Rijksmonumentenregister · Netherlands
Hollandsch-Duitsch gemaal
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gemaal
- Function
- Gemaal(M3)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1933
- Address
- Ubbergseweg 5, 6522 KH Nijmegen
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.84679, 5.87659
- Monument number
- 523041
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1920 map "04. Nijmegen (1920)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het Hollandsch-Duitsch GEMAAL is in opdracht van het toenmalige Nederlandsche Waterschap Nijmegen-Duitse Grens' en het Duitse Deichverband Kleve-Landesgrenze' in 1933 gebouwd naar een ontwerp van ingenieur M.J. Granpré Molière (1883-1972) in samenwerking met de civiel-ingenieur R. VerLoren van Themaat in de stijl van de Delftse School. Granpré Molière verbreidde als hoogleraar aan de Technische Hogeschool in Delft (1924-1953) zijn traditionalistische schoonheidsleer, die vele architecten beïnvloedde en onder de naam Delftse School het gezicht van de Nederlandse architectuur enkele decennia mede bepaalde.
Het gemaal bevindt zich op de plaats waar de Ooyse Bandijk de watergang het Meer kruist en in westelijke richting aansluit op de stuwwal van Nijmegen. Het gemaal is binnendijks gesitueerd tussen de parallel aan de watergang gelegen Ubbergseweg en Dijkgraaf Van Wijckweg. De uitgestrekte polder (ca. 16.500 ha.) betreft voor meer dan de helft Duits grondgebied. De polder watert af via de watergang het Meer op de Waal: vrije lozing bij lage Waalstanden en bemaling bij hoge waterstanden in de Waal.
In 1998-1999 zijn in het kader van de dijkverbetering bij dit waterbouwkundige kunstwerk aanpassingen uitgevoerd. In hoofdlijnen bestond dit project uit drie ingrepen. De in het dijklichaam opgenomen uitwateringssluis met kering (1783) is volledig vervangen door een nieuw schuivenhuis annex uitstroomhoofd. Dit vernieuwde onderdeel valt buiten de bescherming. De tweede ingreep betreft de aanleg van een ecologische verbindingszone met vistrappen en passages voor watergebonden dieren tussen de Waal en het binnendijks gelegen Duits-Nederlandse stroomgebied van het Meer. Ook dit onderdeel komt (nog) niet voor bescherming in aanmerking. Bij de aanpassing van het gemaal - de derde ingreep - is uitgegaan van renovatie. De uiterlijke verschijningsvorm van het gebouw is zoveel mogelijk gerespecteerd. De door diesel- en elektromotoren aangedreven verticale schroef-centrifugaalpompen zijn vervangen door vier horizontale schroefpompen met elektromotoren. De oorspronkelijke capaciteit van ca. 700 kubieke meter per minuut is opgevoerd naar ca. 940 kubieke meter per minuut. Door de diepere ligging van de nieuwe pompen is het instroomhoofd vernieuwd en uitgebreid. Het gemaal heeft niettemin zijn functie alsmede de monumentale karakteristiek behouden.
De in 1942 naast het gemaal gebouwde dienstwoning alsmede het onlangs vernieuwde transformatorhuis vallen buiten de bescherming.
Omschrijving
Het GEMAAL bestaat uit een gedeeltelijk in het dijklichaam opgenomen betonnen onderbouw en een boven het dijkniveau opgetrokken bakstenen bovenbouw op rechthoekig grondplan. De hoge bovenbouw bood oorspronkelijk plaats aan de machinehal, werk- en dienstruimten. De hoofdfuncties van machinehal is komen te vervallen. De betonnen onderbouw was en is in gebruik als pompkelder. De motoren van de vernieuwde pompen zijn na de renovatie eveneens in de kelder ondergebracht. De betonnen onderbouw is aan de buitenzijde bekleed met baksteen. Tijdens de renovatie is dit metselwerk grotendeels vernieuwd. De bovenbouw heeft één bouwlaag en een overstekend zadeldak met de nokrichting evenwijdig aan de Ooyse Bandijk. Deze hoofdbouw heeft aan de rivierzijde een brede uitbouw annex uitstroomhoofd. De uitbouw steekt door de dakvoet heen en is plat gedekt. Op dit platte dak staan twee metalen pijpen met respectievelijk de kleuren van de Nederlandse en Duitse vlag. Het zadeldak van de hoofdbouw is gedekt met gesmoorde opnieuw verbeterde Hollandse pannen en watert af via bakgoten op klossen.
De GEVELS zijn in gele baksteen opgetrokken en gemetseld in verschillende verbanden. De uitgespaarde gevelopeningen zijn overwegend rechthoekig van vorm en worden afgesloten door rollagen en lekdorpelstenen. Enkele vensteropeningen in de bovenbouw zijn rond van vorm. De kozijnen en ramen zijn uitgevoerd in staal. Het merendeel van de ramen heeft een vierruits indeling. Enkele ramen aan de dijkzijde hebben een smalle verticale glasstrook in het midden extra.
De hoofdingang van het gemaal bevindt zich in de korte gevel aan de oostzijde. Deze gevel heeft een symmetrische indeling: tussen twee grote ronde ramen een brede ijzeren deur die aan de binnenzijde omhoog gehesen kan worden. Hierboven drie grote vierruits ramen en een verticale glasstrook in de geveltop. De lange gevel aan de dijkzijde is nagenoeg symmetrisch ingedeeld. Boven de drie doorlaten van het uitstroomhoofd bevinden zich drie ramen van het omschreven type. Tussen deze ramen zijn twee gedenkstenen aangebracht. De linker steen heeft het opschrift: "WATERSCHAP NYMEGEN-DUITSCHE GRENS J. KLAASSEN VOORZITTER LEDEN VAN HET DAGELYKSCH BESTUUR: C.A.H. ARNTZ G.J. KOKKE HOOFDGE RFDEN: C. HINRICHS H.A.A. DE BRUYN W.H.N. JANSSEN J.TH. VAN HAREN CHR. MATSER G.W. REMY A.J.M. JANSSEN H.W. STEENMANS TH.A. VAN DER WYCK SECR. ONTV.
ING. R. VER LOREN VAN THEMAAT" De rechter steen heeft het opschrift: "DEICHVERBAND CLEVE-LANDESGRENZE OBERDEICHINSPECTOR F. SCHWEICHER DEICHGRÄF ST. NISSING STELLV. DEICHGRÄF J. RADERMSCHER SEKR. K. HOFFMANN HEIMRÄTE: H. COPPERS G. NIENHUISEN W. HANSEN F. PRUVS G. KREBBERS G. REYMER INGENIEUR A. PFEIFFER" Boven de vensters is met smeedijzeren letters de naam "HOLLANDSCH-DUITSCH GEMAAL" en het bouwjaar "1933" aangegeven. Links van het uitstroomhoofd bevindt zich de doorlaat voor natuurlijke lozing. Boven deze doorlaat is in de bovenbouw een groot rond raam aangebracht. Uiterst rechts bevinden zich in de bovenbouw ter plaatse van de voormalige dienstruimten twee ramen boven elkaar. De lange gevel aan de polderzijde heeft op kelderniveau vernieuwde doorbraken voor vier pompen en een natuurlijke doorlaat. Boven deze doorlaten bevindt zich een reeks vergrote rechthoekige vensters. Het metselwerk is tot aan de betonnen cordonlijst vernieuwd. De bovenbouw heeft een reeks van 14 verticale vensterstroken (groepering: 1/4/4/4/1). Elke vensterstrook heeft een vierruits indeling. Enkele raampjes aan de boven- en onderzijde kunnen worden open gezet. Uiterst links bevinden zich ter plaatse van de voormalige dienstruimten twee ramen boven elkaar. De korte gevel aan de westzijde heeft een nagenoeg symmetrische indeling met in het midden een dienstingang en daarboven drie grote vierruits ramen. De RUIMTELIJKE INDELING bestaat uit één grote pompkelder met vijf doorlaten: vier voor de pompinstallaties en één voor de natuurlijke lozing. De bovenbouw bestaat uit één grote hal met open kap. De constructie bestaat uit stalen kapspanten op dito muurstijlen. De motoren in deze hal (verwijderd) konden worden opgetakeld door een nog aanwezige loopkat.
Waardering
Hollandsch-Duitsch GEMAAL uit 1933.
- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld in exterieur van een zorgvuldig vormgegeven en functioneel opgezet gemaal uit 1933, waarbij opvalt dat de zichtbare bovenbouw in hoofdvorm en materiaalgebruik aansluit bij de landelijke architectuur en aldus de moderne techniek enigszins verhult. Het object is een goed voorbeeld van Delftse School-architectuur met hoogwaardige esthetische kwaliteiten. Het gemaal neemt als voorbeeld van industriële architectuur een unieke plaats in binnen het oeuvre van ingenieur M.J. Granpré Molière. Hij heeft voornamelijk woonhuizen, raadhuizen en kerken ontworpen. Na de recente aanpassingen in het kader van de dijkverbetering heeft het gemaal zijn functie alsmede de monumentale karakteristiek behouden. Wel is de installatie volledig vervangen door nieuwe motoren en pompen. - Van stedenbouwkundige waarde als essentieel onderdeel van het (inter)nationaal belangwekkende natuurontwikkelingsgebied "Gelderse Poort". Het gemaal is van bijzondere betekenis vanwege de markante situering op een plek waar drie landschapstypen bij elkaar komen, namelijk de Waal met zijn uiterwaarden en dijken, de Nijmeegse stuwwal en de Ooypolder. Het gemaal accentueert door zijn functie en situering de karakteristieke eigenschappen van dit landschap en maakt deze herkenbaar.
- Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke en technische ontwikkeling, in casu het controleren van de waterhuishouding in een aan de Waal en stuwwal grenzende polder; aanvankelijk alleen op natuurlijke wijze met een uitwateringssluis en sedert 1933 tevens op kunstmatige wijze met een toegevoegd gemaal.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The Hollandsch-Duitsch PUMPING STATION was built in 1933 on behalf of the then Nederlandsche Waterschap Nijmegen-Duitse Grens and the German Deichverband Kleve-Landesgrenze according to a design by engineer M.J. Granpré Molière (1883-1972) in collaboration with civil engineer R. VerLoren van Themaat in the style of the Delft School. Granpré Molière, as professor at the Technical University in Delft (1924-1953), disseminated his traditionalist aesthetic doctrine, which influenced many architects and, under the name Delft School, jointly determined the appearance of Dutch architecture for several decades.
The pumping station is situated at the place where the Ooyse Bandijk crosses the waterway het Meer and connects in a westerly direction to the Nijmegen ridgetop. The pumping station is situated on the inland side of the dike between the Ubbergseweg and Dijkgraaf Van Wijckweg, which run parallel to the waterway. The extensive polder (approx. 16,500 ha.) consists of more than half German territory. The polder drains via the waterway het Meer into the Waal: free discharge at low Waal levels and pumping at high water levels in the Waal.
In 1998-1999, modifications were carried out to this water engineering structure in the context of dike improvement. In broad outline, this project consisted of three interventions. The outlet sluice with gate (1783) incorporated in the dike body was completely replaced by a new lock structure including outlet head. This renewed component falls outside the protection. The second intervention concerns the creation of an ecological connection zone with fish passes and passages for water-dependent animals between the Waal and the inland German-Dutch river basin of het Meer. This component is also (not yet) eligible for protection. In the adaptation of the pumping station - the third intervention - renovation was undertaken. The external appearance of the building was respected as much as possible. The vertical screw-centrifugal pumps driven by diesel and electric motors were replaced by four horizontal screw pumps with electric motors. The original capacity of approximately 700 cubic metres per minute was increased to approximately 940 cubic metres per minute. Due to the deeper positioning of the new pumps, the inlet head was renewed and enlarged. The pumping station has nevertheless retained its function as well as its monumental character.
The service dwelling built in 1942 next to the pumping station as well as the recently renovated transformer house fall outside the protection.
Description
The PUMPING STATION consists of a concrete substructure, partly incorporated in the dike body, and a brick superstructure erected above dike level on a rectangular ground plan. The tall superstructure originally provided space for the machine hall, work and service spaces. The main functions of the machine hall have since ceased. The concrete substructure was and is in use as a pump cellar. The motors of the renovated pumps are also housed in the cellar after renovation. The concrete substructure is clad on the outside with brick. During renovation this masonry was largely renewed. The superstructure has one storey and an overhanging gabled roof with the ridge direction parallel to the Ooyse Bandijk. This main building has a broad extension on the river side comprising an outlet head. The extension protrudes through the eaves and is flat-roofed. On this flat roof stand two metal pipes in the colours of the Dutch and German flags respectively. The gabled roof of the main building is covered with banked, newly improved Dutch tiles and drains via gutters on corbels.
The FACADES are constructed in yellow brick and laid in various bonds. The recessed facade openings are predominantly rectangular in form and are finished with roll moulds and drip stones. Some window openings in the superstructure are round in form. The frames and windows are executed in steel. Most of the windows have a four-pane glazing pattern. Some windows on the dike side have an additional narrow vertical glass strip in the middle.
The main entrance of the pumping station is in the short gable on the east side. This gable has a symmetrical layout: between two large round windows a broad iron door that can be raised upwards on the inside. Above this three large four-pane windows and a vertical glass strip in the gable top. The long gable on the dike side is laid out almost symmetrically. Above the three outlet passages of the outlet head are three windows of the type described. Between these windows two memorial stones are placed. The left stone bears the inscription: "WATERSCHAP NYMEGEN-DUITSCHE GRENS J. KLAASSEN CHAIRMAN MEMBERS OF THE DAILY BOARD: C.A.H. ARNTZ G.J. KOKKE CHIEF INSPECTORS: C. HINRICHS H.A.A. DE BRUYN W.H.N. JANSSEN J.TH. VAN HAREN CHR. MATSER G.W. REMY A.J.M. JANSSEN H.W. STEENMANS TH.A. VAN DER WYCK SECR. REC.
ENG. R. VER LOREN VAN THEMAAT" The right stone bears the inscription: "DEICHVERBAND CLEVE-LANDESGRENZE OBERDEICHINSPECTOR F. SCHWEICHER DEICHGRÄF ST. NISSING DEPUTY DEICHGRÄF J. RADERMSCHER SECR. K. HOFFMANN HEIMRÄTE: H. COPPERS G. NIENHUISEN W. HANSEN F. PRUVS G. KREBBERS G. REYMER ENGINEER A. PFEIFFER" Above the windows the name "HOLLANDSCH-DUITSCH GEMAAL" and the year of construction "1933" are indicated in wrought-iron lettering. To the left of the outlet head is the passage for natural discharge. Above this passage a large round window is incorporated in the superstructure. At the far right are two windows, one above the other, in the superstructure at the location of the former service rooms. The long gable on the polder side has renewed openings at cellar level for four pumps and a natural outlet. Above these outlets is a series of enlarged rectangular windows. The masonry has been renewed up to the concrete stringcourse. The superstructure has a series of 14 vertical window strips (grouping: 1/4/4/4/1). Each window strip has a four-pane glazing pattern. Some small windows at the top and bottom can be opened. At the far left at the location of the former service rooms are two windows, one above the other. The short gable on the west side has an almost symmetrical layout with a service entrance in the middle and above it three large four-pane windows. The SPATIAL LAYOUT consists of one large pump cellar with five outlets: four for the pump installations and one for natural discharge. The superstructure consists of one large hall with open roof. The construction consists of steel roof trusses on similar wall posts. The motors in this hall (removed) could be lifted using a still-present travelling crane.
Valuation
Hollandsch-Duitsch PUMPING STATION from 1933.
- Of architectural historical value as a typologically fine example in exterior of a carefully designed and functionally laid out pumping station from 1933, remarkable in that the visible superstructure in its main form and use of materials connects with rural architecture and thus somewhat conceals the modern technology. The object is a fine example of Delft School architecture with high aesthetic qualities. The pumping station occupies a unique place as an example of industrial architecture within the oeuvre of engineer M.J. Granpré Molière. He designed mainly residential buildings, town halls and churches. After the recent modifications in the context of dike improvement, the pumping station has retained its function and monumental character. The installation has been completely replaced by new motors and pumps. - Of urban planning value as an essential component of the (internationally) important nature development area "Gelderse Poort". The pumping station is of particular significance because of its striking location at a place where three landscape types meet, namely the Waal with its flood plains and dikes, the Nijmegen ridgetop and the Ooy polder. The pumping station accentuates, through its function and location, the characteristic properties of this landscape and makes these recognizable.
- Of cultural historical value as a particular expression of a landscape and technical development, in this case the control of water management in a polder bordering the Waal and ridgetop; initially only in a natural manner with an outlet sluice and since 1933 also in an artificial manner with an added pumping station.
Nearby in the register
- IvensbankGedenktekenunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Kelfkensbos 60Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Voetgangersbrug, HunnerparkBrugunder 1 mi
- Petrus CanisiusGedenktekenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.