Rijksmonumentenregister · Netherlands
Sint Martinuskerk
Neer, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1909
- Address
- Kerkplein 4, 6086 BK Neer (Leudal 31)
- Place
- Neer
- Municipality
- Leudal
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.26012, 5.98876
- Monument number
- 522200
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 377. Kaldenkirchen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding.
De Rooms-Katholieke PAROCHIEKERK Sint Martinus,- waarvan enkele interieurstukken van rijkswege bescherming genieten onder monumentnummer 30331 -, is gesitueerd op een markant Maasterras in het centrum van Neer en domineert een overigens vrij open gebleven landelijke omgeving. De in 1909 gereed gekomen kerk werd gebouwd in neo-gotische stijl naar een ontwerp van architect C. Franssen (Roermond). Aannemers Derickx en Gooden voerden het werk uit voor f 48.550,--. Op dezelfde locatie hebben in de loop der eeuwen diverse parochiekerken gelegen. Het oudste relict daarvan vormt thans de kern van de torenvoet. Tegen de toren werd in de late Middeleeuwen een nieuwe kerk gebouwd, die in de negentiende eeuw ingrijpend werd gewijzigd en uitgebreid. Franssen liet voor de uitvoering van zijn plan deze oude kerk, met uitzondering van de torenpartij, slopen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft de kerk zwaar te lijden gehad. De originele glas-in-loodvensters sneuvelden en een groot deel van het zuidoostelijke koor en transept werd nieuw opgemetseld. Van de toren werden de klokkenverdieping en torenspits in 1944 door de Duitsers opgeblazen. De soberder herbouwde toren, naar een ontwerp van architect J. Franssen, dateert uit 1953.
Omschrijving.
De Sint Martinuskerk ligt op het hoogste terras van het geterrasseerde Kerkplein in het centrum van Neer en wordt grotendeels van de directe omgeving afgescheiden middels rondom lopende bakstenen keermuren. In de keermuur bevindt zich aan de frontzijde (Kerkplein) een stenen trap met gebogen treden, aan één zijde ingelaten in een gebogen bakstenen boom en aan de andere zijde eindigend in de keermuur. Op de flankerende keermuur ezelsruggen en een smeedijzeren spijlenhek tussen bakstenen pijlertjes met bekronende dennenappel-motieven.
Het betreft een georiënteerde driebeukige kruiskerk van het basilicale type, onder zadel-, lessenaar- en (omlopende) schilddaken, gedekt met leien in Maasdekking. Nokeinden van schip, koor en transepten licht afgewolfd en veelal bekroond met gestileerde kruisbloemen; nokeinde absis bekroond met een smeedijzeren kruis. In de dakschilden enkele dakkapellen onder aankappende, omlopende schilddakjes met overstek, bekroond met pironnen. Op de viering een dakruiter met naaldspits. In de noordoostelijke oksel van koor en transept bevindt zich een drielaagse sacristie onder een eveneens met leien in Maasdekking gedekt schilddak met gestileerde kruisbloemen op de nokeinden.
Het gebouw is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde baksteen met toepassing van geprofileerde rode verblendsteen rond gevelopeningenen en blinde nissen en van hardsteen voor lijsten, voor afzaten en voor dekplaten op de versnijdingen van steunberen en portalen. Het exterieur wordt verder verlevendigd door de toepassing van gekoppelde bakstenen tandlijsten en siermetselwerk onder de bakgoten van schip, transept, koor, koorsluiting, zijbeuken en sacristie.
De kerk bestaat uit een schip van twee traveeën met aansluitend portaal, een transept met rechtgesloten armen van één travee en een koor van één travee met een lager aangezette en iets inspringende 7/12 sluiting. Aan weerszijden van de koortravee bevinden zich de zij-altaren.
De voorgevel heeft een driedelige opstand, bestaande uit een licht uitgebouwd portaal met wimberg -met in de top een vierpas en bekroond met een hardstenen kruis- waarboven een groep van drie klimmende lancetvensters en een tuitgevel met een klimmende reeks van zeven ondiepe spitsboognissen, waarin centraal een beeld van de H. Martinus onder baldakijn. Ter linkerzijde de grotendeels vernieuwde klokkentoren uit 1953. In de oude torenvoet met geblokte natuurstenen hoeklijsten bevindt zich een gevelsteen met inscriptie 'Ano Dni MCCCCXLVII ipso die Egidii' ('in het jaar des Heeren 1447 op dezelfde dag van de H. Egidius'), die op de middeleeuwse herkomst duidt. In de oksel van voorgevel en toren rijst een zich verjongende contrefort op. Ter rechterzijde een deels ronde en deels octogonale traptoren met diverse vensters en een met leien gedekte torenhelm. Rechts van de gevel de voormalige tweelaags zij-ingang, thans Mariakapel, onder een aankappend schilddak met gestileerde kruisbloem op het nokeinde. In de kopgevel een lancetvenster met daarboven drie gekoppelde blinde spitsboognissen, in de rechter zijgevel drie gekoppelde lancetvensters boven de nog aanwezige deuren.
In het schip en het koor heeft de lichtbeuk per travee een triplet van klimmende lancetten en heeft de zijbeuk twee door contreforten van elkaar gescheiden lancetvensters. Aan de schipzijde van de zijbeuken der transepten bevinden zich (deels jongere) zij-ingangen. De sluitingen van de transeptarmen worden geschraagd door contreforten en bezitten tripletten met klimmende vensters waarboven een reeks van zeven klimmende spitsboognissen. De absis heeft lancetvensters tussen hoog oprijzende contreforten. De sacristie, met hoeklisenen en waterlijsten, heeft rechtgesloten -deels van diefijzers voorziene- vensters onder hardstenen lateien.
Inwendig toont de kerk in materiaal een afwisseling tussen eenvoudige witgepleisterde muur- en gewelfvelden en schoon metselwerk. De vloeren van schip, transept en zijbeuken bestaan uit Naamse blauwsteen; de vloer van het priesterkoor uit polychrome cementtegels met geometrische en florale motieven. Schip, transept en koor zijn overwelfd met wit gepleisterde kruisribgewelven, de viering heeft een stergewelf. Franssen poogde met het ontwerp voor deze kerk een synthese te vinden tussen de basiliek en een centraalbouw. Behalve door het schip en transepten zijbeuken te geven poogde hij dit te bereiken door een bijzondere constructie van de zijbeukgewelven waarvan de gewelfvelden naar de middenbeuk toe omhoog lopen, in de richting van de punten van de scheibogen. Ook het rechthoekige portaal is overkluisd met ribgewelven.
De wandopbouw van schip-, transept- en koortraveeën bestaat achtereenvolgens uit gekantonneerde, weinig spitse scheibogen; een zwarte sierlijst; een schijntriforium met drievoudig gekoppelde segmentbogen en de lichtbeuk met tripletten. De kruisribben rusten op bladkapiteeltjes van Savonièresteen, die overhoeks op de pijlers zijn aangebracht ter hoogte van de zwarte sierlijst. De kapiteeltjes worden geschraagd door ranke schalken van zwarte profielsteen. De gordelbogen komen direct voort uit de pijlers en rusten dus niet op kapitelen. In de rechtgesloten transepteinden en de absis rijzen de lancetten direct op vanaf de zwarte sierlijsten. Het portaal met bovengelegen oksaal is in 1997 gedeeltelijk gewijzigd. Het opent via twee rondbogen naar het middenschip. De bogen rusten in het midden op een gepolijste, zwarte natuurstenen zuil met bladkapiteel. Het oksaal, overkluisd met een kruisribgewelf, is uitgebouwd.
Het vrij sobere interieur van de kerk wordt verlevendigd door een rijke en gaaf bewaard gebleven wettelijk beschermde inventaris, deels afkomstig uit andere kerken en deels neo-gotisch. Vermeldenswaard zijn onder andere: het hoofdaltaar (1917, gepolychromeerd hout en marmer, beeldhouwer onbekend, schilderingen A. Windhausen); het Jozef-altaar (1912, gepolychromeerd hout, beeld van Thissen en Zn.); het Maria-altaar (ca. 1920, gepolychromeerd hout); een eikenhouten preekstoel (XIXb); twee eikenhouten biechtstoelen (XIXa); kruiswegstaties (XXa, Windhausen uit Roermond) en enkele schilderijen (XVII tot XVIII); twee renaissance communiebanken (XVIIa, uit het klooster Keizersbosch); een houten Marianum (ca. 1525, Meester van Elsloo ?); vele gepolychromeerde houten beelden (van XVd tot XXa); diverse houten en koperen kruisbeelden en processiekruisen (XVIa tot XIXd); gebrandschilderde vensters in het koor en de transepten (1947, Max Weiss uit Roermond) en in de westgevel (van Charles Eyck); en het nieuwe kerkorgel (1981, Verschueren, afkomstig uit de St. Servaaskerk te Maastricht). Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg
Waardering.
De parochiekerk Sint Martinus is van algemeen belang. Het object heeft cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling en emancipatie van het rooms-katholicisme in het begin van de twintigste eeuw. Daarnaast vanwege de historische continuïteit, aangezien het object een religieuze ontwikkeling continueert die zich op deze plek middels een gebouw voor de eredienst al eeuwenlang nadrukkelijk manifesteert. Verder is de kerk van belang voor de typologische ontwikkeling van dorpskerken in het Limburgs Peelgebied.
Het object heeft architectuur- en kunsthistorische waarden vanwege het belang van het door Franssen toegepaste ontwerpprincipe voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de neo-gotische kerkenbouw en vanwege de rijk geornamenteerde en kwalitatief hoogwaardige inventaris uit diverse Limburgse ateliers. Het object heeft ensemblewaarden als beeldbepalend onderdeel van de historische bebouwing aan het Kerkplein te Neer en is door de markante en dominante situering op een Maasterras (vooral in relatie tot de vrij open gebleven landelijke omgeving) van bijzondere betekenis voor het aanzien van het dorp. Het object is van belang wegens de gaafheid van de bewaard gebleven inventaris en zeldzaam wegens voornoemde stedenbouwkundige situering.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction.
The Roman Catholic PARISH CHURCH Sint Martinus, several interior pieces of which are protected by the state under national monument number 30331, is situated on a distinctive Maas terrace in the centre of Neer and dominates an otherwise fairly open rural environment. The church, completed in 1909, was built in neo-Gothic style to a design by architect C. Franssen (Roermond). Contractors Derickx and Gooden carried out the work for f 48,550.--. Various parish churches have stood at this location over the centuries. The oldest relic of these now forms the core of the tower base. A new church was built against the tower in the late Middle Ages, which was significantly modified and extended in the nineteenth century. Franssen had this old church demolished for the execution of his plan, with the exception of the tower section. During the Second World War the church suffered heavily. The original stained-glass windows were destroyed and a large part of the southeastern choir and transept was rebuilt. The bell chamber and spire of the tower were blown up by the Germans in 1944. The more austere rebuilt tower, to a design by architect J. Franssen, dates from 1953.
Description.
The Sint Martinuskerk is situated on the highest terrace of the terraced Church Square in the centre of Neer and is largely separated from its immediate surroundings by brick retaining walls running all around. In the retaining wall on the front side (Kerkplein) is a stone staircase with curved steps, set into a curved brick arch on one side and ending in the retaining wall on the other side. On the flanking retaining wall donkey-back coping stones and a wrought-iron railing between brick pilasters with pine-cone finials.
It is an oriented three-aisled cross church of the basilica type, with gabled, lean-to and (running) hipped roofs, covered with slate in Maas bond. Ridge ends of nave, choir and transepts slightly flared and mostly crowned with stylized cross flowers; ridge end of apse crowned with a wrought-iron cross. In the roof slopes several roof dormers with abutting, running hipped rooflets with overhang, crowned with finials. On the crossing a roof turret with spire. In the northeastern angle of choir and transept is a three-storey sacristy also covered with slate in Maas bond with stylized cross flowers on the ridge ends.
The building is constructed of brick laid in stretcher bond with the application of profiled red facing brick around roof openings and blind niches and of stone for cornices, for offsets and for cope stones on the offsets of buttresses and portals. The exterior is further enlivened by the application of coupled brick tooth mouldings and decorative brickwork beneath the bargeboard gutters of nave, transept, choir, choir closure, side aisles and sacristy.
The church consists of a nave of two bays with an adjoining entrance porch, a transept with square-ended arms of one bay and a choir of one bay with a lower set and slightly recessed 7/12 closure. Side altars are located on either side of the choir bay.
The front facade has a tripartite elevation, consisting of a slightly projecting porch with a gable-topped canopy - with a quatrefoil at the apex and crowned with a stone cross - above which is a group of three ascending lancet windows and a spout gable with a climbing series of seven shallow pointed-arch niches, with a statue of St. Martinus under a canopy in the centre. On the left side the largely renewed bell tower from 1953. In the old tower base with blocked stone corner strings is a facade stone with the inscription 'Ano Dni MCCCCXLVII ipso die Egidii' ('in the year of our Lord 1447 on the same day of St. Egidius'), indicating medieval origin. In the angle of the front facade and tower rises a tapering buttress. On the right side a partly round and partly octagonal staircase tower with various windows and a slate-covered tower cap. To the right of the facade the former two-storey side entrance, now the Mary chapel, under an abutting hipped roof with a stylized cross flower on the ridge end. In the gable a lancet window with above it three coupled blind pointed-arch niches, in the right side gable three coupled lancet windows above the still present doors.
In the nave and choir the central aisle has a triplet of ascending lancets per bay and the side aisles have two lancet windows separated by buttresses. On the nave side of the aisles of the transepts are (partly later) side entrances. The closures of the transept arms are supported by buttresses and have triplets with ascending windows above which is a series of seven ascending pointed-arch niches. The apse has lancet windows between high-rising buttresses. The sacristy, with corner quoins and drip mouldings, has square-ended windows - partly fitted with security bars - under stone lintels.
Internally the church shows a variation in materials between simple whitewashed walls and vault fields and fair ashlar work. The floors of nave, transept and side aisles consist of Namur blue stone; the floor of the presbyter's choir of polychrome cement tiles with geometric and floral motifs. Nave, transept and choir are vaulted with whitewashed cross-ribbed vaults, the crossing has a star vault. Franssen attempted with the design for this church to find a synthesis between the basilica and a central-plan building. In addition to giving the nave and transepts side aisles, he attempted to achieve this through a special construction of the side aisle vaults whose vault fields slope upwards towards the central aisle in the direction of the springlines of the arches. The rectangular entrance porch is also vaulted with ribbed vaults.
The wall structure of nave, transept and choir bays consists successively of pointed, slender springing arches; a black decorative moulding; a false triforium with threefold coupled segment arches and the central aisle with triplets. The cross ribs rest on foliage capitals of Savonièresteen, which are placed diagonally on the pillars at the height of the black decorative moulding. The capitals are supported by slender brackets of black moulded stone. The binding arches emanate directly from the pillars and thus do not rest on capitals. In the square-ended transept ends and the apse the lancets rise directly from the black decorative mouldings. The entrance porch with overlying gallery was partially modified in 1997. It opens via two round arches into the central nave. The arches rest in the middle on a polished, black natural stone column with foliage capital. The gallery, vaulted with a cross-ribbed vault, is projecting.
The fairly austere interior of the church is enlivened by a rich and well-preserved legally protected inventory, partly from other churches and partly neo-Gothic. Noteworthy are among others: the high altar (1917, polychromed wood and marble, sculptor unknown, paintings A. Windhausen); the Joseph altar (1912, polychromed wood, sculpture by Thissen and Sons); the Mary altar (ca. 1920, polychromed wood); an oak pulpit (19th century, late); two oak confessionals (19th century, early); stations of the cross (20th century, early, Windhausen from Roermond) and several paintings (17th to 18th century); two Renaissance communion benches (17th century, early, from the Keizersbosch convent); a wooden Marian shrine (ca. 1525, Master of Elsloo ?); many polychromed wooden sculptures (from 15th century, late to 20th century, early); various wooden and copper crucifixes and processional crosses (16th century, early to 19th century, late); stained-glass windows in the choir and transepts (1947, Max Weiss from Roermond) and in the west facade (by Charles Eyck); and the new church organ (1981, Verschueren, from the St. Servaaskerk in Maastricht). Organ and organ case are not of value from the point of view of monument conservation.
Valuation.
The parish church Sint Martinus is of general importance. The object has cultural-historical values as a particular expression of the development and emancipation of Roman Catholicism at the beginning of the twentieth century. Furthermore, due to historical continuity, as the object continues a religious development which has been manifesting itself prominently at this location by means of a building for worship for centuries. The church is furthermore of importance for the typological development of village churches in the Limburgian Peel region.
The object has architectural and art-historical values due to the importance of the design principle applied by Franssen for the development history of neo-Gothic church building and due to the richly ornamented and high-quality inventory from various Limburgian workshops. The object has ensemble values as a distinctive component of the historical development at Church Square in Neer and is of particular significance for the appearance of the village by virtue of its distinctive and dominant position on a Maas terrace (especially in relation to the fairly open rural environment that has been preserved). The object is of importance due to the integrity of the preserved inventory and is rare due to the aforementioned urban planning situation.
Nearby in the register
- Woonhuis, Kerkplein 2Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Engelmanstraat 13Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Bergerstraat 23Woonhuisunder 1 mi
- Molen, Friedesemolen 2Industrie- en poldermolenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.