TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Vriezenhuis

Winterswijk Woold, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Address
Wooldseweg 119, 7108 AA Winterswijk Woold (Winterswijk 25)
Place
Winterswijk Woold
Municipality
Winterswijk
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.94754, 6.71068
Part of complex
523450
Monument number
523451

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Clivia ducatus / [Joannes Janssonius]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving onderdeel A SCHOLTEBOERDERIJ op samengestelde plattegrond bestaande uit een blokvormig WOONHUIS dat via een smal eenlaags platgedekt tussenlid is verbonden met een dwarsgeplaatst BEDRIJFSGEDEELTE. Deze dwarsbouw steekt aan de rechterzijde buiten het voorhuis uit. Het BEDRIJFSGEDEELTE is opgetrokken in rode baksteen in kruisverband en bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde bouwdelen elk gedekt met een wolfdak belegd met gesmoorde en deels rode Hollandse pannen.

Het onderkelderde WOONHUIS is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond en is twee bouwlagen en een zolderverdieping hoog onder een afgeplat schilddak belegd met gesmoorde muldenpannen. Het dak is voorzien van enkele dakkapellen en een aantal gemetselde schoorstenen met pijp. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen in kruisverband en verrijkt met pleisterwerk, onder andere in de vorm van hoekpilasters en speklagen. De omlopende, uitgemetselde plint wordt afgesloten door een gepleisterde bloktandlijst. Voorts zijn smeedijzeren sierankers in Art Nouveau-stijl toegepast. Boven het fries met in imitatie-sgraffito uitgevoerde florale Art Nouveau-motieven, wordt de gevel afgesloten door een gekorniste houten bakgoot op deels gemetselde en deels witgeschilderde houten consoles. Overwegend zijn tweeruits schuifvensters (2(1+1)) in de eerste bouwlaag toegepast en stolpvensters met enkelruits bovenlichten op de verdieping. De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL telt vijf vensterassen tussen in blokverband gepleisterde hoekpilasters, waarbij de terugliggende middenas eveneens wordt geflankeerd door in blokverband gepleisterde pilasters. In de terugliggende middenas bevindt zich in de eerste bouwlaag de entree met dubbele paneeldeuren met Neo-Renaissance detaillering en een venster achter smeedijzeren traliewerk en een tweeruits bovenlicht. Het portiek is bekleed met stucwerk en geglazuurde wandtegels en bevat rechts een marmoriet plaat met de datum 17-9-1904 en de intialen JWE en HCT. Het portiek wordt omgeven door een deels gepleisterde hoefijzerboog. Op de verdieping geeft een dubbele openslaande deur met enkelruits bovenlicht toegang tot een inpandig balkon houten balustrade. Dit balkon wordt gedragen door een hoefijzerboog voor het portiek en consoles eveneens omgeven door een deels gepleisterde hoefijzerboog. In de eerste en tweede bouwlaag bevinden zich ter weerszijden van de middenas vensters zoals omschreven. De vensters worden aan de bovenzijde afgesloten door een gepleisterde latei met gesneden onderrand en iets schuin naar boven doorgetrokken hoekstukken. Hierboven bevindt zich nog een gemetselde segmentboog. Aan de onderzijde rusten de vensters van de eerste bouwlaag op een doorlopende waterlijst en de vensters van de verdieping elk op een gepleisterde onderdorpel met opstaande hoekstukken die van een Art Nouveau-detaillering voorzien zijn. Links en rechts in het dakschild bevindt zich een dakkapel onder een overstekend lessenaarsdak voorzien van windveren met bijzonder gesneden uiteinden, gelijkend op hondenkoppen. De kapellen hebben gekoppelde enkelruits vensters. De asymmetrisch ingedeelde voorgevel van het ACHTERHUIS wordt gedomineerd door een licht vooruitspringende partij met puntgevel. In deze partij bevinden zich in de eerste bouwlaag twee schuifvensters (1(1+1)) en in de topgevel die is gevuld met pseudo vakwerk en gepleisterde kruismotieven een tweede venster. De gevel bezit rechts een gepleisterde hoekpilaster. In het linker geveldeel bevinden zich drie schuifvensters. De RECHTER ZIJGEVEL van het voorhuis bestaat rechts uit een twee vensterassen brede, licht vooruitspringende partij met in de eerste en tweede bouwlaag vensters zoals reeds beschreven. In de terugliggende linker partij bevinden in de vertikale middenas twee reeds beschreven vensters boven elkaar. In het dakschild rechts bevindt zich een dakkapel zoals reeds beschreven en links een niet-oorspronkelijk dakraam. Het platgedekte eenlaagse tussenlid bezit rechts een T-venster met drieruits bovenlicht en links de entree onder een met schubleien belegde luifel gedragen door gesneden consoles. De gevel wordt afgesloten door een iets uitkragende opengewerkte gemetselde borstwering met hoekpilasters. De RECHTER ZIJGEVEL van het achterhuis bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde schuren. De twee geveldelen zijn omgeven door gepleisterde hoekpilasters en gepleisterde vlechtingen die onder de dakrand doorlopen in een tandlijst. Het asymmetrisch ingedeelde rechter geveldeel heeft in het midden nieuwe deuren in een oorspronkelijke gevelopening, geflankeerd door vier segmentboogvormig afgesloten stalraampjes. Voor de zolder bevindt zich een gevelopening waar zich oorspronkelijk een dubbel laadluik zal hebben bevonden maar die nu gevuld is met dubbele deuren. In het linker geveldeel bevinden zich ver terugliggende dubbele deeldeuren. Rechts en links van deze met pleisterwerk omgeven gevelopening bevinden zich deuropeningen onder tweeruits bovenlichten, met rechts nog de oorspronkelijke deur. Deze deuren zijn aan de bovenzijde afgesloten met een gepleisterde latei. Geheel links bevindt zich een segmentboogvormig afgesloten stalraam. Recht boven de twee deuren is in twee verdiepte velden in hoog reliëf de bouwdatum `anno'/`1905' aangebracht. Voor de zolder zijn twee met pleisterwerk omgeven blinde vensters aangebracht. De asymmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEVEL bestaat rechts uit een breder deel met centraal in de eerste bouwlaag een tweeruits schuifvenster en op de verdieping twee stolpvensters met enkelruits bovenlicht. In het links hiervan licht vooruitspringende geveldeel bevindt zich op de begane grond een dubbele openslaande tuindeur en op de verdieping een stolpvenster met enkelruits bovenlicht. De vensters zijn gedetailleerd als in de voorgevel. In het dakschild bevindt zich rechts een recent dakraam en links een oorspronkelijke dakkapel, uitgevoerd zoals beschreven bij de voorgevel. Het tussenlid bestaat links uit een recent aangebracht keukenraam. De linker zijgevel van het achterhuis bestaat uit de oorspronkelijke gevelopeningen die met kunststof deuren en ramen zijn voorzien. De ACHTERGEVEL van het voorhuis heeft rechts naast de aansluiting van het tussenlid in de eerste bouwlaag een klein raampje en hoger in dezelfde vertikale as twee traplichten gevuld met glas-in-lood. Het plat van het tussenlid is toegankelijk via een deur onder bovenlicht. De structuur van de achtergevel van het achterhuis is deels verstoord en bestaat rechts uit drie gedeelde betonnen stalramen en voorts uit twee maal dubbele openslaande deuren onder oorspronkelijke dorpels. Geheel links bevindt zich nog een venster. De indeling van het INTERIEUR bevindt zich nog grotendeels in oorspronkelijke staat. Het voorhuis heeft op de begane grond, in de middenbeuk een gang en een trappenhuis met rechts hiervan een woonkeuken en een woonvertrek en links kamers - en - suite. De verdieping bezit ter weerszijden van de middengang slaapvertrekken. Het slaapvertrek voor in de rechterbeuk bezit een schouw. In het tussenlid bevindt zich een verbindingsgang en is een niet-oorspronkelijke keuken ondergebracht. Het achterhuis heeft een oudere oorsprong en bestaat uit een voormalige knechtenwoning en de opkamer met kelder, die verbouwd zijn tot vakantieappartement. De voormalige deel met grupstal, paardestal en varkensstal zijn verbouwd tot cursuszalen. Het interieur bezit vele oorspronkelijke elementen. De vertrekken in het woonhuis zijn nog vrijwel volledig in oorspronkelijke staat. Zo zijn de wanden van de gang voorzien van pleisterwerk met schijnvoegen, bijzonder rijk uitgevoerde granitovloeren met patronen in mozaïek in hal en woonkeuken, een houten haardpartij in de woonkeuken, verscheidene houten schouwen en boezems voorzien van een pilasteromlijsting op de boezem, bewerkte ruiten met florale Art Nouveau-motieven in de tochtdeuren, glas-in-loodlichten met bloemen in het trappenhuis en gehoute binnendeuren, waarvan enkele met een rijk uitgevoerde omlijsting. In de woonvertrekken bevinden zich stucplafonds met florale Art Nouveau-motieven.

Waardering

SCHOLTEBOERDERIJ (complexonderdeel A) uit 1905

-Van architectonische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een scholteboerderij, die opvalt vanwege hoogstaande esthetische kwaliteiten in in- en exterieur, die onder andere tot uiting komen in de fraaie hoofdvorm van bijna vrijstaand voorhuis en dwarsgeplaatst achterhuis en vanwege de villa-achtige detaillering van de boerderij met invloeden van enerzijds Neo-Renaissance en anderzijds Art Nouveau.

-Van stedenbouwkundige waarde als hoofdonderdeel van het boerderijcomplex dat aan de Wooldseweg een belangrijke beeldbepalende rol speelt.

-Van cultuurhistorische waarde als uiting van een sociale en agrarische ontwikkeling, als voorbeeld van de behuizing van een scholteboer waarin de status en rijkdom van de boer goed zijn af te lezen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description component A SCHOLTEBOERDERIJ on a composite ground plan consisting of a cubic DWELLING HOUSE that is connected via a narrow single-storey flat-roofed intermediate section to a transversely-placed BUSINESS SECTION. This transverse building projects beyond the front house on the right side. The BUSINESS SECTION is constructed in red brick in Flemish bond and consists of two building units coupled to each other, each covered with a half-hipped roof laid with peg tiles and partly red Dutch tiles.

The cellaraged DWELLING HOUSE is constructed on a rectangular ground plan and is two storeys and an attic storey high under a truncated hipped roof laid with peg tiles. The roof is provided with several roof dormers and a number of brick chimneys with pipes. The walls are constructed in red brick in Flemish bond and enriched with plasterwork, including in the form of corner pilasters and dentil bands. The surrounding rendered plinth is finished with a plastered dentil moulding. Furthermore, wrought-iron ornamental wall anchors in Art Nouveau style are employed. Above the frieze with florally-executed Art Nouveau motifs in imitation sgraffito, the facade is finished with a corniced wooden gutter on partly brick and partly whitewashed wooden corbels. Predominantly two-light sash windows (2(1+1)) are applied on the first storey and casement windows with single-light fanlights on the upper storey. The symmetrically arranged FRONT FACADE counts five window bays between corner pilasters plastered in block bond, whereby the recessed central bay is also flanked by pilasters plastered in block bond. In the recessed central bay, in the first storey is situated the entrance with double panel doors with Neo-Renaissance detailing and a window behind wrought-iron grilles and a two-light fanlight. The porch is clad with stucco and glazed wall tiles and contains on the right a marble plaque with the date 17-9-1904 and the initials JWE and HCT. The porch is surrounded by a partly plastered horseshoe arch. On the upper storey, a double opening door with single-light fanlight gives access to an internal balcony with wooden balustrade. This balcony is supported by a horseshoe arch in front of the porch and corbels likewise surrounded by a partly plastered horseshoe arch. On the first and second storeys are located on either side of the central bay windows as described. The windows are finished at the top by a plastered lintel with carved underside and corner pieces drawn slightly upwards. Above this is still a brick segmental arch. At the bottom the windows of the first storey rest on a continuous drip moulding and the windows of the upper storey each on a plastered window sill with raised corner pieces that are provided with Art Nouveau detailing. Left and right in the roof panel is a roof dormer under an overhanging lean-to roof provided with wind vanes with particularly carved ends, resembling dog heads. The dormers have coupled single-light windows. The asymmetrically arranged front facade of the REAR HOUSE is dominated by a slightly projecting section with pointed gable. In this section are situated in the first storey two sash windows (1(1+1)) and in the apex gable which is filled with pseudo timber-framing and plastered cross motifs a second window. The facade has on the right a plastered corner pilaster. In the left facade section are situated three sash windows. The RIGHT SIDE FACADE of the front house consists on the right of a two-window-bay wide, slightly projecting section with windows as already described on the first and second storeys. In the recessed left section are situated in the vertical central bay two windows already described one above the other. In the roof panel on the right is situated a roof dormer as already described and on the left a non-original roof window. The flat-roofed single-storey intermediate section has on the right a T-window with three-light fanlight and on the left the entrance under a canopy covered with slate tiles and supported by carved corbels. The facade is finished with a slightly projecting openwork brick parapet with corner pilasters. The RIGHT SIDE FACADE of the rear house consists of two sheds coupled to each other. The two facade sections are surrounded by plastered corner pilasters and plastered wattle that continues under the eaves in a dentil band. The asymmetrically arranged right facade section has in the middle new doors in an original opening, flanked by four segmental-arched closed stable windows. For the attic is situated a facade opening where originally a double loading hatch will have been but which is now filled with double doors. In the left facade section are situated far-recessed double split doors. To the right and left of this door opening surrounded with plasterwork are door openings under two-light fanlights, with on the right still the original door. These doors are finished at the top with a plastered lintel. Far left is situated a segmental-arched closed stable window. Directly above the two doors is in two recessed fields in high relief the construction date 'anno'/1905' applied. For the attic two plastered blind windows are arranged. The asymmetrically arranged LEFT SIDE FACADE consists on the right of a wider section with centrally in the first storey a two-light sash window and on the upper storey two casement windows with single-light fanlight. In the slightly projecting facade section to the left hereof is situated on the ground floor a double opening garden door and on the upper storey a casement window with single-light fanlight. The windows are detailed as in the front facade. In the roof panel is situated on the right a recent roof window and on the left an original roof dormer, executed as described for the front facade. The intermediate section consists on the left of a recently added kitchen window. The left side facade of the rear house consists of the original facade openings which are provided with plastic doors and windows. The REAR FACADE of the front house has on the right next to the junction of the intermediate section in the first storey a small window and higher in the same vertical axis two staircase lights filled with leaded glass. The flat roof of the intermediate section is accessible via a door under fanlight. The structure of the rear facade of the rear house is partly disturbed and consists on the right of three divided concrete stable windows and further of two pairs of double opening doors under original sills. Far left is still a window. The layout of the INTERIOR is still largely in its original state. The front house has on the ground floor, in the central aisle a corridor and a staircase with to the right hereof a living kitchen and a living room and to the left rooms en suite. The upper storey has on either side of the central corridor bedrooms. The bedroom in front in the right aisle has a fireplace. In the intermediate section is situated a connecting corridor and a non-original kitchen has been accommodated. The rear house has an older origin and consists of a former servants' dwelling and the parlour with cellar, which have been converted to a holiday apartment. The former section with general stabling, horse stable and pig stable have been converted to course rooms. The interior has many original elements. The rooms in the dwelling house are still virtually completely in their original state. Thus the walls of the corridor are provided with plasterwork with false joints, particularly richly executed granite floors with patterns in mosaic in the hall and living kitchen, a wooden fireplace section in the living kitchen, various wooden fireplaces and chimney breasts provided with a pilaster frame on the breast, worked panes with floral Art Nouveau motifs in the draught doors, leaded-glass lights with flowers in the staircase and wooden internal doors, some of which with a richly executed frame. In the living rooms are stucco ceilings with floral Art Nouveau motifs.

Valuation

SCHOLTEBOERDERIJ (complex component A) from 1905

-Of architectural value as a fine and complete example of a scholteboerderij, which stands out because of high aesthetic qualities in interior and exterior, which are expressed among other things in the fine main form of an almost detached front house and transversely-placed rear house and because of the villa-like detailing of the farm with influences on the one hand from Neo-Renaissance and on the other hand from Art Nouveau.

-Of urban planning value as main component of the farm complex that plays an important image-determining role on the Wooldseweg.

-Of cultural-historical value as an expression of a social and agrarian development, as an example of the housing of a scholteboer in which the status and wealth of the farmer can be clearly read.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map