Rijksmonumentenregister · Netherlands
Boerderij(M1), Hoofdweg 95
Nieuw Beerta, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Boerderij(M1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1934
- Address
- Hoofdweg 95, 9687 PK Nieuw Beerta (Oldambt 20)
- Place
- Nieuw Beerta
- Municipality
- Oldambt
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.19196, 7.17523
- Monument number
- 522561
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Composite: 203. Bunde. (Germany)" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
VILLABOERDERIJ met aangebouwde BIJSCHUUR. Het voorhuis van de boerderij is in 1934 ontworpen door architect (K.?) Westerman uit Finsterwolde in opdracht van E.H. Leemhuis in een regionale Amsterdamse School-stijl. De hoofdschuur is echter ouder en stamt uit 1810.
De boerderij is fraai gelegen op een deels omgracht, enigszins verhoogd terrein in het lint Beerta-Drieborg, dat zal worden voorgedragen als beschermd gezicht. In de tuin aan de voorzijde zijn restanten aanwezig van een rotstuin. Een oprijlaan gelegen aan de linkerzijde van het terrein verschaft toegang tot de boerderij.
Omschrijving
VILLABOERDERIJ bestaande uit een VOORHUIS, HOOFDSCHUUR en aangebouwde BIJSCHUUR.
Het twee verdiepingen hoge, deels onderkelderde VOORHUIS op nagenoeg rechthoekige plattegrond is opgetrokken in een rode gesinterde baksteen op een trasraam van gesinterde bruinpaarse baksteen en wordt gedekt door een schilddak waarop zwarte opnieuw verbeterde Hollandse pannen; hoge gemetselde schoorsteen op het oostelijk dakvlak met geometrische betonelementen; ruim overstekende houten goot; op het oostelijk dakvlak een dakkapel onder overkragend plat dak waarin een liggend tweedelig venster. De gevels worden geleed door liggende en staande vensters met onderdorpel van donkere baksteen.
De entree bevindt zich links in het risalerende rechter geveldeel van de voorgevel (oostzijde) en bestaat uit een gladde houten deur waarin een staand venster en zijlichten met glas-in-lood; drie treden hoge gemetselde stoep met aan de rechterzijde een gemetselde bloembak. Boven de deur een betonnen luifel rustend op betonnen consoles waarboven een vierdelig bovenlicht waarin deels glas-in-lood. Rechts van de entree een liggend tweedelig vensters met in het zijlicht glas-in-lood onder een uitkragende betonlatei, waaronder een keldervenster met diefijzer. Boven de entree twee liggende vensters waarin gekleurd glas-in-lood met aan de bovenzijde rechthoekige betonnen decoraties en aan de onderzijde drie uitkragende betonnen vlakken; rechts van deze vensters een liggend tweedelig venster waaronder een houten bloembak op betonnen klossen. In het linker geveldeel een driezijdige erker met aan de voorzijde een liggend venster, aan de linker schuine zijde een staand venster en aan de rechter schuine zijde een staand venster waarin glas-in-lood, alle onder één betonlatei. Boven de erker een balkon met gemetselde borstwering waarachter een houten balkondeur waarin glas met zijlicht.
Aan de rechterzijde van de zuidgevel een zevenzijdige erker waarin zes staande vensters en een houten deur met glas waarvoor een twee treden hoge gemetselde stoep, alle onder één uitkragende betonlatei. Boven de erker een deels inpandig balkon met gemetselde borstwering waarachter dubbele houten balkondeuren waarin glas met houten hordeuren waarvoor een twee treden hoge houten stoep en een enkele houten balkondeur met glas; het dak wordt gedragen door een vierkante gemetselde pijler. Aan de linkerzijde van de erker een inpandige gladde houten deur waarin een staand vierruits venster waarvoor een twee treden hoge gemetselde stoep met aan de rechterzijde een tweedelig liggend venster met in het zijlicht glas-in-lood, alle onder één uitkragende betonlatei. Op de verdieping een liggend tweedelig venster waaronder een houten bloembak op betonnen klossen.
De hoofdschuur is tegen de achterzijde (westgevel) aangebouwd.
Centraal in de noordgevel een liggend drieruits venster waarin gekleurd glas-in-lood met aan de onder- en bovenzijde siermetselwerk. Onder dit venster twee tweeruits keldervensters met diefijzer en boven dit venster een groot staand twaalfruits venster waarin gekleurd glas-in-lood. Links van de noordgevel een staand venster onder een uitkragende betonlatei waaronder een tweeruits keldervenster met diefijzer en waarboven een staand venster waaronder een houten bloembak op betonnen klossen. Rechts van de noordgevel een staand tweedelig venster waaronder een tweeruits keldervenster met diefijzer en waarboven een staand tweedelig venster.
In het INTERIEUR zijn ondermeer van belang: de houten deuren (op de verdieping met glas met structuur), de geglazuurde gekleurde vensterbanken, de hardboardplafonds met geometrische motieven, de hoge houten lijsten, in de tochthal de houten tochtdeur en tegelvloer, in de hal de houten bordestrap met dichte houten leuning, in de voorkamer de twee dubbele houten schuifdeuren waarin glas-in-lood, in de slaapkamer aan de noordoostzijde op de verdieping de wasbakken met spiegel, op zolder de beschoten kap.
De HOOFDSCHUUR is opgetrokken in roodbruine baksteen deels op een trasraam van rode gesinterde baksteen en wordt gedekt door een zadeldak met wolfeind waarop niet-originele platen; niet-originele goot; muurankers.
Links aan de voorzijde (oostgevel) een smal H-venster. Rechts aan de voorzijde een smal H-venster waarvoor een driezijdige gemetselde bloembak.
In de zuidgevel een T-venster met H-venster als zijlicht waarboven een liggend venster. Aan de rechterzijde van de krimp twee halfronde houten schuurdeuren met twee ronde vensters met roedenverdeling en ijzeren gehengen onder rollaag. Aan de voorzijde van de krimp een liggend venster, een houten schuurdeur waarop niet-originele platen en met niet-origineel zijlicht waarvoor een aangesmeerde stoep, een liggend tweeruits venster, twee getoogde liggende vensters met decoratieve ijzeren roedenverdeling, twee tweeruits vensters en acht getoogde liggende vensters met decoratieve ijzeren roedenverdeling, alle onder rollaag.
In de achtergevel (westzijde) niet-originele schuurdeuren met niet-originele boven- en zijlichten, niet-originele schuurdeuren met bovenlicht met decoratieve ijzeren roedenverdeling onder een houten latei en rollaag en acht getoogde vensters met decoratieve ijzeren roedenverdeling onder rollaag.
In de schuine zijde van de noordgevel dubbele houten schuurdeuren onder een houten latei en rollaag waarboven een niet-origineel halfrond venster. De linkerzijde van de krimp is opgetrokken in nieuwe baksteen. Aan de voorzijde van de krimp twee halfronde schuurvensters met decoratieve ijzeren roedenverdeling. Aan deze zijde is de bijschuur aangebouwd.
De aangebouwde BIJSCHUUR is opgetrokken in roodbruine baksteen en wordt gedekt door een wolfdak waarop niet-originele platen; afgeronde hoeken; niet-originele goot.
In de achtergevel (westzijde) vier getoogde vensters met decoratieve ijzeren roedenverdeling onder rollaag.
Waardering
Villaboerderij met aangebouwde bijschuur van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:
- als voorbeeld van een villaboerderij uit 1934 met oudere hoofdschuur in de provincie Groningen in een regionale Amsterdamse School-stijl
- vanwege de opvallende vormgeving en detaillering
- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van zowel exterieur als delen van het interieur
- als typerend voorbeeld van het oeuvre van architect Westerman
- vanwege de markante ligging in het als beschermd gezicht voorgedragen lint Beerta-Drieborg
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
VILLA FARM with attached OUTBUILDING. The front house of the farm was designed in 1934 by architect (K.?) Westerman from Finsterwolde on behalf of E.H. Leemhuis in a regional Amsterdam School style. The main barn, however, is older and dates from 1810.
The farm is beautifully situated on a partly moated, somewhat elevated plot in the ribbon settlement Beerta-Drieborg, which is to be nominated as a protected townscape. In the front garden are remains of a rock garden. A driveway situated on the left side of the plot provides access to the farm.
Description
VILLA FARM consisting of a FRONT HOUSE, MAIN BARN and attached OUTBUILDING.
The two-storey, partly cellarage FRONT HOUSE on an approximately rectangular plan is constructed in red sintered brick on a base course of sintered dark purple brick and is covered by a hipped roof with black newly repaired Dutch tiles; tall mortared chimney on the eastern roof slope with geometric concrete elements; widely overhanging wooden gutter; on the eastern roof slope a roof dormer under an overhanging flat roof containing a recumbent two-part window. The facades are articulated by recumbent and upright windows with dark brick sills.
The entrance is located on the left in the projecting right facade section of the front facade (east side) and consists of a smooth wooden door with an upright window and side lights with leaded glass; three-step high mortared stoop with on the right side a mortared flower box. Above the door a concrete canopy resting on concrete brackets above which a four-part fanlight with partly leaded glass. To the right of the entrance a recumbent two-part window with leaded glass in the side light under an overhanging concrete lintel, below which a cellar window with a burglar bar. Above the entrance two recumbent windows with coloured leaded glass with rectangular concrete decorations at the top and three overhanging concrete planes at the bottom; to the right of these windows a recumbent two-part window with a wooden flower box on concrete blocks. In the left facade section a three-sided bay window with a recumbent window on the front, an upright window on the left slanted side and an upright window with leaded glass on the right slanted side, all under one concrete lintel. Above the bay window a balcony with mortared balustrade behind which a wooden balcony door with glass and side light.
On the right side of the south facade a seven-sided bay window with six upright windows and a wooden door with glass for which a two-step high mortared stoop, all under one overhanging concrete lintel. Above the bay window a partly inset balcony with mortared balustrade behind which double wooden balcony doors with glass and wooden screen doors for which a two-step high wooden stoop and a single wooden balcony door with glass; the roof is supported by a square mortared pillar. On the left side of the bay window an inset smooth wooden door with an upright four-pane window for which a two-step high mortared stoop with on the right side a two-part recumbent window with leaded glass in the side light, all under one overhanging concrete lintel. On the upper floor a recumbent two-part window with a wooden flower box on concrete blocks below.
The main barn is built against the rear (west facade).
Central in the north facade a recumbent three-pane window with coloured leaded glass with decorative brickwork at the bottom and top. Below this window two two-pane cellar windows with burglar bars and above this window a large upright twelve-pane window with coloured leaded glass. To the left of the north facade an upright window under an overhanging concrete lintel below which a two-pane cellar window with a burglar bar and above which an upright window with a wooden flower box on concrete blocks. To the right of the north facade an upright two-part window below which a two-pane cellar window with a burglar bar and above which an upright two-part window.
In the INTERIOR of note are among others: the wooden doors (on the upper floor with structured glass), the glazed coloured windowsills, the hardboard ceilings with geometric motifs, the high wooden cornices, in the draught hall the wooden draught door and tile floor, in the hall the wooden staircase with solid wooden handrail, in the front room the two double wooden sliding doors with leaded glass, in the bedroom on the north-east side on the upper floor the washbasins with mirror, on the attic the exposed roof truss.
The MAIN BARN is constructed in reddish-brown brick partly on a base course of red sintered brick and is covered by a gabled roof with half-hipped end with non-original tiles; non-original gutter; ornamental wall anchors.
On the left at the front (east facade) a narrow H-window. On the right at the front a narrow H-window for which a three-sided mortared flower box.
In the south facade a T-window with H-window as side light above which a recumbent window. On the right side of the gable end two half-round wooden barn doors with two round windows with glazing bars and iron hinges under a roll moulding. At the front of the gable end a recumbent window, a wooden barn door with non-original tiles and with non-original side light for which a pointed-up stoop, a recumbent two-pane window, two arched recumbent windows with decorative iron glazing bars, two two-pane windows and eight arched recumbent windows with decorative iron glazing bars, all under roll moulding.
In the rear facade (west side) non-original barn doors with non-original fanlight and side lights, non-original barn doors with fanlight with decorative iron glazing bars under a wooden lintel and roll moulding and eight arched windows with decorative iron glazing bars under roll moulding.
In the slanted side of the north facade double wooden barn doors under a wooden lintel and roll moulding above which a non-original half-round window. The left side of the gable end is constructed in new brick. At the front of the gable end two half-round barn windows with decorative iron glazing bars. To this side the outbuilding is attached.
The attached OUTBUILDING is constructed in reddish-brown brick and is covered by a half-hipped roof with non-original tiles; rounded corners; non-original gutter.
In the rear facade (west side) four arched windows with decorative iron glazing bars under roll moulding.
Valuation
Villa farm with attached outbuilding of general importance by reason of architectural and cultural-historical value:
- as an example of a villa farm from 1934 with older main barn in the province of Groningen in a regional Amsterdam School style
- by reason of the striking design and detailing
- by reason of the relatively high degree of integrity of both the exterior and parts of the interior
- as a typical example of architect Westerman's oeuvre
- by reason of the striking location in the ribbon settlement Beerta-Drieborg nominated as a protected townscape
Nearby in the register
- Boerderij(M1), Hoofdweg 103Boerderijunder 1 mi
- Schuur(M), Hoofdweg 103Boerderijunder 1 mi
- Woonhuis, Verlengde Hoofdweg 3Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Verlengde Hoofdweg 2Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.