TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Lekdijk 27

Everdingen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built
1876
Address
Lekdijk 27, 4121 KG Everdingen (Vijfheerenlanden 26)
Place
Everdingen
Municipality
Vijfheerenlanden
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.96566, 5.15739
Monument number
520868

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

PASTORIE in de stijl van de neogotiek uit 1876 naar ontwerp van architect A. Tepe (1840-1920) te Utrecht. De pastorie vormt een eenheid met de St. Petrus en Paulus uit 1899, eveneens van architect A. Tepe. Deze hallenkerk is van rijkswege beschermd (monumentnr. 15440). In eerste instantie werd in een eenvoudige schuurkerk gekerkt. Na lang sparen en collecteren werd in 1876 de pastorie gebouwd. Vanwege geld- en grondgebrek kwam de kerk pas in 1899 gereed. Het koetshuis ten westen van de pastorie werd gebouwd met stenen van de afgebroken schuurkerk. De pastorie is door middel van een tussenlid en de consistorie met de oostelijk van de pastorie staande kerk verbonden.

In de voorgevel van de pastorie bevindt zich een hardstenen gedenksteen: "De eerste steen gelegd 20 juli 1876 J.H. Hofman Pastoor C. Weerdenburg G. van Straaten kerkmrs."

NB. 1. Het koetshuis ten zuidwesten van de pastorie (via een muurtje met een doorgang met de pastorie verbonden) en de uitbouw aan de zuidzijde (met plat dak) zijn niet bij de bescherming van rijkswege betrokken.

Omschrijving

De pastorie opgetrokken vanuit een samengestelde plattegrond. Het hoofdvolume is vanuit een rechthoekige plattegrond in baksteen in kruisverband opgetrokken en bestaat uit twee bouwlagen met een zadeldak. Een tweelagig nevenvolume ten oosten daarvan is eveneens opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond en is uitgerust met een schilddak. Beide daken zijn gedekt met leien; op de nok van het hoofdvolume een bakstenen schoorsteen en op de hoeken van de nok van het nevenvolume een zinken piron.

De gevels worden horizontaal geleed door uitgemetselde sierlijsten, waaronder muizentand- en bloktandlijsten. Het trasraam wordt afgedekt met een uitgemetselde streklaag en muizentand. Een eenvoudige, houten gootlijst sluit de gevels af. De voorgevel heeft rijk gedecoreerde ijzeren muurankers. De zijgevels zijn uitgerust met staafankers. De diverse typen houten schuiframen (met bakstenen lekdorpels) zijn geplaatst in rechtgesloten vensters, die ter ontlasting uitgevoerd zijn met twee rondbogen met spaarvelden. De symmetrische voorgevel is twee traveeën breed. In de topgevel bevinden zich boven een waterlijst langgerekte, als klimmend boogfries afgesloten spaarvelden. De trapgevel wordt afgedekt met bakstenen ezelsruggen. Op de middenas van de gevel een liseen, die zich in de top tot een schoorsteen verzelfstandigt. In iedere bouwlaag twee vensters en in de top twee kleine, tweedelige draairamen met rondboogvormige ontlastingsbogen. In de voorgevel van het nevenvolume de entree, bestaande uit een opgeklampte deur met bovenlicht en op de verdieping een schuifraam.

De symmetrische westgevel (rechts) heeft per bouwlaag drie schuiframen. De oostgevel van het hoofdvolume is blind. De oostgevel van het nevenvolume wordt onderbroken door het tussenlid. In de eerste bouwlaag drie vensters met strek en bakstenen lekdorpels. Op de tweede laag twee kleinere vensters, met tweedelige draairamen. De gepleisterde achtergevel (zuidzijde) is een tuitgevel met op iedere bouwlaag twee vensters met schuiframen en in de top één venster met dubbele, tweedelige draairamen. Twee keldervensters met klapramen en diefijzers. Het eenvoudige INTERIEUR van de pastorie heeft zijn oorspronkelijke indeling en detaillering grotendeels behouden. De pastorie is deels onderkelderd. Bijzondere onderdelen zijn onder meer de tegelvloer in de gang, een houten scheluwetrap met decoratief snijwerk en granieten onderdorpels. Op de begane grond bevindt zich een kamer-en-suite met schuifdeuren, die voorzien zijn van glas-in-lood.

Het tussenlid tussen consistorie en pastorie is opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond in baksteen, onder plat dak met zinken gootlijst. In de voorgevel twee opgeklampte deuren en in de achtergevel één. Deze deuren zijn aan de binnenzijde opgeklampt en aan binnen- en buitenzijde voorzien van sierlijke, smeedijzeren gehengen en sluitwerk. In het interieur bevindt zich een polychrome tegelvloer. De doorgang naar de pastorie is spitsboogvormig.

Waardering

De pastorie is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde te weten de functionele relatie met de kerk waarmee het een eenhied vormt.

De pastorie met bijbehorend interieur is van belang vanwege de architectuurhistorisch waarde: - als goed en redelijk gaaf voorbeeld van een pastorie in neogotische stijl met karakteristieke detaillering en het materiaalgebruik.

De pastorie is gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering zowel in het exterieur als in het interieur.

De pastorie heeft ensemblewaarde als onderdeel van het aan de dijk gelegen complex en vanwege de ruimtelijke, functionele - en visuele relatie met de kerk.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

PASONAGE in the neogothic style from 1876 designed by architect A. Tepe (1840-1920) in Utrecht. The parsonage forms a unity with the St. Petrus and Paulus from 1899, also by architect A. Tepe. This hall church is protected by the state (monument no. 15440). Initially, services were held in a simple timber church. After long saving and collecting, the parsonage was built in 1876. Due to lack of money and land, the church was not completed until 1899. The coach house to the west of the parsonage was built with stones from the demolished timber church. The parsonage is connected by means of a linking section and the vestry to the church located to the east of the parsonage.

In the front facade of the parsonage is a hardstone memorial stone: "The first stone laid 20 July 1876 J.H. Hofman Pastor C. Weerdenburg G. van Straaten churchwardens."

NB. 1. The coach house to the south-west of the parsonage (connected to the parsonage via a wall with a passage) and the extension on the south side (with flat roof) are not included in the state protection.

Description

The parsonage constructed from a composite floor plan. The main volume is constructed from a rectangular floor plan in brick in Flemish bond and consists of two storeys with a gabled roof. A two-storey adjacent volume to the east is likewise constructed from a rectangular floor plan and is equipped with a hipped roof. Both roofs are covered with slate; on the ridge of the main volume a brick chimney and on the corners of the ridge of the adjacent volume a zinc finial.

The facades are divided horizontally by tooled decorative mouldings, including mouse-tooth and block-tooth mouldings. The ashlar course is covered with a tooled stretcher course and mouse-tooth. A simple wooden cornice closes off the facades. The front facade has richly decorated iron wall anchors. The side facades are equipped with bar anchors. The various types of wooden sash windows (with brick drip stones) are placed in right-angled window openings, which are relieved by means of two round arches with spandrels. The symmetrical front facade is two bays wide. In the gable top are located above a drip moulding elongated spandrels terminated as climbing arch friezes. The stepped gable is covered with brick ridge tiles. On the central axis of the facade a pilaster, which extends independently into a chimney at the top. In each storey two windows and in the top two small two-part casement windows with round-arched relieving arches. In the front facade of the adjacent volume the entrance, consisting of a clamped door with fanlight and on the first floor a sash window.

The symmetrical west facade (right) has three sash windows per storey. The east facade of the main volume is blind. The east facade of the adjacent volume is interrupted by the linking section. On the first storey three windows with stretcher course and brick drip stones. On the second storey two smaller windows with two-part casement windows. The plastered rear facade (south side) is a spout gable with on each storey two windows with sash windows and at the top one window with double two-part casement windows. Two basement windows with opening lights and anti-theft bars. The simple INTERIOR of the parsonage has retained its original layout and detailing for the most part. The parsonage is partly cellared. Special components include among others the tile floor in the corridor, a wooden stairs with decorative carving and granite treads. On the ground floor is a suite of rooms with sliding doors, which are fitted with leaded lights.

The linking section between vestry and parsonage is constructed from a rectangular floor plan in brick, under a flat roof with zinc cornice. In the front facade two clamped doors and in the rear facade one. These doors are clamped on the inside and equipped on both inside and outside with elegant wrought-iron hinges and fittings. In the interior is a polychrome tile floor. The passage to the parsonage is pointed-arch shaped.

Valuation

The parsonage is of general importance because of its cultural-historical value, namely the functional relationship with the church with which it forms a unity.

The parsonage with its associated interior is of importance because of its architectural-historical value: - as a good and reasonably intact example of a parsonage in neogothic style with characteristic detailing and material use.

The parsonage is intact in its main form, material use and detailing in both exterior and interior.

The parsonage has ensemble value as part of the complex located on the dyke and because of the spatial, functional and visual relationship with the church.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map