Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kantoorwoning, Hoofdweg 25
Finsterwolde, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Werk-woonhuis
- Function
- Kantoorwoning
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1929
- Address
- Hoofdweg 25, 9684 CA Finsterwolde (Oldambt 20)
- Place
- Finsterwolde
- Municipality
- Oldambt
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.19717, 7.09623
- Monument number
- 522563
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Composite: 203. Bunde. (Germany)" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KANTOORWONING gebouwd in 1929 in Interbellum-architectuur in opdracht van notaris H.J. Kloosterman. Het ontwerp was van P. Westerman en de uitvoering was in handen van K. Westerman uit Finsterwolde. In 1981 vond er intern verbouw plaats. In 1987 werd de aangebouwde garage uitgebreid met een kluisruimte. In 1992 is aan de achterzijde van de garage en kluisruimte een kantoorruimte gebouwd. Tevens zijn de houten vensters op de verdieping vervangen door kunststofkozijnen. Ondanks deze aanpassingen is het expressieve uiterlijk van het gebouw bewaard gebleven. Het pand, dat nog steeds in gebruik is als notariswoning met kantoor, is beeldbepalend gelegen aan de doorgaande weg door Finsterwolde. De woning heeft een ruime tuin waarin een pad van flagstones. Een sloot, waarover een restant van een voetgangersbruggetje ligt, vormt de scheiding tussen de voortuin en de openbare weg.
Omschrijving
Twee bouwlagen hoge KANTOORWONING opgetrokken in kettingverband in een gele Friese baksteen met verdiepte voeg op een hoog doorgetrokken trasraam van gesinterde klinkers afgezet met een muizentandrollaag. Het samengestelde dak, gedekt met een zwarte Romaanse pan, heeft een ruime overstek en een gemetselde schoorsteen op de nok. In het dakvlak aan de noord- en oostzijde een houten dakkapel met plat dak en een dubbel venster met horizontale roeden.
De hoofdentree bevindt zich midden in de voorgevel (noord) en bestaat uit een gelakte paneeldeur met deur- en zijlichten van gekleurd glas-in-lood, onder een forse grindbetonnen luifel met console. Voor de entree een gemetselde stoep (vier treden) met aan één zijde een gemetselde bloembak. Boven de entree een vensterpartij tussen pilasters van gesinterde baksteen, samengesteld uit drie staande langwerpige vensters met eronder drie korte staande vensters alle met gekleurd glas-in-lood en betonnen onderdorpels. Links van de entreepartij een over de verdieping doorgetrokken driezijdige erker; op de begane grond aan elke zijde een venster met bovenlicht van gekleurd glas-in-lood onder een doorgetrokken latei van grindbeton; op de verdieping in het midden een dubbel venster en aan beide zijden een staand venster. Rechts van de entreepartij een risalerend deel onder een steekkap (schild) met op de begane grond een groot venster met bovenlicht van gekleurd glas-in-lood en betonlatei, en een decoratieve brievenbus van beton; op de verdieping twee staande vensters met gesinterde rollaag, waarvan één met houten bloembak ervoor. Aan de westzijde van het risalerende deel een tweeruits keldervenster met rollaag en een staand venster met latei, waarboven een balkon met gepotdekselde houten borstwering waaraan twee houten bloembakken. Het balkon is op de verdieping bereikbaar via een (vernieuwde) balkondeur.
Links aan de westgevel een risalerend deel onder een steekkap (schild) met aan de noordzijde een staand venster met latei. Aan de westzijde een keldervenster met rollaag, een groot venster met twee zijlichten; op de verdieping een dubbel staand venster met houten bloembak op grindbetonnen consoles.
In de westgevel op de verdieping twee vensters aan weerszijden van een muurpijler (die oorspronkelijk overging in een nu afgebroken hoge schoorsteen).
Aan de westgevel een één bouwlaag hoge, verspringende aanbouw met plat dak, waarin de zijentree bestaande uit een paneeldeur met kijkgat onder een betonlatei en een gemetselde stoep (vier treden); een driedelig hoekvenster met bovenlichten en latei, een H-venster met latei en twee keldervensters met rollaag.
In de oostgevel een groot venster met bovenlicht met gekleurd glas-in-lood en latei, en een dubbel staand venster met houten bloembak op betonnen consoles. Links in de oostgevel een risalerend deel onder een steekkap (schild), waaraan een gemetselde driezijdige serre met aan elke zijde een groot venster. Boven de serre een balkon met houten gepotdekselde borstwering, op de verdieping bereikbaar via (vernieuwde) openslaande deuren. Aan de oostzijde van de serre twee in gesinterde klinkers opgemetselde bloembakken.
Aan de achtergevel (zuid) een erker waarin een driestrooksvenster met bovenlichten van gekleurd glas-in-lood onder een betonlatei; op de erker een balkon met houten gepotdekselde borstwering, waarop een (vernieuwde) deur en (vernieuwde) openslaande deuren uitkomen. Rechts van de erker (vernieuwde) openslaande terrasdeuren, en een liggend venster met vernieuwd glas-in-lood en betonlatei; een betonnen terras afgesloten door een halfronde, in gesinterde baksteen gemetselde muur met aan weerszijden een gemetseld trapje met zijmuur. Op de verdieping een dubbel venster met houten bloembak op grindbetonnen consoles. Alle houten vensters op de verdieping zijn vervangen door kunsstoframen. De aangebouwde garage is voor de bescherming van ondergeschikt belang omdat deze later is verlengd en uitgebreid.
In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in het voorportaal de tegellambrizering in geel, zwart en groen; de tegelvloer in groen, geel en rood; de tochtdeur met gebogen deurlicht met roedenverdeling. In de hal de houten bordestrap met buitenleuning met opengewerkte geometrische motieven. In de kamers de suitedeuren met deurlichten van geslepen glas; het linnen plafond met stuc; de marmeren vensterbanken.
Waardering
Kantoorwoning van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde
- als voorbeeld van een kantoorwoning uit 1929
- vanwege de aardige expressieve vormgeving in Interbellum-architectuur
- vanwege de redelijke mate van gaafheid van het exterieur
- vanwege de beeldbepalende ligging aan de Hoofdweg door Finsterwolde
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
OFFICE-DWELLING built in 1929 in Interbellum architecture commissioned by notary H.J. Kloosterman. The design was by P. Westerman and the execution was carried out by K. Westerman from Finsterwolde. In 1981 internal alterations took place. In 1987 the adjoining garage was extended with a vault space. In 1992 an office space was built at the rear of the garage and vault space. The wooden windows on the first floor were also replaced with plastic frames. Despite these modifications, the expressive appearance of the building has been preserved. The property, which is still in use as a notary's dwelling with office, is a distinctive landmark located on the main road through Finsterwolde. The dwelling has a spacious garden in which a path of flagstones. A ditch, over which a remnant of a pedestrian bridge lies, forms the separation between the front garden and the public road.
Description
Two-storey OFFICE-DWELLING constructed in English bond in yellow Frisian brick with recessed joints on a high continuous rendered plinth of sintered bricks trimmed with a header course. The composite roof, covered with black Roman tile, has a wide overhang and a brick chimney on the ridge. In the roof plane on the north and east sides a wooden dormer with flat roof and a double window with horizontal glazing bars.
The main entrance is located in the centre of the front facade (north) and consists of a painted panelled door with door and side lights of coloured leaded glass, under a substantial reinforced concrete canopy with console. Before the entrance a brick stoop (four steps) with on one side a brick flower trough. Above the entrance a window arrangement between pilasters of sintered brick, composed of three tall narrow windows with below them three short tall windows all with coloured leaded glass and concrete lintels. To the left of the entrance arrangement a three-sided bay extending over the first floor; on the ground floor on each side a window with fanlight of coloured leaded glass under a continuous reinforced concrete lintel; on the first floor in the centre a double window and on both sides a tall window. To the right of the entrance arrangement a projecting section under a buttressed gable (shield) with on the ground floor a large window with fanlight of coloured leaded glass and concrete lintel, and a decorative concrete letterbox; on the first floor two tall windows with sintered header course, one of which with wooden flower trough in front. On the west side of the projecting section a two-pane cellar window with header course and a tall window with lintel, above which a balcony with pot-lidded wooden parapet to which two wooden flower troughs are attached. The balcony is accessible on the first floor via a (renewed) balcony door.
On the left at the west facade a projecting section under a buttressed gable (shield) with on the north side a tall window with lintel. On the west side a cellar window with header course, a large window with two side lights; on the first floor a double tall window with wooden flower trough on reinforced concrete consoles.
In the west facade on the first floor two windows on either side of a wall pilaster (which originally continued into a now demolished tall chimney).
On the west facade a one-storey, stepped extension with flat roof, in which the side entrance consisting of a panelled door with peephole under a concrete lintel and a brick stoop (four steps); a three-part corner window with fanlights and lintel, an H-window with lintel and two cellar windows with header course.
In the east facade a large window with fanlight with coloured leaded glass and lintel, and a double tall window with wooden flower trough on concrete consoles. To the left in the east facade a projecting section under a buttressed gable (shield), to which a brick three-sided conservatory with on each side a large window. Above the conservatory a balcony with wooden pot-lidded parapet, accessible on the first floor via (renewed) glazed doors. On the east side of the conservatory two flower troughs set in sintered bricks.
On the rear facade (south) a bay in which a three-light window with fanlights of coloured leaded glass under a concrete lintel; on the bay a balcony with wooden pot-lidded parapet, onto which a (renewed) door and (renewed) glazed doors open. To the right of the bay (renewed) glazed terrace doors, and a horizontal window with renewed leaded glass and concrete lintel; a concrete terrace enclosed by a semicircular wall constructed in sintered brick with on either side a brick flight of steps with side wall. On the first floor a double window with wooden flower trough on reinforced concrete consoles. All wooden windows on the first floor have been replaced with plastic frames. The adjoining garage is of subsidiary importance for protection because this was later extended and enlarged.
In the INTERIOR the following are of importance: in the entrance hall the tile dado in yellow, black and green; the floor tiles in green, yellow and red; the draught door with curved glazed section with glazing bars. In the hall the wooden flight of stairs with an outer rail with openwork geometric motifs. In the rooms the suite doors with door lights of polished glass; the linen ceiling with plasterwork; the marble window sills.
Valuation
Office-dwelling of general importance due to cultural-historical and architectural-historical value
- as an example of an office-dwelling from 1929
- due to the pleasing expressive design in Interbellum architecture
- due to the reasonable level of integrity of the exterior
- due to the distinctive location on the Hoofdweg through Finsterwolde
Nearby in the register
- Boerderij, Hoofdweg 23Boerderijunder 1 mi
- Kerk en kerkonderdeel, Hoofdweg 7 Finsterwolde (Oldambt 20)Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerk, C.G.Wiegersweg 1Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- SonnevanckWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.