Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Burgemeester Venemastraat 8
Winschoten, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1906
- Address
- Burgemeester Venemastraat 8, 9671 AB Winschoten (Oldambt 20) (and others)
- Place
- Winschoten
- Municipality
- Oldambt
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.14026, 7.03651
- Monument number
- 521750
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1870 map "Kaart van Westerwolde : zijnde het 6e schooldistrict in de Provincie Groningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
WOONBLOK bestaande uit vier woningen en een sociëteitsgebouw met bovenwoning, gebouwd in 1906 door en in opdracht van Ybele Jelsma uit Groningen. De woningen zijn opgetrokken in een Overgangsarchitectuur met Art-Nouveau elementen en verschillen van elkaar in detaillering en materiaalgebruik. In de loop der jaren hebben de woningen diverse wijzigingen ondergaan, waardoor met name de achterzijden nogal zijn aangetast. In 1960 is onder andere woonhuis nummer 8 verbouwd en uitgebreid, in 1979 is nummer 12 verbouwd tot dameskapsalon en het sociëteitsgebouw is in de jaren vijftig verbouwd tot kerk. Het aanzicht van de panden verkeert echter in vrij gave staat.
Het woonblok bepaalt het straatbeeld tezamen met soortgelijke woonblokken. Dit blok springt er echter uit door zijn variatie aan detaillering en materiaalgebruik. Het is direct aan de straat gelegen en geeft de straat een stedelijk karakter.
Omschrijving
Twee bouwlagen hoog WOONBLOK opgetrokken in diverse soorten baksteen met alleen aan de voorzijde een iets uitspringend trasraam van donkere klinkers afgezet met een geglazuurde rand. Het samengestelde afgeknotte dak, gedekt met een roodbruin geglazuurde tuile du Nord (woonhuis nr. 14 is later voorzien van een zwart geglazuurde verbeterde Hollandse pan), heeft een goot op klossen. Onder de goot van de voorgevel een fries van muizetand in rode baksteen of verblendsteen.
WOONHUIS (nr. 8) heeft een voorgevel (noordoost) met zijrisaliet, opgetrokken in een witte verblendsteen met natuurstenen gevelbanden. De achter (zuidwest)- en zijgevel (zuidoost) zijn opgetrokken in rode baksteen. In de voorgevel met een fries van rode muizetand en witte verblendsteen, twee H-vensters met drieruits bovenlicht met gekleurd glas-in-lood en bruin geglazuurde onderdorpels. Op de verdieping twee openslaande vensters met een bovenlicht met roedenverdeling en getint glas, en donker geglazuurde onderdorpels met natuurstenen hoekstukken. In het dakvlak erboven een houten dakkapel met lessenaarsdakje en een dubbel zesruits venster. Het doorgetrokken zijrisaliet heeft een tentdak met piron en houten overstek. In het risaliet de hoofdentree, bestaande uit een paneeldeur met deurlicht met kijkgat van getint glas, een drieruits bovenlicht met gekleurd glas-in-lood en twee zijlichten met gekleurd glas-in-lood, natuurstenen stijlen en lateien, en halfsteens rollagen van verblendsteen en rode steen. Erboven een openslaand venster met bovenlicht met roedenverdeling en getint glas; in de top een openslaand venster met vierruits bovenlicht en getint glas, onder een natuurstenen latei. De vensters op de begane grond en de eerste verdieping hebben alle een natuurstenen latei en een halfsteens rollaag van afwisselend witte en rode steen.
De zijgevel (zuidoost) is blind. De achtergevel is wegens de jongere aanbouw en de vele wijzigingen voor de bescherming van ondergeschikt belang.
In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in de gang het stucplafond met rozet; de houten trap met decoratieve ronde trappalen en leuning met houten stijlen en handlijst. In het voorportaal de granito vloer; de crème tegellambrizering; het stucplafond met rozet; de blinde gepleisterde segmentbogen in de zijwanden. In de kamers op de begane grond de stucplafonds met rozet met art-nouveau motieven. In de kamer op de verdieping de twee roze-grijs geaderde schouwen.
WOONHUIS (nr. 10) heeft een voorgevel opgetrokken in bruine bezande baksteen met gepleisterde gevelbanden. De hoofdentree bevindt zich onder een doorgetrokken geveldeel met steekkap met tuitgevel en gepleisterd opklimmend fries. De hoofdentree bestaat uit een paneeldeur met boven- en zijlichten van glas-in-lood met roeden, samengevat onder een gepleisterde latei met rollaag van afwisselend witte en donkere steen. Boven de entree een openslaand venster met vierruits bovenlicht. Tussen de entree en dit venster een rechthoekig vlak gemarkeerd door gepleisterde hoekstenen en opstaande geglazuurde bakstenen randen. In de top een openslaand venster met halfrond drieruits bovenlicht onder een halfsteens rondboog van witte steen, donkere steen en gepleisterde aanzetstenen. Onder de geglazuurde onderdorpels van beide vensters een rand muizetand in kalkzandsteen.
Rechts van de entreepartij een driestrooksvenster met glas-in-lood bovenlichten (de middelste met roeden), samengevat onder een gepleisterde latei en een halfsteens segmentboog van witte en donkere steen. Erboven een driestrooksvenster met in het midden een iets hoger, openslaand venster, glas-in-lood bovenlichten, gepleisterde lateien en rollagen van witte en donkere steen. In het dakvlak een dakkapel onder lessenaarsdak met een dubbel venster. De achtergevel is vanwege de wijzigingen voor de bescherming van ondergeschikt belang.
In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in het voorportaal de granito vloer; de dubbele tochtdeuren (met niet origineel glas-in-lood) met boven- en zijlichten van geëtst glas in art nouveau motieven; het stucplafond; de blinde gepleisterde segmentbogen in de zijwanden. In de gang beneden de granito vloer; de houten trap met decoratieve trappalen, en leuning met decoratieve stijlen en handlijst.
WOONHUIS (nr. 12) heeft een voorgevel opgetrokken in een rode baksteen met geverfde (niet origineel) gevelbanden. De hoofdentree bevindt zich onder een doorgetrokken geveldeel met steekkap met houten beschot in top en strakke windveren. De hoofdentree bestaat uit een deur (niet origineel) met boven- en zijlichten met glas-in-lood en roedenverdeling, samengevat onder een later geverfde getoogde strek met boogtrommel van witte en rode steen en later geverfde aanzetstenen; een natuurstenen stoep. Boven de entree een openslaand venster met bovenlicht met roedenverdeling onder een getoogde strek van rode baksteen met later geverfde accenten en aanzetstenen. In de top een staand venster (vernieuwd).
Rechts van de entreepartij twee H-venster met drieruits glas-in-lood bovenlichten, onder een later geverfde getoogde strek met boogtrommel van witte en rode steen, en later geverfde aanzetstenen. Erboven twee openslaande vensters met bovenlichten met roedenverdeling, onder een strek van rode baksteen met later geverfde accenten en aanzetstenen. In het dakvlak een dakkapel onder lessenaarsdak met een dubbel venster. De achtergevel is vanwege de wijzigingen voor de bescherming van ondergeschikt belang.
In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in het voorportaal de dubbele tochtdeuren met boven- en zijlichten van geëtst glas in art nouveau motieven; het stucplafond; de blinde gepleisterde segmentbogen in de zijwanden. In de gang de houten trap met decoratieve trappalen, en leuning met decoratieve stijlen en handlijst; de in de wand bevestigde porseleinen wasbak met afbeeldingen van paradijsvogels en florale motieven in blauw, vervaardigd bij Cauldon Works, Stoke-on-Trent, England. In de kamer beneden de zwart marmeren schouw; de stucplafonds met art nouveau rozetten. In de kamers op de eerste verdieping de dubbele suitedeuren (paneel) met deurlichten van blank glas-in-lood; de zwart marmeren schouw; het stucplafond met art nouveau rozet; de schuifdeuren naar de serre.
WOONHUIS (nr. 14) heeft een voorgevel opgetrokken in bruine bezande baksteen met natuurstenen gevelbanden. De hoofdentree bevindt zich onder een doorgetrokken geveldeel met plat dak. De hoofdentree bestaat uit een paneeldeur met gebogen drieruits bovenlicht met glas-in-lood en twee rondboog zijlichten met roedenverdeling en glas-in-lood, alle onder een natuurstenen getoogde strek en aanzetstenen, en een rollaag van afwisselend witte en donkere steen. Tussen deur en zijlichten natuurstenen stijlen. Boven de entree een venster met gebogen bovenlicht met decoratieve roedenverdeling, en in de top twee kleine vensters met gebogen drieruits bovenlicht, alle onder een segmentboog van donkere steen met witte accenten en natuurstenen aanzetstenen.
Rechts van de entreepartij drie H-vensters met glas-in-lood bovenlichten (de middelste met roeden), onder natuurstenen lateien en een halfsteens rollagen van witte en donkere steen. De vensters worden gescheiden door iets uitspringende smalle muurdammen, die doorlopen tussen de drie verdiepingvensters erboven, met in het midden een openslaand venster. Deze drie vensters hebben een gebogen bovenlicht met decoratieve roedenverdeling onder een segmentboog van donkere steen met witte accenten. Onder de geglazuurde onderdorpels van de verdiepingvensters een rand muizetand in witte steen. In het dakvlak een dakkapel (niet origineel). De achtergevel is vanwege de wijzigingen voor de bescherming van ondergeschikt belang.
In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in het voorportaal de dubbele tochtdeuren met boven- en zijlichten van geëtst glas in art nouveau motieven; het stucplafond; de blinde gepleisterde segmentbogen in de zijwanden. In de kamers de zwart marmeren schouwen.
Het voormalig SOCIËTEITSGEBOUW met BOVENWONING (nr. 16) heeft een voorgevel opgetrokken in een witte verblendsteen met gevelbanden van natuursteen en rode baksteen. De achter (zuidwest)- en zijgevel (noordwest) zijn opgetrokken in rode baksteen. In de voorgevel met een fries van rode muizetand, een driezijdige erker met in het midden een driestrooksvenster en aan weerszijden een H-venster, alle met bovenlicht met gekleurd glas-in-lood en roedenverdeling, en natuurstenen latei. Boven de erker schuin aflopend dakje met in het midden een natuurstenen balkon met hek bestaande uit twee natuurstenen hoofdpijlers en houten balusters met handlijst. Uitkomend op het balkon openslaande deuren met deurlichten met decoratieve roedenverdeling, en boven- en zijlichten met roedenverdeling, alle onder een natuurstenen latei en halfsteens rollaag van rode en verblendsteen. Erboven een doorgetrokken geveldeel onder een steekkap met strakke windveren. In dit geveldeel rode metseldecoratie en een driedelig venster, in het midden openslaand, samengevat onder een driedelig gebogen bovenlicht met roedenverdeling, en een segmentboog van rode en verblendsteen.
Links in de voorgevel de hoofdentree, bestaande uit een paneeldeur met boven- en zijlichten met gekleurd glas-in-lood en roedenverdeling, afgesloten door een natuurstenen latei; boven die van het bovenlicht een rollaag in rode en verblendsteen. De entreepartij heeft natuurstenen kozijnen. Boven de entree een openslaand venster met bovenlicht met roedenverdeling onder een natuurstenen latei en halfsteens rollaag in rode en verblendsteen; onder de onderdorpel een muizetandrand in rode baksteen. Hierboven een doorgetrokken geveldeel onder een lessenaarsdakje met een openslaand venster onder een rollaag in rode en verblendsteen.
De zijgevel (noordwest) en de achtergevel zijn wegens de vele wijzigingen voor de bescherming van ondergeschikt belang.
In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in de benedenzaal de paneeldeuren met decoratieve architraven; de houten lambrizering. In de kamers op de verdieping de twee zwart marmeren schouwen.
Waardering
WOONBLOK bestaande uit vier woningen en een sociëteitsgebouw met bovenwoning van algemeen belang vanwege cultuur-, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde
- als voorbeeld van een woonblok uit 1906 in een Overgangsstijl met Art Nouveau elementen
- vanwege de opvallende en afwisselende detaillering en het materiaalgebruik
- vanwege het stedelijke aanzien dat het blok de straat geeft
- vanwege de beeldbepalende ligging
- vanwege de typologische zeldzaamheid in de provincie Groningen
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
RESIDENTIAL BLOCK consisting of four dwellings and a social club building with upper dwelling, built in 1906 by and on behalf of Ybele Jelsma from Groningen. The dwellings are constructed in a Transitional style with Art Nouveau elements and differ from each other in detailing and material use. Over the years the dwellings have undergone various alterations, whereby in particular the rear sides have been considerably affected. In 1960 among other things dwelling number 8 was rebuilt and extended, in 1979 number 12 was converted into a ladies' hairdressing salon and the social club building was converted into a church in the nineteen-fifties. However, the appearance of the buildings is in fairly good condition.
The residential block determines the streetscape together with similar residential blocks. However, this block stands out due to its variation in detailing and material use. It is located directly on the street and gives the street an urban character.
Description
Two-storey RESIDENTIAL BLOCK constructed in various types of brick with only on the front a slightly projecting tuff frame set off with dark clinkers and a glazed edge. The combined truncated roof, covered with reddish-brown glazed Tuile du Nord (dwelling number 14 was later provided with a black glazed improved Dutch pan), has a gutter on brackets. Below the gutter of the front facade a frieze of mouse-tooth in red brick or facing brick.
DWELLING HOUSE (no. 8) has a front facade (north-east) with a side risalite, constructed in white facing brick with natural stone facade bands. The rear (south-west) and side facade (south-east) are constructed in red brick. In the front facade with a frieze of red mouse-tooth and white facing brick, two cross windows with three-light fanlights with coloured leaded glass and brown glazed sills. On the storey above two casement windows with a fanlight with glazing bars and tinted glass, and dark glazed sills with natural stone corner pieces. In the roof plane above a wooden dormer with catslide roof and a double six-light window. The continuous side risalite has a tent roof with ridge tile and wooden overhang. In the risalite the main entrance, consisting of a panelled door with door light with peephole of tinted glass, a three-light fanlight with coloured leaded glass and two side lights with coloured leaded glass, natural stone mullions and lintels, and half-brick bonding of facing brick and red brick. Above it a casement window with fanlight with glazing bars and tinted glass; at the top a casement window with four-light fanlight and tinted glass, beneath a natural stone lintel. The windows on the ground floor and the first storey all have a natural stone lintel and half-brick bonding of alternating white and red brick.
The side facade (south-east) is blind. The rear facade is of secondary importance for protection due to the younger extension and the many alterations.
In the INTERIOR the following are of note: in the hallway the stucco ceiling with rosette; the wooden staircase with decorative round stair balusters and banister with wooden mullions and handrail. In the entrance lobby the granito floor; the cream tile dado; the stucco ceiling with rosette; the blind plastered segmental arches in the side walls. In the rooms on the ground floor the stucco ceilings with rosettes with art nouveau motifs. In the room on the storey above the two pink-grey veined fireplaces.
DWELLING HOUSE (no. 10) has a front facade constructed in brown sandy brick with plastered facade bands. The main entrance is located beneath a continuous facade section with pitched gable with spout gable and plastered rising frieze. The main entrance consists of a panelled door with above and side lights of leaded glass with glazing bars, combined beneath a plastered lintel with bonding of alternating white and dark brick. Above the entrance a casement window with four-light fanlight. Between the entrance and this window a rectangular panel marked by plastered corner stones and raised glazed brick edges. At the top a casement window with semi-circular three-light fanlight beneath a half-brick semi-circular arch of white brick, dark brick and plastered springing stones. Below the glazed sills of both windows a frieze of mouse-tooth in calcium silicate brick.
To the right of the entrance section a three-bay window with leaded glass fanlights (the centre with glazing bars), combined beneath a plastered lintel and half-brick semi-circular arch of white and dark brick. Above it a three-bay window with in the centre a slightly taller casement window, leaded glass fanlights, plastered lintels and bonding of white and dark brick. In the roof plane a dormer beneath catslide roof with a double window. The rear facade is of secondary importance for protection due to the alterations.
In the INTERIOR the following are of note: in the entrance lobby the granito floor; the double draught doors (with non-original leaded glass) with above and side lights of etched glass in art nouveau motifs; the stucco ceiling; the blind plastered segmental arches in the side walls. In the hallway below the granito floor; the wooden staircase with decorative balusters, and banister with decorative mullions and handrail.
DWELLING HOUSE (no. 12) has a front facade constructed in red brick with painted (non-original) facade bands. The main entrance is located beneath a continuous facade section with pitched gable with wooden boarding at top and straight wind braces. The main entrance consists of a door (non-original) with above and side lights with leaded glass and glazing bars, combined beneath a later painted arched lintel with arch soffit of white and red brick and later painted springing stones; a natural stone step. Above the entrance a casement window with fanlight with glazing bars beneath an arched lintel of red brick with later painted accents and springing stones. At the top a standing window (renewed).
To the right of the entrance section two cross windows with three-light leaded glass fanlights, beneath a later painted arched lintel with arch soffit of white and red brick, and later painted springing stones. Above it two casement windows with fanlights with glazing bars, beneath a lintel of red brick with later painted accents and springing stones. In the roof plane a dormer beneath catslide roof with a double window. The rear facade is of secondary importance for protection due to the alterations.
In the INTERIOR the following are of note: in the entrance lobby the double draught doors with above and side lights of etched glass in art nouveau motifs; the stucco ceiling; the blind plastered segmental arches in the side walls. In the hallway the wooden staircase with decorative balusters, and banister with decorative mullions and handrail; the porcelain wash basin fitted in the wall with images of birds of paradise and floral motifs in blue, manufactured at Cauldon Works, Stoke-on-Trent, England. In the room below the black marble fireplace; the stucco ceilings with art nouveau rosettes. In the rooms on the first storey the double suite doors (panelled) with door lights of clear leaded glass; the black marble fireplace; the stucco ceiling with art nouveau rosette; the sliding doors to the conservatory.
DWELLING HOUSE (no. 14) has a front facade constructed in brown sandy brick with natural stone facade bands. The main entrance is located beneath a continuous facade section with flat roof. The main entrance consists of a panelled door with curved three-light fanlight with leaded glass and two semi-circular arch side lights with glazing bars and leaded glass, all beneath a natural stone arched lintel and springing stones, and bonding of alternating white and dark brick. Between door and side lights natural stone mullions. Above the entrance a window with curved fanlight with decorative glazing bars, and at the top two small windows with curved three-light fanlight, all beneath a semi-circular arch of dark brick with white accents and natural stone springing stones.
To the right of the entrance section three cross windows with leaded glass fanlights (the centre with glazing bars), beneath natural stone lintels and half-brick bonding of white and dark brick. The windows are separated by slightly projecting narrow wall piers, which continue between the three storey windows above, with in the centre a casement window. These three windows have a curved fanlight with decorative glazing bars beneath a semi-circular arch of dark brick with white accents. Below the glazed sills of the storey windows a frieze of mouse-tooth in white brick. In the roof plane a dormer (non-original). The rear facade is of secondary importance for protection due to the alterations.
In the INTERIOR the following are of note: in the entrance lobby the double draught doors with above and side lights of etched glass in art nouveau motifs; the stucco ceiling; the blind plastered segmental arches in the side walls. In the rooms the black marble fireplaces.
The former SOCIAL CLUB BUILDING with UPPER DWELLING (no. 16) has a front facade constructed in white facing brick with facade bands of natural stone and red brick. The rear (south-west) and side facade (north-west) are constructed in red brick. In the front facade with a frieze of red mouse-tooth, a three-sided oriel window with in the centre a three-bay window and on either side a cross window, all with fanlight with coloured leaded glass and glazing bars, and natural stone lintel. Above the oriel a sloping small roof with in the centre a natural stone balcony with railing consisting of two natural stone main posts and wooden balusters with handrail. Opening onto the balcony casement doors with door lights with decorative glazing bars, and above and side lights with glazing bars, all beneath a natural stone lintel and half-brick bonding of red and facing brick. Above it a continuous facade section beneath a pitched gable with straight wind braces. In this facade section red brickwork decoration and a three-part window, in the centre casement, combined beneath a three-part curved fanlight with glazing bars, and a semi-circular arch of red and facing brick.
On the left in the front facade the main entrance, consisting of a panelled door with above and side lights with coloured leaded glass and glazing bars, closed off by a natural stone lintel; above that of the fanlight a bonding in red and facing brick. The entrance section has natural stone frames. Above the entrance a casement window with fanlight with glazing bars beneath a natural stone lintel and half-brick bonding in red and facing brick; beneath the sill a mouse-tooth frieze in red brick. Above this a continuous facade section beneath a catslide roof with a casement window beneath bonding in red and facing brick.
The side facade (north-west) and the rear facade are of secondary importance for protection due to the many alterations.
In the INTERIOR the following are of note: in the ground floor room the panelled doors with decorative architraves; the wooden dado. In the rooms on the storey above the two black marble fireplaces.
Valuation
RESIDENTIAL BLOCK consisting of four dwellings and a social club building with upper dwelling of general importance on account of cultural, architectural-historical and urban planning value
- as an example of a residential block from 1906 in a Transitional style with Art Nouveau elements
- on account of the striking and varied detailing and material use
- on account of the urban appearance that the block gives the street
- on account of the visually dominant location
- on account of the typological rarity in the province of Groningen
Nearby in the register
- Woonhuis, Emmastraat 5Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Emmastraat 7Woonhuisunder 1 mi
- Tuinhuis, Emmastraat bij 7Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Woonhuis, Emmastraat 9Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.