TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Tengnagelshoek 9

Zutphen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built
1842
Address
Tengnagelshoek 9, 7201 NE Zutphen (and others)
Place
Zutphen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.14420, 6.19975
Monument number
523415

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

4 historical maps cover this location, the earliest the 1838 map "Holland & Belgium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Vrijstaande rooms-katholieke PASTORIE gebouwd in 1842, grondig vernieuwd in 1902 door de architect F.A. LUDEWIG in overgangsarchitectuur. In 1902 is vrijwel een nieuw huis gebouwd met behoud van de achterbouw die bestaat uit de halfronde uitbouw aan de achterzijde als restant van de muurtoren van de middeleeuwse stadsmuur, die ook onder de bescherming valt. In 1934 vindt een wijziging in het interieur plaats uitgevoerd door Jacobs gevolgd door een interne wijziging in 1981 door Boerman. Jacobs heeft in 1934 tevens de vensters gewijzigd in de voor- en achtergevel, de erker in de voorgevel gerealiseerd, van twee kleine dakkapellen één gemaakt en een uitbouw gerealiseerd aan de rechterzijde in aansluiting op de tuinmuur. De pastorie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Zutphen als onderdeel van het voormalig katholiek centrum bestaande uit een kerk, kapel, gasthuis en schoolgebouwen. Momenteel is de begane grond van de pastorie in gebruik als kantoor van de Vrije School. Op de verdieping bevinden zich twee appartementen.

Omschrijving

PASTORIE uit 1902 met rechthoekige plattegrond bestaande uit twee bouwlagen en een zolder afgesloten door een schilddak gedekt met gesmoorde kruispannen. In het voor- en achterschild bevindt zich een dakkapel met in het rechterzijschild een rechthoekige bakstenen schoorsteenschacht. De gevels met uitgemetseld trasraam en rollaag zijn opgetrokken in lichtbruine baksteen in kruisverband. De gevels eindigen in een rij uitgemetselde bakstenen kruismotieven waarboven een smal bakstenen rondboogfries onder de geprofileerde bakgoot. Ter hoogte van de onder-, wissel- en bovendorpels bevinden zich speklagen van grijs-rode baksteen. De vensters bestaan grotendeels uit terug gelegen gekoppelde vensters met enkelruits onderramen en glas-in-loodramen in de bovenlichten. In de glas-in-loodramen worden drie lichtgele spitsbogen afgebeeld aan de buitenzijden opgevuld met hardblauw en hardgeel. De vensters worden aan de onderzijde afgesloten door een hardstenen lekdorpel en aan de bovenzijde door een hardstenen latei met boven elk venster een segmentboog. De onderramen worden van de bovenlichten gescheiden door een zandstenen kalf. Verticaal worden de vensters van elkaar gescheiden door bakstenen geprofileerde muurstijlen met aan de boven- en onderzijde een zandstenen blokje dat onderdeel uitmaakt van de velling. Het zandstenen blokje onder de latei of het kalf heeft een extra decoratie in de vorm van gebeeldhouwde vruchten (druiven, peer) of plantenmotieven. De entree in de voorgevel wordt afgesloten door eenzelfde decoratief gebeeldhouwd zandstenen rondboog met kruismotief. Tegen de achtergevel bevindt zich een tweelaags aanbouw met plat dak in 1934 opgetrokken in bruinrode baksteen in halfsteens verband. Op en tegen deze aanbouw bevindt zich een vierkante bakstenen schoorsteenschacht. Centraal in deze aanbouw bevindt zich een halfronde uitbouw daterend uit 1842 met plat dak op de fundamenten van de middeleeuwse muurtoren. De halfronde uitbouw wordt aan weerszijden geflankeerd door rechthoekige aanbouwsels van één bouwlaag met plat dak in halfsteens verband waarvan de rechteraanbouw de hoek omgaat en tevens een deel van de linkerzijgevel beslaat. In de ronde gepleisterde uitbouw bevinden zich twee gevelstenen met daarop de tekst HR HUBERTS/ R.C. PASTOOR / 1842' en J.T. van GINKEL/ KERK/ 1842' betrokken bij de bouw van de pastorie in 1842.

Centraal in de VOORGEVEL bevindt zich de ingangspartij bestaande uit twee hardstenen treden, een rondboogvormig portiek en een terug gelegen paneeldeur met meerruits rondboogvormig bovenlicht. De glasindeling in de paneeldeur wordt afgesloten door ijzeren paneelroosters met een rijk bewerkt open gewerkt ijzeren beslag rondom de brievenbus. Het portiek met velling wordt aan de bovenzijde afgesloten door een bakstenen rondboog met zandstenen aanzetstenen en een zandstenen geprofileerde rondboog. Middenboven krijgt de rondboog een spits met geprofileerd kruisvorm met bloemmotief op een zandstenen getrapte achtergrond. Middenboven bevinden zich twee gekoppelde terug gelegen vensters van elkaar gescheiden door geprofileerde bakstenen muurstijlen. Links van de entree bevindt zich een vijfzijdige erker op een bakstenen fundament afgesloten door een plat dak. Aan de voorzijde bevinden zich drie gekoppelde vensters, in de schuine zijde één venster met aan de buitenzijde nogmaals één venster. De vensters worden van elkaar gescheiden door geprofileerde bakstenen muurstijlen. Op de verdieping bevinden zich drie terug gelegen gekoppelde vensters. Rechts van de entree bevindt zich zowel op de begane grond als op de verdieping drie gekoppelde vensters van hetzelfde type. In het dakschild met zinken nokbekleding en bolpiron bevindt zich een dakkapel met drie gekoppelde glas-in-loodramen, een beschoten top met geprofileerde windveren met achterliggend aangekapt zadeldak.

De vensters in de LINKERZIJGEVEL zijn onregelmatig verdeeld. Uiterst rechts bevindt zich de zijgevel van de tweelaags aanbouw met plat dak met op de verdieping twee gekoppelde draairamen met glas-in-loodramen in de bovenlichten. Op de begane bevindt zich de éénlaags aanbouw als zijvleugel van de rondbouw in de achtergevel. Links haaks op deze gevel grenst een overblijfsel van de stadsmuur afgesloten door een ezelsrug. Rechts bevindt zich een rechthoekige verplaatste deur afgesloten door een rollaag. Vervolgens bevindt zich een hoger geplaatste rechthoekige nieuwe deur afgesloten door een rollaag met ervoor gelegen ijzeren trap. In de gevel bevinden zich speklagen van grijs-rode baksteen. Grenzend aan de aanbouw bevindt zich een lagere aanbouw met plat dak met een enkelruits raam met traliewerk rechtsboven. Boven het platte dak bevinden zich twee naast elkaar gelegen enkelruits ramen afgesloten door een segmentboog. Vervolgens bevinden zich op de begane grond drie onregelmatig verdeelde twee gekoppelde vensters met bakstenen muurstijlen. Op de verdieping bevindt zich van links naar rechts drie gekoppelde vensters met bakstenen muurstijlen, tweemaal een T-venster waarvan het twee-ruits onderraam van het glas-in-lood bovenlicht gescheiden is door een zandstenen kalf en een enkelruits venster met glas-in-lood bovenlicht en zandstenen kalf.

Centraal in de ACHTERGEVEL bevindt zich de halfronde gepleisterde uitbouw met gepleisterd bakstenen plint boven de restanten van de middeleeuwse muurtoren met rechts een kelderraam en links een deur. Boven de plint verjongt de gevel zich met centraal een dubbele deur met drieruits glasindeling met tweeruits rondboogvormig bovenlicht met rechthoekige geprofileerde omlijsting. De centrale deur wordt aan weerszijden geflankeerd door een gevelsteen en een zesruits naar binnenslaand stolpraam met identiek bovenlicht en omlijsting. Onder de vensters bevindt zich siermetselwerk. De ronde gevel wordt afgesloten door een houten daklijst met achterliggend plat dak met ijzeren strak vormgegeven balustrade. Op de verdieping in de tweelaagse aanbouw bevindt zich centraal tweemaal een raampartij dat elkaars spiegelbeeld is. De raampartij bestaat uit een enkele deur met glasindeling aan de buitenzijde aan één zijde geflankeerd door drie gekoppelde zijramen alle voorzien van glas-in-loodramen in de bovenlichten. Op de begane grond links van de ronde gevel bevindt zich een vleugel in halfsteens verband met uiterst links drie gekoppelde deur/raampartijen bestaande uit zesruits deuren met tweeruits bovenlicht. Een steektrap geeft toegang tot deze vleugel. In de rechtervleugel opgetrokken in lichtbruine baksteen bevinden zich twee gekoppelde T-vensters afgesloten door een rollaag met op kelderniveau twee gekoppelde ramen met traliewerk.

In de asymmetrische RECHTERZIJGEVEL bevinden zich voornamelijk terug gelegen gekoppelde vensters met bakstenen muurstijlen. Uiterst links is de gevel blind gevolgd door een vensteras met op de begane grond en de verdieping een identiek venster. In de aangrenzende as bevindt zich op de begane grond een later aangebrachte entree. De entree bestaat uit een steektrap aan weerszijden geflankeerd door zijmuren met ijzeren leuning voor de deuropening met aan de linkerzijde een zijlicht. Halverwege de verdieping bevinden zich vier gekoppelde glas-in-loodramen met bakstenen muurstijlen voor de lichtinval in de achterliggende trappartij. Onder de daklijst bevinden zich twee gekoppelde vensters met bakstenen muurstijlen met aan de rechterzijde gelegen een enkelruits raam. De vensteras rechts van de entree is identiek aan de vensteras links van de entree. De gevel van het hoofdvolume eindigt in een vensteras met op de begane grond en de verdieping drie gekoppelde vensters met glas-in-loodramen in de bovenlichten van elkaar gescheiden door bakstenen muurstijlen. Deze as wordt aan de rechterzijde begrenst door een uitgemetseld bakstenen rookkanaal die uitsteekt boven de dakvoet. Aan de rechterzijde van het rookkanaal bevindt zich de tweelaags aanbouw met op de begane grond de éénlaagse uitbouw.

De onderdelen in het INTERIEUR dateren uit verschillende perioden. De lange gang met tochtportaal leidt van de entree naar de ovale kamer. Het tochtportaal bestaat uit een enkele deur met vierruits glasindeling met enkelruits bovenlicht door een H-vormige glas-in-loodstrook van elkaar gescheiden. In de gang bevindt zich een terrazzo vloer bestaande uit rechthoekige gemêleerde invullingen omlijst door een zwart-grijze rand. In een vlak bevindt zich een cirkel bestaande uit zwarte mozaïek met wit ingelegd vierkant met langs de rand van de cirkel de tekst SALUS PAX INTRANTIBUS' in witte mozaïek letters. Een rondboog herinnert nog aan de oorspronkelijke doorgang naar de trappartij. Momenteel is een deel van de oorspronkelijke bordestrap verwijderd en een steektrap toegevoegd die uitkomt bij de zij-ingang in de rechterzijgevel. De oorspronkelijke houten trapdelen bestaan uit kraalschroten delen met geprofileerde muurstijlen en korbelen geschilderd in de kleuren bruin en groen. Aan weerszijden van de gang bevinden zich kamers aan de rechterzijde onderbroken door de trappartij. De lambrisering in de kamer en suite aan de linkerzijde is aangebracht in 1934 bestaande uit 'Fransch-noten triplex platen' in een zwarte geprofileerde omlijsting. De gang eindigt in de ovale kamer waarvan de muurtoren onderdeel uitmaakt met ingebouwde muurkasten afgesloten door holle paneeldeuren en een zandstenen neogotische schoorsteenmantel. In het gehele pand bevinden zich de originele paneeldeuren met houten geprofileerde omlijsting.

Waardering

Vrijstaande rooms-katholieke PASTORIE gebouwd in 1842, grondig vernieuwd in 1902 door de architect F.A. LUDEWIG in overgangsarchitectuur, deels gebouwd op de restanten van een middeleeuwse muurtoren en stadsmuur.

- Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een gaaf bewaarde pastorie in overgangsarchitectuur van de architect Ludewig met neogotische invloeden. De resten van de muurtoren en stadsmuur zijn van belang als overblijfsel van de middeleeuwse verdedigingswerken.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging van de pastorie op fundamenten van de middeleeuwse stadsmuur met muurtoren in een voormalig rooms-katholiek centrum bestaande uit een pastorie, een kapel met gasthuis, lagere meisjes- en jongensschool en een kerk.

- Van cultuurhistorische waarde als voorbeeld van het type pastorie representatief voor de ontwikkeling van het religieuze leven in Nederland.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Detached Roman Catholic PARSONAGE built in 1842, thoroughly renovated in 1902 by the architect F.A. LUDEWIG in transitional architecture. In 1902 virtually a new house was built with retention of the rear section consisting of the semicircular extension at the rear as a remnant of the wall tower of the medieval town wall, which also falls under protection. In 1934 an internal modification takes place carried out by Jacobs followed by an internal modification in 1981 by Boerman. In 1934 Jacobs also modified the windows in the front and rear façade, realised the bay window in the front façade, made one roof dormer out of two small ones and realised an extension on the right side in connection with the garden wall. The parsonage is located within the built-up area of Zutphen as part of the former Catholic centre consisting of a church, chapel, hospital and school buildings. Currently the ground floor of the parsonage is in use as an office of the Vrije School. On the first floor there are two apartments.

Description

PARSONAGE from 1902 with rectangular floor plan consisting of two storeys and an attic closed off by a hipped roof covered with dampened crossed tiles. In the front and rear slope there is a roof dormer with in the right side slope a rectangular brick chimney stack. The façades with raised ashlar courses and string courses are constructed in light brown brick in Flemish bond. The façades end in a row of raised brick cross motifs above which a narrow brick semicircular arch frieze under the moulded brick gutter. At the level of the lower, intermediate and upper lintels there are lime mortar courses of grey-red brick. The windows consist largely of recessed coupled windows with single-runnelled lower frames and leaded glass windows in the fanlights. In the leaded glass windows three light yellow pointed arches are depicted on the outer sides filled with hard blue and hard yellow. The windows are closed at the bottom by a stone drip moulding and at the top by a stone lintel with above each window a segmental arch. The lower frames are separated from the fanlights by a sandstone mullion. Vertically the windows are separated from each other by moulded brick wall mullions with at the top and bottom a sandstone block that forms part of the quoin. The sandstone block under the lintel or mullion has an additional decoration in the form of carved fruit (grapes, pear) or plant motifs. The entrance in the front façade is closed off by an identical decorative carved sandstone semicircular arch with cross motif. Against the rear façade there is a two-storey extension with flat roof built in 1934 in reddish-brown brick in half-brick bond. On and against this extension is a square brick chimney stack. Central in this extension is a semicircular extension dating from 1842 with flat roof on the foundations of the medieval wall tower. The semicircular extension is flanked on either side by rectangular extensions of one storey with flat roof in half-brick bond of which the right extension turns the corner and also covers part of the left side façade. In the round rendered extension there are two façade stones inscribed with the text HR HUBERTS/ R.C. PASTOOR / 1842' and J.T. van GINKEL/ KERK/ 1842' involved in the construction of the parsonage in 1842.

Central in the FRONT FAÇADE is the entrance section consisting of two stone steps, a semicircular portico and a recessed panelled door with multi-runnelled semicircular fanlight. The glazing in the panelled door is closed off by iron panel grilles with an ornately worked open wrought iron fitting around the letterbox. The portico with quoin is closed off at the top by a brick semicircular arch with sandstone voussoirs and a moulded sandstone semicircular arch. At the apex the arch receives a point with moulded cross form with floral motif on a sandstone stepped background. At the apex there are two coupled recessed windows separated from each other by moulded brick wall mullions. To the left of the entrance is a five-sided bay window on a brick foundation closed off by a flat roof. On the front there are three coupled windows, on the angled side one window with on the outside again one window. The windows are separated from each other by moulded brick wall mullions. On the first floor there are three recessed coupled windows. To the right of the entrance there are both on the ground floor and on the first floor three coupled windows of the same type. In the roof slope with zinc ridge capping and cresting there is a roof dormer with three coupled leaded glass windows, a rendered gable with moulded bargeboards with behind it a mansard roof.

The windows in the LEFT SIDE FAÇADE are irregularly distributed. At the far right is the side façade of the two-storey extension with flat roof with on the first floor two coupled casement windows with leaded glass windows in the fanlights. On the ground floor is the single-storey extension as side wing of the round extension in the rear façade. To the left at right angles to this façade adjoins a remnant of the town wall closed off by a saddle roof. To the right is a rectangular relocated door closed off by a string course. Subsequently there is a higher placed rectangular new door closed off by a string course with in front an iron staircase. In the façade there are lime mortar courses of grey-red brick. Adjoining the extension is a lower extension with flat roof with a single-runnelled window with grillwork at the upper right. Above the flat roof there are two adjacent single-runnelled windows closed off by a segmental arch. Subsequently on the ground floor there are three irregularly distributed two coupled windows with brick wall mullions. On the first floor there are from left to right three coupled windows with brick wall mullions, twice a T-window of which the two-runnelled lower frame is separated from the leaded glass fanlight by a sandstone mullion and a single-runnelled window with leaded glass fanlight and sandstone mullion.

Central in the REAR FAÇADE is the semicircular rendered extension with rendered brick plinth above the remains of the medieval wall tower with on the right a cellar window and on the left a door. Above the plinth the façade tapers with central a double door with three-runnelled glazing with two-runnelled semicircular fanlight with rectangular moulded surround. The central door is flanked on either side by a façade stone and a six-runnelled outward-opening casement window with identical fanlight and surround. Below the windows there is decorative brickwork. The round façade is closed off by a wooden cornice with behind it flat roof with iron severely formed balustrade. On the first floor in the two-storey extension there are centrally twice a window section that is each other's mirror image. The window section consists of a single door with glazing on the outside flanked on one side by three coupled side windows all provided with leaded glass windows in the fanlights. On the ground floor to the left of the round extension is a wing in half-brick bond with at the far left three coupled door/window sections consisting of six-runnelled doors with two-runnelled fanlight. A staircase provides access to this wing. In the right wing constructed in light brown brick there are two coupled T-windows closed off by a string course with on cellar level two coupled windows with grillwork.

In the asymmetrical RIGHT SIDE FAÇADE there are mainly recessed coupled windows with brick wall mullions. At the far left the façade is blind followed by a window bay with on the ground floor and the first floor an identical window. In the adjoining bay there is on the ground floor a later added entrance. The entrance consists of a staircase flanked on either side by side walls with iron railing for the door opening with on the left side a sidelight. Halfway up the first floor there are four coupled leaded glass windows with brick wall mullions for light to the staircase behind. Below the cornice there are two coupled windows with brick wall mullions with on the right side a single-runnelled window. The window bay to the right of the entrance is identical to the window bay to the left of the entrance. The façade of the main volume ends in a window bay with on the ground floor and the first floor three coupled windows with leaded glass windows in the fanlights separated from each other by brick wall mullions. This bay is bounded on the right by a raised brick flue stack that projects above the roof edge. To the right of the flue stack is the two-storey extension with on the ground floor the single-storey extension.

The components in the INTERIOR date from different periods. The long corridor with draught vestibule leads from the entrance to the oval room. The draught vestibule consists of a single door with four-runnelled glazing with single-runnelled fanlight separated by an H-shaped leaded glass strip. In the corridor there is a terrazzo floor consisting of rectangular variegated infills bordered by a black-grey edge. In one section there is a circle consisting of black mosaic with white inlaid square with along the edge of the circle the text SALUS PAX INTRANTIBUS' in white mosaic letters. A semicircular arch still recalls the original passage to the staircase. Currently part of the original main staircase has been removed and a staircase added that leads to the side entrance in the right side façade. The original wooden stair treads consist of bead-moulded components with moulded wall mullions and corbels painted in the colours brown and green. On either side of the corridor there are rooms on the right side interrupted by the staircase. The wainscoting in the en suite room on the left is applied in 1934 consisting of 'French walnut three-ply boards' in a black moulded surround. The corridor ends in the oval room of which the wall tower forms part with built-in wall cupboards closed off by hollow panelled doors and a sandstone neo-gothic fireplace mantelpiece. Throughout the building there are the original panelled doors with wooden moulded surrounds.

Valuation

Detached Roman Catholic PARSONAGE built in 1842, thoroughly renovated in 1902 by the architect F.A. LUDEWIG in transitional architecture, partly built on the remains of a medieval wall tower and town wall.

- Of architectural-historical value as a fine example of a well-preserved parsonage in transitional architecture by the architect Ludewig with neo-gothic influences. The remains of the wall tower and town wall are of importance as a remnant of the medieval defences.

- Of urban planning value due to the location of the parsonage on foundations of the medieval town wall with wall tower in a former Roman Catholic centre consisting of a parsonage, a chapel with hospital, lower girls' and boys' school and a church.

- Of cultural-historical value as an example of the type of parsonage representative of the development of religious life in the Netherlands.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map