Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), Koningstraat 47
Afferden, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1890
- Address
- Koningstraat 47, 6654 AA Afferden (Druten 25)
- Place
- Afferden
- Municipality
- Druten
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.88163, 5.63607
- Monument number
- 523807
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1873 map "05. Dodewaard (1873)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De R.K. PASTORIE uit 1890 is gebouwd in neo-romaanse stijl naar een ontwerp van architect Carl Weber (1820 - 1908) uit Roermond. De bouw vond tegelijkertijd plaats met de bouw van de R.K. parochiekerk gewijd aan de H.H. Victor en Gezellen. De bouwkosten werden volgens de op 21 april 1890 goedgekeurde plannen begroot op fl. 11.970,-.
De pastorie is op enkele tientallen meters van de Koningstraat gelegen aan de noordelijke rand van het dorp Afferden. De kerk en pastorie zijn ver verwijderd van de plaats waar de oude middeleeuwse kerk stond en waarvan de toren nog bewaard is gebleven. De pastorie bevindt zich aan de westzijde van de kerk ter hoogte van de transeptarm. Een tussenlid verbindt de pastorie met de parochiekerk en geeft tevens toegang tot de erachter gelegen sacristie.
Voor de pastorie ligt een vrij diepe voortuin met een soort oprijlaan. De voortuin wordt van de openbare weg gescheiden door twee lage bakstenen tuinmuren met ezelsrug. Symmetrisch tussen deze tuinmuren bevindt zich de toegang tot de voortuin. De toegang wordt geaccentueerd door kolommen die ook zijn voorzien van een ezelsrug. De voortuin is voor een groot deel voorzien van grind als bodembedekking. Voor de pastorie is een hardstenen stoep aangelegd met ter plaatse van de entree een vloer van terracotta tegels met kruismotief. Voor de pastorie zijn twee oude, monumentale bomen (tamme kastanje) aanwezig die het geheel een imposante verschijningsvorm geven.
Omschrijving
Gedeeltelijk onderkelderde, blokvormige PASTORIE van twee bouwlagen met zolder op rechthoekig grondplan. Het omlopend, afgeplat schilddak is gedekt met leien in koeverdekking. De hoeken van het afgeplatte schildak worden niet gemarkeerd door schoorstenen. De hoekkepers van het dak zijn voorzien van een zinken afdekking. Aan de achterzijde van de hoofdbouw bevindt zich een AANBOUW. Aan de oostzijde van de aanbouw, tegen de achtergevel (noordgevel) van hoofdbouw is een SERRE aanwezig. In het verlengde van deze serre ligt een TUSSENLID dat dienst doet als verbindingsgang tussen pastorie en kerk.
De in kruisverband gemetselde GEVELS zijn voorzien van een plint en worden aan de bovenzijde afgesloten door een hoofdgestel. Het hoofdgestel bestaat uit een fries met uitgemetselde bakstenen en een houten geprofileerde bakgoot. Het merendeel van de uitgespaarde vensteropeningen wordt halfrond afgesloten en is voorzien van hardstenen lekdorpels. De meeste vensteropeningen zijn voorzien van halfronde stolp- of schuiframen met bovenlichten. Enkele bovenlichten op de begane grond aan de voorzijde van het huis zijn voorzien van glas-in-lood.
De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL (zuidgevel) heeft een breedte van vijf vensterassen en wordt vanaf de eerste verdieping verticaal geleed door een middenpartij die de gootlijst doorsnijdt.
De hoofdentree bevindt zich in de middelste vensteras en bestaat uit een rondboogportiek met hardstenen omlijsting en voorzien van een hardstenen trap met twee optreden. Het portiek heeft trapsgewijs inspringende dagkanten met aan weerszijden een smalle hardstenen zuil met zandstenen basement, een halverwege de zuil aanwezige schachtring en een knopkapiteel. Een hardstenen rondboogprofiel met drie schachtringen, geplaatst in de dagkant van de rondboog van het portiek rustende op de kapitelen van beide smalle zuilen. De portiek heeft een hardstenen vloer met dito plint. Het portiek wordt overspannen door een vierdelig graatgewelf in gele verblendsteen. De horizontaal, middels een hardstenen latei met vellingkanten afgesloten deuropening is voorzien van een hardstenen onderdorpel met neuten. Ook het deurkozijn is voorzien van vellingkanten. In de deuropening is een dubbele paneeldeur in neo-renaissancestijl geplaatst. Deze deur heeft een geprofileerde naald en beide delen zijn voorzien van een rondboograam met smeedijzeren glasbeschermers gevat in een geprofileerde omlijsting omgeven door een rechthoekig veld met geprofileerde omlijsting en bekroond door een fronton op consoles. Aan de onderzijde bevindt zich een diamantkop-paneel in geprofileerde omlijsting en een forse geprofileerde weldorpel. In het glas van de voordeur bevinden zich kleine geëmailleerde cirkels met het Heilig Hart motief. Boven de deurlatei bevindt zich een halfrond bovenlicht, gevat in een natuurstenen boog met een schubbenlijst van zwarte steen. Het raam is voorzien van glas-in-lood. Tegen het bovenlicht is een rijk gedecoreerd armatuur aangebracht voorzien van een (spaar)lamp. Dit gietijzeren armatuur bestaat uit een getordeerde buis waaraan de lamp is bevestigd en is versierd met gotisch bladwerk. Het armatuur is bevestigd tegen de latei en boog van het bovenlicht middels een smeedijzeren strip. De vloer en de plint van het portiek zijn uitgevoerd in hardsteen.
Aan weerszijden van het portiek bevinden zich twee rondboogvormige vensteropeningen voorzien van hardstenen lekdorpels en een rondboogkozijn met vellingkanten. Het kozijn bevat een stolpraam, een tweeruits bovenlicht met weldorpel met ojiefprofiel en daarboven weer een vast kalf met halfrond drieruits bovenlicht. Beide bovenlichten zijn voorzien van glas-in-lood. In het centrum van het glas-in-lood-raam van het bovenste bovenlicht bevindt zich een voorstelling met heiligenfiguur. De vensteropeningen op de verdieping zijn iets smaller dan de vensteropeningen op de begane grond. De indeling van de ramen is gelijk, alleen zijn de stolpramen vervangen door tweeruits schuiframen. De bovenlichten zijn niet voorzien van glas-in-lood.
Boven het portiek zijn ter plaatse van de verdieping twee gekoppelde smalle rondboog-vensteropeningen aanwezig en een gepleisterd cirkelvormig veld in reliëf met een afbeelding van de Heilige Victor. Boven dit gepleisterde veld bevindt zich een klein oculus. Deze gevelelementen zijn geplaatst tussen bakstenen lisenen die rusten op gepleisterde kraagstenen met bladwerkdecoraties. De lisenen springen ter plaatse van de bovenzijde van de vensteropeningen nogmaals naar voren en worden ondersteund door gepleisterde kraagstenen. De lisenen steken door de daklijst heen en zijn onderling verbonden door een keperboogvormige geprofileerde lijst met hardstenen deklijst en een hardstenen bolkruis in de top. Onder de keperboog bevindt zich in de topgevel een geprofileerde rondboog op kraagstenen die de vensteropeningen, het cirkelvormige veld en de oculus aan de bovenzijde afsluit. De beide smalle vensteropeningen hebben een gezamenlijke hardstenen lekdorpel met een kraallijst uit baksteen. De lekdorpel rust op de gepleisterde kraagstenen. Op de hardstenen lekdorpel worden de lisenen aangezet. Beide vensteropeningen hebben een twee-ruits draairaam, een geprofileerd kalf en halfrond éénruits bovenlicht.
Aan weerszijden van de middelste vensteras sluiten de geveldelen af met een uitkragend cassettenfries, rijk uitgevoerd met dubbele bakstenen. De verticale bakstenen onderdelen van het fries rusten op zich trapsgewijs versmallende bakstenen kraagstenen. De onderste reeks verticale elementen is onderling verbonden door een horizontaal kraalprofiel van baksteen. De houten bakgoten zijn gedecoreerd met een gesneden druiplijst geplaatst tegen het boeiboord.
De LINKER ZIJGEVEL (westgevel) heeft een gecementeerde plint. Het rechter deel van de gevel is blind uitgevoerd. In het linker deel bevinden zich op de begane grond drie rondboogvormige vensteropeningen en op de verdieping twee identieke vensteropeningen. Deze twee vensteropeningen zijn geplaatst in dezelfde assen als de twee buitenste vensteropeningen op de begane grond. De vensteropeningen op de begane grond zijn voorzien van ramen zoals op de begane grond in de voorgevel, echter zonder glas-in-lood in de bovenlichten. De vensteropeningen op de eerste verdieping zijn voorzien van dezelfde ramen als aanwezig op de eerste verdieping in de voorgevel.
De plint wordt in het midden doorbroken door een koekoek met kelderlicht. Het kelderlicht heeft een hardstenen kozijn met vellingkanten en diefijzers. Het kozijn is voorzien van een vierruits draairaam.
De ACHTERGEVEL (noordgevel) is door de aanbouw grotendeels aan het zicht onttrokken. Boven de serre zijn op de eerste verdieping in de achtergevel twee rondboogvormige vensteropeningen aanwezig die voorzien zijn van dezelfde ramen als op de eerste verdieping in de voorgevel.
De RECHTER ZIJGEVEL (oostgevel) heeft een gecementeerde plint en is verder nagenoeg blind. In de het midden van de gevel bevindt zich ter plaatse van de eerste verdieping een smalle rondboogvensteropening zoals ook aanwezig in de middelste vensteras van de voorgevel op de eerste verdieping.
De blokvormige aanbouw heeft één bouwlaag en is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde bakstenen en is voorzien van een gecementeerde plint. Deze aanbouw heeft één bouwlaag met een aan de oostzijde afgeplat schilddak. Het schilddak van deze aanbouw is gedekt met leien in koeverdekking en watert af via houten geprofileerde bakgoten met zinken hemelwaterafvoeren. In het achterdakvlak bevindt zich een dakkapel met plat dak. De wangen zijn bekleed met leien. De dakkapel is voorzien van een geprofileerde bakgoot en een kozijn met middenstijl voorzien van twee zesruits draairamen.
De zijmuren zijn in verband met de muren van de hoofdbouw gemetseld. In de LINKER ZIJGEVEL (westgevel) bevindt zich rechts een rondboogvormige vensteropening gelijk de vensteropeningen op de begane grond in de voorgevel. Links daarvan bevindt zich een hooggeplaatste rondboogvormige deuropening te bereiken middels een bakstenen trap met smeedijzeren balustrade. Het kozijn heeft vellingkanten. De deur is niet origineel. Het half-ronde bovenlicht is enkelruits. Hier sluit de gevel af met een bakstenen segmentboogfries op bakstenen dammen met trapsgewijs versmallende kraagstenen. Dit fries is ook doorgetrokken langs de achtergevel en een deel van de rechterzijgevel.
In de ACHTERGEVEL (noordgevel) van de uitbouw bevindt zich in het midden een hooggeplaatste rondboogvormige deuropening met een bakstenen trap voorzien van smeedijzeren balustrade. De opgeklampte deur heeft weer een halfrond éénruits bovenlicht. Rechts van de deur bevindt zich een hoger geplaatst rondboogvormige vensteropening voorzien van een raam zoals ook aanwezig op de verdieping van de voorgevel. De RECHTER ZIJGEVEL (oostgevel) heeft geheel rechts een hooggeplaatst smal rechthoekige vensteropening onder een steens strek met een tweeruits draairaam. Links daarvan bevindt zich een klein rechthoekig venstertje onder een steens strek met een draairaampje en voorzien van diefijzers. Geheel links bevindt zich aansluitend op de serre een rondboogvormige vensteropening voorzien van hetzelfde raam zoals op de verdieping van de voorgevel. Het halfronde boven-licht is echter vervangen door een boogtrommel en een met lood beklede rolluikbak. Het middelste deel en het linker deel van deze zijgevel bevinden zich onder het platte deel van het afgeplat schilddak en is geheel opgemetseld in baksteen. In dit deel van de gevel bevinden zich vier rondboogvormige vensteropeningen die voorzien zijn van dezelfde ramen als aanwezig op de verdieping van de voorgevel. Het segmentboogfries loopt in deze gevel slechts vanaf de gevelhoek tot aan de plaats waar de gevel is opgemetseld. Op de achtergevel van de uitbouw sluit een bakstenen muur met poortje aan.
De serre is voorzien van een plat dak en heeft een pui met tuindeuren en bovenlichten. De pui kan worden afgesloten door een groot houten rolluik met een met lood beklede rolluikbak.
Van het in het verlengde van de serre gelegen tussenlid met plat dak is slecht de voorgevel zichtbaar. Deze verbindingsgang sluit aan op de schuin geplaatste zijde van het transept aan de koorzijde van de parochiekerk. Het tussenlid is tegen de sacristie geplaatst. In de voorgevel is een segmentboogvormige deuropening met bovenlicht aanwezig. De houten, opgeklampte deur is niet origineel. Vanuit de rechter (oostelijke) zijtuin geeft een tussen twee lage muurtjes geplaatste hellingbaan toegang tot het tussenlid. De gevel sluit af met een houten bakgoot op klossen.
De RUIMTELIJKE INDELING bestaat uit een brede middengang van voor- tot achtergevel; een kelder, een woonkamer en een keuken in de linker beuk, een spreek- en vergaderkamer in de rechter beuk. Deze indeling herhaalt zich min of meer op de verdieping. Boven de woonkamer, de spreek- en vergaderkamer bevinden zich evenwel meerdere slaapkamers en een houten steektrap naar de beschoten zolder (één grote ruimte). Het trappenhuis bevindt zich in de aanbouw. De kelder bestaat uit meerdere compartimenten met segment-booggewelven.
Het pand bezit een groot aantal oorspronkelijke INTERIEURELEMENTEN, zoals een terrazzovloer met zwart marmeren plint in de gang ; stucplafonds met middenrozet, hoekstukken (bladrank-, bloem- en krulmotieven) en lijsten in de vertrekken op de begane grond met uitzondering van de keuken ; paneeldeuren, zwart marmeren schouwen met neo-renaissance motieven in de woonkamer en de spreek- en vergaderkamer.
Waardering
R.K. PASTORIE uit 1890 in neo-romaanse stijl naar een ontwerp van de architect C. Weber.
- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed en betrekkelijk gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een blokvormige en nagenoeg symmetrisch opgebouwde pastorie uit 1890 in neo-romaanse stijl. Het pand valt op door de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van met name de voorgevel en de gave ruimtelijke indeling met oorspronkelijke interieurelementen, zoals diverse in stuc en marmer uitgevoerde onderdelen. De pastorie is één van de rijkst gedecoreerde pastorieën die door de architect C. Weber zijn ontworpen. C. Weber heeft tijdens zijn loopbaan meer dan 30 kerken gebouwd (o.a. de imposante koepelkerk te Lierop (NB)) en gerestaureerd (o.a. de St. Christoffelkathedraal te Roermond) en kan dan ook worden beschouwd als een architect die invloed gehad heeft op de religieuze bouwkunst uit die tijd.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de zeer markante ligging ten westen naast de neogotische parochiekerk gewijd aan de H.H. Victor en Gezellen. De pastorie, de parochiekerk en de twee monumentale kastanjebomen vormen samen een gaaf ensemble dat van groot belang is voor de verschijningsvorm van de lintbebouwing langs de Koningstraat.
- Van cultuurhistorische waarde als onderdeel van het R.K. parochiecomplex dat een voorbeeld is van de bijzondere uitdrukking van het religieuze bewustzijn en bloeiperiode van de overwegend rooms-katholieke gemeenschap in Afferden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The R.K. RECTORY built in 1890 is constructed in neo-Romanesque style according to a design by architect Carl Weber (1820 - 1908) from Roermond. Construction took place simultaneously with the construction of the R.K. parish church dedicated to Sts. Victor and Companions. According to the plans approved on 21 April 1890, the building costs were estimated at fl. 11,970.-
The rectory is situated a few dozen metres from the Koningstraat at the northern edge of the village of Afferden. The church and rectory are located far from the place where the old medieval church stood, of which the tower has been preserved. The rectory is situated on the west side of the church at the level of the transept arm. A connector links the rectory with the parish church and also provides access to the sacristy behind it.
In front of the rectory lies a fairly deep front garden with a sort of driveway. The front garden is separated from the public road by two low brick garden walls with saddle-back coping. Symmetrically positioned between these garden walls is the entrance to the front garden. The entrance is accentuated by columns which are also provided with saddle-back coping. The front garden is largely covered with gravel. A hardstone step has been laid in front of the rectory with terracotta tiles with a cross motif at the entrance. In front of the rectory are two old, monumental trees (horse chestnut) which give the whole an impressive appearance.
Description
Partially cellared, block-shaped RECTORY of two storeys with attic on rectangular ground plan. The encompassing, truncated hipped roof is covered with slate in cove bond. The angles of the truncated hipped roof are not marked by chimneys. The roof ridge brackets are provided with a zinc capping. At the rear of the main building is an EXTENSION. On the east side of the extension, against the rear facade (north facade) of the main building is a CONSERVATORY. In the extension of this conservatory lies a CONNECTOR which serves as a passage between the rectory and church.
The FACADES, laid in cross bond, are provided with a plinth and are finished at the top with a cornice. The cornice consists of a frieze with laid-out brick and a wooden profiled brick gutter. Most of the recessed window openings are finished with a round arch and are provided with hardstone drip mouldings. Most window openings are provided with round-arched sash or sliding frames with fanlights. Several fanlights on the ground floor at the front of the house are provided with leaded glass.
The symmetrically arranged FRONT FACADE (south facade) has a width of five window bays and is vertically articulated from the first floor by a central section which intersects the gutter line.
The main entrance is located in the middle window bay and consists of a round-arched portico with hardstone moulding and provided with a hardstone staircase with two steps. The portico has step-wise receding edges with on either side a narrow hardstone column with sandstone basement, a shaft ring present halfway up the column and a knob capital. A hardstone round-arch profile with three shaft rings, placed in the edge of the round arch of the portico resting on the capitals of both narrow columns. The portico has a hardstone floor with ditto plinth. The portico is spanned by a four-part vault in yellow facing brick. The horizontally, by means of a hardstone lintel with bevelled edges, closed door opening is provided with a hardstone subdorsal with hunting-spears. The door frame is also provided with bevelled edges. In the door opening is a double panel door in neo-Renaissance style. This door has a profiled needle and both parts are provided with a round-arched pane with wrought-iron glass protectors set in a profiled frame surrounded by a rectangular field with profiled moulding and crowned by a pediment on consoles. At the bottom is a diamond-head panel in profiled moulding and a substantial profiled water bar. In the glass of the front door are small enamelled circles with the Sacred Heart motif. Above the door lintel is a half-round fanlight, set in a natural stone arch with a scale-like band of black stone. The pane is provided with leaded glass. Against the fanlight is a richly decorated armature provided with a (saving) lamp. This cast-iron armature consists of a twisted tube to which the lamp is attached and is decorated with Gothic foliage. The armature is fixed to the lintel and arch of the fanlight by means of a wrought-iron strip. The floor and plinth of the portico are executed in hardstone.
On either side of the portico are two round-arched window openings provided with hardstone drip mouldings and a round-arched frame with bevelled edges. The frame contains a sash frame, a two-light fanlight with a water bar with ogee profile and above it again a fixed pane with half-round three-light fanlight. Both fanlights are provided with leaded glass. In the centre of the leaded glass pane of the upper fanlight is a representation with a saint figure. The window openings on the first floor are slightly narrower than the window openings on the ground floor. The arrangement of the panes is the same, only the sash frames are replaced by two-light sliding frames. The fanlights are not provided with leaded glass.
Above the portico, at the level of the first floor, are two coupled narrow round-arched window openings and a plastered circular field in relief with an image of Saint Victor. Above this plastered field is a small oculus. These facade elements are placed between brick pilasters which rest on plastered corbels with foliage decoration. The pilasters jump forward once more at the top of the window openings and are supported by plastered corbels. The pilasters protrude through the gutter line and are connected to each other by a chevron-arched profiled band with hardstone coping band and a hardstone cross finial at the top. Below the chevron arch is in the gable field a profiled round arch on corbels which closes off the window openings, the circular field and the oculus at the top. Both narrow window openings have a shared hardstone drip moulding with a beaded band of brick. The drip moulding rests on the plastered corbels. The pilasters are set on the hardstone drip moulding. Both window openings have a two-light casement window, a profiled pane and half-round one-light fanlight.
On either side of the middle window bay the facade sections close with a cantilevered cassette frieze, richly executed with double brick. The vertical brick elements of the frieze rest on step-wise tapering brick corbels. The lowest series of vertical elements is interconnected by a horizontal bead profile of brick. The wooden gutters are decorated with a carved drip moulding placed against the soffit.
The LEFT SIDE FACADE (west facade) has a cemented plinth. The right part of the facade is blank. In the left part there are three round-arched window openings on the ground floor and two identical window openings on the first floor. These two window openings are placed in the same axes as the two outer window openings on the ground floor. The window openings on the ground floor are provided with panes as on the ground floor of the front facade, but without leaded glass in the fanlights. The window openings on the first floor are provided with the same panes as present on the first floor of the front facade.
The plinth is broken in the middle by a cuckoo with a cellar light. The cellar light has a hardstone frame with bevelled edges and theft bars. The frame is provided with a four-light casement window.
The REAR FACADE (north facade) is largely hidden from view by the extension. Above the conservatory are on the first floor in the rear facade two round-arched window openings which are provided with the same panes as on the first floor of the front facade.
The RIGHT SIDE FACADE (east facade) has a cemented plinth and is otherwise almost entirely blank. In the middle of the facade, at the level of the first floor, is a narrow round-arched window opening, similar to those present in the middle window bay of the front facade on the first floor.
The block-shaped extension has one storey and is built with brick laid in cross bond and is provided with a cemented plinth. This extension has one storey with a hipped roof truncated on the east side. The hipped roof of this extension is covered with slate in cove bond and drains via wooden profiled brick gutters with zinc downpipes. In the rear roof slope is a roof dormer with a flat roof. The cheeks are clad with slate. The roof dormer is provided with a profiled brick gutter and a frame with central mullion provided with two six-light casement windows.
The side walls are bonded in relation to the walls of the main building. In the LEFT SIDE FACADE (west facade) on the right is a round-arched window opening similar to the window openings on the ground floor of the front facade. To the left of this is a high-placed round-arched door opening accessible by means of a brick staircase with wrought-iron balustrade. The frame has bevelled edges. The door is not original. The half-round fanlight is single-light. Here the facade closes with a brick segmental arch frieze on brick piers with step-wise tapering corbels. This frieze is also continued along the rear facade and part of the right side facade.
In the REAR FACADE (north facade) of the extension in the middle is a high-placed round-arched door opening with a brick staircase provided with wrought-iron balustrade. The clamped door has again a half-round one-light fanlight. To the right of the door is a higher-placed round-arched window opening provided with a pane similar to that present on the first floor of the front facade. The RIGHT SIDE FACADE (east facade) has at the far right a high-placed narrow rectangular window opening under a brick course with a two-light casement window. To the left of this is a small rectangular window under a brick course with a small casement window and provided with theft bars. At the far left, adjoining the conservatory, is a round-arched window opening provided with the same pane as on the first floor of the front facade. The half-round fanlight is however replaced by an arch drum and a lead-clad blind box. The middle part and the left part of this side facade are situated under the flat part of the truncated hipped roof and is entirely built up in brick. In this part of the facade are four round-arched window openings which are provided with the same panes as present on the first floor of the front facade. The segmental arch frieze runs in this facade only from the facade corner to the place where the facade is built up. A brick wall with small gate adjoins the rear facade of the extension.
The conservatory is provided with a flat roof and has a glazed frame with French doors and fanlights. The frame can be closed by a large wooden blind with a lead-clad blind box.
Of the connector with flat roof located in the extension of the conservatory only the front facade is visible. This passage connects to the obliquely placed side of the transept on the choir side of the parish church. The connector is placed against the sacristy. In the front facade is a segmental arch door opening with fanlight. The wooden, clamped door is not original. From the right (east) side garden, a sloping ramp placed between two low walls provides access to the connector. The facade closes with a wooden gutter on corbels.
The SPATIAL ARRANGEMENT consists of a wide central passage from front to rear facade; a cellar, a living room and a kitchen in the left aisle, a consulting and meeting room in the right aisle. This arrangement roughly repeats itself on the first floor. Above the living room, the consulting and meeting room are however several bedrooms and a wooden access staircase to the boarded attic (one large space). The staircase is located in the extension. The cellar consists of several compartments with segmental arch vaults.
The property possesses a large number of original INTERIOR ELEMENTS, such as a terrazzo floor with black marble plinth in the hallway; stucco ceilings with central rosette, corner pieces (leaf-band, flower and curl motifs) and mouldings in the rooms on the ground floor with the exception of the kitchen; panelled doors, black marble fireplaces with neo-Renaissance motifs in the living room and the consulting and meeting room.
Valuation
R.K. RECTORY built in 1890 in neo-Romanesque style according to a design by architect C. Weber.
- Of architectural-historical value as a typologically sound and relatively well-preserved example of a block-shaped and almost symmetrically constructed rectory from 1890 in neo-Romanesque style. The building stands out for the high-quality aesthetic qualities, particularly of the front facade, and the preserved spatial arrangement with original interior elements, such as various components executed in stucco and marble. The rectory is one of the most richly decorated rectories designed by architect C. Weber. During his career C. Weber built (including the impressive dome church in Lierop (NB)) and restored (including the St. Christoffel Cathedral in Roermond) more than 30 churches and can therefore be considered an architect who had influence on religious architecture of that period.
- Of urban-planning value because of the very striking location to the west next to the neo-gothic parish church dedicated to Sts. Victor and Companions. The rectory, the parish church and the two monumental chestnut trees together form an intact ensemble which is of great importance for the appearance of the ribbon development along the Koningstraat.
- Of cultural-historical value as part of the R.K. parish complex which is an example of the special expression of religious consciousness and flowering period of the predominantly Roman Catholic community in Afferden.
Nearby in the register
- Boerderij, Koningstraat 9Boerderijunder 1 mi
- Boerderij, Koningstraat 7Boerderijunder 1 mi
- Boerderij, Waalbandijk 68Boerderijunder 1 mi
- Kerktoren, Kerkweg 30Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.