TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Kerkesingel 1

Velsen-Zuid, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built
1888 - 1889
Address
Kerkesingel 1, 1981 BJ Velsen-Zuid (Velsen 27)
Place
Velsen-Zuid
Municipality
Velsen
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.46083, 4.64662
Monument number
520715

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Op de hoek van de Kerkesingel en het Kerkplein gelegen PASTORIE daterend uit 1888-'89. De nabij de romaanse Sint-Engelmunduskerk van Velsen gesitueerde pastorie is gebouwd in eclectische stijl. De namen van architect en opdrachtgever zijn niet bekend. In XXc is links en rechts in de rechterzijgevel een getoogd parterrevenster aangebracht en zijn de twee tussenliggende vensters dichtgezet. Afgezien hiervan verkeert het exterieur nog vrijwel in de oorspronkelijke staat. Ook het rijke interieur is opvallend gaaf bewaard gebleven.

Omschrijving

Op nagenoeg vierkant grondplan gebouwd pand van twee bouwlagen onder een afgeplat schilddak gedekt met zwarte geglazuurde platte Friese pannen. De buitenmuren zijn opgetrokken in rode machinale waalsteen in kruisverband met snijvoeg en worden afgesloten door een hoofdgestel. De voorgevel heeft een hardstenen plint. De soberder achter- en zijgevels zijn voorzien van een gepleisterde plint en muurankers ter hoogte van de verdiepingsvloer. De lekdorpels onder de vensters in de voorgevel zijn uitgevoerd in hardsteen, de overige lekdorpels van hout. De symmetrische voorgevel (Z) kent een traditionele opzet met hoekpilasters, een middenrisaliet waarin de ingang is opgenomen, en ter weerszijden hiervan twee vensterassen. De getoogde bovenlichten van de schuifvensters op de begane grond zijn voorzien van een omlijsting met links- en rechtsonder een kraagsteen met bladmotief. Onder de door twee kleine consoles ondersteunde lekdorpels van de parterrevensters bevindt zich een liggend paneel. De verdiepingsvensters zijn uitgevoerd als T-venster en worden ontlast door segmentbogen waaronder een gepleisterde boogvulling met gekrulde siermotieven. Ter hoogte van de onder-, wissel- en bovendorpels van de vensters wordt de voorgevel verlevendigd door (geverfde) banden die zich uitstrekken tussen de hoekpilasters en de middenrisaliet. Onderin de rechter hoekpilaster is een hardstenen eerste steen ingemetseld met de volgende inscriptie: "DE EERSTE STEEN GELEGD/ 22 OCTOBER 1888/ DOOR/ JONKVROUWE/ CORNELIA. MARIA. BOREEL/ OUD 9 JAAR/ GEB: 4 APRIL 1879." De door geblokt metselwerk omlijste voordeur in de middenrisaliet is uitgevoerd als een rijke neorenaissance paneeldeur waarin een met floraal gietijzerwerk beveiligd draairaam geflankeerd door gecanneleerde pilasters die een gebroken fronton dragen. Boven de deur bevindt zich achtereenvolgens een halfrond bovenlicht, een sluitsteen met diamantkop en een op twee rijke voluutconsoles rustend balkon dat omgeven wordt door een zinken eierlijst. Het balkonhek is samengesteld uit zich verjongende en door diamantkoppen verfraaide houten hoekpalen waartussen hekken samengesteld uit rijke gietijzeren spijlen (in de vorm van een dubbele Ionische kandelaber). Een dubbele glasdeur met halfrond bovenlicht opent op het balkon. Deze deur wordt omlijst door gecanneleerde pilasters die een rondboog dragen waarin een sluitsteen met diamantkop. Hierboven heeft de verhoogde middenrisaliet een vierruits zolderraam en een haaks insnijdend en boven het hoofddak uitstekend zadeldak met een uitgezwenkte dakvoet, een ruim overstek rustend op twee zware geprofileerde overhoekse schoren, uit staande kraalschroten samengestelde windveren in de vorm van een gotisch aandoende spitse driepasboog, en een makelaar met een verfijnde bekroning in de vorm van een bos bloemen. In het midden van de linkerzijgevel (W) bevindt zich op beide bouwlagen een T-venster. De rechterzijgevel (O) heeft op de begane grond twee dichtgezette vensters.

De achtergevel (N) is op de parterre van links naar rechts voorzien van twee dubbele paneeldeuren met bovenlicht en in elke deurhelft een raam, een achterdeur waarin een raam en waarboven een bovenlicht, een wc-raampje, een keukendeur met bovenlicht, en een schuifvenster waarin een door een staande roede in tweeën gedeeld onderraam en een dito bovenlicht. De eerste verdieping telt vijf T-vensters. Rechts van het middelste verdiepingvenster bevindt zich een klein venster. Halverwege het achterschild staat een dakkapel voorzien van een plat dak en een vierruits stolpraam geflankeerd door pilasters met bovenaan een diamantkop en voluutvormige wangen.

Het INTERIEUR verkeert nog grotendeels in de oorspronkelijke staat en is onder meer voorzien van paneeldeuren, een witmarmeren vloer in de vestibule en de gang, halverwege het gestucte gangplafond een floraal stucornament, links achterin de gang nabij het met kraalschroten van de keuken linksachter afgescheiden toilet een wandfontein van crèmekleurig aardewerk, rechts van de gang twee kamers en suite waartussen een door een pilasterstelling omlijste dubbele schuifdeur met ter weerszijden en in beide kamers een kast met paneeldeur, in beide kamers een stucplafond met florale midden- en hoekornamenten (van de schouwen zijn de door een kroonlijst afgesloten bovenboezems nog oorspronkelijk), in de kamer linksvoor een stucplafond met in de midden- en hoekornamenten bladranken en een schouw met een zwartmarmeren onderboezem voorzien van twee consoles en bovenaan een kroonlijst, achter deze kamer een wenteltrap met houten handlijsten die rusten op gietijzeren spijlen en eindigen in gecanneleerde houten trappalen, boven deze trap een dito trap naar de zolder (en eronder een trap naar de sobere kelder), in de kamer linksvoor op de eerste verdieping een schouw met een zwartmarmeren onderboezem en een stucplafond met florale midden- en hoekornamenten en in het middenornament tevens twee bloemenmandjes, fluiten en een sikkel, in de kamer rechtsvoor een schouw met een soberder zwartmarmeren onderboezem en, evenals de vanuit deze kamer via een paneeldeur toegankelijk kamer rechtsachter, een stucplafond met in het middenornament gekruiste pijlpunten, lauwerkransen en vuurpotten, in beide achterkamers een schouw met een gemarmerde houten onderboezem met een in- en uitzwenkende vormgeving en boven de haardopening een ornament (in de kamer rechtsachter een Jacobsschelp, in de kamer linksachter een acanthusblad), en in de via een halletje bereikbare kamer linksachter een stucplafond met floraal middenornament. De bovenboezems van de vier schouwen op de eerste verdieping worden bovenaan afgesloten door een hoofdgestel. De zolder heeft een vloer van brede delen, een gepleisterde borstwering en een met brede delen beschoten gordingenkap. Bovenaan de trap naar zolder is met kraaldelen een overloop afgeschoten voorzien van een vierruits bovenlicht en een spiegelbeklampte deur. Zowel middenvoor als linksachter bevindt zich een met kraaldelen afgetimmerde dienstbodenkamer. De kamer middenvoor is toegankelijk via een spiegelbeklampte deur van kraalschroten en voorzien van een kast met dito deur. Een door een vierruits raam geflankeerde paneeldeur geeft toegang tot de dienstbodenkamer linksachter waarin een bedstede met rechts hiervan een kast met paneeldeur.

Waardering

Het pand met bijbehorend gaaf bewaard interieur is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven pastorie uit het laatste kwart van de 19de eeuw, opgetrokken in eclectische bouwtrant. Tevens heeft het pand ensemblewaarde in relatie tot de reeds als beschermd rijksmonument aangewezen Engelmunduskerk.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A PARSONAGE located at the corner of the Kerkesingel and the Kerkplein, dating from 1888-'89. The parsonage, situated near the Romanesque Sint-Engelmunduskerk of Velsen, is built in eclectic style. The names of the architect and client are not known. In the 20th century, arched ground-floor windows were installed on the left and right of the right side facade and the two intervening windows were sealed. Apart from this, the exterior remains largely in its original state. The rich interior has also remained remarkably well preserved.

Description

Built on an approximately square ground plan, a two-storey building beneath a hipped roof covered with black glazed flat Frisian tiles. The exterior walls are constructed in red machine-made Dutch bond brickwork with raked joints and are finished with a cornice. The front facade has a stone plinth. The more austere rear and side facades are provided with a rendered plinth and ornamental wall anchors at the height of the floor joists. The drip moulds beneath the windows in the front facade are executed in stone, the remaining drip moulds in wood. The symmetrical front facade (S) has a traditional arrangement with corner pilasters, a central risalit containing the entrance, and two window bays on either side. The arched fanlights of the sash windows on the ground floor are provided with a frame with a corbel with foliate motif at the lower left and right. Beneath the drip moulds of the ground-floor windows, supported by two small consoles, is a horizontal panel. The first-floor windows are executed as cross windows and are relieved by segmental arches with rendered arch infill featuring scrolled ornamental motifs. At the height of the under-, intermediate, and upper drip moulds of the windows, the front facade is enlivened by (painted) bands that extend between the corner pilasters and the central risalit. In the lower part of the right corner pilaster is set a stone foundation stone with the following inscription: "THE FIRST STONE LAID/ 22 OCTOBER 1888/ BY/ JONKVROUWE/ CORNELIA. MARIA. BOREEL/ AGED 9 YEARS/ BORN: 4 APRIL 1879." The front door in the central risalit, framed by raised brickwork, is executed as a rich neo-Renaissance panelled door featuring a rotating window secured with floral cast ironwork flanked by fluted pilasters bearing a broken pediment. Above the door is successively a semicircular fanlight, a keystone with diamond head and a balcony resting on two rich volute consoles surrounded by a zinc egg-and-dart moulding. The balcony railing is composed of tapering wooden corner posts decorated with diamond heads, with railings between them composed of rich cast-iron balusters (in the form of a double Ionic candelabrum). A double glass door with semicircular fanlight opens onto the balcony. This door is framed by fluted pilasters bearing a round arch with a keystone featuring a diamond head. Above this, the raised central risalit has a four-light attic window and a right-angled gabled roof protruding above the main cornice, with a curved roof edge resting on two heavy moulded diagonal braces, windbraces composed of bead mouldings in the form of a Gothic-looking pointed cinquefoil arch, and a barge board with a refined crest in the form of a bunch of flowers. In the middle of the left side facade (W), there is a cross window on both storeys. The right side facade (E) has two sealed windows on the ground floor.

The rear facade (N) is provided on the ground floor from left to right with two double panelled doors with fanlight and a window in each door leaf, a back door with a window and above it a fanlight, a toilet window, a kitchen door with fanlight, and a sash window with an underflight divided into two parts by a standing bar and likewise a fanlight. The first floor has five cross windows. To the right of the middle first-floor window is a small window. Midway along the rear slope stands a dormer provided with a flat roof and a four-light attic window flanked by pilasters with a diamond head at the top and scroll-shaped cheeks.

The INTERIOR remains largely in its original state and is provided, amongst other things, with panelled doors, a white marble floor in the vestibule and the hallway, halfway along the stuccoed hall ceiling a floral stucco ornament, on the left at the back of the hallway near the toilet separated from the kitchen at the left rear by bead mouldings, a wall fountain of cream-coloured earthenware, to the right of the hallway two rooms en suite separated by a double sliding door framed by pilaster ordering, with a panelled cabinet on either side and in both rooms, a stucco ceiling with floral central and corner ornaments (the upper breasts of the fireplaces with their cornice finish remain original), in the front left room a stucco ceiling with acanthus scrolls in the central and corner ornaments and a fireplace with a black marble underbreast furnished with two consoles and above a cornice, behind this room a spiral staircase with wooden handrails resting on cast-iron balusters and ending in fluted wooden newels, above this stair a similar stair to the attic (and below it a stair to the austere cellar), in the front left room on the first floor a fireplace with a black marble underbreast and a stucco ceiling with floral central and corner ornaments and in the central ornament furthermore two flower baskets, flutes and a sickle, in the front right room a fireplace with a more austere black marble underbreast and, as in the rear right room accessible from this room via a panelled door, a stucco ceiling with crossed arrowheads, laurel wreaths and fire urns in the central ornament, in both rear rooms a fireplace with a marbled wooden underbreast with an in- and out-swinging form and above the fire opening an ornament (in the rear right room a scallop shell, in the rear left room an acanthus leaf), and in the rear left room accessible via a small hallway a stucco ceiling with a floral central ornament. The upperbreasts of the four fireplaces on the first floor are finished above with a cornice. The attic has a floor of wide boards, a rendered breastwork and a roof truss structure sheathed with wide boards. At the top of the stair to the attic is a landing enclosed with beading fitted with a four-light fanlight and a mirror-faced door. Both in the middle front and rear left is a servants' room fitted with beading. The front middle room is accessible via a mirror-faced door of bead mouldings and is provided with a cabinet with a matching door. A panelled door flanked by a four-light window provides access to the servants' room rear left with a bed alcove and to its right a cabinet with a panelled door.

Valuation

The building with its well-preserved interior is of general importance for its architectural and cultural-historical value as a well-preserved parsonage from the last quarter of the 19th century, constructed in eclectic style. Additionally, the building has ensemble value in relation to the Sint-Engelmunduskerk, already designated as a protected national monument.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map