TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Landhuis, Slichtenhorsterweg 30

Nijkerk, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1927
Address
Slichtenhorsterweg 30, 3862 NS Nijkerk
Place
Nijkerk
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.20504, 5.51189
Part of complex
523761
Monument number
523762

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1909 map "32 Amersfoort" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Het LANDHUIS(1) heeft een L-vormige plattegrond. Het langwerpige hoofdvolume is evenwijdig aan de Slichtenhorsterweg gesitueerd. Het nevenvolume bevindt zich links tegen de achterzijde van het hoofdvolume. Het hoofdvolume heeft een enkelvoudig zadeldak met de noklijn evenwijdig aan de rechthoekige plattegrond. Het nevenvolume is in tweeën geleed met twee zadeldaken, haaks op het hoofdvolume. De drie noklijnen vormen samen de vorm van een F. Het dak is gedekt met paarsachtig zwarte geglazuurde keramische pannen. Halverwege het hoofdvolume staat een grote schoorsteen in de nok, bekroond met smeedijzeren sierwerk. Het nevenvolume heeft twee schoorstenen, op het einde van elke nok in de achtergevel. Het dakschild aan de voorzijde maakt een opwaartse knik, onder het niveau van de linker eindgevel. Het landhuis is geheel opgetrokken in schoon metselwerk van baksteen in kruisverband.

De VOORGEVEL beslaat grotendeels één bouwlaag. Het dakschild hierboven telt net onder de opwaartse knik drie dakkapellen, met een halfrond, metaalgedekt dak. De dakkapellen hebben houten, gepotdekselde zijwanden. De dakkapellen zijn bekroond met een geprofileerde houten lijst, die aan de voorzijde de vorm van het halfronde dak volgt. In het halfronde vlak is telkens een gestileerd schelpornament aangebracht, ontleend aan de renaissance. De dakkapellen hebben wangen met onder andere een krulmotief. Elke dakkapel heeft een dubbel venster met een middenstijl en zesruits ramen ter weerszijden. De voorgevel heeft links, over de lengte van twee traveeën een grote glazen pui, overspannen door een breed houten gebint op hardstenen neuten. Het gebint heeft een dekbalk, een tussenstijl en een kunstmatige ronding in de onderzijde van de korbelen. Zowel links als rechts is hier een vier maal zevenruits roedenverdeling. Voor dit gedeelte van de gevel is een terras met een gemetselde trappartij in een half ellipsvormige plattegrondvorm. Rechts hiervan is een drievoudig venster met tussenstijlen en segmentbogen in de hoge houten bovendorpel. Het brede kozijn heeft een kwartholprofiel. De ramen zijn gevuld met glas-in-lood. Rechts hiervan bevindt zich een groot venster met een breed, geprofileerd kozijn met een stalen driemaal vijfruits roedenverdeling. Het meest rechtse gedeelte van de gevel verspringt naar achteren. De gevel is hier doorgetrokken tot een topgevel. Hierachter bevindt zich een dwarskap. Ter plaatse van deze verjonging steekt een dwarsmuur naar voren, in de richting van de tuin. De bovenzijde van deze dwarsmuur zwenkt bol-hol naar beneden. Aan de voorzijde wordt deze zwenking afgerond met een natuurstenen plaat, bekroond met natuurstenen ornament. In het vlak van het linker geveldeel bevindt zich hier een gebint met tussenstijl, zoals links in de voorgevel. Het gebint draagt een balkon. Op de balk is een samengestelde lijst, waarboven een smeedijzeren hekwerk. De eindgevel, rechts, is als dwarsmuur doorgetrokken tot het vlak van het linker geveldeel. Dit muurgedeelte heeft dezelfde vorm als de dwarsmuur links van de verjonging. Ter hoogte van het balkon wijken de dwarsmuren terug. Ook hier is aan de voorzijde een natuurstenen bekroning. Onder het balkon is links en rechts een as met een smalle dubbele tienruits deur in een breed, geprofileerd kozijn. Twee identieke deurpartijen bevinden zich recht hierboven, aan het balkon. Boven deze balkondeuren is een korfboog uitgespaard met een hardstenen sluitsteen. De boogtrommels zijn gevuld met metselmozaïek. De gevellijn heeft een samengestelde, gebogen vorm, afgewisseld met geprofileerde natuurstenen platen (aanzetstenen). De gevel heeft op zolderhoogte op drie niveau's in totaal zes kleine blinde nissen. Elke nis heeft een halfronde boog met een hardstenen sluitsteen, een metselwerkvlak en een onderdorpel van liggende bakstenen. De LINKER EINDGEVEL van het hoofdvolume gaat over in de zijgevel van het nevenvolume. Deze gevel is bekroond met een boogfries onder een lijstgoot. Goot en boogfries zijn onderbroken door een smal, hoog twaalfruits stalen venster, dat als een soort Vlaamse gevel omhoogsteekt en bekroond is met een fronton. Links in de gevel, over de lengte van het nevenvolume, bevinden zich twee kruiskozijnen op het verhoogde niveau van de achtergevel. De luiken hebben, evenals alle andere luiken, rode randen en een zwart middenvlak. De luiken zijn voorzien van smeedijzeren hang- en sluitwerk en nagels. Onder het rechter kruisvenster is een rond keldervenster met een smeedijzeren diefijzer. Rechts in de gevel, over de breedte van het hoofdvolume, zijn twee dubbele achtruits terrasdeuren met halfronde bovenlichten en blinden. Het bovenlicht heeft een straalsgewijze roedenverdeling, onderbroken door een halfcirkelvormige roede. Het bovenlicht is bekroond met een dubbele rollaag, met een soort hanekam-sluiting. Voor deze deuren is een terras met vier treden. De gevel is rechtsboven, bij de hoekkeper van het dak, voorzien van een kleine natuurstenen plaat. Rechts hiervan volgt de gevel het dakschild van het hoofdvolume. Dit gedeelte van de muur is met pannen bedekt. De ACHTERGEVEL van de HOOFDBOUWMASSA telt drie hoofdvolumevensterassen. Hierboven zijn drie dwarskappen in het dak. Hieronder is de gevel plaatselijk doorgetrokken tot kleine topgevels met vlechtingen. Deze topgevels hebben aan weerszijden stukken geprofileerde lijstgoot. Op de eerste bouwlaag heeft deze gevel drie grote halfronde vensters met brede kozijnen met elk twee tussenstijlen. Deze vensters hebben in het midden een zesruits roedenverdeling en links en rechts een corresponderende vijfruits verdeling. Boven de vensters heeft de gevel een boogfries met natuurstenen kraagstenen. Het gevelvlak van de tweede bouwlaag verspringt hierboven iets naar voren ten opzichte van de eerste bouwlaag en ten opzichte van de hoek, links, met de eindgevel. De tweede bouwlaag telt drie staande achtruitsvensters. De oostelijke gevel van het nevenvolume telt drie vensterassen. Op de begane grond is een centrale deurpartij met een halfrond bovenlicht, in een breed, geprofileerd houten kozijn op hardstenen neuten en dorpel. Halverwege de deurhoogte wordt de deuropening links en rechts in het metselwerk gemarkeerd door een natuursteen element. In de halfronde boog bevindt zich een vergelijkbare sluitsteen. In het kozijn een eiken deur met smeedijzeren hang- en sluitwerk en veel smeedijzeren nagels. Het bovenlicht bevat een siersmeedwerk. De entree heeft tussen de deur en het bovenlicht een luifel met een geprofileerde lijst. Links en rechts van de deur heeft deze gevel een soort kloosterkozijn: een staand venster met onder en boven de tussendorpel een vierruits verdeling en een luik voor alleen de onderste helft. De tweede bouwlaag telt drie kruisvensters met een viermaal vierruits roedenverdeling, zonder luiken. Het dakschild hierboven heeft links en rechts een kleine dakkapel met een vierruits venster en gepotdekselde houten wanden. De dakkapellen hebben kleine metaalgedekte schilddaken, bekroond met een uit lood gevormde obelisk op een bol. De ACHTERGEVEL van het NEVENVOLUME, is ter hoogte van de kap geleed in twee tuitgevels. De topgevels hebben vlechtingen, afgedekt met gevelpannen. De tuitgevels worden aan de voet gemarkeerd door aanzetstenen van geprofileerde natuursteen. De beide topgevels zijn bekroond met een schoorsteen. De schoorsteen links heeft een natuurstenen lijst en een smeedijzeren bekroning. De rechter schoorsteen is bekroond met een gek. Tussen de beide topgevels bevindt zich een veelhoekige loden vergaarbak. Het linker geveldeel telt twee vensterassen. Zowel boven als beneden is hier links en rechts een staand venster met boven en onder de tussendorpel een vierruits-roedenverdeling. Deze vensters zijn op de tweede bouwlaag smaller dan op de begane grond. De vensters beneden hebben een luik voor de onderste helft. Het rechter deel van de gevel heeft ter hoogte van de kap links en rechts een staand ovaal venster met een schuine glasverdeling. Halverwege de gevelhoogte, op een niveau tussen de eerste en tweede bouwlaag van het linker geveldeel, is links en rechts een soort kloosterkozijn met onder en boven een negenruitsvenster. Boven deze vensters is een halfronde boog in het metselwerk uitgespaard, met een metselwerk boogtrommel in het terugliggende vlak van het kozijn. Hieronder, op souterrainniveau, is links en rechts een groot halfrond venster met straalsgewijze houten roeden.

De RECHTER ZIJGEVEL heeft samengestelde contouren. Het rechter gedeelte van deze oostelijke eindgevel heeft de vorm van een tuitgevel met vlechtingen. In het verlengde van de verjongde voorgevel heeft de zijgevel een dwarsmuur, die als een steunbeer tegen de zijgevel staat. Op de eerste bouwlaag, rechts bij de hoek met de achtergevel, is een deur, gevat in een halfrond gesloten breed kozijn op hardstenen neuten en dorpel. Links is een zesruits venster met een segmentboog in de brede houten bovendorpel. Op verdiepingshoogte bevindt zich een twaalfruits deur in een halfrond gesloten nis. In de rondboog heeft de deur eveneens een ruitverdeling met roeden. De nis heeft een hekwerk met spijlen, op een ellipsgewijs uitkragende natuurstenen plaat, gesteund door een dito, geprofileerde console.

In het INTERIEUR heeft het landhuis heeft in de hal, achter de voordeur in het nevenvolume, een samengestelde eikenhouten trap met balustrades. In de hal bevindt zich tegen de achtergevel een haardpartij met natuurstenen blokken. De haard bevat schoon metselwerk in keperverband. Om de verwarmingsradiatoren bevinden zich bewerkte eikehouten kasten met uit hout gesneden roosters. In alle gedeelten van het interieur komen geverfde, halfrond gesloten en rechthoekige paneeldeuren met geprofileerde lijsten voor. De deuren die niet geverfd zijn, zijn van eikehout. In een tussengang naar de grote zitkamer bevinden zich twee wandtableaus van oude geglazuurde siertegels. Het linker tableau geeft een voorstelling met een paard. Rechts is een afbeelding met een koe. Hiertegenover bevindt zich een eikehouten doorgeefluik. Dit luik is bekroond met een geprofileerde deklijst en wordt geflankeerd door gecanneleerde staanders. De haardpartij in de grote zitkamer heeft een tudorboog van geprofileerd natuursteen. Hierin staat links 'De Neude' en rechts '1927'. De haardpartij bevat schoon metselwerk in keperverband. Deze kamer bevat eiken lambrizeringen met vlakke panelen en geprofileerde lijsten. De kamer heeft in het gedeelte bij de haard een kamerhoge lambrizering. Onder sommige vensterbanken bevinden zich eikehouten verwarmingskasten met uit eiken gesneden roosters. Evenals de andere eikenhouten roosters heeft dit snijwerk het motief van een gevlochten vlak. De grote zitkamer heeft een samengestelde eiken trap naar een hoger gelegen ruimte in het westelijke deel van het nevenvolume. De trap heeft een ronde balustrade. Hieronder bevindt zich eikehouten snijwerk met eveneens het vlechtmotief. Het westelijke deel van het nevenvolume heeft een souterrain met kruisgraatgewelven. Dit souterrain heeft een halfrond gesloten eiken deur. In het souterrain bevinden zich twee eiken deuren met een segmentboogsluiting. Deze deuren hebben allebei een groot paneel met holle bossingen, gemarkeerd door geprofileerde lijsten. Een van de deuren heeft uitgesneden vormen met notehouten oplegstukken. In het souterrain bevindt zich een uit marmer gebeeldhouwde wandfontein met symmetrische vormen. In de kamer hierboven bevindt zich tegen de achtergevel een haardpartij, gevat in wit-marmer. Hier bevinden zich geverfde houten verwarmingskasten met dito gaaswerk. Op de verdieping hierboven bevindt zich tegen de achtergevel een gemetselde haardpartij met een strakke houten lijst op natuurstenen consoles. Hiernaast, boven de hal, is een overloop met een eikehouten balustrade die overgaat in de genoemde samengestelde trap. Op deze overloop bevindt zich tegen de achtergevel van het nevenvolume een haardpartij met een houten omlijsting. Op de samengestelde lijst bevinden zich twee uit hout gesneden stukken. De flankerende delen zijn gecanneleerd. De haardpartij bevat een groot vlak met geglazuurde siertegels, die vrijwel alle een kleine mens of dierfiguur afbeelden. Alle betimmeringen in het huis zijn vervaardigd door de frima Tijsseling te Nijkerk.

Waardering

LANDHUIS gebouwd in 1927, onder invloed van de opvattingen van de vroege Delftse School, naar ontwerp van prof.dr. D.F. Slothouwer.

- Van architectuurhistorische waarde als een nagenoeg gaaf bewaard voorbeeld van een fors, onder invloed van de opvattingen van de vroege Delftse School gebouwd, landhuis waarbij tevens in de vormgeving van de diverse onderdelen sprake is van verwijzingen naar de oudere voorganger van het huis. De complex onderdelen bezitten hoogwaardige esthetische kwaliteiten die onder meer tot uitdrukking komen in de zorgvuldige detaillering en het bijzondere materiaalgebruik zoals het vele toegepaste siersmeedwerk. Door de vele bewaard gebleven interieuronderdelen is er tevens sprake van een bijzondere samenhang tussen exterieur- en interieur onderdelen. Het landhuis neemt een belangrijke plaats in binnen het oeuvre van de architect prof.dr. D.F. Slothouwer als een van de belangrijkste en vroegste voorbeelden van een door hem ontworpen groot landhuis met bijgebouwen in traditionalistische trant waarbij met name sprake is van invloeden van de Delftse School.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege als kern en essentieel onderdeel van het landgoed De Neude.

- Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling i.c. de ontwikkeling van het landhuis in Nederland in het tweede kwart van de twintigste eeuw. Het complex vormt een gaaf bewaard voorbeeld van een groot in traditionalistische trant gebouwd landhuis uit het interbellum en vormt een bijzonder voorbeeld van de huisvesting van de maatschappelijke elite in die tijd.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

The COUNTRY HOUSE(1) has an L-shaped ground plan. The elongated main volume is situated parallel to the Slichtenhorsterweg. The adjoining volume is positioned to the left against the rear of the main volume. The main volume has a single gabled roof with the ridge line parallel to the rectangular ground plan. The adjoining volume is divided into two parts with two gabled roofs, perpendicular to the main volume. The three ridge lines together form the shape of an F. The roof is covered with purplish-black glazed ceramic tiles. Halfway along the main volume stands a large chimney in the ridge, crowned with wrought-iron ornamental work. The adjoining volume has two chimneys, at the end of each ridge in the rear gable. The roof panel at the front makes an upward kink, below the level of the left end gable. The country house is entirely built in fine brickwork in English bond.

The FRONT FACADE covers largely one storey. The roof panel above counts just below the upward kink three roof dormers, with a semicircular, metal-covered roof. The roof dormers have wooden, potted-sided walls. The roof dormers are crowned with a moulded wooden moulding that follows the shape of the semicircular roof at the front. In the semicircular field a stylised shell ornament is applied, derived from the Renaissance. The roof dormers have cheeks with, among other things, a curl motif. Each roof dormer has a double window with a centre mullion and six-pane windows on either side. The front gable has on the left, over the length of two bays, a large glazed shopfront, spanned by a broad wooden beam on hard stone skewbacks. The beam has a tie beam, an intermediate post and an artificial rounding at the underside of the corbels. On both left and right is a four by seven-pane glazing bar pattern. In front of this part of the facade is a terrace with a masoned flight of steps in a semi-elliptical ground plan shape. To the right of this is a triple window with intermediate mullions and segment arches in the high wooden lintel. The broad frame has a quarter-round moulding. The windows are filled with leaded glass. To the right of this is a large window with a broad, moulded frame with a steel three by five-pane glazing bar pattern. The rightmost part of the gable steps back. The facade is carried through here to an apex gable. Behind this is a transverse roof truss. At the location of this narrowing, a transverse wall protrudes forward, towards the garden. The top of this transverse wall curves convex-concave downwards. At the front this curve is rounded off with a natural stone plate, crowned with a natural stone ornament. In the plane of the left gable section, there is here a beam with intermediate post, as on the left in the front gable. The beam carries a balcony. On the beam is a composite moulding, above which wrought-iron railings. The end gable, on the right, is continued as a transverse wall to the plane of the left gable section. This wall section has the same shape as the transverse wall to the left of the narrowing. At the height of the balcony, the transverse walls recede. Here too at the front is a natural stone coping. Below the balcony is on the left and right an axis with a narrow double ten-pane door in a broad, moulded frame. Two identical door sections are situated directly above, at the balcony. Above these balcony doors is a corbel arch with a hard stone keystone. The arch drums are filled with brick mosaic. The gable line has a composite, curved form, alternating with moulded natural stone plates (starting stones). The gable has at attic level on three levels in total six small blind niches. Each niche has a semicircular arch with a hard stone keystone, a brickwork field and a lintel of stretcher bricks. The LEFT END GABLE of the main volume transitions into the side gable of the adjoining volume. This gable is crowned with an arch frieze under a list gutter. Gutter and arch frieze are interrupted by a narrow, tall twelve-pane steel window, which rises like a sort of Flemish gable and is crowned with a pediment. On the left in the gable, over the length of the adjoining volume, are two cross windows at the raised level of the rear gable. The shutters have, like all other shutters, red edges and a black centre field. The shutters are provided with wrought-iron hinges and fastenings and nails. Below the right cross window is a round cellar window with a wrought-iron theft grate. On the right in the gable, over the width of the main volume, are two double eight-pane terrace doors with semicircular fanlights and blinds. The fanlight has a radial glazing bar pattern, interrupted by a semi-circular glazing bar. The fanlight is crowned with a double roll course, with a sort of cockscomb closure. In front of these doors is a terrace with four steps. The gable is upper right, at the roof corner rafter, provided with a small natural stone plate. To the right of this the gable follows the roof panel of the main volume. This part of the wall is covered with tiles. The REAR GABLE of the MAIN BUILDING MASS counts three main volume window axes. Above are three transverse roof trusses in the roof. Below this the gable is locally carried through to small apex gables with braiding. These apex gables have on either side pieces of moulded list gutter. On the first storey this gable has three large semicircular windows with broad frames with two intermediate mullions each. These windows have in the middle a six-pane glazing bar pattern and on the left and right a corresponding five-pane pattern. Above the windows the gable has an arch frieze with natural stone corbels. The gable field of the second storey steps forward slightly above this in relation to the first storey and in relation to the corner, on the left, with the end gable. The second storey counts three tall eight-pane windows. The eastern gable of the adjoining volume counts three window axes. On the ground floor is a central door section with a semicircular fanlight, in a broad, moulded wooden frame on hard stone skewbacks and lintel. Halfway up the door height the door opening is marked on the left and right in the brickwork by a natural stone element. In the semicircular arch is a similar keystone. In the frame an oak door with wrought-iron hinges and fastenings and many wrought-iron nails. The fanlight contains decorative wrought-iron work. The entrance has between the door and the fanlight a canopy with a moulded moulding. To the left and right of the door this gable has a sort of cloister frame: a tall window with above and below the intermediate lintel a four-pane pattern and a shutter for only the lower half. The second storey counts three cross windows with a four by four-pane glazing bar pattern, without shutters. The roof panel above has on the left and right a small roof dormer with a four-pane window and potted wooden walls. The roof dormers have small metal-covered hipped roofs, crowned with an obelisk formed from lead on a sphere. The REAR GABLE of the ADJOINING VOLUME is at the height of the roof divided into two spout gables. The apex gables have braiding, covered with gable tiles. The spout gables are marked at the foot by starting stones of moulded natural stone. Both apex gables are crowned with a chimney. The chimney on the left has a natural stone moulding and wrought-iron coping. The right chimney is crowned with a jester. Between both apex gables is a polygonal lead collecting tank. The left gable section counts two window axes. Both above and below is here on the left and right a tall window with above and below the intermediate lintel a four-pane glazing bar pattern. These windows are narrower on the second storey than on the ground floor. The windows below have a shutter for the lower half. The right part of the gable has at the height of the roof on the left and right a tall oval window with a diagonal glass pattern. Halfway up the gable height, at a level between the first and second storey of the left gable section, on the left and right is a sort of cloister frame with above and below a nine-pane window. Above these windows is a semicircular arch recessed in the brickwork, with a brickwork arch drum in the recessed plane of the frame. Below this, at basement level, is on the left and right a large semicircular window with radial wooden glazing bars.

The RIGHT SIDE GABLE has composite contours. The right part of this eastern end gable has the form of a spout gable with braiding. In the extension of the narrowed front facade the side gable has a transverse wall, which stands as a buttress against the side gable. On the first storey, on the right at the corner with the rear gable, is a door, set in a semicircular closed broad frame on hard stone skewbacks and lintel. On the left is a six-pane window with a segment arch in the broad wooden lintel. At floor level is a twelve-pane door in a semicircular closed niche. In the semicircular arch the door likewise has a pane pattern with glazing bars. The niche has railings with balusters, on an elliptically projecting natural stone plate, supported by a similar, moulded console.

In the INTERIOR the country house has in the hall, behind the front door in the adjoining volume, a composite oak staircase with balustrades. In the hall against the rear gable is a fireplace section with natural stone blocks. The fireplace contains fine brickwork in herringbone bond. Around the heating radiators are worked oak chests with carved wooden grilles. In all parts of the interior there are painted, semicircular closed and rectangular panel doors with moulded mouldings. The doors that are not painted are of oak. In a passage to the large sitting room are two wall panels of old glazed decorative tiles. The left panel depicts a representation with a horse. On the right is an image with a cow. Opposite this is an oak serving hatch. This hatch is crowned with a moulded tie beam and is flanked by fluted stanchions. The fireplace section in the large sitting room has a Tudor arch of moulded natural stone. In it on the left reads 'De Neude' and on the right '1927'. The fireplace section contains fine brickwork in herringbone bond. This room contains oak wainscoting with flat panels and moulded mouldings. The room has in the section at the fireplace a full-height wainscoting. Below some window sills are oak heating chests with carved oak grilles. Like the other oak grilles, this carved work has the motif of a plaited field. The large sitting room has a composite oak staircase to a higher room in the western part of the adjoining volume. The staircase has a round balustrade. Below this is oak carved work likewise with the plaited motif. The western part of the adjoining volume has a basement with cross-ribbed vaults. This basement has a semicircular closed oak door. In the basement are two oak doors with a segment arch closure. These doors both have a large panel with hollow boss panels, marked by moulded mouldings. One of the doors has cut-out forms with walnut applied pieces. In the basement is a marble-carved wall fountain with symmetrical forms. In the room above there is against the rear gable a fireplace section, set in white marble. Here are painted wooden heating chests with similar grilles. On the floor above there is against the rear gable a masoned fireplace section with a taut wooden moulding on natural stone consoles. Beside this, above the hall, is a landing with an oak balustrade that transitions into the aforementioned composite staircase. On this landing there is against the rear gable of the adjoining volume a fireplace section with a wooden frame. On the composite moulding are two carved wooden pieces. The flanking parts are fluted. The fireplace section contains a large field with glazed decorative tiles, which virtually all depict a small human or animal figure. All the carpentry in the house was made by the firm Tijsseling in Nijkerk.

Valuation

COUNTRY HOUSE built in 1927, under the influence of the ideas of the early Delft School, designed by Prof. Dr. D.F. Slothouwer.

- Of architectural-historical value as a substantially intact preserved example of a substantial country house built under the influence of the ideas of the early Delft School, in which the design of the various components also contains references to the older predecessor of the house. The complex components possess high aesthetic qualities expressed, among other things, in the careful detailing and the particular use of materials such as the extensive applied decorative wrought-iron work. Through the many preserved interior components there is also a particular coherence between exterior and interior components. The country house occupies an important place within the oeuvre of Prof. Dr. D.F. Slothouwer as one of the most important and earliest examples of a large country house designed by him with outbuildings in traditionalist style, notably showing influences from the Delft School.

- Of urban planning value as the core and essential part of the De Neude estate.

- Of cultural-historical value as a particular expression of a typological development, namely the development of the country house in the Netherlands in the second quarter of the twentieth century. The complex forms an intact preserved example of a large country house built in traditionalist style from the interwar period and forms a particular example of the housing of the social elite at that time.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map