gelegen op het Landgoed Schovenhorst, dat zich ten oosten van de bebouwde kom van Putten bevindt en verdeeld is over 180 ha. aan weerszijden van de Garderenseweg. Schober, advocaat en industrieel uit Utrecht kocht hier in 1848 woeste heidegrond aan met de bedoeling dit te ontginnen. Hij kweekte hier bomen ten behoeve van produktiebos. Daarnaast deed hij op kleine schaal experimenten met landbouwprodukten. Schobers inspanningen hebben o.a. geleid tot het oprichten van Staatsbosbeheer. Het landgoed groeide uit tot een internationaal gerenommeerde bomenverzameling en bestaat thans uit twee pineta (1848 en 1901), een arboretum (1938) en een drie continenten bos (1966). Het landgoed valt onder de Natuurschoonwet.
Het fraai gedetailleerde LANDHUIS werd aan de zuidwestzijde van de Garderenseweg gebouwd voor Schober zelf, en vertoont kenmerken van het Neo-Classicisme. Het pand is volledig gepleisterd, en bezit vooruitspringende risalieten met puntgevels. Verfsporen doen vermoeden dat de gevels oorspronkelijk een roze tint hadden.
Het huis ligt schuin tegenover het aan de overzijde van de weg gelegen chalet Klein Schovenhorst' en wordt omringd door een parkachtige tuin, met voor de ingangspartij een rododendroneiland, grindpad en aan de linker zijde een weiland. De tuin loopt uit in het omringende bosgebied. De tuin wordt aan de straatzijde begrensd door een smeedijzeren HEKWERK met dubbele draaihekken waaraan bordjes met de naam Groot/Schovenhorst' bevestigd zijn.
Het huis is in- en uitwendig grotendeels gaaf bewaard gebleven. Aan de linker zijgevel bevindt zich in de laatste as echter een detonerend, later aangebracht venster. De acroteria die oorspronkelijk de puntgevels sierden zijn verloren gegaan.
Omschrijving
Vrijstaand, onderkelderd LANDHUIS op samengestelde plattegrond, bestaande uit een rechthoekig hoofvolume met aan drie gevels uitspringende risalieten die met puntgevels zijn afgesloten. Het pand is twee bouwlagen en een zolderverdieping hoog, afgedekt met een samengesteld dak van in elkaar grijpende flauw hellende zadeldaken. De overstekende dakschilden zijn belegd met eternitleien in ruitpatroon. Op het dak bevinden zich drie witgepleisterde schoorstenen. De afwatering van het pand vindt plaats via geprofileerde bakgoten op geprofileerde consoles. De asymmetrisch ingedeelde gevels zijn volledig gepleisterd en hebben een hardstenen plint met afzaat. Over de gevels lopen gekorniste, gepleisterde en hardstenen waterlijsten en friezen, en de gevels worden verticaal geleed door hoekpilasters en lisenen. De gevelopeningen hebben gepleisterde omlijstingen. De lisenen en hoekpilasters zijn over de eerste bouwlaag in blokverband uitgevoerd en hebben een basement in de plint, voorzien van een diamantkop. In de gevels zijn voornamelijk enkelruits schuifvensters toegepast (eerste bouwlaag) en stolpvensters (verdieping) onder enkelruits bovenlichten. Het kozijnhout van de vensters is zwartgeverfd evenals het houtwerk van luiken en veranda's. De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL (gericht naar de Garderenseweg) bestaat uit een vooruitspringende rechter partij afgesloten met een puntgevel en een terugliggend en recht afgesloten linker gedeelte. In de plint van de rechter partij zijn ter breedte van het venster erboven, casementen uitgespaard. Tussen de bouwlagen worden de hoekpilasters onderbroken door een cordon- en waterlijst. De gevel wordt onder het dakoverstek afgesloten door een met de dakrand meelopend fries. De eerste bouwlaag bezit gekoppelde vensters zoals beschreven, omgeven door een slanke geprofileerde omlijsting die aan de bovenzijde wordt afgesloten door een segmentboog met kuifstuk. Ter plaatse van de bovenlichten zijn in de omlijsting oren aangebracht. De tussenstijl is voorzien van casementen. De tweede bouwlaag heeft gekoppelde vensters met rondboogvormige bovenlichten, die onder een gezamenlijke boogomlijsting zijn gevat met geornamenteerde aanzetten en een kuifvormige bekroning waarin een kop is verwerkt. De vensters worden gescheiden door een middenstijl in de vorm van een zuiltje. In de linker zijgevel van het risaliet bevindt zich een venster in de eerste en de tweede bouwlaag. Het linker geveldeel heeft een veranda over de hele breedte en hoogte van eerste bouwlaag. De veranda is opgebouwd uit een hardstenen onderbouw belegd met plavuizen, en houten stijlen die door middel van houten bogen aan elkaar zijn verbonden en een glazen bekapping dragen. De toegang tot het terras wordt verzorgd door twee paar dubbele tuindeuren onder enkelruits bovenlichten. De tuindeuren zijn voorzien van opgeklampte luiken. De tweede bouwlaag bevat twee rechtafgesloten vensters, met stolpramen onder enkelruits bovenlichten. Boven deze vensters loopt een waterlijst, die boven de vensters is opgelicht, waardoor een soort doorlopend boogfries ontstaat. De RECHTER ZIJGEVEL heeft rechts van het midden een risaliet met een vrijwel identieke indeling en detaillering als dat van de voorgevel. In het pleisterwerk tussen de vensters is de naam Schovenhorst' aangebracht. De rechter zijgevel van dit risaliet is blind, de linker zijgevel bevat een venster op elke bouwlaag. Rechts van dit risaliet bevindt zich een terugliggende, duidelijk minder representatieve blinde partij met twee sober gedetailleerde vensters in de hoek en een toiletvenster rechts ervan. Het terugliggende linker gedeelte telt drie assen en heeft waterlijsten en friezen zoals in de voorgevel. De raamopeningen zijn in de eerste bouwlaag voorzien van een segmentboogvormige omlijsting met kuifwerk waarin weer koppen zijn verwerkt. Op de verdieping zijn de omlijstingen vergelijkbaar met de voorgevel. In de hoek met het risaliet bevindt zich hier de hoofdingang met hardstenen stoep. De voordeur heeft een omlijsting met hoekpilasters en sluitsteen met kuifwerk en een bovenlicht met niet-oorspronkelijk traliewerk. Links bevindt zich een trekbel. De houten dubbele paneeldeur heeft een dicht onderpaneel, een gietijzeren paneel en aan de bovenzijde een oeil de boeuf in hout. Op de verdieping bevindt zich in dezelfde vertikale as een rechtafgesloten venster. De twee overige assen zijn gevuld met twee blindnissen (rechter as) en twee vensters. De blindnissen zijn gevuld met een ingekerfd ruitpatroon. De LINKER ZIJGEVEL heeft rechts een vooruitspringende partij en links een bredere terugliggende partij. De eerste en tweede bouwlaag van het risaliet bezitten elk twee vensters zoals beschreven. In de punt van de gevel bevindt zich een oeuil de boeuf. De linker gevelpartij heeft in de hoek met het risaliet een twee assen brede veranda zoals in de voorgevel. De toegang hiertoe vindt weer plaats via twee dubbele tuindeuren met luiken. Op de verdieping bevinden zich twee stolpvensters zoals beschreven. De derde as is aan weerszijden omgeven door lisenen en bevat in de eerste bouwlaag een sober omlijst venster met persiennes. Hierboven is ter hoogte van de tussenverdieping een venster aangebracht. Vermoedelijk is dit geveldeel ooit uitgebreid. De sobere ACHTERGEVEL bevat in de eerste bouwlaag twee personeelsingangen en drie schuifvensters met luiken, onder een gezamenlijke sierlijst die boven de vensters is opgetrokken. In de tweede bouwlaag bevindt zich in het midden een gekoppeld venster, geflankeerd door twee vensters. Boven de vensters bevindt zich een soortgelijke afsluiting als in de eerste bouwlaag. Op zolderniveau bevindt zich in het midden een venster geflankeerd door kleinere, vrijwel vierkante vensters. De indeling van het INTERIEUR is vrijwel volledig intact gebleven. De begane grond is ingedeeld in een woongedeelte met een hal die toegang geeft tot een aantal woon- en werkvertrekken, waaronder kamers-en-suite in het oosten. In het zuiden bevindt zich o.a. de voormalige keuken en bijkeuken met dienstingangen. De trappartij in de hal geeft toegang tot twee verdiepingen met tussenverdiepingen, waar zich slaapkamers bevinden, waarvan enkele met een houten haardpartij. Op de zolder is nog een dienstbodekamer bewaard gebleven, voorzien van twee bedsteden. Onder de bewaard gebleven interieuronderdelen bevinden zich rijk uitgevoerde stucplafonds in gang en woonvertrekken, die beschilderd zijn. Voorts een beschilderd plafond in de badkamer op verdieping. De toiletten en de voormalige keuken zijn voorzien van een wandbetegeling. De kamers-en-suite bezitten marmeren schouwen met boezems die op de overgang naar het plafond voorzien zijn van eierlijsten. De toegang naar boven wordt gevormd door een ruim opgezette houten bordestrap, met ijzeren spijlen. In het zuiden bevindt zich steeds een tussenverdieping. Alle vensters van de eerste bouwlaag hebben binnenluiken. Alle oorspronkelijke deuren met hun omlijstingen zijn nog aanwezig. De voormalige keuken bezit nog een inwendige servieskast, een aanrecht met houten kastjes en een marmeren werkblad, een gootsteen met pomp, een schouw, de resten van de oorspronkelijke betegeling (met meander-randtegels) en een plavuizenvloer. In de hal is het oorspronkelijke marmer verdwenen en vervangen voor nieuwe marmertegels. Wel zijn hier nog de oorspronkelijke marmeren plinten en neuten aanwezig.
Aan de straatzijde wordt de tuin begrensd door een smeedijzeren HEKWERK met dubbele draaihekken waaraan bordjes met de naam "Groot Schovenhorst" bevestigd zijn.
Waardering
LANDHUIS Groot Schovenhorst' gebouwd in 1876 met HEKWERK
-Van architectuurhistorische waarde als gaaf en goed voorbeeld van een landhuis in Neo-Classicistische stijl uit het vierde kwart van de negentiende eeuw, dat opvalt vanwege hoogwaardige esthetische kwaliteiten in in- en exterieur zoals fraaie verhoudingen inde hoofdvorm en gevelindeling, en de detaillering met sierlijke Classicistische motieven. Het interieur is goed bewaard gebleven en bevat vele waardevolle onderdelen, zoals stucplafonds en marmeren schoorsteenmantels.
-Van stedenbouwkundige waarde als karakteristiek onderdeel van het historisch gegroeide gebied aan de Garderenseweg, waarvan het karakter in grote mate wordt bepaald door het hier aanwezige landgoed Schovenhorst. Het pand speelt hier in samenhang met de bospercelen en de historische bebouwing een belangrijke beeldbepalende rol.
-Van cultuurhistorische waarde als onderdeel van het landgoed Schovenhorst, dat een bijzondere uiting is van de geschiedenis van de Nederlandse bosbouw en van de ontginning van de Veluwe in het bijzonder.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
COUNTRY HOUSE 'Groot Schovenhorst', with IRONWORK GATES, built in 1876 to the design of an as yet unknown Utrecht architect on the commission of Mr. J.H. Schober. The house is situated on the Schovenhorst estate, which lies to the east of the built-up area of Putten and is divided over 180 hectares on either side of the Garderenseweg. Schober, an advocate and industrialist from Utrecht, purchased wasteland here in 1848 with the intention of reclaiming it. He cultivated trees here for production forestry. In addition, he conducted small-scale experiments with agricultural products. Schober's efforts led, among other things, to the establishment of the State Forest Service. The estate grew into an internationally renowned tree collection and currently consists of two pinetums (1848 and 1901), an arboretum (1938) and a three continents forest (1966). The estate is protected under the Natural Beauty Preservation Act.
The finely detailed COUNTRY HOUSE was built on the south-west side of the Garderenseweg for Schober himself, and displays characteristics of Neo-Classicism. The building is completely rendered, and features projecting risalits with pointed gables. Paint traces suggest that the facades originally had a pink tint.
The house stands diagonally opposite the chalet 'Klein Schovenhorst' situated on the opposite side of the road and is surrounded by a park-like garden, with a rhododendron island in front of the entrance, a gravel path and a meadow on the left side. The garden extends into the surrounding woodland. The garden is bounded at the road side by wrought-iron IRONWORK GATES with double swing gates to which name plates reading 'Groot Schovenhorst' are affixed.
The house has been largely well-preserved both inside and out. On the left side gable, however, the last bay contains a discordant window that was added later. The acroteria that originally adorned the pointed gables have been lost.
Description
Detached, partially basement country house with a complex ground plan, consisting of a rectangular main volume with projecting risalits on three facades that are terminated with pointed gables. The building is two storeys and an attic storey high, covered with a complex roof of interlocking gently sloping gabled roofs. The overhanging roof edges are covered with asbestos slate in a diamond pattern. On the roof there are three rendered chimneys. Drainage of the building takes place via profiled gutters on profiled consoles. The asymmetrically arranged facades are completely rendered and feature a sandstone plinth with a splay. Profiled rendered and sandstone drip mouldings and friezes run across the facades, and the facades are articulated vertically by corner pilasters and lisenes. The openings in the facades have rendered frames. The lisenes and corner pilasters are executed in ashlar bond over the first storey and feature a basement in the plinth, provided with a diamond head. The facades are predominantly fitted with single-sash windows (first storey) and casement windows (upper storey) beneath single fanlights. The window frames are painted black as are the woodwork of shutters and verandas. The asymmetrically arranged FRONT FACADE (facing the Garderenseweg) consists of a projecting right section terminated with a pointed gable and a recessed straight-topped left section. In the plinth of the right section casements are cut out to the width of the window above. Between the storeys the corner pilasters are interrupted by a cordon and drip moulding. The facade is concluded below the roof overhang by a frieze that follows the roof line. The first storey features coupled windows as described, surrounded by a slender profiled frame that is concluded at the top by a segmental arch with a carved crest. At the level of the fanlights, ears are incorporated into the frame. The central mullion is provided with casements. The second storey has coupled windows with round-arched fanlights, which are set beneath a joint arch frame with ornamented springers and a crest-like crown in which a head is worked. The windows are separated by a central mullion in the form of a small column. In the left side gable of the risalit there is a window on the first and second storey. The left gable section has a veranda spanning the full width and height of the first storey. The veranda is built up from a sandstone base laid with paving, and wooden posts connected to each other by means of wooden arches and supporting a glazed roof. Access to the terrace is provided by two pairs of double glazed doors beneath single fanlights. The glazed doors are fitted with hinged shutters. The second storey contains two square-topped windows with casement windows beneath single fanlights. Above these windows runs a drip moulding which is raised above the windows, creating a kind of continuous arched frieze. The RIGHT SIDE FACADE has a risalit to the right of centre with a virtually identical layout and detailing to that of the front facade. The name 'Schovenhorst' is worked into the renderwork between the windows. The right side gable of this risalit is blank, the left side gable contains a window on each storey. To the right of this risalit there is a recessed, clearly less representative blank section with two soberly detailed windows at the corner and a toilet window to the right of it. The recessed left section has three bays and has drip mouldings and friezes as in the front facade. The window openings on the first storey are fitted with a segmental arch frame with carved crest work in which heads are again worked. On the upper storey the frames are comparable to the front facade. At the corner with the risalit the main entrance is located here with a sandstone step. The front door has a frame with corner pilasters and a keystone with carved crest work and a fanlight with non-original ironwork. On the left there is a bell-pull. The wooden double panelled door has a solid lower panel, a cast-iron panel and an oeil de boeuf in wood at the top. On the upper storey there is a square-topped window in the same vertical axis. The two remaining bays are filled with two blind recesses (right bay) and two windows. The blind recesses are filled with an incised diamond pattern. The LEFT SIDE FACADE has a projecting section on the right and a wider recessed section on the left. The first and second storey of the risalit each have two windows as described. In the point of the gable there is an oeil de boeuf. The left gable section has a two-bay wide veranda at the corner with the risalit as in the front facade. Access to this is again provided by two double glazed doors with shutters. On the upper storey there are two casement windows as described. The third bay is surrounded on either side by lisenes and contains a soberly framed window with venetian blinds on the first storey. At the level of the mezzanine a window is located above this. This gable section was presumably extended at some time. The soberly detailed REAR FACADE contains two staff entrances and three sash windows with shutters in the first storey, beneath a shared decorative moulding that is carried up above the windows. On the second storey there is a coupled window in the centre, flanked by two windows. Above the windows is a similar termination as on the first storey. At attic level in the centre there is a window flanked by smaller, virtually square windows. The layout of the INTERIOR has remained virtually completely intact. The ground floor is arranged with a residential section with a hallway that gives access to a number of living and working rooms, including connecting rooms on the east. In the south there is, among other things, the former kitchen and scullery with service entrances. The staircase in the hall gives access to two storeys with intermediate landings, where bedrooms are located, some with a wooden fireplace. On the attic a servants' bedroom has been preserved, furnished with two bed-boxes. Among the preserved interior components are richly executed decorative plaster ceilings in the hallway and living rooms, which are painted. Also a painted ceiling in the bathroom on the upper storey. The toilets and the former kitchen are fitted with wall tiling. The connecting rooms feature marble fireplaces with surround panels that are provided with egg-and-dart moulding at the transition to the ceiling. Access upstairs is formed by a spaciously designed wooden staircase with iron railings. On the south side there is always an intermediate storey. All windows of the first storey have internal shutters. All original doors with their frames are still in place. The former kitchen still has an internal china cabinet, a countertop with wooden cupboards and a marble work surface, a sink with pump, a hearth, the remains of the original tiling (with meander border tiles) and a tiled floor. In the hallway the original marble has been replaced with new marble tiles. However, the original marble plinths and bases are still present.
At the road side the garden is bounded by wrought-iron IRONWORK GATES with double swing gates to which name plates reading "Groot Schovenhorst" are affixed.
Valuation
COUNTRY HOUSE 'Groot Schovenhorst' built in 1876 with IRONWORK GATES
- Of architectural historical value as a well-preserved and good example of a country house in Neo-Classical style from the fourth quarter of the nineteenth century, which stands out for its high-quality aesthetic qualities in interior and exterior such as fine proportions in the main form and facade arrangement, and the detailing with elegant Classical motifs. The interior is well-preserved and contains many valuable components, such as decorative plaster ceilings and marble chimneypieces.
- Of urban planning value as a characteristic component of the historically developed area along the Garderenseweg, whose character is largely determined by the Schovenhorst estate present here. The building plays an important visual-defining role here in conjunction with the forest plots and the historical buildings.
- Of cultural-historical value as part of the Schovenhorst estate, which is a distinctive expression of the history of Dutch forestry and of the reclamation of the Veluwe in particular.
Nearby in the register
- Archeologie, Groot SchovenhorstArcheologieunder 1 mi
- Boerderij, Mr J H Schoberlaan 1Boerderijunder 1 mi
- Archeologie, Wilhelminalaan PuttenArcheologieunder 1 mi
- Archeologie, Burg. Roosmale Nepveulaan PuttenArcheologieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.