Rijksmonumentenregister · Netherlands
Gemeentehuis, Torenstraat 5
Velsen-Zuid, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bestuursgebouw en onderdl
- Function
- Gemeentehuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1907
- Address
- Torenstraat 5, 1981 BC Velsen-Zuid (Velsen 27) (and others)
- Place
- Velsen-Zuid
- Municipality
- Velsen
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.46169, 4.64677
- Monument number
- 520716
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Aan de westzijde van de Torenstraat gelegen voormalig GEMEENTEHUIS van Velsen daterend uit 1907. Het op de plaats van het in de 19de eeuw meermalen vergrote rechthuisje uit 1640 gebouwde pand werd ontworpen in Hollandse neorenaissancestijl door de toenmalige architect van Openbare Werken. De bestaande, uit 1894 daterende achtergevel bleef in 1907 gehandhaafd. In 1926 werd het gemeentehuis aan de rechterzijde (Noord) uitgebreid met een nieuwe vleugel (Torenstraat 7) in dezelfde stijl met daarin onder meer een nieuwe raadzaal. Het raadhuis heeft tot het gereedkomen van Dudoks nieuwe gemeentehuis in 1965 dienst gedaan. Thans (1998) is in het pand de Woningstichting Velsen gehuisvest.
Omschrijving
Op rechthoekig grondplan gebouwd gemeentehuis van twee bouwlagen onder een afgeplat zadeldak evenwijdig aan de straat. Het tussen trapgevels gevatte voorschild is gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. Op het achterschild liggen rode Hollandse pannen. Alle trappen van de trapgevels zijn afgedekt met een geprofileerd natuurstenen dekplaatje. De boogvelden boven de vensters zijn voorzien van (diagonaal) siermetselwerk van rode baksteen.
De symmetrische voorgevel (Oost) is boven een gepleisterde plint tot aan de doorgaande lekdorpel onder de parterrevensters opgetrokken in miskleurige waalklinkers in koppenverband en daarboven in rode machinale waalsteen in kruisverband met snijvoeg. Bovenaan wordt de gevel afgesloten door een op kraagsteentjes in de vorm van een vrouwenkopje ondersteunde kroonlijst die zich uitstrekt tot vlak om de hoek. De kroonlijst wordt onderbroken door een middenrisaliet ter weerszijden waarvan de gevel drie vensterassen telt met op beide bouwlagen kruisvensters. De door sierblokjes geflankeerde kruisvensters zijn voorzien van groene glas-in-loodramen. Boven de parterrevensters bevindt zich een geprofileerde latei en een hanenkam. De eveneens op een doorgaande lekdorpel geplaatste verdiepingsvensters zijn hoger uitgevoerd en worden ontlast door een gedrukte korfboog waarin sierblokjes en een sluitsteen in de vorm van een vrouwen- (tweede venster van links en rechts) of mannenkop (overige vensters). De aanzetstenen van laatstgenoemde bogen worden door banden gekoppeld. Boven het tweede venster van links en rechts staat op het voorschild een kleine gemetselde dakopbouw met een trapgevel en een door een korfboog ontlast luik waarin een ruitvormig raampje. De trapgevels zijn voorzien van geprofileerde dekstenen en een toppilaster waarop siersmeedwerk. In het verlengde van de vier overige vensterassen staat bovenin het voorschild een kleine dakkapel met een vergelijkbaar luik, zinkgedekte zijkanten en een dito tentdak bekroond door een piron. De middenrisaliet is op de begane grond uitgebouwd, gepleisterd (deels in rustica) en voorzien van een door pilasters geflankeerde terugliggende dubbele eikenhouten paneeldeur onder een tweeruits korfboogvormig bovenlicht, waarin glas-in-lood en waarboven een voluutvormige sluitsteen. De op een postament geplaatste pilasters hebben een S-vormig kapiteel met acanthusblad. In de smalle zijkanten van de uitbouw bevindt zich een kloosterkozijn met in de onderste helft een luikje en in het bovenraam glas in lood. Het door een balustrade omsloten balkon boven de uitgebouwde vestibule is toegankelijk via een dubbele glasdeur waarboven een aan twee ijzeren staven afgehangen houten luifel en een tweeruits bovenlicht met glas-in-lood onder een gedrukte korfboog waarin een sluitsteen in de vorm van een leeuwenkop. Het boogveld eronder toont twee ramskoppen tussen bladranken. Zowel langs de balkondeur als op de hoeken van de middenrisaliet is een geblokte sierrand van natuur- of kunststeen aangebracht. De middenrisaliet eindigt in een door een gebogen fronton bekroonde trapgevel met op de trappen voluutvormige zijstukken. De toppilaster onder het fronton rust op een Ionisch kapiteel waaronder een leeuwenkop, een klein driehoekig fronton en een luikje. Lager bevindt zich een hoofdgestel, waarop met drie sierbollen bekroonde gemeentewapen geflankeerd door voluutvormige wangen en een cartouche met "ANNO" en "1907". Boven beide cartouches heeft de trapgevel een sieranker. Het met gesmoorde Hollandse pannen gedekte zadeldak achter de trapgevel snijdt haaks in het voorschild.
In het vrijliggende linker gedeelte van de rechterzijgevel (Noord) bevindt zich een smal tweeruits venster waarin groen glas-in-lood. De op een console met kinderkopje rustende verdiepingserker erboven heeft zowel in de voorzijde als in de smalle schuine linkerzijde een op een blinde balustrade rustend venster dat door een middendorpel in tweeën gedeeld wordt en voorzien is van groen glas-in-lood. Het gepleisterde linker gedeelte van de linkerzijgevel (Zuid) is op de eerste verdieping voorzien van twee zesruits schuifvensters. In de eveneens gepleisterde achtergevel (West) bevindt zich rechts een vierruits stolpraam met tweeruits bovenlicht. Verder wordt de begane grond door enkele aanbouwen met plat dak aan het oog onttrokken waarvan de uit de bouwtijd daterende rechter gepleisterd is en voorzien van twee getoogde gietijzeren stalvensters. De eerste verdieping telt vijf zesruits schuifvensters en waartussen schootankers ter hoogte van de zoldervloer. Het interieur verkeert nog grotendeels in de oorspronkelijke staat en bevat onder meer meerkleurige tegelvloeren in de vestibule, de hal en de gangen op de begane grond, op beide bouwlagen originele (paneel)deuren van verschillend type (deels voorzien van een meerruits raam) met een rijke neorenaissance omlijsting, in de hal een bordestrap waarlangs een op gietijzeren spijlen rustende houten handlijst eindigend in een houten trappaal bekroond door een pijnappel, in de burgemeesterskamer rechtsachter op de eerste verdieping een paneellambrisering, een cassettenplafond en een door kasten met dubbele paneeldeur geflankeerde schouw met boven de roodmarmeren schoorsteenmantel een schouwstuk voorstellend een berglandschap, in het toilet tegenover de burgemeesterskamer een wastafel en urinoir van blauwgebloemd Engels aardewerk en een tegelvloer en -lambrisering van wit/blauwe tegels, en bovenin deze tegellambrisering een rand van Delftsblauwe tegels waarop zeventiende-eeuwse schutters staan afgebeeld. De zolder heeft een met brede beschoten gordingenkap waarvan de lange spantbalken onder het afgeplatte middendeel van het dak ondersteund worden door een rij standvinken. In de met kraalschoten betimmerde overloop bovenaan de trap naar zolder bevindt zich een vierruits bovenlicht. Ten noorden hiervan is een archiefruimte afgeschoten. De tegen de rechterzijgevel aangebouwde terugliggende vleugel uit 1926 heeft een even hoge en in dezelfde materialen opgetrokken voorgevel afgesloten door een kroonlijst (zonder vrouwenkopjes eronder) waarboven een met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen gedekt voorschild bekroond door een terracotta vorstkam. Hierachter telt de relatief diepe vleugel drie bouwlagen onder een plat dak. In de voorgevel (Oost) van de vleugel bevindt zich links van het midden een door een pilasterstelling omlijste dubbele eikenhouten paneeldeur met bovenin elke deurhelft een raam waarvoor kruisvormig siersmeedwerk. Links en rechts van de ingang telt de voorgevel twee respectievelijk drie vensterassen als in het hoofdgebouw, maar met boven de verdiepingsvenster een sluitsteen met diamantkop. De twee kruisvensters boven de ingang hebben wel een sluitsteen in de vorm van een mannenkop. Hierboven wordt de kroonlijst onderbroken door een trapgevel met voluutvormige zijstukken en een cordonlijst waarop een door sierblokjes geflankeerd kruisvenster rust waarin luiken van kraalschroten en bovenramen met groen glas-in -ood. De korfboog boven het venster heeft een sluitsteen met vrouwenkop die tevens fungeert als kraagsteen voor de toppilaster. De laatste wordt bekroond door een sierbol waarop een staak. De door het buurpand grotendeels aan het oog onttrokken rechterzijgevel (Noord) heeft linksboven een klimmende trap. De in kubistisch-expressionistische vormen opgetrokken achterzijde van de vleugel is gemetseld in rode machinale waalsteen in kruisverband met snijvoeg. Het achterste gedeelte van de vleugel is twee bouwlagen hoog onder een plat dak. De sterk uitgebouwde linker helft van de achtergevel telt op de begane grond vier vensters met tweeruits bovenlicht en op de eerste verdieping links twee dito vensters en rechts twee kleine tweeruits ramen. Rechts hiervan is het risalerende trappenhuis gesitueerd dat enigszins hoger opgetrokken is en voorzien van vijf smalle hoge glas-in-loodramen. Onder de drie linker bevinden zich drie kleine vensters met diefijzer, en lager een kelderkoekoek waarin drie gietijzeren ventilatieroosters. Het uitgebouwde trappenhuis heeft verder in de smalle linkerzijde een luik tot de vroegere kolenstort en in de rechterzijde rechts een opgeklampte deur en bovenaan een hoge vierkante schoorsteen van rode baksteen. In het minder uitgebouwde rechter deel van de achtergevel bevinden zich op de parterre twee voormalige deuren (thans ramen) met zesruits bovenlicht, en op de verdieping twee T-vensters met 24-ruits bovenlicht (in de zijkant bevindt zich een identiek derde venster). De terugliggende tweede verdieping wordt afgesloten door een lijstgoot op geprofileerde klossen en is links voorzien van twee kleine roosters en rechts van een dubbele balkondeur (waarin een meerruits raam) met links hiervan een samengesteld raam.
Het INTERIEUR van de aangebouwde vleugel is nog grotendeels oorspronkelijk en onder meer voorzien van een vloer en lambrisering van gele en zwarte tegels in de vestibule en de hal, een loket in beide zijwanden van de vestibule, tussen de vestibule en de ruime hal een door vierruits ramen geflankeerde dubbele deur met in elke deurhelft een achtruits raam, achterin de hal een bordestrap met eikenhouten treden en handlijsten, op het trapbordes en de vloer van de hal boven eikenhouten visgraatparket, op de eerste verdieping gehoute paneeldeuren (imitatie eiken) en een eikenhouten dubbele paneeldeur tussen de hal en de achter de voorgevel gesitueerde ruime raadzaal. De laatste heeft een eikenhouten paneellambrisering waarboven imitatie goudleer (op een jute ondergrond aangebracht geperst karton met vergulde florale motieven), rijke eikenhouten deuromlijstingen voorzien van een kroonlijst, een plafond van met eikenhout omtimmerde moer- en kinderbinten, en een terugliggende publieke tribune voorzien van een borstwering en een op zware voluutconsoles rustende latei. De moerbalken rusten op sleutelstukken waaronder houten consoles. Aan het plafond hangt een uit de bouwtijd daterende forse achtzijdige koperen kroonluchter in art-decostijl. De kap boven de vleugel is beschoten met brede delen.
Waardering
Het pand met bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven gemeentehuis uit het eerste kwart van de twintigste eeuw, opgetrokken in Hollandse neorenaissancestijl. Tevens heeft het pand situationele waarde vanwege de beeldbepalende ligging op een viersprong midden in de oude dorpskern van Velsen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former MUNICIPAL HALL of Velsen situated on the west side of the Torenstraat, dating from 1907. The building constructed in place of the small courthouse from 1640, which had been enlarged several times in the 19th century, was designed in Dutch Neo-Renaissance style by the then architect of Public Works. The existing rear facade dating from 1894 was retained in 1907. In 1926 the municipal hall was extended on the right side (North) with a new wing (Torenstraat 7) in the same style, which contained among other things a new council chamber. The town hall served until Dudok's new municipal hall was completed in 1965. Currently (1998) the building houses the Woningstichting Velsen housing foundation.
Description
Municipal hall built on a rectangular ground plan with two storeys beneath a flattened gabled roof parallel to the street. The front roof covered with pantiles is set between stepped gables. The rear roof is covered with red Dutch pantiles. All steps of the stepped gables are covered with a profiled natural stone capstone. The arch fields above the windows are fitted with (diagonal) decorative brickwork of red brick.
The symmetrical front facade (East) is constructed above a plastered plinth up to the continuous drip moulding below the ground floor windows in variegated brick in header bond and above that in red machine-made brick in cross bond with struck joint. At the top the facade is finished with a cornice supported on corbels in the form of a female head which extends right around the corner. The cornice is interrupted by a central projection on either side of which the facade has three window bays with cross windows on both storeys. The cross windows flanked by ornamental blocks are fitted with green leaded windows. Above the ground floor windows is a profiled lintel and a rooster crest. The upper floor windows, also placed on a continuous drip moulding, are taller and are relieved by a depressed basket arch with ornamental blocks and a keystone in the form of a female head (second window from left and right) or male head (other windows). The springers of the latter arches are linked by bands. Above the second window from left and right on the front roof is a small built-up roof structure with a stepped gable and a basket arch relieved opening with a diamond-shaped pane. The stepped gables are fitted with profiled capstones and a pinnaster topped with decorative ironwork. In line with the four other window bays at the top of the front roof is a small roof dormer with a comparable opening, zinc-clad sides and a matching pyramidal roof crowned by a finial. The central projection is built out on the ground floor, plastered (partly in rustication) and fitted with a recessed double oak panelled door flanked by pilasters beneath a two-pane basket arch shaped fanlight with leaded glass and above which a volute-shaped keystone. The pilasters placed on a pedestal have an S-shaped capital with acanthus leaf. In the narrow sides of the projection is a cloister window with in the lower half a small shutter and in the upper window leaded glass. The balcony enclosed by a balustrade above the built-out vestibule is accessed via a double glass door above which is a wooden canopy hung from two iron rods and a two-pane fanlight with leaded glass beneath a depressed basket arch with a keystone in the form of a lion head. The arch field below shows two ram heads between leaf scrolls. Both along the balcony door and at the corners of the central projection is a checkered ornamental border of natural or artificial stone. The central projection ends in a stepped gable crowned by a curved pediment with volute-shaped side pieces on the steps. The pinnaster beneath the pediment rests on an Ionic capital below which is a lion head, a small triangular pediment and a small shutter. Lower is a head ornament on which is a municipal coat of arms topped with three ornamental balls and flanked by volute-shaped sides and a cartouche with "ANNO" and "1907". Above both cartouches the stepped gable has an ornamental wall anchor. The gabled roof behind the stepped gable covered with pantiles cuts at right angles into the front roof.
In the free-standing left part of the right side facade (North) is a narrow two-pane window with green leaded glass. The first floor oriel resting on a console with cherub head above has both in the front and in the narrow sloping left side a window resting on a blind balustrade that is divided in two by a mid-rail and fitted with green leaded glass. The plastered left part of the left side facade (South) is fitted on the first floor with two six-pane sash windows. In the likewise plastered rear facade (West) on the right is a four-pane casement window with two-pane fanlight. Further the ground floor is obscured from view by several outbuildings with flat roof, the right one dating from the building period and plastered and fitted with two arched cast-iron stable windows. The first floor has five six-pane sash windows and between them wall anchors at the height of the floor above. The interior is still largely in the original state and contains among other things multicoloured tile floors in the vestibule, the hall and the corridors on the ground floor, on both storeys original (panelled) doors of various types (some with multi-pane windows) with rich Neo-Renaissance moulding, in the hall a flight of stairs alongside which a wooden handrail resting on cast-iron balusters ends in a wooden newel post crowned with a pineapple, in the mayor's office rear-right on the first floor panel wainscoting, a coffered ceiling and a fireplace flanked by cupboards with double panelled doors with above the red marble fireplace mantel a fireplace painting depicting a mountain landscape, in the toilet opposite the mayor's office a washstand and urinal of blue-patterned English earthenware and a tile floor and wainscoting of white/blue tiles, and at the top of this tile wainscoting a row of Delftware tiles depicting seventeenth-century musketeers. The attic has a roof truss structure with boarded purlins whose long collar ties are supported beneath the flattened middle section of the roof by a row of wind braces. In the beaded-board partition at the top of the stairs to the attic is a four-pane fanlight. North of this an archive room is partitioned off. The recessed wing added against the right side facade from 1926 has an equally tall front facade constructed in the same materials finished with a cornice (without female heads below) above which a front roof covered with pantiles with improved rustication is crowned with a terracotta frost crest. Behind this the relatively deep wing has three storeys beneath a flat roof. In the front facade (East) of the wing is left of centre a double oak panelled door framed by pilasters with above each door leaf a window for which cruciform decorative ironwork. Left and right of the entrance the front facade has two and three window bays respectively as in the main building, but with above the upper floor window a keystone with diamond head. The two cross windows above the entrance do have a keystone in the form of a male head. Above this the cornice is interrupted by a stepped gable with volute-shaped side pieces and a cordon moulding on which a cross window flanked by ornamental blocks rests with shutters of beaded board and upper windows with green leaded glass. The basket arch above the window has a keystone with female head which also functions as a corbel for the pinnaster. The latter is crowned by an ornamental ball on which a stake. The right side facade (North) largely obscured from view by the neighbouring building has upper left a climbing stair. The rear side of the wing constructed in cubist-expressionist forms is built in red machine-made brick in cross bond with struck joint. The rear part of the wing is two storeys high beneath a flat roof. The strongly built-out left half of the rear facade has on the ground floor four windows with two-pane fanlight and on the first floor left two likewise windows and right two small two-pane lights. To the right of this is situated the risalit staircase which is somewhat taller and fitted with five narrow tall leaded windows. Below the three left are three small windows with thief iron, and lower a small ventilation opening with three cast-iron ventilation grilles. The built-out staircase has further in the narrow left side an opening to the former coal chute and on the right side right an iron-strapped door and at the top a tall square chimney of red brick. In the less built-out right part of the rear facade on the ground floor are two former doors (now windows) with six-pane fanlight, and on the upper floor two T-windows with 24-pane fanlight (on the side is an identical third window). The recessed second floor is finished with a cornice gutter on profiled corbels and is left fitted with two small grilles and right with a double balcony door (with a multi-pane window) with to the left of this a composite window.
The INTERIOR of the added wing is still largely original and among other things fitted with a floor and wainscoting of yellow and black tiles in the vestibule and the hall, a counter in both side walls of the vestibule, between the vestibule and the spacious hall a double door flanked by four-pane windows with in each door leaf an eight-pane window, at the rear of the hall a flight of stairs with oak treads and handrails, on the stair landing and the floor of the hall above oak herringbone parquet, on the first floor boarded panelled doors (imitation oak) and an oak double panelled door between the hall and the spacious council chamber situated behind the front facade. The latter has oak panel wainscoting above which imitation gilt leather (pressed cardboard with gilt floral motifs applied to a jute base), rich oak door mouldings fitted with a cornice, a ceiling of mother and daughter beams framed with oak, and a recessed public gallery fitted with a balustrade and a lintel resting on heavy volute corbels. The main beams rest on keystones with wooden corbels below. Hanging from the ceiling is a substantial eight-sided copper chandelier in Art Deco style dating from the construction period. The roof above the wing is boarded with wide sections.
Valuation
The building with its associated interior is of general importance for its architectural and cultural-historical value as a well-preserved municipal hall from the first quarter of the twentieth century, constructed in Dutch Neo-Renaissance style. The building also has situational value because of its landmark location at a crossroads in the centre of the old village core of Velsen.
Nearby in the register
- Sociale zorg, liefdadigheid, Torenstraat 2Sociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
- Woonhuis, Zuiderdorpstraat 15Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Torenstraat 11Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Zuiderdorpstraat 9Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.