TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Oranjesingel 40

Nijmegen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1895
Address
Oranjesingel 40, Locatie: Centrum, 6511 NW Nijmegen
Place
Nijmegen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.84265, 5.86465
Monument number
523016

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het HERENHUIS met HEKWERK is gebouwd ca. 1895 in een stijl die invloeden vertoont van het eclecticisme en de neorenaissance. De brede voorgevel van het herenhuis wordt verlevendigd door de rijk geornamenteerde veranda met balkon en de hangende erker boven de ingangspartij. De erker is in 1901 aangebracht door het aannnemersbedrijf Gebr. Haspels. Oorspronkelijk bevond zich hier een venster van hetzelfde type als de overige vensters in de tweede bouwlaag. Vermoedelijk heeft rond deze tijd tevens een verbouwing plaats gevonden, waarbij de serre in Art Nouveau-stijl is toegevoegd of verbouwd. In 1926 is door architect Knoops jr. aan de achterzijde een liftschacht gebouwd. De liftkooi is van Jan Hamer en Co uit Amsterdam.

Het HERENHUIS is gelegen in de aaneengesloten noordelijke gevelwand van de Oranjesingel, één van de voornaamste straten in het beschermde stadsgezicht, het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan van Bert Brouwer, ontworpen na de afbraak van de vestingwerken, binnen het beschermd stadsgezicht.

Links van het pand bevindt zich een overdekte gang naar de achtertuin. De voortuin wordt van het trottoir gescheiden door een smeedijzeren hekwerk.

Omschrijving

Het HERENHUIS heeft een rechthoekig grondplan, een kelder, twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een plat dak met een steil dakschild aan de voorzijde. De achterzijde telt drie bouwlagen. Het dakschild springt ter plekke van de rechter risaliet iets naar voren en is belegd met shingles van bitumen. Rechts bevindt zich een grote dakkapel met een stolpraam met bovenlicht, houten zijborden en een hoofdgestel met consoles en een kroonlijst. Links bevindt zich een kleinere dakkapel, die is voorzien van een raam met T-vormige roedenverdeling, houten zijborden en een overhoeks geplaatst schilddakje. In het midden is later een dakraam aangebracht.

Het herenhuis is opgetrokken uit rode baksteen die in kruisverband is gemetseld. De gevels worden horizontaal geleed door gepleisterde speklagen. De vensters worden afgesloten door rond- of segmentbogen met gepleisterde geboorte- en sluitstenen.

De VOORGEVEL is voorzien van een hardstenen plint, gepleisterde waterlijsten, speklagen en een cordonlijst met consoles. De gevel wordt afgesloten met een gekornist hoofdgestel, dat bestaat uit een architraaflijst een gepleisterd fries met consoles, waartussen zich velden en diamantkoppen bevinden en een geprofileerde houten kroonlijst met bakgoot. De lekdorpels van de vensters zijn opgenomen in de waterlijsten. Onder de lekdorpels bevinden zich gepleisterde velden, die op de begane grond zijn voorzien van langwerpige en op de verdieping van vierkante diamantkoppen. De bovenlichten van vensters en deuren op de eerste verdieping worden afgesloten met een gepleisterde, geprofileerde latei op consoles. Boven de lateien bevinden zich segmentboogtrommels met metselmozaïek.

De voorgevel is asymmetrisch ingedeeld en telt drie traveeën, een smalle terug gelegen middentravee met de ingangspartij en aan weerszijden hiervan twee bredere traveeën met ieder twee vensterassen. Uiterst links bevindt zich een iets terug gelegen geveldeel, dat één vensteras breed is en twee bouwlagen telt. Dit geveldeel heeft op de begane grond een poortje, dat toegang geeft tot de achterom.

De ingangspartij bestaat uit een dubbele houten paneeldeur met ruiten, geornamenteerde smeedijzeren roosters en een rondboogvormig glas-in-lood bovenlicht in een rondboogvormig afgesloten portiek. Het portiek heeft een hardstenen stoep. Links van het portiek bevinden zich twee vensters met schuiframen en rondboogbovenlichten. Rechts bevindt zich een houten veranda met balkon. Veranda en balkon zijn toegankelijk via twee segmentboogvormig afgesloten deuropeningen met dubbele stolpdeuren en glas-in-lood bovenlichten. De veranda heeft een driezijdig gesloten terras met een rode tegelvloer en een hardstenen rand. De houten zijwanden van de veranda hebben ieder zes glas-in-loodpanelen. De veranda wordt aan de voorzijde keperboogvormig afgesloten. De zwikken van de keperboog zijn gevuld met ajourwerk. De veranda wordt afgesloten met een kroonlijst. Hierboven bevindt zich de houten balkonbalustrade met vierkante hoekposten en gedraaide balusters.

Op de eerste verdieping is boven het ingangsportiek een rechthoekige, hangende houten erker aangebracht. De erker heeft tussen bewerkte stijlen een breder middenraam en twee smallere zijlichten met vier bovenlichten en ramen met bovenlichten aan beide zijkanten. De bovenlichten zijn rondboogvormig afgesloten en voorzien van glas-in-lood. De erker wordt afgesloten met een architraaflijst, een fries met consoles en een kroonlijst met tympaan, waarvan het gevelveld is gevuld met houtsnijwerk. Links van de erker bevinden zich twee vensters met schuiframen en glas-in-lood bovenlichten. De kozijnen zijn voorzien van duimen, maar de persiennes ontbreken.

Het geveldeel uiterst links heeft op de begane grond een rondboogvormig afgesloten opening met een rondboogtrommel met metselmozaïek en een houten poortje. Er zijn meer speklagen dan bij de voorgevel van het huis en bovendien is de cordonlijst van de voorgevel niet doorgetrokken. Tussen de bouwlagen bevindt zich een brede gepleisterde band. Het geveldeel heeft op de eerste verdieping een venster dat op dezelfde wijze is vormgegeven als de andere vensters op de eerste verdieping. Het wordt afgesloten met een smalle houten lijst.

De asymmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL telt drie traveeën, waarbij de twee rechter traveeën naar voren springen. Tussen de middelste en de rechter travee is een rechthoekige uitbouw aangebracht, die reikt tot halverwege de derde bouwlaag. Hierin bevindt zich de liftschacht. Voor de linker en de middelste travee bevindt zich de serre. Voor de terug gelegen travee is het serredak gedeeltelijk plat en voorzien van een balkon. Rechts van het balkon bevindt zich in de hoek tegen de liftschacht een houten uitbouw met plat dak. Aan de tuinzijde heeft de serre een lessenaarsdak van glasplaten. De houten serre staat op een stenen onderbouw en heeft op een borstwering met panelen grote ramen. Een dubbele glasdeur geeft toegang tot de tuin. Ramen en deuren zijn voorzien van glas-in-lood bovenlichten in Art Nouveau-stijl. De rechter travee heeft in de eerste bouwlaag een venster met 3-ruits raam en glas-in-lood bovenlicht met twee verticale roeden.

Het balkon, dat is voorzien van een houten balkonhek met ijzeren spijlen, is toegankelijk via een dubbele glasdeur met 3-ruits bovenlicht. De vensters in de tweede en de derde bouwlaag zijn voorzien van stolpramen en 3-ruits bovenlichten. De vensters en deuren in de achtergevel zijn segmentboogvormig afgesloten en hebben gepleisterde geboorte- en sluitstenen met diamantkoppen. De gevel is voorzien van speklagen en wordt afgesloten door een smalle houten lijst op klosjes.

De LINKER ZIJGEVEL bevindt zich achter het terug gelegen geveldeel boven de deels met glasplaten overdekte achterom. Hierin bevinden zich een tweetal vensters met glas-in-lood ramen.

Het INTERIEUR is wat betreft de indeling, afwerking en decoratie grotendeels bewaard gebleven. De indeling bestaat uit een vestibule en middengang met rechts twee kamers en suite en links een voorkamer en de keuken. Tussen deze kamer en de keuken bevindt zich het trappenhuis met een twee-armige bordestrap. Vestibule en gang hebben onder meer vloeren, plinten en lambriseringen van marmer, stucpanelen en geornamenteerde, deels gepolychromeerde stucplafonds. De tochtdeur heeft zijlichten van geëtst glas en een rijke neorenaissance omlijsting. In de gang bevindt zich een geprofileerde, gepleisterde rondboog op consoles met een cartouche in het midden. De trapleuning heeft geornamenteerde trappalen en houten spijlen. De kamers hebben geornamenteerde, deels gepolychromeerde stucplafonds en zijn deels voorzien van rijk geornamenteerde schouwen van zwart en rood geaderd marmer. De keuken heeft de oorspronkelijke inrichting van keukenkast, aanrechtkastjes en betegeling behouden. In het gehele huis zijn paneeldeuren in geprofileerde omlijstingen bewaard gebleven. De decoratie van de serre is uitgevoerd in Art Nouveau-stijl. De vloer is belegd met patroontegels in rood, wit, grijs en beige en de wanden zijn voorzien van een lambrisering van geglazuurde tegels met gestileerde bloemmotieven in roze, groen, blauw, zwart, lila, geel, rood en gebroken wit. De oostelijke zijwand van de serre is tot aan het plafond betegeld met tegels van hetzelfde type, maar met andere voorstellingen en kleurencombinaties. In de westelijke zijwand van de serre bevindt zich een dubbele paneeldeur die toegang geeft tot de lift. In de met houten panelen betimmerde liftcabine bevindt zich een bordje met de fabrikantennaam: "JAN HAMER & Co/ AMSTERDAM". De voortuin wordt van het trottoir gescheiden door een smeedijzeren HEKWERK met enkel draaihek.

Waardering

HERENHUIS met HEKWERK uit ca. 1995 met toevoegingen uit 1901 (erker), ca. 1903 (serre) en 1926(lift).

- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld in ex- en interieur van een eclectisch herenhuis in met neorenaissance- en Art Nouveau-invloeden. Het herenhuis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals bijzonder materiaalgebruik en een rijke ornamentiek.

- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de aaneengesloten noordelijke gevelwand van de Oranjesingel, één van de voornaamste straten van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan, dat is vervaardigd na de afbraak van de vestingwerken en is gebaseerd op de ontwerpen van Bert Brouwer. Het pand is gelegen binnen het beschermde stadsgezicht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The TOWNHOUSE with IRONWORK was built ca. 1895 in a style showing influences of eclecticism and neo-renaissance. The broad front facade of the townhouse is enlivened by the richly ornamented veranda with balcony and the projecting bay window above the entrance section. The bay window was added in 1901 by the contracting firm Gebr. Haspels. Originally there was a window here of the same type as the other windows in the second storey. Presumably around this time a renovation also took place, whereby the conservatory in Art Nouveau style was added or renovated. In 1926 a lift shaft was built at the rear by architect Knoops jr. The lift cage is by Jan Hamer and Co from Amsterdam.

The TOWNHOUSE is situated in the continuous northern facade wall of the Oranjesingel, one of the principal streets in the protected townscape, the late 19th-century development plan of Bert Brouwer, designed after the demolition of the fortifications, within the protected townscape.

To the left of the property there is a covered passage to the rear garden. The front garden is separated from the pavement by wrought-iron ironwork.

Description

The TOWNHOUSE has a rectangular ground plan, a basement, two storeys and an attic storey under a flat roof with a steep roof hood at the front. The rear side has three storeys. The roof hood projects slightly forward at the location of the right risalit and is clad with bitumen shingles. On the right there is a large dormer with a roof light with fanlight, wooden side boards and a pediment with consoles and a cornice. On the left there is a smaller dormer, which is provided with a window with T-shaped glazing bars, wooden side boards and a hipped roof positioned at an angle. In the middle a roof window was added later.

The townhouse is built of red brickwork laid in English bond. The facades are horizontally divided by plastered speckled courses. The windows are closed by round or segment arches with plastered springer and closing stones.

The FRONT FACADE is provided with a hardstone plinth, plastered drip mouldings, speckled courses and a cordon line with consoles. The facade is finished with a corniced pediment, which consists of an architrave line, a plastered frieze with consoles, between which are fields and diamond heads, and a profiled wooden cornice with gutter. The window sills are incorporated into the drip mouldings. Below the sills are plastered fields, which on the ground floor are provided with oblong and on the storey with square diamond heads. The fanlights of windows and doors on the first floor are finished with a plastered, profiled lintel on consoles. Above the lintels are segment arch drums with brick mosaic.

The front facade is asymmetrically laid out and has three bays, a narrow recessed middle bay with the entrance section and on either side two wider bays each with two window axes. At the far left is a slightly recessed facade section, which is one window axis wide and has two storeys. This facade section has on the ground floor a small door, which gives access to the rear passage.

The entrance section consists of a double wooden panelled door with panes, ornamented wrought-iron grilles and a round-arched leaded glass fanlight in a round-arched closed portico. The portico has a hardstone step. To the left of the portico are two windows with sash windows and round-arched fanlights. To the right is a wooden veranda with balcony. Veranda and balcony are accessible via two segment-arched closed doorways with double roof lights and leaded glass fanlights. The veranda has a three-sided enclosed terrace with a red tile floor and a hardstone edge. The wooden side walls of the veranda each have six leaded glass panels. The veranda is closed at the front with a diagonal arch. The spandrels of the diagonal arch are filled with openwork. The veranda is finished with a cornice. Above this is the wooden balcony balustrade with square corner posts and turned balusters.

On the first floor, above the entrance portico, a rectangular projecting wooden bay window is installed. The bay window has between worked mullions a wider central window and two narrower sidelights with four fanlights and windows with fanlights on both sides. The fanlights are round-arched and provided with leaded glass. The bay window is finished with an architrave line, a frieze with consoles and a cornice with tympanum, of which the facade field is filled with woodcarving. To the left of the bay window are two windows with sash windows and leaded glass fanlights. The frames are provided with thumb pieces, but the blinds are absent.

The facade section at the far left has on the ground floor a round-arched closed opening with a round arch drum with brick mosaic and a wooden small door. There are more speckled courses than on the front facade of the house and moreover the cordon line of the front facade is not continued. Between the storeys is a wide plastered band. The facade section has on the first floor a window that is designed in the same manner as the other windows on the first floor. It is finished with a narrow wooden list.

The asymmetrically laid out REAR FACADE has three bays, with the two right bays projecting forward. Between the middle and right bay is a rectangular extension that extends to halfway up the third storey. This contains the lift shaft. In front of the left and middle bay is the conservatory. In front of the recessed bay the conservatory roof is partly flat and provided with a balcony. To the right of the balcony, in the corner against the lift shaft, is a wooden extension with flat roof. On the garden side, the conservatory has a lean-to roof of glass panes. The wooden conservatory stands on a stone substructure and has large windows on a breast wall with panels. A double glass door gives access to the garden. Windows and doors are provided with leaded glass fanlights in Art Nouveau style. The right bay has in the first storey a window with 3-pane window and leaded glass fanlight with two vertical glazing bars.

The balcony, which is provided with a wooden balcony railing with iron balusters, is accessible via a double glass door with 3-pane fanlight. The windows in the second and third storey are provided with roof lights and 3-pane fanlights. The windows and doors in the rear facade are segment-arched closed and have plastered springer and closing stones with diamond heads. The facade is provided with speckled courses and is finished with a narrow wooden list on pegs.

The LEFT SIDE FACADE is situated behind the recessed facade section above the partially glass-paned covered rear passage. In this are a pair of windows with leaded glass panes.

The INTERIOR is largely preserved as regards layout, finish and decoration. The layout consists of a vestibule and central passage with two rooms en suite on the right and a front room and the kitchen on the left. Between this room and the kitchen is the stairwell with a two-armed straight flight staircase. Vestibule and passage have among others marble floors, plinths and wainscotting, stucco panels and ornamented, partly polychromed stucco ceilings. The draught door has sidelights of etched glass and a rich neo-renaissance surround. In the passage is a profiled, plastered round arch on consoles with a cartouche in the middle. The staircase railing has ornamented newels and wooden balusters. The rooms have ornamented, partly polychromed stucco ceilings and some are provided with richly ornamented fireplaces of black and red veined marble. The kitchen has retained the original fittings of kitchen cupboard, under-counter cupboards and tiling. Throughout the house panelled doors in profiled surrounds are preserved. The decoration of the conservatory is executed in Art Nouveau style. The floor is laid with patterned tiles in red, white, grey and beige and the walls are provided with wainscotting of glazed tiles with stylised floral motifs in pink, green, blue, black, lilac, yellow, red and off-white. The eastern side wall of the conservatory is tiled to the ceiling with tiles of the same type, but with other motifs and colour combinations. In the western side wall of the conservatory is a double panelled door which gives access to the lift. In the lift cage lined with wooden panels is a plate with the maker's name: "JAN HAMER & Co/ AMSTERDAM". The front garden is separated from the pavement by a wrought-iron IRONWORK with single swing gate.

Valuation

TOWNHOUSE with IRONWORK from ca. 1895 with additions from 1901 (bay window), ca. 1903 (conservatory) and 1926 (lift).

- Of architectural-historical value as a good and well-preserved example in exterior and interior of an eclectic townhouse with neo-renaissance and Art Nouveau influences. The townhouse has aesthetic qualities in its design such as exceptional use of materials and rich ornamentation.

- Of urban planning value as part of the continuous northern facade wall of the Oranjesingel, one of the principal streets of the late 19th-century development plan, which was drawn up after the demolition of the fortifications and is based on the designs of Bert Brouwer. The property is situated within the protected townscape.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map