Rijksmonumentenregister · Netherlands
Boerderij(M1), Tielsestraat 233
Andelst, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Boerderij(M1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1891
- Address
- Tielsestraat 233, 6673 AD Andelst (Overbetuwe 25)
- Place
- Andelst
- Municipality
- Overbetuwe
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.90242, 5.71877
- Part of complex
- 523897
- Monument number
- 523898
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
De HERENBOERDERIJ (A) is uitgelegd op een samengestelde plattegrond, met als hoofdvormen een door de aaneengesloten schuren gevormde rechthoek en een ten opzichte hiervan verschoven vierkant grondplan van het voorhuis. Dit zal ter bevordering van de duidelijkheid van de beschrijving, als bouwvolume gescheiden worden van de schuren.
Het in baksteen opgetrokken (kruisverband), twee bouwlagen tellende voorhuis met souterrain en zolderverdieping, bezit op de met de schuren aangrenzende gevel na, symmetrisch ingedeelde gevels. De voor- en achterzijde bevatten drie beluikte vensterassen; de rechter zijgevel met serre aan de straatzijde, telt er vier. Alleen in de voorgevel bestaan de vensters uit gekoppelde schuiframen met ten dele aanwezig oorspronkelijk, imitatie glas in lood gevulde bovenlichten. De op de bovenlichten aansluitende segmentboogvormige togen zijn voorzien van gepleisterde sluitstenen. De ramen rusten op gecementeerde lekdorpels waarbij alleen de vensters in de eerste bouwlaag boven een gepleisterde opengewerkte sierlijst met uitzwenkende zijden zijn geplaatst. De kelderramen bestaan uit stolpramen, met uitzondering van die in de voorgevel die evenals de hier voorkomende ramen, gekoppelde draairamen betreffen. Het afgeplatte omlopende schilddak dat is belegd met gesmoorde Tuile du Nordpannen bezit een dakkapel en enkele dakraampjes. De dakschilden zijn op de hoekkepers van loodslabben voorzien en watert via een bakgoot af.
De gepleisterde licht risalerende centrale as van de VOORGEVEL die door een fronton in het dakschild wordt bekroond bevat de inpandige deurpartij. Een hardstenen trap met borstwering leidt naar het betegelde rondboogvormige portiek met paneel-vleugeldeuren. Deze, met een gecanneleerde naald uitgeruste deuren, zijn rijk uitgevoerd met diamantkoppen, consoles en frontonmotieven. Gescheiden door een kalf bevindt zich erboven een, evenals de deurruiten voorzien van een decoratief rooster, getoogd bovenlicht. Even onder de geprofileerde cordonlijst boven de portiek is een stichtingssteen aanwezig: 'GEBOUWD IN 1891 DOOR / D.N. TAP EN J.D. TAP'.
De LINKER ZIJGEVEL van het voorhuis wordt deels in beslag genomen door de aangrenzende schuur met platgedekte eenlaags uitbouw. De gevel bevat rechts per bouwlaag een aan de voorgevel identiek raam. Verder komen er twee rondvensters met ijzeren (kantel)margrietramen voor, gevat in een rollaag. Geheel links bevindt zich een tweeruits getoogd raampje. Voor het overige is de gevel blind uitgevoerd.
De ACHTERGEVEL is als in het inleidende gedeelte op de beschrijving van het voorhuis beschreven. De RECHTER ZIJGEVEL wordt gedomineerd door een in grondplan rechthoekige tot serre verbouwde veranda in het midden van de gevel. De serre op gecementeerde plint bevat drie vensterstroken (door vier ijzeren kolommen met kapiteeltjes ingedeeld) aan de voorzijde en is een vensterstroken diep. Elke vensterstrook bevat een gekoppeld raam met glas in lood bovenlicht waarin twee cirkels in elkaar grijpen. Alleen boven de (schuif)deur zijn deze als twee volledige cirkels uitgevoerd. Boven de met shingles belegde dakschilden van de serre sluit een met zink belegd balkon aan waarvan de ijzeren borstwering ten tijde van de opname ontbrak maar wordt teruggeplaatst en in vorm identiek is als die voorkomt in de serre. Twee schuifdeuren op de verdieping geven toegang tot dit balkon. In het dakschild komt een rijk uitgevoerde dakkapel, waarin een stolpraam, met fronton voor met ter weerszijden een lage geprofileerde borstwering.
De aangrenzende eveneens in baksteen opgetrokken (kruisverband) vier schuren (overwegend gedekt met gesmoorde oud Hollandse pan) wijzen met hun VOORGEVEL naar de straatzijde. Opmerkelijk is het verschil in nokhoogte van de zadeldaken, het doorgetrokken dakschild van de rechter schuur (1928), alsook het verspringen van de vloerniveau's, door schotelankers zichtbaar gemaakt. De indeling van drie van de vier gevels is nagenoeg identiek. Boven een omlopende gecementeerde plint bevinden zich twee rondboogvensters door een gepleisterde boog afgesloten, voorzien van meerruits raam met vorktracering. In de geveltop komt, gepaard, een kleinere variant van dit venster voor. Achter het schijnspant in de kruin van de windveren, die alleen bij de meest rechtse ontbreekt, komen alleen bij de twee linker schuren een rondraampje voor. De linker schuur bezit ter weerszijden van de twee rondramen een rondvenster (met acht roeden vanuit het hart) dat zich alleen aan de linkerzijde van de meest rechtse schuur herhaalt. In de geveltop komt een identiek gepaard, eerder beschreven venster met vorktracering voor. Deze a-symmetrische gevel heeft geheel recht nog een klein rondboogvormig venster.
De LINKER ZIJGEVEL wordt gevormd door een laags platgedekte aanbouw die als tussenlid en gedeeltelijk koetshuis dienst doet. Links komen drie segmentboogvormige vensters met steens strek voor waarin een meerruits stalraampje. De oorspronkelijke schuifdeuren zijn evenals de kleine getoogde en opgeklampte deur rechts uitgevoerd met kraalprofieldelen. In de hoek met het voorhuis bevinden zich een 2x(1+2)-ruits schuifraam (waskeuken) en recht afgesloten deur.
De ACHTERGEVEL van de schuren vertoont, met uitzondering van de schijnspanten en makelaars, meer onderlinge verschillen dan de voorgevel. De linker schuur (die deels met asbestgolfplaten is gedekt) bevat een getoogde deur met daarnaast een halfrond afgesloten mestdeur onder een steense strek. In de geveltop komen twee luiken voor. De schuur links van de twee in het midden gelegen schuren, heeft in de linkerzijde van de uit hergebruikt materiaal opgetrokken gevel rechts naast de teruggeplaatste deeldeuren onder een korfboog, een kleine staldeur. De geveltop is bezet met een roosvenster. De gevel van de schuur rechts hiervan (voormalige mestvaalt) bevat uit helften bestaande deeldeuren onder 1½ steense strek die wordt door gietijzeren (dageraad)stalraampjes worden geflankeerd. Links komt een identieke staldeur voor als in de linker schuur. Onder het halfronde raampje in de top komt een zolderluik voor. De rechtse schuur bezit naar achter geplaatste deeldeuren (kraalschroten) met moderne middeler en aanwezige schampstenen in de dagkanten van de opening. Deze wordt korfboogvormig met een 1½ steense strek beëindigd. Ter weerszijden van de deuren komt een klein vierruits raampje en staldeurtjes voor waarvan de rechter is vervangen door een schuifdeur. Een roosvenster in de top sluit de gevel af. De gevel van de platgedekte aanbouw wordt in beslag genomen door rechtgesloten, dubbele opgeklampte deuren, bestaand uit kraalprofieldelen.
De RECHTER ZIJGEVEL die grenst aan een smalle sloot langs het perceel, telt drie ijzeren meerruits raampjes met vorktracering en naar rechts een stalraampje van het type dageraad.
Het INTERIEUR van het voorhuis verkeert in een in hoge mate oorspronkelijke staat en bezit enkele waardevolle interieuronderdelen zoals (rijk) geornamenteerde stucplafonds op beide verdiepingen en in de centrale hal en overloop. Ook de paneeldeuren en marmeren schouwen zijn aanwezig evenals de binnenklapluiken en niervormige vensterbanken. De ruimtelijke indeling is door de verwijdering van een (dienstbode)trap in de vergrote keuken maar nauwelijks aangetast. De wijziging van veranda tot serre (in ieder geval voor WO II) doet geen enkele afbreuk: het paar dichte en gesloten schuifdeuren zijn nog aanwezig. Op de taszolder voor koren bevindt zich een oorspronkelijke houten hijswiel; in de waskeuken oorspronkelijke pomp, hardstenen gootsteen en trap met borstwering. In de kelder komen troggewelven voor.
Het interieur van de schuren heeft, in het licht van de gebruiksfunktie, meer overigens toelaatbare wijzigingen ondergaan. Hoofdzakelijk is er sprake van ankerbalkgebinten. De meest rechtse schuur (paardestal, maar koeiestalling is verdwenen) bezit vijf spanten op gemetselde poeren, telt 6 gebintvakken (met telmerken) en een lemen vloer. Op de mestvaalt links, zijn aan beide zijden de mestluiken gespaard. De schuur links hiervan bevat oudere, hergebruikte spanten.
Waardering
- Van architectuurhistorisch belang als voorbeeld van een goed en gaaf bewaarde herenboerderij met een voorhuis met stedelijke allure in eclectische stijl met overwegend neo-classicistische invloeden.
- Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn ligging aan de Tielsestraat en de ensemblewaarde van de samenstellende onderdelen.
- Van cultuurhistorisch belang vanwege de oorsprong van de boerderij daterend uit 1891. De verschijningsvorm van met name het voorhuis getuigt van een oriëntatie zowel in vorm als in status op de stedelijke architectuur van die tijd.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
The MANOR FARMHOUSE (A) is laid out on a composite ground plan, with as main forms a rectangle formed by adjoining barns and a square ground plan of the front house offset in relation to this. For the sake of clarity in the description, this will be separated as a building volume from the barns.
The front house, constructed in brickwork (English bond), consisting of two storeys with basement and attic storey, has symmetrically arranged facades except for the gable facing the adjoining barns. The front and rear sides contain three shuttered window bays; the right side gable with conservatory on the street side has four. Only in the front gable do the windows consist of coupled sash windows with partly preserved original imitation leaded light fanlights. The segmental arch-shaped soffits adjoining the fanlights are provided with plastered keystones. The windows rest on cemented water-shed sills, with only the windows in the first storey placed above a plastered open-work ornamental moulding with outswung sides. The basement windows consist of pivot windows, with the exception of those in the front gable which, like the windows here present, are coupled casement windows. The flattened hipped roof belayed with low-fired Tuile du Nord tiles features a roof dormer and several roof lights. The roof slopes are provided with lead slabs on the hip rafters and drain via a rain gutter.
The plastered lightly projecting central axis of the FRONT GABLE, crowned by a pediment in the roof slope, contains the built-in door arrangement. A hardstone staircase with balustrade leads to the tiled segmental arch-shaped porch with panel-wing doors. These doors, fitted with a fluted needle, are richly executed with diamond heads, consoles and pediment motifs. Separated by a stile, above it is a fanlight, like the door lights provided with a decorative grille. Just below the moulded string course above the porch is a foundation stone present: 'BUILT IN 1891 BY / D.N. TAP AND J.D. TAP'.
The LEFT SIDE GABLE of the front house is partly occupied by the adjoining barn with a flat-roofed single-storey extension. The gable contains on the right per storey a window identical to that on the front gable. Furthermore, there are two oculi with iron casement marguerite windows, set in a roll moulding. At the far left is a two-light fanlight window. For the rest the gable is blank.
The REAR GABLE is as described in the introductory section on the description of the front house. The RIGHT SIDE GABLE is dominated by a rectangular in ground plan conservatory-converted veranda in the middle of the gable. The conservatory on a cemented plinth contains three window strips (divided by four iron columns with capitals) on the front and is one window strip deep. Each window strip contains a coupled window with leaded light fanlight in which two circles interlock. Only above the (sash) door are these executed as two complete circles. Above the shingle-clad roof slopes of the conservatory an iron-railed balcony with zinc cladding adjoins, the iron balustrade of which was missing at the time of survey but is being replaced and is identical in form to that found in the conservatory. Two sash doors on the upper storey provide access to this balcony. In the roof slope a richly executed roof dormer with a pivot window and pediment front with a low moulded balustrade on either side.
The adjoining barns, likewise constructed in brickwork (English bond) four barns (predominantly covered with low-fired old Dutch tiles) face with their FRONT GABLE towards the street side. Remarkable is the difference in ridge height of the gabled roofs, the continued hipped roof of the right barn (1928), as well as the offset of the floor levels, made visible by wall anchors. The arrangement of three of the four gables is virtually identical. Above a continuous cemented plinth are two segmental arch windows closed by a plastered arch, provided with multi-light windows with tracery. In the gable top, paired, a smaller variant of this window occurs. Behind the sham gable in the crown of the wind braces, which only on the far right is absent, are only on the two left barns a small oculus. The left barn has on either side of the two round windows an oculus (with eight lights radiating from the centre) which repeats itself only on the left side of the far right barn. In the gable top occurs an identical paired, previously described window with tracery. This asymmetrical gable has on the right a small segmental arch-shaped window.
The LEFT SIDE GABLE is formed by a low flat-roofed extension serving as an intermediary and partly as a coach house. On the left are three segmental arch windows with brick bond in which a multi-light stable window. The original sash doors are, like the small fanlight and clamped door on the right, executed with bead moulding elements. In the corner with the front house are a 2x(1+2)-light sash window (scullery) and a straight-edged door.
The REAR GABLE of the barns shows, with the exception of the sham gables and makers' marks, more differences between them than the front gable. The left barn (which is partly covered with corrugated asbestos) contains a fanlight door with beside it a semi-circular closed manure door under a brick bond. In the gable top are two shutters. The barn to the left of the two centrally located barns, has on its left side of the gable constructed from reused material on the right next to the replaced half-doors under a basket arch, a small stable door. The gable top is fitted with a rose window. The gable of the barn to the right of this (former manure pit) contains half-light half-doors under 1½ brick bond flanked by cast iron daybreak stable windows. On the left is an identical stable door as in the left barn. Below the semi-circular window at the top is an attic shutter. The right barn has half-doors set towards the rear (beaded scantling) with modern centre piece and present chamfered stones on the edges of the opening. This is finished with a basket arch and a 1½ brick bond. On either side of the doors is a small four-light window and stable door-lets of which the right has been replaced by a sash door. A rose window at the top closes off the gable. The gable of the flat-roofed extension is occupied by straight-edged, double clamped doors, consisting of bead moulding elements.
The RIGHT SIDE GABLE bordering a narrow drainage ditch along the plot, has three iron multi-light windows with tracery and to the right a stable window of the daybreak type.
The INTERIOR of the front house is in a highly original state and possesses several valuable interior components such as (richly) ornamented stucco ceilings on both storeys and in the central hall and landing. The panelled doors and marble fireplaces are also present as are the interior shutters and kidney-shaped window sills. The spatial arrangement is barely affected by the removal of a (service) staircase in the enlarged kitchen. The conversion of veranda to conservatory (in any case before WWII) does no harm: the pair of closed and sealed sash doors are still present. On the grain attic floor is an original wooden hoist wheel; in the scullery an original pump, hardstone sink and staircase with balustrade. In the basement are barrel vaults.
The interior of the barns has, in light of its use function, undergone more otherwise permissible alterations. It is mainly a matter of tie-beam trusses. The far right barn (horse stable, but cattle stalling has disappeared) has five trusses on mortared supports, contains 6 bay sections (with carpenters' marks) and a clay floor. On the manure pit on the left, the manure shutters have been preserved on both sides. The barn to the left of this contains older, reused trusses.
Valuation
- Of architectural historical importance as an example of a well and faithfully preserved manor farmhouse with a front house of urban character in eclectic style with predominantly neo-classical influences.
- Of urban planning importance because of its location on Tielsestraat and the ensemble value of the constituent components.
- Of cultural historical importance because of the origin of the farmhouse dating from 1891. The appearance particularly of the front house testifies to an orientation both in form and in status on the urban architecture of that time.
Nearby in the register
- Schuur(M), Tielsestraat bij 233Boerderijunder 1 mi
- Hek, Tielsestraat bij 233Erfscheidingunder 1 mi
- Grensafbakening, Tielsestraat bij 192Grensafbakeningunder 1 mi
- Kerktoren, Kerkstraat 22Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.