TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Hoofdstraat 201

Beerta, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1886
Address
Hoofdstraat 201, 9686 PB Beerta (Oldambt 20)
Place
Beerta
Municipality
Oldambt
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.17159, 7.09308
Monument number
522565

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

RENTENIERSWONING met later aangebouwd ACHTERHUIS, dat oorspronkelijk als personeelsverblijf diende. De rentenierswoning is waarschijnlijk omstreeks 1886 gebouwd in opdracht van M.A. Buiskool in een Eclectische stijl. In 1916 werd er een achterhuis voor het personeel aan toegevoegd. In de woning bevindt zich nog een groot aantal authentieke interieuronderdelen. De stores met afbeelding van een korenschoof, die oorspronkelijk voor de vensters zaten, staan voorlopig binnen opgeslagen. De woning is markant gelegen aan de doorgaande weg door Beerta en heeft een diepe achtertuin met onder andere vijf monumentale groene beuken. De ondiepe voortuin met monumentale rode beuk, wordt van de openbare weg gescheiden door een ijzeren HEK met één beweegbaar deel (twee beweegbare delen opgeslagen), bestaande uit decoratief stijl- en regelwerk met vergulde punten.

Omschrijving

RENTENIERSWONING opgetrokken in een rood-bruine baksteen op een trasraam van natuursteen. Het driezijdige afgeknotte schilddak, gedekt met leien (schubvormig), heeft een kroonlijst met consoles en diamantkoppen, en een gemetselde schoorsteen met gepleisterde gevelband. De gevels worden gesierd door gepleisterde gevelbanden met diamantkoppen, en geleed door licht getoogde staande vensters met bovenlichten met geschilderd glas-in-lood onder een segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen en onderdorpels die overgaan in een gepleisterde cordonlijst. Onder de vensters rechthoekige gepleisterde vlakken.

De hoofdentree bevindt zich in de voorgevel (zuidoost) in een portiek met segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen. De entree bestaat uit een paneeldeur met deurlichten met decoratief smeedwerk onder een licht getoogd bovenlicht, en een natuurstenen stoep met zijwanden. Aan weerszijden van de portiek een gepleisterde, gegroefde pilaster met kapiteel. In het dakvlak erboven een decoratief gepleisterde dakkapel met pilasters en kroonlijst onder een steekkap met gebroken fronton met als bekroning een siervaas met ijzeren windwijzer; aan weerszijden van de dakkapel gepleisterde klauwstukken met siervaas; in de dakkapel een deur met deurlicht en store waarop een korenschoof is geschilderd onder een gepleisterde segmentboog met sluitsteen. De deur komt uit op een balkon met (vernieuwd) houten hek, steunend op twee dubbele gepleisterde consoles. Links en rechts van de hoofdentree twee H-vensters met segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen.

In de noordoostgevel twee H-vensters en twee T-vensters, alle met segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen, en twee keldervensters met diefijzers. In het dakvlak een kleine dakkapel met gepleisterde klauwstukken en een rondboogvenster onder een gebogen steekkapje.

In de zuidwestgevel twee H-vensters en openslaande deuren met getoogd bovenlicht, alle met segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen. Aan de zuidwestgevel, voor de openslaande deuren, een houten serre met panelen en plat dak op een natuurstenen trasraam; in de serre zes aangesloten ramen en een paneeldeur met deurlicht, gescheiden door houten pilasters. In het dakvlak een gemetselde dakkapel met gepleisterde klauwstukken, pilasters en een openslaand venster met getoogd bovenlicht, onder een gebogen steekkapje met gepleisterde siervaas.

In de rechte achtergevel (noordwest) twee openslaande vensters en op de verdieping twee dubbele openslaande vensters, alle onder een getoogde bovenlichten met segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen.

Aan de achtergevel een aangebouwde HALS met plat dak, verspringend in hoogte, die het woonhuis met het personeelsverblijf verbindt. De in een rood-bruine baksteen opgetrokken hals heeft aan de zuidwestzijde een paneeldeur met dubbele deurlichten met gietijzeren panelen onder een getoogd tweeruits bovenlicht met segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen, en een aangesmeerde stoep (twee treden) met zwart-wit betegeld bordes. Aan de noordoostzijde van de hals een dubbel T-venster onder een rollaag.

Het aangebouwde ACHTERHUIS is opgetrokken in een rood-bruine baksteen onder een verspringend afgeknot schilddak, gedekt met een zwart geglazuurde Friese golfpan. Het dak heeft een geprofileerde goot op klossen en een hoge gemetselde schoorsteen. In de noordoostgevel een dubbel keldervenster met rollaag; dubbele openslaande vensters onder een getoogd dubbel bovenlicht, twee openslaande vensters onder een getoogd bovenlicht, alle met segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen.

In de achtergevel (noordwest) een deur onder een tweeruits bovenlicht met segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen, twee getoogde ijzeren schuurvensters met decoratieve roedenverdeling, en een klein w.c.venster met diefijzers en rollaag. In het dakvlak een gemetselde platte dakkapel met gemetselde pilasters, en openslaande deuren met deurlichten onder een segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen.

In de verspringende zuidwestgevel drie T-vensters, waarvan één met houten persiennes, alle onder een segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen. In het dakvlak een gemetselde platte dakkapel met gemetselde pilasters, en openslaande deuren met deurlichten onder een segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen.

In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in de gang het linnen plafond met decoratief stucrozet en lijstwerk; de paneeldeuren met houten fronton; de tegelvloer in crème, grijs en zwart; de dubbele tochtdeuren met boven- en deurlichten van geëtst glas; de houten bordestrap met buitenleuning van decoratieve ijzeren stijlen met houten handlijst, en een decoratieve houten trappaal. In de voorkamer de houten vensterbanken met panelen en blinden; het linnen plafond met stucrozet; de suitedeuren met deurlichten met glas-in-lood binnen een decoratieve architraaf. In de achterkamer de zwart marmeren schouw met grijs-wit geaderde accenten en schacht met vergulde pilasters; de dubbele glasdeuren naar de serre. In de serre de tegelvloer in zwart en crème. In de werkkamer het linnen plafond met stucdecoraties; de houten vensterbanken met blinden; de marmeren schouw met groen-grijs geaderde accenten. In de achtergang de vloer met decoratieve tegels; de tegellambrizering in blauw en wit. In de kelder de vloer met plavuizen. Op de verdieping de paneeldeuren binnen decoratieve architraven; in de slaapkamers de linnen plafonds met geschilderde sjablonen.

Waardering

Rentenierswoning met aangebouwd achterhuis en hek van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde

- als voorbeeld van een rentenierswoning uit omstreeks 1886 met achterhuis uit 1916

- vanwege de opvallende eclectische detaillering en de ornamentiek

- vanwege de authentieke interieuronderdelen

- vanwege de redelijke mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur

- vanwege de markante ligging aan de hoofdweg door Beerta

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

RENTIER'S DWELLING with later-built REAR HOUSE, which originally served as staff quarters. The rentier's dwelling was probably built around 1886 on commission of M.A. Buiskool in an Eclectic style. In 1916 a rear house for the staff was added. The dwelling still contains a large number of authentic interior components. The blinds depicting a sheaf of corn, which originally hung at the windows, are currently stored inside. The dwelling is prominently situated on the through road of Beerta and has a deep back garden with, among other features, five monumental green beeches. The shallow front garden with monumental red beech is separated from the public road by an iron GATE with one moveable section (two moveable sections stored), consisting of decorative stile and rail work with gilded points.

Description

RENTIER'S DWELLING constructed in red-brown brick on a natural stone trasraam. The three-sided truncated hipped roof, covered with slate (tile-pattern), has a cornice with consoles and diamond knops, and a mortared chimney with plastered gable band. The facades are adorned with plastered gable bands with diamond knops, and articulated by lightly arched tall windows with fanlights with painted stained glass under a segmental arch with plastered keystones and springing stones and underdorpels which continue into a plastered string course. Below the windows rectangular plastered panels.

The main entrance is located in the front facade (south-east) in a porch with segmental arch with plastered keystones and springing stones. The entrance consists of a panelled door with door lights with decorative ironwork under a lightly arched fanlight, and a natural stone step with side walls. On either side of the porch a plastered, grooved pilaster with capital. In the roof plane above a decoratively plastered roof dormer with pilasters and cornice under a jerkinhead with broken pediment with a decorative finial vase with iron weathervane as its crowning; on either side of the roof dormer plastered claw pieces with decorative finial vase; in the roof dormer a door with door light and blind on which a sheaf of corn is painted under a plastered segmental arch with keystone. The door opens onto a balcony with (renewed) wooden railing, resting on two double plastered consoles. To the left and right of the main entrance two H-windows with segmental arch with plastered keystones and springing stones.

In the north-east facade two H-windows and two T-windows, all with segmental arch with plastered keystones and springing stones, and two basement windows with theft bars. In the roof plane a small roof dormer with plastered claw pieces and a round-arch window under a curved jerkinhead.

In the south-west facade two H-windows and French doors with arched fanlight, all with segmental arch with plastered keystones and springing stones. At the south-west facade, in front of the French doors, a wooden conservatory with panels and flat roof on a natural stone trasraam; in the conservatory six adjoining windows and a panelled door with door light, separated by wooden pilasters. In the roof plane a mortared roof dormer with plastered claw pieces, pilasters and a French window with arched fanlight, under a curved jerkinhead with plastered decorative finial vase.

In the straight rear facade (north-west) two French windows and on the upper storey two double French windows, all under arched fanlights with segmental arch with plastered keystones and springing stones.

At the rear facade an adjoining NECK with flat roof, stepping down in height, which connects the dwelling with the staff quarters. The neck, constructed in red-brown brick, has on the south-west side a panelled door with double door lights with cast-iron panels under an arched two-light fanlight with segmental arch with plastered keystones and springing stones, and a rendered step (two treads) with black-and-white tiled platform. On the north-east side of the neck a double T-window under a roll moulding.

The adjoining REAR HOUSE is constructed in red-brown brick under a stepping truncated hipped roof, covered with a black-glazed Frisian corrugated pan. The roof has a profiled gutter on corbels and a tall mortared chimney. In the north-east facade a double basement window with roll moulding; double French windows under an arched double fanlight, two French windows under an arched fanlight, all with segmental arch with plastered keystones and springing stones.

In the rear facade (north-west) a door under a two-light fanlight with segmental arch with plastered keystones and springing stones, two arched iron barn windows with decorative glazing bars, and a small w.c. window with theft bars and roll moulding. In the roof plane a mortared flat roof dormer with mortared pilasters, and French doors with door lights under a segmental arch with plastered keystones and springing stones.

In the stepping south-west facade three T-windows, one of which with wooden shutters, all under a segmental arch with plastered keystones and springing stones. In the roof plane a mortared flat roof dormer with mortared pilasters, and French doors with door lights under a segmental arch with plastered keystones and springing stones.

In the INTERIOR are notably: in the hallway the linen ceiling with decorative stucco rosette and mouldings; the panelled doors with wooden pediment; the tile floor in cream, grey and black; the double draught doors with fanlights and door lights of etched glass; the wooden stair with outer handrail of decorative iron stiles with wooden handrail, and a decorative wooden newel post. In the front room the wooden window sills with panels and blinds; the linen ceiling with stucco rosette; the suite doors with door lights with stained glass within a decorative architrave. In the back room the black marble fireplace with grey-white veined accents and shaft with gilded pilasters; the double glass doors to the conservatory. In the conservatory the tile floor in black and cream. In the study the linen ceiling with stucco decorations; the wooden window sills with blinds; the marble fireplace with green-grey veined accents. In the back hallway the floor with decorative tiles; the tile wainscotting in blue and white. In the cellar the floor with stone slabs. On the upper storey the panelled doors within decorative architraves; in the bedrooms the linen ceilings with painted stencils.

Valuation

Rentier's dwelling with adjoining rear house and gate of general importance for cultural and architectural-historical value

- as an example of a rentier's dwelling from around 1886 with rear house from 1916

- on account of the striking eclectic detailing and ornamentation

- on account of the authentic interior components

- on account of the reasonable degree of integrity of the exterior and parts of the interior

- on account of the prominent siting on the main road through Beerta

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map