TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Edeseweg 30

Lunteren, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1923 - 1924
Address
Edeseweg 30, 6741 CR Lunteren (Ede 25)
Place
Lunteren
Municipality
Ede
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.07632, 5.62816
Monument number
523584

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Verklaring van het algemeen nut der onteigening van eigendommen in de gemeente Horssen, noodig voor den aanleg van eene wetering door het waterschap "de Gecombineerde waterlossing der polderdistricten Rijk van Nijmegen en Maas en Waal"" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Vrijstaand WOONHUIS gebouwd in 1923/24 naar een ontwerp van de architect J.W. DINGER uit Amsterdam in opdracht van mevrouw Lambers-Noordmans. Het ontwerp vertoont invloeden vanuit de Amsterdamse School en de Gooise landhuisstijl. Het woonhuis is gelegen aan de westzijde van de Edeseweg buiten de bebouwde kom van Lunteren in de gemeente Ede.

Omschrijving

WOONHUIS met rechthoekige plattegrond bestaande uit één bouwlaag en een zolder afgesloten door een met riet gedekt, afgewolfd zadeldak met centraal op de nok een rechthoekige, bakstenen schoorsteenschacht. De gevels zijn opgetrokken in geelbruine baksteen in halfsteens verband. In de gevels bevinden zich op de begane grond grotendeels driestrooksvenster met één meerruits bovenlicht, waarvan de onderramen aan weerszijden zijn geflankeerd door luiken. Op de verdieping bevinden zich in de afgewolfde topgevel meerruits stolpramen. In beide dakschilden bevindt zich een langgerekte dakkapel onder een rieten dak. De voorgevel wordt benadrukt door de centraal geplaatste entree in een portiek met afgeronde hoeken. Deze vloeiende lijn wordt gecontinueerd via de gevel in een lage bakstenen muur die na circa één meter afbuigt naar binnen en eindigt halverwege de zijgevel van het huis.

Centraal in de VOORGEVEL (noordoostgevel) bevindt zich het inpandig portiek met afgeronde hoeken met aan weerszijden twee lage bakstenen armen, die het bordes omsluiten. In het portiek bevindt zich de terug gelegen houten deur aan de bovenzijde afgesloten door een rechthoekige luifel met een stompe hoek. Boven de luifel bevindt zich een horizontale lichtbalk bestaande uit liggende meerruits ramen die doorloopt tot boven de driestrooksvensters links en rechts in de gevel. Het driestrooksvenster links in de gevel wordt afgesloten door een zeven-ruits raam in de lichtbalk, het driestrooksvenster rechts in de gevel wordt aan de bovenzijde afgesloten door een vijf-ruits raam in de lichtbalk. In het rieten dakschild bevindt zich een brede lage dakkapel bestaande uit gekoppelde liggende twee drie-ruits, één twee-ruits, één vier-ruits, één twee-ruits en twee drie-ruits ramen.

Links op de begane grond in de LINKERZIJGEVEL (zuidoostgevel) bevindt zich een lichte uitbouw met plat dak ter afsluiting van de serre. De uitbouw bestaat uit een driestrooksvenster met staand vier-ruits zijramen aan de rechterzijde geflankeerd door een houten deur met oorspronkelijke glasindeling. Onder het raam bevindt zich een bakstenen onderbouw met aan de linkerzijde een decoratieve gemetselde lage muur met ronde vormen van de uitbouw tot aan de hoek van de gevel. Rechts van de uitbouw bevindt zich een identieke muur. Rechts in de gevel bevindt zich een driestrooksvenster met vijf-ruits bovenlicht. Onder de afgewolfde topgevel bevinden zich twee gekoppelde stolpramen bestaande uit twee zes-ruits draairamen. De raampartij wordt aan weerszijden geflankeerd door zijlichten met gekantelde keperbogen en een drie-ruits roedenverdeling. De geveltop wordt onder het wolfeind afgesloten door houten overstek met windveren die aan de onderzijde naar buiten krult onderbroken door een uitstekende ronde balk.

De ACHTERGEVEL (zuidwestgevel) bestaat uit een hoog opgemetselde, licht risalerende middenpartij met laag afgesloten zijpartijen. Op de begane grond van de middenpartij bevinden zich twee regelmatig verdeelde driestrooksvenster met vijf-ruits bovenlicht met uiterst links en rechts een hoekvenster. Het hoekvenster bestaat uit twee gekoppelde drie-ruits ramen met de tussenstijl op de hoek. De middenpartij gaat boven de venster over in een gemetselde borstwering van het terras op de verdieping. In het dakschild bevindt zich hier een brede dakkapel onder een rieten dak bestaande uit een centraal geplaatst meerruits venster met links en rechts een glasdeur met aan de rechterzijde een gekoppeld meerruits raam aan weerszijden geflankeerd door luiken. Op de begane grond in de RECHTERZIJGEVEL (noordwestgevel) bevindt zich links een stolpraam aan weerszijden geflankeerd door luiken bestaande uit twee zes-ruits ramen. Rechts bevindt zich een houten deur met uiterst rechts een klein toiletraam. De afgewolfde topgevel wordt op vrijwel identieke wijze afgesloten als de linkerzijgevel met stolpramen bestaande uit twee vier-ruits ramen. Het INTERIEUR bevindt zich nog in een oorspronkelijke staat met onder meer houten deuren met glasindeling waarvan de roedenverdeling invloeden vertoont van de Amsterdamse School, betegelde schoorsteenmantels lambrizeringen.

Waardering

WOONHUIS gebouwd in 1923/24 naar een ontwerp van de architect J.W. DINGER uit Amsterdam in opdracht van mevrouw Lambers-Noordmans. Het ontwerp vertoont invloeden vanuit de Amsterdamse School en de Gooise landhuisstijl.

- Van architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een woonhuis met een oorspronkelijk in - en exterieur in een bouwstijl die meerdere invloeden vertoont van onder andere de Amsterdamse School.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande ligging aan de zuidwestzijde van de Edeseweg buiten de bebouwde kom van Lunteren.

- Van cultuurhistorische waarde als type woonhuis gebouwd omstreeks 1923/24 door de architect Dinger waarvan de familie van invloed is geweest voor de ontwikkeling van Lunteren als vakantie-oord.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Detached DWELLING HOUSE built in 1923/24 after a design by the architect J.W. DINGER from Amsterdam on behalf of Mrs Lambers-Noordmans. The design shows influences from the Amsterdam School and the Gooise country house style. The dwelling house is located on the west side of the Edeseweg outside the built-up area of Lunteren in the municipality of Ede.

Description

DWELLING HOUSE with rectangular floor plan consisting of one storey and an attic closed off by a reed-thatched, curved gabled roof with a rectangular brick chimney stack centrally on the ridge. The facades are constructed in yellowish-brown brick in half-brick bond. The facades contain on the ground floor largely three-part windows with one multi-pane fanlight, with the lower sashes flanked on either side by shutters. On the upper storey in the curved gable end are multi-pane casement windows. In both roof pitches there is an elongated roof dormer under a reed roof. The front facade is emphasized by the centrally placed entrance in a porch with rounded corners. This flowing line is continued via the facade in a low brick wall which bends inward after approximately one metre and ends halfway along the side facade of the house.

Centrally in the FRONT FACADE (northeast facade) there is the internal porch with rounded corners with two low brick arms on either side, enclosing the landing. In the porch is the recessed wooden door closed at the top by a rectangular canopy with a blunt angle. Above the canopy is a horizontal light strip consisting of horizontal multi-pane windows which extends above the three-part windows left and right in the facade. The three-part window on the left in the facade is closed by a seven-pane window in the light strip, the three-part window on the right in the facade is closed at the top by a five-pane window in the light strip. In the reed roof pitch there is a broad low roof dormer consisting of coupled horizontal two three-pane, one two-pane, one four-pane, one two-pane and two three-pane windows.

On the left on the ground floor in the LEFT SIDE FACADE (southeast facade) there is a light extension with flat roof to close off the conservatory. The extension consists of a three-part window with standing four-pane side windows on the right side flanked by a wooden door with original glazing. Below the window there is a brick base wall with a decorative mortared low wall with rounded forms of the extension on the left side to the corner of the facade. To the right of the extension there is an identical wall. To the right in the facade there is a three-part window with five-pane fanlight. Below the curved gable end there are two coupled casement windows consisting of two six-pane casement windows. The window arrangement is flanked on either side by side lights with slanted herringbone arches and a three-pane glazing bar division. The gable end is closed below the half-hip roof by wooden overhang with wind braces which curves outward at the underside interrupted by a protruding round beam.

The REAR FACADE (southwest facade) consists of a high mortared, slightly projecting central section with low-closed side sections. On the ground floor of the central section there are two regularly spaced three-part windows with five-pane fanlight with a corner window at the far left and right. The corner window consists of two coupled three-pane windows with the intermediate mullion at the corner. The central section transitions above the windows into a mortared breastwork of the terrace on the upper storey. In the roof pitch there is here a broad roof dormer under a reed roof consisting of a centrally placed multi-pane window with glass doors on the left and right with on the right side a coupled multi-pane window on either side flanked by shutters. On the ground floor in the RIGHT SIDE FACADE (northwest facade) on the left there is a casement window flanked on either side by shutters consisting of two six-pane windows. On the right there is a wooden door with a small toilet window at the far right. The curved gable end is closed in virtually identical manner to the left side facade with casement windows consisting of two four-pane windows. The INTERIOR remains in its original state with among others wooden doors with glazing whose glazing bar division shows influences of the Amsterdam School, tiled chimney breasts and wainscoting.

Valuation

DWELLING HOUSE built in 1923/24 after a design by the architect J.W. DINGER from Amsterdam on behalf of Mrs Lambers-Noordmans. The design shows influences from the Amsterdam School and the Gooise country house style.

- Of architectural historical value as an example of a dwelling house with an original interior and exterior in a building style that shows multiple influences from among others the Amsterdam School.

- Of urban planning value because of the detached location on the southwest side of the Edeseweg outside the built-up area of Lunteren.

- Of cultural historical value as a type of dwelling house built circa 1923/24 by the architect Dinger whose family was influential in the development of Lunteren as a holiday resort.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map