Rijksmonumentenregister · Netherlands
St. Gregorius
Buren, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Parochiekerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1886 - 1887
- Address
- Kornedijk 3, 4116 CE Buren (and others)
- Place
- Buren
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.91089, 5.32826
- Monument number
- 523119
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De R.K. KERK ST. GREGORIUS, PASTORIE en TOEGANGSHEK zijn gebouwd in 1886 naar ontwerp van G. te Riele Wzn (1833-1911) in de stijl van de neogotiek. G. te Riele werkte tussen 1870 en 1897 voornamelijk in Overijssel en Gelderland, waar hij een twintigtal neogotische kerken bouwde. Hij was de vader van de Cuypersleerling Wolter te Riele.
De kerk, een driebeukige pseudobasiliek en de pastorie worden met elkaar verbonden door een naar buiten geknikte gang met een stompe hoek van 135 graden, waarin zich de sacristie bevindt. De voorgevel van de kerk ligt hierdoor enigszins afgewend van de pastorie. In de gang bevindt zich de sacristie. De pastorie heeft een bijzonder kleurrijk beschilderd plafond in de rechter achterkamer. Links van de kerk ligt een parochiezaaltje dat niet voor rijksbescherming in aanmerking komt. De kerk is niet georiënteerd. De voorgevel is gericht naar het zuidwesten en het koor naar het noordoosten.
De kerk en de pastorie liggen binnen het beschermd stadsgezicht op een door water omgeven, weelderig begroeid terrein buiten de stadswallen aan de Kornedijk. Het terrein, dat aan de achterzijde aan het kasteelterrein grenst, is bereikbaar via een brug met gemetselde zijkanten en een toegangshek, dat bestaat uit twee gemetselde hekpijlers en een dubbel smeedijzeren draaihek.
Omschrijving
De driebeukige pseudobasiliek heeft een koor met een 5/8 sluiting, een zadeldak met driezijdige sluiting, zijbeuken onder lessenaarsdaken en een toren op vierkante grondslag met ingesnoerde spits, die ter rechterzijde wordt geflankeerd door een traptoren met 5/8 sluiting. De daken en de torenspits zijn gedekt met leien in maasdekking. De lessenaarsdaken zijn ieder voorzien van één dakkapel met afgewolfd zadeldakje met piron, luik en topgeveltje met driepasvormige opening. Het dakje van de traptoren en het nokuiteinde van het dak boven het middenschip worden bekroond door een geornamenteerde piron. De torenspits heeft een kruis als bekroning.
De kerk is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde rode baksteen en heeft rondom een uitspringende plint en een waterlijst, die zijn afgedekt met lichtrode verblendstenen. Ook afzaten, steunbeerversnijdingen en ezelsruggen zijn met deze stenen afgedekt. De gevels van schip en zijbeuken worden afgesloten met een rand siermetselwerk en met een bakgoot, die is bezet met leien in rijndekking.
De 5/8 sluiting van het koor heeft overhoeks geplaatste versneden steunberen op de hoeken. Ieder muurvlak heeft een lancetvenster met glas-in-loodramen. De zijbeuken zijn drie traveeën breed en hebben versneden steunberen op de traveescheiding en op de hoeken, waar ze overhoeks geplaatst zijn. Iedere travee heeft twee lancetvensters met glas-in-lood. De voorgevels van de zijbeuken hebben ieder één lancetvenster. De lessenaarsdaken bevinden zich tussen uitkragende ezelsruggen. Tegen de achterste travee van de echter zijbeuk bevindt zich een uitgebouwde biechtstoel met een rechthoekig grondplan, twee kleine vensters en een lessenaarsdak tussen uitkragende ezelsruggen. In de voorste travee van de rechter zijbeuk bevindt zich een ingemetselde hardstenen plaat met het opschrift: "De eerste steen gelegd/ door/ J. MILTENBURG. Pastoor/ A.J. TUKKER/ P.J. van KOEVERDEN/ Kerkm./ 18 12/7 86.
De toren heeft twee geledingen en versneden overhoekse steunberen op de hoeken. In de voorgevel van de toren bevindt zich een segmentboogvormig afgesloten dubbele houten deur met smeedijzeren sierbeslag en een hardstenen stoep. Boven de deur bevindt zich een spitsboogvenster met een tracering van profielstenen die het venster in drieën deelt. In de tweede geleding bevinden zich aan drie zijden telkens twee spitsboogvormig afgesloten galmgaten. Onder de dakvoet bevindt zich een uitgemetselde rand siermetselwerk. De traptoren heeft kleine glas-in-lood vensters.
Het INTERIEUR van het drie traveeën beslaande driebeukige schip is gedekt met kruisribgewelven, die worden gedragen door zuilen met basementen, kapitelen en achtzijdige dekplaten. Tussen de zuilen en ribben van het middenschip bevinden zich schalken. De ribben van de smalle en lagere zijschepen rusten direct op de dekplaten en op kraagsteentjes. Het een trede hoger gelegen koor met driezijdige sluiting beslaat één travee. Rechts voor het koor is een inpandige biechtstoel met twee segmentboogdeurtjes, die zijn voorzien van gekleurd glas-in-lood en smeedijzeren sierbeslag. Boven de segmentboogvormig afgesloten dubbele binnendeur met sierbeslag is op de eerste verdieping van de toren een door een spitsboog afgesloten ruimte met een houten paneelbalustrade. Hier bevindt zich het zangerskoor.
De vloer is belegd met een tegelmoza'ek van grijze, zwarte, beige en bruine tegels. De kerk is witgesausd, afgezien van de gewelfribben die bestaan uit groen, geel, rood en blauw geschilderde profielstenen. De ramen zijn voorzien van gekleurd glas-in-lood. De vijf ramen in het koor hebben een figuratieve voorstelling v.l.n.r. St. Antonius van Padua, (Heilig Hart van) Maria, Christus als goede herder, St. Gregorius bisschop en een met cirkel-, blad- en bloemmotieven versierd raam met drie engelenkopjes bovenin. Vier ramen dragen een opschrift v.l.n.r.: "S. ANTONIUS A PADUA, S. COR MARIA, EGO SUM PASTOR BONUS, S. GREGORIUS EPISCOPUS". In het mariaraam is de naam van de maker vermeld: "W. MELSEN 1889".
De inventaris is voor het grootste deel bewaard gebleven en bestaat onder meer uit geornamenteerde banken, veertien gesneden en gepolychromeerde kruiswegstaties, links en rechts van het koor het Maria-altaar met mariabeeld en een altaar met een Heilig Hartbeeld, links en rechts van de toegangsdeur beelden van de H. Jozef en Antonius van Padua. De communiebanken zijn verzaagd en de gesneden panelen zijn verwerkt in een lezenaar, een tafel en wandversiering.
De sacristie sluit achter de rechter zijbeuk haaks op de zijgevel van het koor aan. De sacristie heeft een rechthoekig grondplan en een zadeldak met eindschilden aan de kerkzijde, dat is gedekt met leien in maasdekking. De plint van de kerk loopt door en de gevels worden evenals bij de kerk afgesloten met een met leien in rijndekking bezette bakgoot. De sacristie heeft een segmentboogvormig afgesloten deur met een boogtrommel, en een gemetselde stoep. In de achtergevel bevinden zich twee spitsboogvensters met glas-in-lood. De sacristie is via een deur in het koor vanuit de kerk toegankelijk. Het interieur en de inventaris van de sacristie zijn bewaard gebleven. De sacristie heeft glas-lood-ramen met leliemotieven en kasten met briefpanelen. Tegen de rechter zijgevel van de sacristie sluit onder een stompe hoek van ca. 135 graden de verbindingsgang met de pastorie aan.
De blokvormige PASTORIE heeft een rechthoekig grondplan en een kelder, twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een plat dak met omlopende dakschilden en drie gemetselde schoorstenen. Op het voorschild sluit het zadeldakje van de Vlaamse gevel aan. De andere dakschilden hebben ieder één kleine dakkapel met afgewolfd zadeldakje, piron, raam en topgeveltje met driepasvormige uitsparing. De daken zijn gedekt met leien in maasdekking.
De pastorie is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde rode baksteen. De gevels hebben een met rode verblendsteen afgedekte plint, doorlopende waterlijsten waarin de onderdorpels van de vensters van de eerste en de tweede bouwlaag zijn opgenomen, zandstenen speklagen, sierankers en worden afgesloten met een uitgemetselde rand van profielstenen en een houten bakgoot op de muur.
De vensters van de eerste en de tweede bouwlaag zijn gevat in korfboogvormig afgesloten Brugse traveeën, die horizontaal worden doorsneden door de doorlopende waterlijst. De vensters in de eerste bouwlaag zijn recht gesloten en voorzien van een ontlastingssegmentboogje met zandstenen geboorte- en sluitstenen. Hierboven bevindt zich drie blinde nisjes. De vensters van de tweede bouwlaag hebben in de gepleisterde korfboogtrommel een reliëfpatroon en een driepasboog. De korfbogen zelf zijn deels van rode verblendsteen en hebben een zandstenen sluitsteen. De meeste vensters hebben T-schuiframen en glas-in-lood bovenlichten uit de jaren twintig.
De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL telt drie traveeën, waarvan de middelste een risaliet is, bekroond met een Vlaamse gevel in de vorm van een trapgevel tussen twee uitkragende overhoekse pinakels. De pinakels hebben een gemetselde spitse top met smeedijzeren bekroning. De trapgevel heeft afdekplaten en op de top een geornamenteerde smeedijzeren bekroning. In de risaliet bevindt zich de ingangspartij die bestaat uit een korfboogvormig afgesloten omlijsting van rode profielstenen met een houten deur en een glas-in-lood bovenlicht in een kozijn met vellingkanten op hardstenen neuten. Het bovenlicht heeft in het midden een medaillon met een voorstelling van een geitenhoedster met een geit en twee lammetjes in gebrandschilderd glas. De korfboogtrommel is gepleisterd en voorzien van een reliëfpatroon. Voor de deur ligt een hardstenen stoep. Boven de deur bevindt zich een spitsboogvormig spaarveld met twee vensters boven elkaar met resp. een T-schuifraam en een 4-ruits raam met spitsboog bovenlicht voorzien van een vorktracering. Het spaarveld heeft zandstenen geboorte-, boog- en sluitstenen. De middenrisaliet wordt aan weerszijden geflankeerd door een Brugse travee met twee vensters boven elkaar.
De asymmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEVEL telt drie vensterassen, waarvan de voorste twee in de vorm van Brugse traveeën. In de achterste as bevindt zich op de eerste verdieping een korfboogvormig afgesloten blindvenster met onderin een klein segmentboogvormig afgesloten venster met een boog, die is voorzien van zandstenen geboorte- en sluitstenen en een boogtrommel. Op de begane grond sluit de verbindingsgang met de sacristie aan. De gang heeft een plat dak, een voorgevel die op dezelfde wijze is gedetailleerd als de pastorie en een segmentboogvormig afgesloten deur en venster. De achtergevel van de verbindingsgang heeft een rechthoekige uitbouw met een dubbele deur. De linker zijgevel van de uitbouw heeft een klein venster De asymmetrisch ingedeelde RECHTER ZIJGEVEL heeft drie vensterassen in de vorm van Brugse traveeën, waarvan de achterste twee dichter bij elkaar zijn geplaatst.
De nagenoeg symmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL heeft drie Brugse traveeën. In de middentravee bevindt zich de achterdeur met bovenlicht en stoep. Rechts van de middenas bevinden zich in de eerste en de tweede bouwlaag kleine vensters.
De indeling van het INTERIEUR is bewaard gebleven alsmede vele oorspronkelijke interieurelementen. De indeling bestaat uit een middengang met kamers aan weerszijden. Het trappenhuis met de twee-armige bordestrap bevindt zich tussen de linker voorkamer en de keuken links achter. De gang heeft een tegelmozaïek in grijs, zwart en beige tegels en een polychroom beschilderd plafond en kooflijst. De trap heeft een leuning, bestaande uit een geornamenteerde houten trappaal, gesneden spijlen en een geprofileerde handlijst. Bijzonder rijk zijn het met bloem-, blad- en vaasmotieven polychroom beschilderde plafond en kooflijst in de rechter achterkamer. Hier bevindt zich tevens een zwarte hardstenen (petit granit) schoorsteenmantel met reliëfversiering. De eerste verdieping heeft dezelfde indeling. Ook hier heeft de middengang een polychroom beschilderd plafond en kooflijst. Verder zijn in de pastorie geornamenteerde stucplafonds en paneeldeuren in geprofileerde omlijsting bewaard gebleven.
Het TOEGANGSHEK bestaat uit twee gemetselde pijlers met een basement en een uitkragende spitse top die is voorzien van een smeedijzeren bekroning. Tussen de pijlers bevindt zich een dubbel, rijk geornamenteerd, smeedijzeren draaihek.
Waardering
R.K. KERK ST. GREGORIUS, PASTORIE en TOEGANGSHEK uit 1886 naar ontwerp van G. te Riele Wzn.
- Van architectuurhistorische waarde als een goed en vrij gaaf voorbeeld van een kerk met pastorie en toegangshek in de stijl van de neogotiek met esthetische kenmerken in het ontwerp zoals goede verhoudingen en een bijzondere ornamentatie met name in het interieur van zowel de kerk als de pastorie.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de fraaie ligging buiten de stadswallen op een door water omgeven, weelderig begroeid terrein aan de Kornedijk, grenzend aan het kasteelterrein. Het complex is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht.
- Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk het bouwen van overwegend neogotische kerken ten behoeve van de Rooms katholieken na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The R.K. CHURCH ST. GREGORIUS, PARSONAGE and ENTRANCE GATE were built in 1886 after a design by G. te Riele Wzn (1833-1911) in the style of neo-gothic. G. te Riele worked between 1870 and 1897 mainly in Overijssel and Gelderland, where he built some twenty neo-gothic churches. He was the father of Wolter te Riele, a pupil of Cuypers.
The church, a three-aisle pseudo-basilica, and the parsonage are connected to each other by an outwardly bent corridor with an obtuse angle of 135 degrees, in which the sacristy is located. The front facade of the church is thus somewhat turned away from the parsonage. The sacristy is located in the corridor. The parsonage has a particularly colourful painted ceiling in the right rear room. To the left of the church is a parish hall that does not qualify for national monument protection. The church is not oriented. The front facade faces the southwest and the choir faces the northeast.
The church and the parsonage are located within the protected townscape on a water-surrounded, luxuriously vegetated plot outside the town walls on the Kornedijk. The plot, which borders the castle grounds at the rear, is accessible via a bridge with brick-built sides and an entrance gate, which consists of two brick gate pillars and a double wrought-iron swing gate.
Description
The three-aisle pseudo-basilica has a choir with a 5/8 closure, a gabled roof with three-sided closure, side aisles under lean-to roofs and a tower on a square ground plan with a tapered spire, which is flanked on the right by a stair tower with 5/8 closure. The roofs and the tower spire are covered with slate in Maas bond. The lean-to roofs are each provided with one roof dormer with a curved gabled roof with roof finial, shutter and small gable with trefoil opening. The roof of the stair tower and the ridge end of the roof above the nave are crowned by an ornamented roof finial. The tower spire has a cross as its crowning.
The church is built from red brick laid in English bond and has a projecting plinth and drip moulding all around, which are covered with light red facing bricks. Also offsets, buttress caps and saddle stones are covered with these bricks. The facades of the nave and side aisles are finished with a strip of decorative brickwork and a brick gutter, which is set with slate in Rhine bond.
The 5/8 closure of the choir has chamfered buttresses placed diagonally at the corners. Each wall surface has a lancet window with leaded glass windows. The side aisles are three bays wide and have chamfered buttresses at the bay divisions and at the corners, where they are placed diagonally. Each bay has two lancet windows with leaded glass. The front facades of the side aisles each have one lancet window. The lean-to roofs are located between projecting saddle stones. Against the rear bay of the right side aisle is a projecting confessional with a rectangular ground plan, two small windows and a lean-to roof between projecting saddle stones. In the front bay of the right side aisle is an embedded sandstone plate with the inscription: "The first stone laid/ by/ J. MILTENBURG. Rector/ A.J. TUKKER/ P.J. van KOEVERDEN/ Ch.W./ 18 12/7 86.
The tower has two storeys and chamfered diagonal buttresses at the corners. In the front facade of the tower is a segmental arched double wooden door with wrought-iron decorative fittings and a sandstone step. Above the door is a pointed arch window with a tracery of profiled stones that divides the window into three parts. In the second storey are two pointed arch-shaped sound holes on three sides each. Below the roof edge is an embossed strip of decorative brickwork. The stair tower has small leaded glass windows.
The INTERIOR of the three-bay three-aisle nave is covered with cross-ribbed vaults, which are supported by pillars with bases, capitals and octagonal cover plates. Between the pillars and ribs of the central nave are corbels. The ribs of the narrow and lower side aisles rest directly on the cover plates and on small corbel stones. The choir, raised one step higher, with a three-sided closure, occupies one bay. To the right of the choir is an internal confessional with two segmental arched doors, provided with coloured leaded glass and wrought-iron decorative fittings. Above the segmental arched double inner door with decorative fittings is on the first floor of the tower a space enclosed by a pointed arch with a wooden panelled balustrade. Here is the singers' choir.
The floor is paved with a tile mosaic of grey, black, beige and brown tiles. The church is whitewashed, apart from the vault ribs which consist of green, yellow, red and blue painted profiled stones. The windows are provided with coloured leaded glass. The five windows in the choir have a figurative representation from left to right: St. Antonius of Padua, (Sacred Heart of) Mary, Christ as good shepherd, St. Gregorius bishop and a window decorated with circle, leaf and flower motifs with three cherub heads at the top. Four windows bear an inscription from left to right: "S. ANTONIUS A PADUA, S. COR MARIA, EGO SUM PASTOR BONUS, S. GREGORIUS EPISCOPUS". In the Mary window the name of the maker is given: "W. MELSEN 1889".
The inventory has been largely preserved and consists among other things of ornamented pews, fourteen carved and polychrome stations of the cross, to the left and right of the choir the Mary altar with Mary statue and an altar with a Sacred Heart statue, to the left and right of the entrance door statues of St. Joseph and Antonius of Padua. The communion rails have been cut through and the carved panels have been incorporated into a lectern, a table and wall decoration.
The sacristy adjoins at right angles behind the right side aisle to the side facade of the choir. The sacristy has a rectangular ground plan and a gabled roof with end hipped roof sections on the church side, which is covered with slate in Maas bond. The plinth of the church continues and the facades, like the church, are finished with a brick gutter set with slate in Rhine bond. The sacristy has a segmental arched door with an arch drum and a brick step. In the rear facade are two pointed arch windows with leaded glass. The sacristy is accessible from the church via a door in the choir. The interior and inventory of the sacristy have been preserved. The sacristy has leaded glass windows with lily motifs and cupboards with letter panels. Against the right side facade of the sacristy adjoins under an obtuse angle of approximately 135 degrees the connecting corridor with the parsonage.
The blocky PARSONAGE has a rectangular ground plan and a cellar, two storeys and a loft floor under a flat roof with surrounding roof hips and three brick chimneys. On the front hip adjoins the gabled roof of the Flemish gable. The other roof hips each have one small roof dormer with a curved gabled roof, roof finial, window and small gable with trefoil cutout. The roofs are covered with slate in Maas bond.
The parsonage is built from red brick laid in English bond. The facades have a plinth covered with red facing brick, continuous drip mouldings into which the window sills of the first and second storeys are incorporated, sandstone bands, ornamental wall anchors and are finished with an embossed strip of profiled stones and a wooden brick gutter on the wall.
The windows of the first and second storeys are set in corbel arch Bruges bays, which are horizontally intersected by the continuous drip moulding. The windows on the first storey are straight-closed and provided with a relieving segmental arch with sandstone hood and spring stones. Below are three blind niches. The windows of the second storey have a relief pattern in the plastered corbel arch drum and a trefoil arch. The corbel arches themselves are partly of red facing brick and have a sandstone keystone. Most windows have T-sash windows and leaded glass fanlights from the nineteen twenties.
The symmetrically arranged FRONT FACADE has three bays, the middle one of which is a risalit, crowned with a Flemish gable in the form of a stepped gable between two projecting diagonal pinnacles. The pinnacles have a brick spire with wrought-iron crowning. The stepped gable has cover plates and at the top an ornamented wrought-iron crowning. In the risalit is the entrance section consisting of a corbel arch surround of red profiled stones with a wooden door and a leaded glass fanlight in a frame with chamfered edges on sandstone sills. The fanlight has in the middle a medallion with a representation of a goatherd with a goat and two lambs in enamelled glass. The corbel arch drum is plastered and provided with a relief pattern. In front of the door is a sandstone step. Above the door is a pointed arch spandrel with two windows one above the other with respectively a T-sash window and a 4-light window with pointed arch fanlight provided with fork tracery. The spandrel has sandstone hood, arch and spring stones. The middle risalit is flanked on either side by a Bruges bay with two windows one above the other.
The asymmetrically arranged LEFT SIDE FACADE has three window axes, the front two of which are in the form of Bruges bays. In the rear axis on the first floor is a corbel arch blind window with a small segmental arched window at the bottom with an arch provided with sandstone hood and spring stones and an arch drum. On the ground floor adjoins the connecting corridor with the sacristy. The corridor has a flat roof, a front facade detailed in the same way as the parsonage and a segmental arched door and window. The rear facade of the connecting corridor has a rectangular projecting section with a double door. The left side facade of the projection has a small window. The asymmetrically arranged RIGHT SIDE FACADE has three window axes in the form of Bruges bays, the rear two of which are placed closer together.
The nearly symmetrically arranged REAR FACADE has three Bruges bays. In the middle bay is the back door with fanlight and step. To the right of the middle axis are small windows on the first and second storeys.
The arrangement of the INTERIOR has been preserved as well as many original interior elements. The arrangement consists of a central corridor with rooms on either side. The stairwell with the two-armed flight stairs is located between the left front room and the kitchen to the left at the rear. The corridor has a tile mosaic in grey, black and beige tiles and a polychrome painted ceiling and cornice. The stairs have a balustrade consisting of an ornamented wooden newel, carved balusters and a profiled handrail. Particularly rich are the ceiling and cornice in the right rear room polychrome painted with flower, leaf and vase motifs. Here too is a black sandstone (petit granit) fireplace mantel with relief decoration. The first floor has the same arrangement. Here too the central corridor has a polychrome painted ceiling and cornice. Furthermore, ornamented stucco ceilings and panelled doors in profiled surrounds have been preserved in the parsonage.
The ENTRANCE GATE consists of two brick pillars with a base and a projecting spire provided with wrought-iron crowning. Between the pillars is a double, richly ornamented wrought-iron swing gate.
Valuation
R.K. CHURCH ST. GREGORIUS, PARSONAGE and ENTRANCE GATE from 1886 after a design by G. te Riele Wzn.
- Of architectural historical value as a good and reasonably well-preserved example of a church with parsonage and entrance gate in the style of neo-gothic with aesthetic characteristics in the design such as good proportions and particular ornamentation especially in the interior of both the church and the parsonage.
- Of urban planning value because of the fine location outside the town walls on a water-surrounded, luxuriously vegetated plot on the Kornedijk, bordering the castle grounds. The complex is located within the protected townscape.
- Of cultural historical value because of the purpose which is connected with a cultural development namely the building of predominantly neo-gothic churches for the benefit of Roman Catholics after the restoration of the episcopal hierarchy in 1853.
Nearby in the register
- Kasteel van BurenKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Boerderij, Kornedijk 6Boerderijunder 1 mi
- Woonhuis, Kniphoek 20Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Kniphoek 18Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.