TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Streeperstraat 25

Landgraaf, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1906 - 1919
Address
Streeperstraat 25, 6371 GL Landgraaf
Place
Landgraaf
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.89802, 6.01525
Monument number
521668

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

2 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 428. Aachen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

HERENHUIS, ca. 1906, in een eclectische bouwstijl met elementen van de Art Nouveau. In 1919 verbouwd tot POST- EN TELEGRAAFKANTOOR MET DIRECTEURSWONING door rijksbouwmeester D.E.C. Knuttel in opdracht van het Ministerie van Waterstaat.

Het pand is beeldbepalend gesitueerd aan de Y-vormige splitsing die ter plaatse wordt gevormd door de Streeperstraat en de Ruitersstraat.

In 1914 werd er op het perceel een muur met privaat bijgebouwd. Het privaat is niet meer aanwezig; in 1938 bouw van een nieuwe erfscheiding; in 1940 werd het topgeveltje aan de voorgevel van het postkantoor gewijzigd; in 1968 bouw van een berging, die inmiddels niet meer aanwezig is.

De bakstenen erfscheiding langs de zijtuin aan de Streeperstraat is UITGESLOTEN van bescherming.

Omschrijving

Het pand heeft een gedeeltelijke souterrainverdieping, twee BOUWLAGEN en een zolderverdieping op een in hoofdvorm vierkante PLATTEGROND. Aan de noordoostelijke zijgevel een L-vormige uitbouw met souterrain en één bouwlaag onder een plat dak.

Het hoofdvolume wordt gedekt door een SCHILDVORMIG DAK met muldenpannen. Aan weerszijden onder de nokbalk bevinden zich uileborden. In het uilebord aan de noordwestzijde zijn de venstertjes gedicht. Bakgoten op klossen. Op de dakschilden boven de zijgevels een hoge schoorsteen met bovenafdekking. Tegen de met een topgeveltje bekroonde noordoostelijke zijgevel een in een hoge schoorsteen uitlopend geprofileerd schoorsteenkanaal. Het topgeveltje is ingestoken onder een lessenaarsdak. Op het voordakvlak, aan weerszijden van de topgevel, een dakkapel met rechthoekig verticaal ingedeeld houten venster onder een lessenaarsdakje.

De goten van het PLATTE DAK op de uitbouw worden ondersteund door houten consoles.

Rechthoekige houten VENSTERS en DEUREN. Bij de vensters gaat het overwegend om rechthoekige houten kruiskozijnen met zesruits roedeverdeling in elk glaspaneel van de bovenste vensterhelft. Rechthoekige houten deuren, overwegend niet-authentiek en deels voorzien van bovenlichten.

De gevels zijn uitgevoerd in BAKSTEEN en STUCWERK met imitatievoegen. Metselwerk in kruisverband, voegen in knip- en snijwerk. Hardstenen traptreden. Pleisterwerk.

De VOORGEVEL van het hoofdvolume is symmetrisch ingedeeld en telt vijf traveeën. Centraal in deze gevel een gestuct, in een topgevel uitlopend middenrisaliet. In de eerste laag een vernieuwde rechthoekige houten voordeur met zesruits bovenlicht. Hardstenen traptreden. In de tweede laag een rechthoekige houten balkondeur met verticaal ingedeeld drieruits bovenlicht. Deze deur geeft toegang tot een balkonnetje met balusters in de borstwering. Boven de balkondeur een rechthoekig stuckader met ruitornament. In de topgevel twee rondboogvormige houten venstertjes met bovenlicht alsmede een in het stucwerk aangebracht drukboog met imitatievoegen. De tuitvormige topgevel met verhoogde schouderstukken heeft een getrapte frieslijst en een oeil-de-boeuf-venster.

De gevelvelden aan weerszijden van het middenrisaliet zijn identiek. Gepleisterde plinten en hoeklisenen. De lisenen lopen uit in een gestuct korfboogvormig fries met imitatievoegen. De terugliggende geveldelen zijn uitgevoerd in rode baksteen. Gepleisterde speklagen en lateien. Elk gevelveld telt twee vensterassen over twee bouwlagen, waarin rechthoekige houten kruiskozijnen met zesruits roedeverdeling in beide glaspanelen van de bovenste vensterhelft. Tussen de vensters van elke travee een gestuct kaderornament met florale motieven.

De linker ZIJGEVEL aan de noordwestzijde is symmetrisch ingedeeld en telt twee vensterassen. De symmetrie wordt benadrukt door de hoeklisenen en het centraal in de gevel geplaatste geprofileerde schoorsteenkanaal, welke onderling zijn verbonden door een korfboogfries. Beide gevelvelden aan weerszijden van het schoorsteenkanaal hebben één vensteras over twee bouwlagen, waarin rechthoekige houten kruiskozijnen met zesruits roedeverdeling in beide glaspanelen van de bovenste vensterhelft. De linker zijgevel is geheel gestuct. De plint, de hoeklisenen en het geprofileerde schoorsteenkanaal hebben geen imitatievoegen.

De rechter ZIJGEVEL aan de noordoostzijde is asymmetrisch ingedeeld en overwegend uitgevoerd in baksteen met gepleisterde speklagen. De eerste laag wordt grotendeels aan het oog onttrokken door het bouwvolume van één bouwlaag onder plat. In het vrijgebleven geveldeel van de eerste bouwlaag is de oorspronkelijke vensteropening gedicht, waarna de speklaag is doorgetrokken. Hierboven in de tweede laag een rechthoekig houten kruiskozijn met zesruits roedeverdeling in beide glaspanelen van de bovenste vensterhelft. Boven dit venster een vanwege de pleistering zwaar gedimensioneerde latei. Op de hoek van deze zij- en voorgevel een gepleisterde hoekliseen, uitlopend in een rondboogfries boven het houten kruiskozijn in de tweede bouwlaag. Dit fries heeft imitatievoegen. De eerste en tweede vensteras worden boven de uitbouw van één laag optisch van elkaar gescheiden door een geprofileerd schoorsteenkanaal waarboven een hoge schoorsteen.

In de tweede laag van de middenas een rechthoekige houten balkondeur met zij- en bovenlichten onder een zwaar gedimensioneerde gepleisterde latei. Het bovenlicht van deze deur is ten dele voorzien van een licht geboogde, kleine roedeverdeling. De middenas loopt uit in een topgevel waarin een rechthoekig houten kruiskozijn met een horizontaal ingedeeld bovenlicht. Gepleisterde latei. De topgevel wordt beëindigd door een lijst met getrapt siermetselwerk, die ook wordt voortgezet onder de goot boven de voor het overige blinde zijgevel.

De ACHTERGEVEL aan de noordwestzijde is geheel gestuct, met uitzondering van de bakstenen lijst met getrapt siermetselwerk onder de goot. Indeling over een vijftal vensterassen, waarvan de symmetrie slechts wordt doorbroken door de plaatsing van twee segmentboogvormige souterrainvensters in de plint. De middenas is in de eerste laag voorzien van twee rechthoekige, ongelede houten toiletvensters met bakstenen dorpels; in de tweede laag van de middenas alsook in beide lagen van de overige assen een houten kruiskozijn met zesruits roedeverdeling in beide glaspanelen van de bovenste vensterhelft. Sluitstenen in diamantkopvorm.

De UITBOUW van één bouwlaag onder plat tegen de noordoostgevel heeft in de gestucte achtergevel met imitatievoegen twee houten kruiskozijnen met zesruits roedeverdeling in de beide glaspanelen van de bovenste vensterhelft. In de plint - zonder imitatievoegen - twee segmentboogvormige houten souterrainvensters. In de eveneens gestucte rechterzijgevel met imitatievoegen een geheel blinde, rechthoekige houten keukendeur en een ongeleed rechthoekig houten toiletvenster. De voorgevel van de uitbouw heeft schoon metselwerk, een gepleisterde plint en speklagen. Een vernieuwde rechthoekige voordeur met zesruits bovenlicht, waarboven een gepleisterde latei. In de oksel van deze uitbouw en de zijgevel van het hoofdvolume een kleine bakstenen uitbouw met gepleisterde plint en speklaag, waarvan de deuropening is dichtgemetseld behoudens een klein rechthoekig houten venster. Boven deze deuropening is de gepleisterde latei nog aanwezig.

De INTERIEURINDELING van het pand is in 1919 bij de verbouwing tot postkantoor met name op de begane grond ingrijpend gewijzigd. De centrale gang achter de hoofdentree werd opnieuw ingedeeld in toilet-, kast- en kluisruimten. De oorspronkelijke toegang tot het trappenhuis, dwars op de centrale gang geplaatst, werd hierdoor geblokkeerd. Om die reden is het trappenhuis vanaf de andere zijde toegankelijk gemaakt met behulp van een extra bordes achter de kluis in de gang, waarvóór enkele nieuwe traptreden werden geplaatst. Verder zijn onder meer de wanden tussen de voorkamers aan weerszijden verwijderd. In het interieur is de aldus in 1919 tot stand gekomen situatie nog goed herkenbaar. De indeling van de tweede bouwlaag is bewaard gebleven, enkel de schuifdeuren zijn uit de directeurswoning verdwenen. De zolderverdieping heeft één zolderkamer en een voorraadberging.

In dit interieur zijn onder meer van belang de hoge paneeldeuren in lijsten; in de keuken is het oorspronkelijke kastenmeubilair nog aanwezig, alsmede een schoorsteenmantel; de kamer op de begane grond, oorspronkelijk rechts vooraan naast de gang, heeft een gestuct rozet plus een kooflijst met bloemmotieven; de kamers links van de voormalige gang hebben geen indeling en suite meer, de schoorsteenmantels zijn aan beide zijden nog aanwezig. Het aangepaste trappenhuis heeft geornamenteerde posten en bewerkte balusterspijlen.

Waardering

Het omstreeks 1906 gebouwde en in 1919 tot post- en telegraafkantoor met directeurswoning verbouwde woonhuis is van cultuurhistorische waarde en vertegenwoordigt algemeen belang als bijzondere uitdrukking van een economische, bestuurlijke en typologische ontwikkeling met een belangrijke innovatieve waarde. Het pand is een representatieve bouwkundige manifestatie van de geschiedenis van het postwezen.

De architectuurhistorische waarden van het pand worden bepaald door de bouwstijl, de betrokkenheid van rijksbouwmeester D.E.C. Knuttel bij de verbouwing van 1919, de esthetische kwaliteiten van het oorspronkelijke ontwerp, het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek. Het pand is vanwege de situering verbonden met de ontwikkeling van Schaesberg en van belang voor het aanzien van de gemeente. De architectonische gaafheid van het pand is in redelijke mate bewaard gebleven. Ook is het pand van belang voor de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikt het gebouw in regionaal opzicht over een redelijk tot hoge architectuurhistorische en typologische zeldzaamheidswaarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

MANSION, circa 1906, in an eclectic architectural style with Art Nouveau elements. In 1919 converted into POST AND TELEGRAPH OFFICE WITH DIRECTOR'S RESIDENCE by state architect D.E.C. Knuttel on behalf of the Ministry of Waterways.

The building is visually prominent at the Y-shaped junction formed at this location by Streeperstraat and Ruitersstraat.

In 1914 a wall with privy was built on the plot. The privy is no longer present; in 1938 construction of a new boundary fence; in 1940 the small gable at the top of the post office front facade was altered; in 1968 construction of a storage building, which is no longer present.

The brick boundary fence along the side garden on Streeperstraat is EXCLUDED from protection.

Description

The building has a partial basement storey, two STOREYS and an attic storey on a predominantly square GROUND PLAN. On the northeastern side facade an L-shaped extension with basement and one storey under a flat roof.

The main volume is covered by a HIPPED ROOF with curved tiles. On both sides below the ridge board are owl boards. The window openings in the owl board on the northwestern side are blocked. Gutters on brackets. On the roof slopes above the side facades a tall chimney with top covering. Against the northeastern side facade topped with a small gable, a profiled chimney flue running into a tall chimney. The small gable is set under a lean-to roof. On the front roof slope, on either side of the small gable, a roof dormer with rectangular vertically-glazed wooden window under a small lean-to roof.

The gutters of the FLAT ROOF on the extension are supported by wooden consoles.

Rectangular wooden WINDOWS and DOORS. The windows are predominantly rectangular wooden cross windows with six-pane glazing bars in each glass panel of the upper window sash. Rectangular wooden doors, predominantly non-authentic and partly fitted with fanlights.

The facades are executed in BRICKWORK and RENDER with simulated pointing. Masonry in running bond, joints in cut and struck work. Ashlar stone steps. Plasterwork.

The FRONT FACADE of the main volume is symmetrically arranged and has five bays. Centrally in this facade a rendered central risalit terminating in a small gable. In the first storey a renewed rectangular wooden front door with six-pane fanlight. Ashlar stone steps. In the second storey a rectangular wooden balcony door with vertically-glazed three-pane fanlight. This door provides access to a small balcony with balusters in the parapet. Above the balcony door a rectangular stucco frame with diamond ornament. In the small gable two round-arched wooden small windows with fanlight as well as a round arch rendered in the plasterwork with simulated pointing. The spout-shaped small gable with raised shoulder pieces has a stepped frieze and an oeil-de-boeuf window.

The facade fields on either side of the central risalit are identical. Rendered plinths and corner pilasters. The pilasters terminate in a rendered basket-arch frieze with simulated pointing. The recessed facade parts are executed in red brickwork. Rendered speckled bands and lintels. Each facade field has two window axes over two storeys, containing rectangular wooden cross windows with six-pane glazing bars in both glass panels of the upper window sash. Between the windows of each bay a rendered frame ornament with floral motifs.

The left SIDE FACADE on the northwest side is symmetrically arranged and has two window bays. The symmetry is emphasized by the corner pilasters and the profiled chimney stack positioned centrally in the facade, which are interconnected by a basket arch frieze. Both facade fields on either side of the chimney stack have one window bay over two storeys, with rectangular wooden cross windows with six-pane glazing bars in both glass panels of the upper window half. The left side facade is entirely rendered. The plinth, the corner pilasters and the profiled chimney stack have no imitation joints.

The right SIDE FACADE on the northeast side is asymmetrically arranged and predominantly executed in brickwork with rendered brickband courses. The first storey is largely hidden from view by the building volume of one storey under flat roof. In the remaining facade part of the first storey the original window opening has been closed, after which the brickband course has been continued. Above this in the second storey a rectangular wooden cross window with six-pane glazing bars in both glass panels of the upper window half. Above this window a heavily dimensioned lintel due to the rendering. On the corner of this side and front facade a rendered corner pilaster, ending in a round arch frieze above the wooden cross window in the second storey. This frieze has imitation joints. The first and second window bays are optically separated from each other above the projection of one storey by a profiled chimney stack above which a tall chimney.

In the second storey of the central bay a rectangular wooden balcony door with side and fanlights under a heavily dimensioned rendered lintel. The fanlight of this door is partly provided with a slightly curved, small glazing bar division. The central bay ends in a gable with a rectangular wooden cross window with a horizontally divided fanlight. Rendered lintel. The gable is terminated by a band with stepped decorative brickwork, which is also continued under the gutter above the otherwise blank side facade.

The REAR FACADE on the northwest side is entirely rendered, with the exception of the brick band with stepped decorative brickwork under the gutter. Layout over five window bays, of which the symmetry is only broken by the placement of two segment-arch-shaped basement windows in the plinth. The central bay is in the first storey provided with two rectangular, unglazed wooden toilet windows with brick sills; in the second storey of the central bay as well as in both storeys of the remaining bays a wooden cross window with six-pane glazing bars in both glass panels of the upper window half. Voussoirs in diamond-point form.

The EXTENSION of one storey with flat roof against the northeast gable has in the stuccoed rear gable with imitation mortar joints two wooden cross windows with six-pane glazing bars in both glass panels of the upper window half. In the plinth - without imitation mortar joints - two segmental arch-shaped wooden basement windows. In the likewise stuccoed right side gable with imitation mortar joints a completely blind, rectangular wooden kitchen door and an unjointed rectangular wooden toilet window. The front facade of the extension has fair-faced brickwork, a plastered plinth and speckled courses. A renewed rectangular front door with six-pane fanlight, above which a plastered lintel. In the corner between this extension and the side gable of the main volume a small brick extension with plastered plinth and speckled course, of which the door opening has been bricked up except for a small rectangular wooden window. Above this door opening the plastered lintel is still present.

The INTERIOR LAYOUT of the building was substantially modified in 1919 during the conversion to a post office, in particular on the ground floor. The central corridor behind the main entrance was reorganised into toilet, cupboard and safe rooms. The original access to the staircase, placed transversely to the central corridor, was thereby blocked. For this reason the staircase has been made accessible from the other side with the help of an additional landing behind the safe in the corridor, in front of which several new stair treads were placed. Furthermore, among other things, the walls between the front rooms on either side were removed. In the interior, the situation thus created in 1919 is still clearly recognisable. The layout of the second storey has been preserved, only the sash doors have disappeared from the director's residence. The attic storey has one attic room and a storage space.

In this interior, the following are notably important: the tall panel doors in frames; in the kitchen the original built-in furniture is still present, as well as a fireplace mantel; the room on the ground floor, originally on the right front beside the corridor, has a stuccoed rose plus a cove cornice with floral motifs; the rooms to the left of the former corridor no longer have an enfilade layout, the fireplace mantels are still present on both sides. The adapted staircase has ornamented posts and worked baluster spindles.

Valuation

The residential building built around 1906 and converted in 1919 into a post and telegraph office with director's residence is of cultural-historical value and represents public interest as a distinctive expression of an economic, administrative and typological development with significant innovative value. The building is a representative architectural manifestation of the history of the postal service.

The architectural-historical values of the building are determined by the building style, the involvement of national chief architect D.E.C. Knuttel in the 1919 conversion, the aesthetic qualities of the original design, the exceptional material use and the ornamentation. The building is through its siting connected with the development of Schaesberg and is important for the appearance of the municipality. The architectural integrity of the building has been preserved to a reasonable extent. The building is also important for the visual integrity of the built environment. Moreover, the building has, in a regional sense, a reasonable to high architectural-historical and typological rarity value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map