Rijksmonumentenregister · Netherlands
Poldergemaal, Pabstsendam bij 2
Wageningen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gemaal
- Function
- Poldergemaal
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1927 - 1929
- Address
- Pabstsendam bij 2, Locatie: haven, 6701 PC Wageningen
- Place
- Wageningen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.96128, 5.65904
- Monument number
- 522215
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft Library
2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Verklaring van het algemeen nut der onteigening van eigendommen in de gemeente Horssen, noodig voor den aanleg van eene wetering door het waterschap "de Gecombineerde waterlossing der polderdistricten Rijk van Nijmegen en Maas en Waal"" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
POMPGEMAAL, gebouwd in 1927-1929 door de Dienst Gemeentewerken in een aan het Nieuwe Bouwen verwante stijl, naar een ontwerp uit 1925. De eveneens onder bescherming vallende UITWATERINGSSLUIS is op enkele meters afstand van het gemaal in de uiterwaarden geplaatst.
De bouw van het gemaal houdt indirekt verband met de baksteenfabricage in de uiterwaarden rond 1900 langs de Nederrijn in Wageningen. Door het aftichelen van kleigronden ontstond, waar zich nu de buitenhaven bevindt, een verlaging van het grondoppervlak, die bemaling van het poldergebied noodzakelijk maakte. Gelijktijdig nam het toenmalige stadsbestuur een besluit om in het belang van de openbare gezondheid de kwaliteit van het water in de stadsgracht te verbeteren. De bouw van een stoomgemaal met een gemeenschappelijk doel bood aan deze problemen een oplossing. Door electrificatie heeft het stoomgemaal zijn diensten echter moeten beëindigen. In een moderne vormgeving heeft het nieuwe gemaal en inmiddels aangestuurd door electriciteit, aanvankelijk zijn tweeledige doel steeds gediend: polderbemaling en wateruitvoer van de stadsgracht. Tegenwoordig is het pompgemaal nog alleen van belang voor de waterhuishouding in de uiterwaarden. Het gebouw doet alleen nog in geval van calamiteiten dienst (dijkbewaking). De uitwateringsluis bevindt zich op enkele meters afstand, in zuidoostelijke richting van het pompgemaal. Kenmerkend voor de stijl van het Nieuwe Bouwen, en in het pompgemaal goed herkenbaar, zijn de toepassing van orthogonale lijnen (zoals ramen) in vlakke gevels en geometrische verhoudingen van muurvlakken. Het gesloten karakter van het gebouw past goed bij zijn funktie van waterbeheersing.
Omschrijving
Het pompgemaal bezit in hoofdvorm een rechthoekige plattegrond, is in beton met een bakstenen klampmuur (halfsteensverband) opgetrokken en is gelegen in het oostelijke talud van de Pabstsendam die als dijk de polder scheidt van de haven. Het pomphuis grijpt deels in het talud en is voor wat betreft de eerste bouwlaag sterk verdiept door de aanwezige pompkelder. De bouwlaag die boven het niveau van het dijkhoofd reikt, bevat links de machinekamer en rechts de toegang. Het platte dak is met gesmoorde Rijnlandse gevelpan omzoomd. De smalle van stalen ramen voorziene vensters van liggend en staand formaat, worden alle beëindigd door een steense strek. Op één hoekvenster na, bestaan de ramen uit door verticale roeden ingedeelde lichtspleten waarvan een bovendeel als klapraam is uitgevoerd. Omlopend komen onder de daklijn ventilatiestenen voor.
De VOORGEVEL ligt evenwijdig aan de dijk en wordt door een gesloten, blokvormige architectuur, gekenmerkt. (Door het licht verspringen van het dakvlak en het terugwijken van een deel van de bouwvorm lijkt hier sprake te zijn van twee bouwdelen). Het, ten opzichte van de kruin van de dijk, lager gelegen gebouwtje wordt door haaks op de weg gesitueerde, evenwijdig gemetselde, maar aan de binnenzijde gecementeerde, lage muurtjes waartussen zich een smalle hellingbaan bevindt, hiervan gescheiden. De hellingbaan sluit aan op een stalen deur in het terugwijkende rechter gedeelte. Het rechtermuurtje reikt via een halfcirkel-vormige uitstulping tot bij de ingang. Het linkermuurtje gaat voor de voorgevel langs en bezit geheel links eenzelfde vorm waarin een pomp-afsluiter met twee ijzeren bodemluiken, is geplaatst. Het muurtje zet zich naar de linkerhoek van de voorgevel voort. Dit gedeelte is op een eveneens stalen deur onder een strekse boog na, blind uitgevoerd. De LINKER ZIJGEVEL bevat twee in hoogte verspringende gemetselde bouwdelen waaronder zich de kelder bevindt. De muur bevat halverwege het talud een trapsgewijs verspringende klampmuur onder de rechts geplaatste vijf (vierruits)lichtspleten. De hoek met de achtergevel wordt grotendeels ingenomen door een samengesteld hoekvenster bestaande uit zes onder elkaar geplaatste ruiten die door vijf uitkragende betondorpels worden gescheiden. Een gemetselde stijl als hoekkolom deelt de ruiten per gevel in ongelijke delen.
De ACHTERGEVEL bevat behalve het hiervoor beschreven hoekvenster in het midden drie (vierruits)lichtspleten. In het licht terugwijkende, iets hogere linkerdeel komt een (vijfruits)lichtspleet voor. De blind uitgevoerde benedenhelft van de gevel is voorzien van een klampmuur die zich rechts vanuit het boven het maaiveld opgaande muurwerk van de kelder zich ten dele over de klampmuur voortzet.
De RECHTER ZIJGEVEL bevat evenals de achtergevel alleen in het bovenste deel ramen. Vijf (vijfruits)ramen rusten op de klampmuur die zich heeft voortgezet vanuit een van de muurtjes van de hellingbaan aan de voorzijde van het gebouw. Ter plaatse van het talud van de dijk is onder een betonnen, gebombeerde dorpel, die zich eveneens voortzet over de klampmuur, een rechtgesloten open ruimte.
De ruimtelijke indeling van het INTERIEUR van het gemaal is licht gewijzigd door de plaatsing van een muur in de voormalige machinekamer waarvan alleen als lambrisering de met een zwarte rand afgebiesde gele wandtegels en eveneens gele vloertegels gespaard zijn. Aan de oostzijde van het gebouw bevindt zich de ijzeren trap die leidt naar de kelder waarin zich de pompinrichting bevindt met twee oorspronkelijke centrifugaalpompen (met bronzen as en massieve lagers) die door een smeedijzeren hekje worden afgeschermd en zes afsluiters.
De sloot met UITWATERINGSLUIS is ten opzichte van de dijk haaks gelegen en ligt op enkele meters van de rechter zijgevel van het gemaal verwijderd. De betonnen keermuur waartussen zich aan weerszijden de gleuf bevindt voor de schotbalken zet zich, haaks in de beschoeiing van de sloot geplaatst, voort.
Waardering
Pompgemaal met sluis uit 1927-1929.
- Van architectuurhistorisch belang als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een pompgemaal in een aan het Nieuwe Bouwen verwante stijl. In het geval van een pompgemaal als utiliteitsgebouw is hier zelfs sprake van een opmerkelijke vormgeving.
- Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn ligging aan de dijk in het poldergebied nabij de haven.
- Van cultuurhistorisch belang vanwege de eeuwenoude verbintenis inzake de waterregulering in dit gebied die vanaf het eerste kwart van de 19de eeuw plaats vond met behulp van een electromotor.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
PUMP STATION, built in 1927-1929 by the Municipal Public Works Service in a style related to the Nieuwe Bouwen movement, based on a design from 1925. The DRAINAGE SLUICE, also under protection, is situated a few metres away from the pump station in the floodplain.
The construction of the pump station is indirectly connected to brick manufacturing in the floodplain around 1900 along the Nederrijn in Wageningen. The extraction of clay soils created a depression in the ground surface where the outer harbour now stands, which made drainage of the polder area necessary. At the same time, the municipal authorities of the day decided to improve the quality of water in the town moat in the interest of public health. The construction of a steam-powered pump station with a common purpose provided a solution to these problems. However, electrification meant the steam pump station had to cease operations. In a modern design, the new pump station, now powered by electricity, initially continued to serve its dual purpose: polder drainage and water discharge from the town moat. Nowadays the pump station is only important for water management in the floodplain. The building only operates in case of emergencies (dyke monitoring). The drainage sluice is situated a few metres away, to the southeast of the pump station. Characteristic of the Nieuwe Bouwen style, and clearly recognisable in the pump station, are the use of orthogonal lines (such as windows) in flat facades and geometric proportions of wall surfaces. The closed character of the building is well suited to its function of water management.
Description
The pump station has a rectangular plan form in its main shape, is constructed of concrete with a brick clamping wall (Flemish bond) and is located on the eastern slope of the Pabstsendam which, as a dyke, separates the polder from the harbour. The pump house partially encroaches on the slope and, as far as the first storey is concerned, is considerably lowered by the existing pump cellar. The storey that extends above the level of the dyke crest contains the machine room on the left and the entrance on the right. The flat roof is bordered with bonded Rhenish pantiles. The narrow windows fitted with steel frames, in horizontal and vertical formats, all terminate in a brick course. With the exception of one corner window, the windows consist of light apertures divided by vertical glazing bars, the upper part of which is fitted as a fanlight. Running around beneath the roof line are ventilation bricks.
The FRONT FACADE is parallel to the dyke and is characterised by a closed, block-like architecture. (Due to the slight offset of the roof plane and the recession of part of the building form, this appears to be two separate building elements). The small building, situated lower than the crest of the dyke, is separated from this by low walls set perpendicular to the road, laid in parallel courses but cemented on the inside, between which a narrow ramp is situated. The ramp leads to a steel door in the recessed right section. The right wall extends via a semi-circular projection to the entrance. The left wall runs in front of the front facade and has an identical form at the far left in which a pump shut-off valve with two iron bottom flaps is placed. The wall continues to the left corner of the front facade. This section is executed blind except for a steel door beneath a brick arch. The LEFT SIDE FACADE contains two building elements offset in height, beneath which the cellar is situated. The wall contains a stepped clamping wall halfway down the slope beneath the five (four-pane) light apertures positioned on the right. The corner with the rear facade is largely occupied by a compound corner window consisting of six panes arranged vertically which are separated by five projecting concrete lintels. A brick pier as a corner column divides the panes unequally per facade.
The REAR FACADE contains, in addition to the corner window described above, three (four-pane) light apertures in the centre. In the slightly recessed, somewhat higher left section, a (five-pane) light aperture occurs. The blind-executed lower half of the facade is provided with a clamping wall which, from the right, continues from the masonry of the cellar rising above ground level and partly extends over the clamping wall.
The RIGHT SIDE FACADE contains, like the rear facade, windows only in the upper part. Five (five-pane) windows rest on the clamping wall which has continued from one of the ramp walls at the front of the building. At the slope of the dyke, beneath a concrete arched lintel, which also extends over the clamping wall, an open space is formed on a right-angled basis.
The spatial layout of the INTERIOR of the pump station has been slightly altered by the placement of a wall in the former machine room, of which only the yellow wall tiles with a black border and yellow floor tiles, applied as wainscoting, have been preserved. On the east side of the building is the iron staircase which leads to the cellar where the pumping installation is situated, containing two original centrifugal pumps (with bronze shaft and solid bearings) which are screened by a wrought-iron fence, and six shut-off valves.
The ditch with DRAINAGE SLUICE is positioned at right angles to the dyke and is situated a few metres away from the right side facade of the pump station. The concrete retaining wall, between which the grooves for the sluice gates are situated on either side, continues, positioned at right angles in the ditch facing, extending outward.
Valuation
Pump station with sluice from 1927-1929.
- Of architectural historical importance as a well-preserved and intact example of a pump station in a style related to the Nieuwe Bouwen movement. In the case of a pump station as a utility building, this represents a remarkable design.
- Of urban planning importance due to its location on the dyke in the polder area near the harbour.
- Of cultural historical importance due to the centuries-old association with water regulation in this area which took place from the first quarter of the 19th century with the help of an electric motor.
Nearby in the register
- Woonhuis, Grebbedijk 4Woonhuisunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Nudestraat tegenover 1Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Niemeijerstraat 21 ATuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Boterstraat bij 26Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.