TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St Dominicus

Tiel, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1939 - 1940
Address
St. Walburgkerkpad 1, 4001 MG Tiel
Place
Tiel
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.88667, 5.43117
Part of complex
520654
Monument number
520655

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "39 Rhenen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

KERKGEBOUW met een zuidoostelijke ingangstoren waarlangs de zijbeuken van het basilikale kerkschip zijn doorgetrokken. In het koor bevindt zich een ten opzichte van het kerkschip dwarsgeplaatst torenlichaam, waartegen aan weerszijden lagere zijveugels aansluiten. Zo ontstaat in exterieur de indruk van een transept. Het koor wordt hierachter afgesloten door een driezijdige apsis. De apsis wordt afgedekt door een meerzijdig schilddak, de koortoren en de dwarsbeuken elk door zadeldaken dwars op de nokrichting van het zadeldak van het kerkschip. De zijbeuken worden afgedekt door lessenaarsdaken. De schilden van de daken zijn belegd met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen, hebben een kort overstek en zwenken aan de uiteinden iets uit. De afwatering vindt plaats via mastgoten op daksporen. De gevels zijn opgetrokken in imitatie-handvormsteen van het formaat kloostermop, in kettingverband gemetseld. De gevels hebben een gemetselde plint die wordt afgesloten met een rollaag en een uitgemetselde sokkelzone afgesloten met een waterlijst. De gevels worden geleed door middel van steunberen, die door de gootlijsten heensteken en worden afgedekt met een ezelsrug. De kopse gevels van de verschillende bouwvolumes zijn als tuitgevels uitgevoerd, met uitgemetselde schouderstukken. In de gevels zijn spitsboogvensters toegepast, met in baksteen uitgevoerd gotisch traceerwerk. Ze zijn overwegend gevuld met ongekleurd glas-in-lood, voorzien van een in geel glas uitgevoerde rand. De in de gevels toegepaste deuren zijn robuuste, dubbele of enkele korfboogvormig afgesloten houten strokendeuren, met zware, metalen siergehengen. Rond deuren en vensters zijn de gevels met natuursteen afgewerkt.

De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL bestaat uit het torenlichaam met aan weerszijden de terugliggende geveldelen van de zijschepen, die elk zijn voorzien van twee spitsboogvensters met glas-in-lood. De vierkante toren bestaat uit vier geledingen gescheiden door gemetselde cordonlijsten en bezit op de hoeken dubbele steunberen. In de eerste geleding bevindt zich binnen een omlijsting van natuurstenen archivolten de hoofdingang, met dubbele deuren van het reeds beschreven type. De archivolten ontspringen uit een natuurstenen, naar binnen gericht basement en zijn aan de onderzijde met natuursteen in blokverband versierd. De ingangspartij wordt afgesloten met een boogfries en hierboven bevindt zich een hoog spitsboogvenster dat in de tweede geleding doorloopt. Het venster ligt diep in de gevel, wordt omlijst door gemetselde archivolten en is aan de onderzijde voorzien van een flinke afzaat. Boven het venster bevindt zich een spleetvenster in elke zijde van de toren. De iets inspringende derde geleding heeft in vier zijden gekoppelde blinde spitsboogvensters met hierin spleetvensters voor de lichttoetreding. De vierde geleding draagt het dak en bezit in elke zijde twee spitsboogvormige galmgaten met klankborden. Deze zone is afgezet met een blind boogfries. De toren wordt afgesloten met een vierzijdig tentdak bedekt en wordt bekroond door een flink kruis. Het tentdak is bedekt met een koperen roevendak.

De RECHTER ZIJGEVEL van de kerk is gelijksoortig aan de LINKER ZIJGEVEL en bezit in de zijbeuk boven de sokkelzone en in de lichtbeuk een serie vensters zoals beschreven. In de langs de toren doorgetrokken travee bevindt zich rechts (resp. links) een enkele deur met gemetselde treden en een omlijsting in baksteen en natuursteen en links een venster zoals beschreven. Het kerkschip telt vijf traveeën. In de derde, vierde en vijfde travee van de zijbeuk bevinden zich rechthoekige uitbouwen waarin zich de biechtstoelen bevinden. In de tuitgevels van de koortoren bevinden zich drie smalle en hoge spitsboogvormige vensters voorzien van glas-in-lood. De buiten het kerkschip uitstekende langszijden van dit torenlichaam zijn afgezet met een boogfries. In de tuitgevels van de lagere zijvleugels bevindt zich een hoog spitsboogvenster boven de sokkelzone en in de top van elke gevel een spleetvenster.

De KOORZIJDE bezit ter breedte van de koortoren een driezijdige apsis, die iets boven de zijkapellen uitsteekt. In de drie zijden bevinden zich spitsboogvensters met glas-in-lood. Ter weerszijden van de apsis bevinden zich de spitsboogvensters met glas-in-lood van respectievelijk de zusterkapel en de paterskapel. In het souterrain onder de apsis en het koor bevindt zich het voormalige Vincentiuslokaal, die in de gevel enkele rechtafgesloten, meerdelig vensters bevat met stolpramen. Ook bevinden zich hier, tussen pastorie (apart monumentnummer 520656) en kerk enkele tussenleden in dezelfde stijl, ten behoeve van kelderingang, kolenhok en de achteringang voor de zusters naar de kapel.

Het INTERIEUR van de kerk is afgezien van kleine wijzigingen m.b.t. het liturgisch centrum (altaar verlaagd en naar voren verplaatst) en de uitmonstering van de kapellen, nagenoeg in tact. Het kenmerkt zich door eenzelfde robuust materiaalgebruik als het exterieur en bestaat volledig uit zichtbare baksteen en Etlinger tufsteen.

De kerk heeft een donker ingangsportaal (narthex) dat via drie deuren toegang geeft tot het kerkschip. Eerst wordt een soort portiek betreden dat wordt gevormd door de pijlers van de orgelgalerij, die zich in de toren bevindt. De narthexruimte wordt net als de overige secundaire ruimten gevormd door koepelgewelven tussen spitsboogvormige gordelbogen.

In de zuidoostelijke hoek bevindt zich een rondgemetselde uitstulping waar zich de wenteltrap naar de toren bevind. De basilikale kerkruimte wordt gedeeld door een gedrongen spitsboogarcade op korte, vierkante pijlers. De zijbeuken zijn niet meer dan smalle doorgangen, per travee voorzien van een dwarsgeplaatst gewelf tussen spitse gordelbogen, zodat het vrije zicht op het altaar gewaarborgd is. Het brede middenschip wordt bepaald door een groot spitsboogvormig gebogen gewelf, gedragen door ribachtige gordelbogen die heel dicht op de vloer vanuit rechthoekige pijlers ontspringen. Boven de scheibogen van de arcade zijn in het gebogen gewelf nissen uitgepaard waarin zich de vensters bevinden van de lichtbeuk.

Het vierkante koor is van het schip gescheiden door een spitse gemetselde triomfoog, met in de muur ter weerszijden hiervan zijkapellen in de vorm van spitsboogvormige nissen met altaren. Het koor valt op door de heldere verlichting die vanuit vensters hoog in de toren komt. Hierachter bevindt zich de veel lagere en donkere apsis die wederom door een spitsboog van het koor wordt gescheiden. Het koor wordt geflankeerd door een paterskapel (rechts) met een aangrenzende sacristie en door een zusterkapel (links). Zowel de zuster- als paterkapel worden van het koor gescheiden door gemetselde bogen. De paterkapel werd oorspronkelijk door middel van eenzelfde bogenstelling, maar dan gevuld met glas-in-lood, gescheiden van de sacristie. Dit glas bevindt zich nu tussen zusterkapel en koor. De zusterkapel en de sacristie hebben ingangen in het verlengde van de smalle zijbeuken.

De orgelgalerij in de zuidoostelijke toren wordt omgeven door een hoge spitsboog. Binnen deze boog wordt de galerij gedragen door een arcade op ronde natuurstenen pijlers op rechthoekige basementen. De gemetselde balustrade van de galerij is spleetvormig opengewerkt. Ter weerszijden van het ingangsportiek bevinden zich de doopkapel en de gedachteniskapel, met altaren aan de korte zijde. In het ingangsportiek bevindt zich een wijwaterbak, uitgevoerd in natuursteen. De biechtstoelen die zich links en rechts bevinden zijn voorzien van dubbele deuren. De kerkruimte is ingericht met na-oorlogse plastieken (waaronder een kruisweg) en enkele beelden uit de jaren veertig. Het figuratieve glas-in-lood van Asperlagh is in de verschillende kapellen en in de apsis toegepast en bevat onder andere voorstellingen van St. Dominicus (voormalige paterkapel). In de toren hangen drie (niet beschermenswaardige) luidklokken van Petit en Fritsen uit Aarle-Rixtel.

Waardering

R.K. KERK gebouwd in 1940 naar ontwerp van J. VAN HALTEREN.

-Van architectuurhistorische waarde als gaaf en goed voorbeeld van een kerkgebouw in een bij de Delftse School aansluitende Traditionalistische stijl, die opvalt vanwege het robuuste materiaalgebruik, de eenvoudige, traditionele hoofdvorm waarbij verschillende voor de tijd kenmerkende elementen zijn toegepast zoals gevels met tuiten en schouderstukken. De kerk valt voorts op vanwege het fraaie interieur, waarbij de kerkruimte gevormd wordt door een dicht bij het vloerniveau aanzettend bakstenen gewelf. Deze ruimte garandeert het vrije zicht van de gemeente op het altaar dat vanuit de hoge koortoren verlicht en benadrukt wordt en sluit aan bij in het Interbellum gangbare liturgische opvattingen.

-Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van het Tielse stadscentrum, waar het vanwege toren en hoofdvorm een beeldbepalende rol speelt, voorts van belang vanwege de situering binnen het katholieke complex .

-Van cultuurhistorische waarde als hoofdonderdeel van het katholieke complex, waaraan een oude geschiedenis verbonden is. Een concentratie van gebouwen met een katholieke functie is kenmerkend binnen de sociaal-maatschappelijke geschiedenis van Nederland vanaf het einde van de negentiende eeuw.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

CHURCH BUILDING with a south-eastern entrance tower along which the aisles of the basilical church nave are carried through. In the choir is located a bell tower body placed transversely in relation to the church nave, against which lower side wings connect on either side. This creates the exterior impression of a transept. The choir is closed at the back by a three-sided apse. The apse is covered by a multi-sided hipped roof, the choir tower and the transverse aisles each by gabled roofs transverse to the ridge direction of the gabled roof of the church nave. The aisles are covered by lean-to roofs. The roof pitches are covered with muffled improved Dutch tiles, in the format cloister tile, have short overhangs and curve slightly outward at the ends. Drainage takes place via gutters on roof brackets. The facades are constructed in imitation handmade brick of the cloister tile format, laid in bond. The facades have a moulded plinth which is finished with a roll course and an ashlar plinth zone finished with a drip moulding. The facades are articulated by means of buttresses, which project through the gutter lines and are finished with a saddle stone. The end facades of the various building volumes are executed as spout gables, with ashlar shoulder pieces. Pointed arch windows are used in the facades, with Gothic tracery executed in brick. They are predominantly filled with uncoloured stained glass, provided with a border executed in yellow glass. The doors used in the facades are robust, double or single basket arch shaped wooden panelled doors, with heavy, metal decorative hinges. Around doors and windows the facades are finished with natural stone.

The symmetrically arranged FRONT FACADE consists of the tower body with the set-back facade parts of the side naves on either side, each of which is provided with two pointed arch windows with stained glass. The square tower consists of four storeys separated by moulded cornice lines and has double buttresses on the corners. In the first storey, within a frame of natural stone archivolt, is the main entrance, with double doors of the type already described. The archivolts spring from a natural stone, inward-facing basement and are decorated at the bottom with natural stone in block bond. The entrance section is finished with an arch frieze and above it is a high pointed arch window that extends through the second storey. The window lies deep in the facade, is framed by moulded archivolts and is provided with a substantial offset at the bottom. Above the window is a narrow slit window on each side of the tower. The slightly projecting third storey has on four sides coupled blind pointed arch windows with narrow slit windows in them for light admission. The fourth storey carries the roof and has on each side two pointed arch-shaped sound openings with sounding boards. This zone is set off with a blind arch frieze. The tower is finished with a four-sided tent roof and is crowned by a sturdy cross. The tent roof is covered with copper tile roofing.

The RIGHT SIDE FACADE of the church is similar to the LEFT SIDE FACADE and has in the side aisle above the plinth zone and in the clerestory a series of windows as described. In the bay extending along the tower, on the right (resp. left) is a single door with moulded steps and a frame in brick and natural stone and on the left a window as described. The church nave has five bays. In the third, fourth and fifth bay of the side aisle there are rectangular extensions in which the confessionals are located. In the spout gables of the choir towers are three narrow and high pointed arch-shaped windows provided with stained glass. The long sides of this bell tower body projecting outside the church nave are set off with an arch frieze. In the spout gables of the lower side wings is a high pointed arch window above the plinth zone and in the apex of each gable a narrow slit window.

The CHOIR SIDE has a three-sided apse across the width of the choir towers, which projects slightly above the side chapels. In the three sides are pointed arch windows with stained glass. On either side of the apse are the pointed arch windows with stained glass of respectively the sisters' chapel and the fathers' chapel. In the basement under the apse and the choir is the former Vincentius room, which has in the facade some right-angled, multi-part windows with horizontal sash panes. Also located here, between the rectory (separate monument number 520656) and church, are some connecting elements in the same style, for the sake of basement entrance, coal shed and the rear entrance for the sisters to the chapel.

The INTERIOR of the church is, apart from minor alterations regarding the liturgical centre (altar lowered and moved forward) and the furnishing of the chapels, virtually intact. It is characterised by the same robust use of materials as the exterior and consists entirely of exposed brick and Ettlinger tufa stone.

The church has a dark entrance portal (narthex) which provides access to the church nave via three doors. First, a kind of porch is entered which is formed by the pillars of the organ gallery, which is located in the tower. The narthex space, like the other secondary spaces, is formed by barrel vaults between pointed arch shaped transverse arches.

In the south-eastern corner is a circular shaped projection where the spiral staircase to the tower is located. The basilical church space is divided by a squat pointed arch arcade on short, square pillars. The side aisles are no more than narrow passages, provided per bay with a transverse vault between pointed transverse arches, so that free sight of the altar is guaranteed. The wide nave is characterised by a large pointed arch curved vault, supported by rib-like transverse arches that spring very close to the floor from rectangular pillars. Above the arches of the arcade, recesses are cut out in the curved vault in which the windows of the clerestory are located.

The square choir is separated from the nave by a pointed moulded triumphal arch, with side chapels in the wall on either side of this in the form of pointed arch-shaped niches with altars. The choir stands out due to the bright illumination that comes from windows high in the tower. Behind this is the much lower and dark apse which is again separated from the choir by a pointed arch. The choir is flanked by a fathers' chapel (right) with an adjoining sacristy and by a sisters' chapel (left). Both the sisters' and fathers' chapel are separated from the choir by moulded arches. The fathers' chapel was originally separated from the sacristy by means of the same arch arrangement, but then filled with stained glass, which is now located between the sisters' chapel and choir. The sisters' chapel and the sacristy have entrances in line with the narrow side aisles.

The organ gallery in the south-eastern tower is surrounded by a high pointed arch. Within this arch the gallery is supported by an arcade on round natural stone pillars on rectangular bases. The moulded balustrade of the gallery is pierced with narrow slits. On either side of the entrance portico are the baptismal chapel and the memorial chapel, with altars on the short side. In the entrance portico is a holy water basin, executed in natural stone. The confessionals located on the left and right are furnished with double doors. The church space is furnished with post-war plastics (including a Way of the Cross) and some sculptures from the forties. The figurative stained glass by Asperlagh is used in the various chapels and in the apse and contains among other things representations of St. Dominicus (former fathers' chapel). In the tower hang three (not heritage-worthy) bells of Petit and Fritsen from Aarle-Rixtel.

Valuation

R.C. CHURCH built in 1940 to designs by J. VAN HALTEREN.

-Of architectural historical value as a well-preserved and good example of a church building in a Traditionalist style in line with the Delft School, which stands out for its robust use of materials, the simple, traditional principal form with various elements characteristic of the period such as facades with spout gables and shoulder pieces. The church furthermore stands out for its fine interior, where the church space is formed by a brick vault starting very close to floor level. This space guarantees the congregation's free view of the altar, which is illuminated and emphasized from the high choir tower and aligns with liturgical views current in the Interwar period.

-Of urban planning value as part of the Tiel city centre, where it plays a visually defining role due to its tower and principal form, furthermore of importance due to its location within the Catholic complex.

-Of cultural-historical value as a main component of the Catholic complex, to which an old history is connected. A concentration of buildings with a Catholic function is characteristic within the social-historical development of the Netherlands from the late nineteenth century onwards.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map