Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Straatweg 146
Breukelen, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Straatweg 146, 3621 BV Breukelen (Stichtse Vecht 26)
- Place
- Breukelen
- Municipality
- Stichtse Vecht
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.17329, 5.00241
- Monument number
- 520646
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De in opdracht van de in 1795 gestichtte parochie H. Johannes de Doper gebouwde Rooms Katholieke KERK H. Johannes de Doper is gebouwd naar ontwerp uit 1883 van E.J. Margry, A.A.J. Margry en J.M. Snickers in de stijl van de neogotiek, geïnspireerd op de vroege gotiek. De voorzitter van het kerkbestuur, de bouwpastoor W.G. van Vuuren legde op 14 mei 1884 de eerste steen. De kerk is ingewijd in 1885 door aartsbisschop Mgr. P. Snickers. De oost-west georiënteerde pseudobasiliek met westelijke toren is haaks ten opzichte van de Straatweg gelegen.
De gebrandschilderde ramen uit het einde van de negentiende eeuw zijn van de schilder H. Geuer (1841-1904). De glazen van de hand van de schilders Otto en Willem Mengelberg (1867-1924; 1897-1969) en Cornelius van Straaten (1912-1964; atelier van Fa. Cuypers en co. te Roermond) dateren uit de periode 1920 - 1933 en zijn geschonken door parochianen. Het hoofdaltaar is vervaardigd door F.W. Mengelberg te Utrecht en stamt uit 1894/1895. De laat-negentiende-eeuwse engelen met grote kaarsenstandaard en de beelden van H. Hart van Maria, H. Hart van Jezus en Antonia van Padua zijn eveneens vervaardigd in het atelier van F.W. Mengelberg te Utrecht.
Het orgel, van ondergeschikt belang, is in 1949/50 gebouwd door de orgelbouwers Vermeulen te Alkmaar. De viering is in 1968 naar aanleiding van het Tweede Vaticaans Concilie van een podium en altaar voorzien.
Omschrijving
De in baksteen onder een samenstel van met leien in maasdekking gedekte zadel- en tentdaken opgetrokken kerk bestaat in opzet uit een driebeukige pseudobasiliek. De oost-west georiënteerde kerk heeft een nagenoeg rechthoekige plattegrond met geprojecteerde westtoren, vierkante doopkapel met tentdak op de noordoosthoek, aan de oostzijde een rechthoekige uitbouw onder zadeldak, waarin zich de sacristie bevindt, en een vijfzijdig koor onder schildkap. De acht traveeën lange hoofdmassa wordt overkluisd door een doorlopend zadeldak, waarin ter plaatse van de vierde travee aan beide zijden steekkappen met topgevels ingrijpen en ter plaatse van de transepten zadeldaken met topgevels insteken. Aan de transepteinden bevindt zich een uitbouw van één laag onder lessenaarsdak met in een risalerend centraal deel met steekkap een portaal. Aan de oostzijde bevindt zich tussen het koor en de sacristie een smal éénlaags bouwdeel onder lessenaarsdak waarin de entree van de sacristie is ondergebracht. De dakschilden worden doorbroken door dakkapellen met vijfzijdige kap, bekroond door zinken pirons. Ook de tentdaken worden door dito pirons bekroond. De daklijsten van de topgevels bestaan uit keramiek in combinatie met natuurstenen bekroningen met kruisbloemen. De natuurstenen gootlijsten hebben eenvoudige waterspuwers. De gevels worden horizontaal geleed door het uitgemetselde trasraam, banden van natuursteen (alleen voorgevel kerk en sacristie), bakstenen waterlijsten en worden afgesloten door uitkragend siermetselwerk met onder meer vlechtwerk en muizetandlijsten. De gevels worden verticaal geleed door zich twee keer verjongende steunberen met afzaten van grès. In iedere travee bevindt zich één meervoudig, bakstenen spitsboogvenster. De vensters hebben met uitzondering van de voorgevel gemetselde baksteen traceringen, voorzien van glas-in-lood, natuurstenen sluitstenen, die onderdeel uit maken van de doorlopende waterlijsten. De van strokendeuren voorziene pportaaldeuren zijn met rijk beslag uitgerust. De nagenoeg symmetrisch ingedeelde voorgevel wordt gedomineerd door de centraal geplaatste deels ingebouwde, hoge klokkentoren. Uiterst links bevindt zich de voorgevel van de doopkapel met een enkelvoudig spitsboogvenster. De gevels aan weerszijden van de toren bevatten een rechtgesloten entree met een dubbele deur, geflankeerd door colonetten. De natuurstenen latei fungeert tegelijk als lekdorpel van een groot venster met natuurstenen driepas traceringen en een rozet. Boven een fries met siermetselwerk bevindt zich een samengesteld venster met een rechtgesloten onderraam met luik, spitsboogvormig bovenlicht en smalle zijlichten. Op de hoeken bevinden zich gemetselde, torenvormige pinakels op steunberen. De toren heeft drie geledingen en is opgetrokken vanuit een vierkante plattegrond. Op de gevelvlakken bevinden zich zich verjongende steunberen met spaarvelden. De steunberen worden bovenaan driehoekig beëindigd. De achtzijdige spits wordt geflankeerd door vier kleine spitsen. In de zuidelijk oksel bevindt zich een uitgebouwde traptoren. De voorgevel van de toren bevat een naar voren springend spitsboogvormig entreeportaal met een natuurstenen drietreden hoge stoep. Het portaal heeft trapsgewijs inspringende dagkanten, waarin door zuiltjes op natuurstenen sokkels gedragen geprofileerde en gedecoreerde archivolten aansluitengebracht. Boven de dubbele deur bevindt zich een samengesteld bovenlicht met twee gekoppelde lancetvensters onder een rond raam in de vensterkop onder het centrale rondraam geheel boven. De top van het portaal wordt bekroond door een beeld van Johannes de Doper onder een baldakijn met driepas, rustend op een gebeeldhouwde sokkel. Daarboven bevindt zich een spitsboogvenster met in de dagkanten colonetten. De dagkanten zijn bezet met kolonetten. Het bovenwerk van de toren bevat in ieder gevelvlak drie spitsboogvormige galmgaten met daarboven een ronde wijzerplaat, dat gevat is in een boven de daklijst uitgemetseld topgeveltje.
De nagenoeg identieke zijgevels van in totaal negen assen, bevat ter plaatse van het schip en de transepten zeven traveeën, waaronder twee met topgevels. De topgevels zijn uitgerust met een groot spitsboogvormig venster dat twee in drieën verdeelde lancetvensters insluit waarvan de vensterkop temidden baksteentraceriing een rondvenster bevat. De vensterkop van het nagenoeg de gehele gevel in beslag nemende venster wordt door een afsluitend rondraam bezet.ndriedelig venster, waarboven een klein samengesteld tweedelig venster met onderluik en spitsboogvormig bovenlicht. De entree's in de uitbouwen zijn uitgevoerd met een enkele deur met spitsboogvormig bovenlicht, waartussen een gebeeldhouwd kalf. De overige, identieke traveeën hebben kleinere spitsboogvensters. De linkerzijgevel (noordzijde) bevat uiterst rechts de blinde gevel van de doopkapel. Links bevindt zich de sacristie, die een blinde gevel west- en noordgevel heeft. De oostgevel heeft twee assen, gescheiden door de uitgemetselde schoorsteen met een aanzet in decoratief metselwerk. De vensters in de eerste bouwlaag hebben natuurstenen kruiskozijnen en een decoratief gemetseld boogveld onder een getoogde strek. Op de verdieping bevinden zich twee spitsboogvensters met onderluik en bovenlicht. De rechterzijgevel (zuidzijde) heeft in de uiterst rechtse travee twee smalle spitsboogvensters.
Het koor bevat in ieder van de vijf gevelvlakken één spitsboogvenster. In de oostelijke gevel van de hoofdmassa bevindt zich links en rechts van het koor een tweedelig venster.
Het interieur van de kerk heeft de oorspronkelijke indeling en detaillering grotendeels behouden. De kruisvormige kerkruimte bestaat - naast de meest westelijke travee waarin zich toren en doopkapel bevinden - uit een zes traveeën lang schip met zijbeuken, een viering met korte transeptarmen, een koortravee en een 5/8-koorsluiting. De wandopbouw van het schip wordt geleed door een van de zijbeuken scheidende spitsbogenarcade, een schijntriforium met per travee vijf spitsboogvormige spaarvelden (waarvan de middelste een houten deur bevat) en een houten, spitsboogvormig gewelf met schilderingen. Aan weerszijden van het schip bevindt zich een zijbeuk met gemetselde kruisribgewelven. De gepolychromeerde viering heeft een kruisribgewelf, gedragen door samengestelde vieringpijlers. De transepten zijn uitgevoerd met spitsboogvormige arcaden en dito houten, rijk beschilderde gewelven. In de zwikken en in de segmentboogvormige spaarvelden boven de arcade bevinden zich schilderingen. In de transepteinden bevinden zich de biechtstoelen. Het koor bestaat uit één travee met spitsbogen en een spitsboogvormig gewelf en uit de koorsluiting met vijfdelig schelpgewelf. In het schijntriforium van het koor zijn schilderingen aangebracht. Links bevindt zich een toegang naar een hal die naar de sacristie leidt. Links in de kapel bevindt zich de entree naar de sacristie.
De wanden kenmerken zich door de rode baksteen in schoon metselwerk met knipvoeg. De zwikken boven de spitsbogen zijn gestuct, net als de gewelfvlakken van de zijbeuken, de muurvlakken aan weerszijden van de spitsboogkozijnen, de kapitelen, de colonetten en de schalken. Tussen de spitsboogarcade en de schijngalerij en ter accentuering van de overgang van wand naar gewelf bevinden zich uitkragende sierlijsten. De ronde zuilen met kapitelen met bloem- en bladmotief tussen schip en zijbeuken bestaat uit gele baksteen met rode voeg en rusten op een voet, die met een natuurstenen rand is afgewerkt. Links in het portaal bevindt zich de eerste steen met Latijnse tekst. De kerkwand van het portaal bestaat uit drie spitsbogen onder een gedrukte boog, waarin in het midden een dubbele opgeklampte deur met samengesteld bovenlicht. Boven het portaal bevindt zich de koorgalerij met gepolychromeerde houten balustrade.
Het hoofdaltaar in het koor, gewijd aan St. Johannes uit 1894-5 is vervaardigd van gepolychromeerd eikehout met een marmeren bordes en stenen tombe, waarin het monogram SJ en in de predella de symbolen van de vier evangelisten met in het midden de tabernakeldeur met het Lam Gods.
De lezenaar in neobarok stijl is uitgevoerd in verzilverd koper en stamt uit het midden van de negentiende eeuw. Het doopvont uit dezelfde tijd is uitgevoerd in rood en geel koper met marmeren basis, bekervormig bekken en een geprofileerde deksel met een bekroning met een kruis.
Voorts zijn van belang: enkele gepolychromeerde houten beelden uit het laatste kwart van de negentiende eeuw; gepolychromeerd beeld uit circa 1900 van Maria met kind; gepolychromeerd kruisbeeld met tekst: "Missiekruis 1895-1908"; koperen kruisbeeld uit de laatste kwart van de negentiende eeuw.
De drie laat-negentiende-eeuwse gebrandschilderde ramen in het koor van de hand van Geuer zijn gewijd aan H. Johannes de Doper. De gebrandschilderde ramen van noord- en zuidbeuk en de transepten zijn van de hand van O. en W. Mengelberg. De ramen in het zangkoor met St. Gregorius en engelen zijn in 1933 vervaardigd door de N.V. Kunstwerkplaats Cuypers en Co. te Roermond en aldus gesigneerd. De wanden van de zijbeuken bevatten de laat-negentiende-eeuwse, op doek in olie geschilderde kruiswegstaties, die geplaatst zijn tussen gemetselde, samengestelde randen. De staties hebben links en rechts van de statievoorstellingen teksten uit het Oude - en het Nieuwe Testament. Voorts zijn onder meer van belang: houten deuren met rijk beslag, houten banken met op de kopse zijden gesneden versieringen (bankenplan grotendeels intact), biechtstoelen in kopse wanden van de transepten, mozaïekvloer, sacristie met paramenten kast, lambrizering, beschilderde balkenvloer met gesneden sleutelstukken en beschilderd dakbeschot in gang. Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg.
Waardering
De Rooms Katholieke kerk H. Johannes de Doper is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een in- en uitwendig gaaf bewaarde en inwendig rijk gedecoreerde pseudobasiliek uit 1883/5 in de stijl van de Neo-Gotiek van architecten E.J. en A.A.J. Margry; vanwege de kunsthistorische waarde van de midden en laat negentiende-eeuwse inventaris en vroeg-twintigste-eeuwse gebrandschilderde ramen en de verscheidenheid aan kunstenaars, die hun bijdrage hebben geleverd; vanwege de situationele waarde door de beeldbepalende ligging aan de Straatweg en het karakteristieke silhouet en als zodanig van belang als 'landmark'.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The Roman Catholic CHURCH H. Johannes de Doper, built by order of the parish H. Johannes de Doper founded in 1795, was constructed to a design from 1883 by E.J. Margry, A.A.J. Margry and J.M. Snickers in the style of neo-Gothic, inspired by early Gothic. The chairman of the church council, the building pastor W.G. van Vuuren, laid the foundation stone on 14 May 1884. The church was consecrated in 1885 by archbishop Mgr. P. Snickers. The east-west oriented pseudo-basilica with western tower is positioned at right angles to the Straatweg.
The stained glass windows from the end of the nineteenth century are by the painter H. Geuer (1841-1904). The glass by the painters Otto and Willem Mengelberg (1867-1924; 1897-1969) and Cornelius van Straaten (1912-1964; studio of Fa. Cuypers and co. in Roermond) date from the period 1920-1933 and were donated by parishioners. The high altar was made by F.W. Mengelberg in Utrecht and dates from 1894/1895. The late-nineteenth-century angels with large candlestands and the statues of the Sacred Heart of Mary, the Sacred Heart of Jesus and Antonia of Padua were likewise made in the studio of F.W. Mengelberg in Utrecht.
The organ, of subordinate importance, was built in 1949/50 by the organ builders Vermeulen in Alkmaar. The chancel was provided with a platform and altar in 1968 following the Second Vatican Council.
Description
The church, constructed in brick under a combination of slate-covered saddle and tent roofs in Maas roofing style, consists in plan of a three-aisled pseudo-basilica. The east-west oriented church has a nearly rectangular floor plan with a projected west tower, a square baptistry with tent roof at the northeast corner, on the east side a rectangular extension under a saddle roof, containing the sacristy, and a five-sided choir under a hipped roof. The eight-bay-long main mass is spanned by a continuous saddle roof, with gablets with gable pediments intruding on both sides at the level of the fourth bay and saddle roofs with gable pediments inserted at the level of the transepts. At the transept ends there is an extension of one storey under a lean-to roof with a portal in a projecting central part with a gable pediment. On the east side, between the choir and the sacristy, there is a narrow single-storey building section under a lean-to roof housing the sacristy entrance. The roof slopes are broken by dormer windows with five-sided roofs, crowned by zinc finials. The tent roofs are likewise crowned by such finials. The roof edges of the gable pediments consist of ceramic combined with natural stone caps with crockets. The natural stone gutters have simple water-spouts. The facades are divided horizontally by the laid-out ashlar courses, bands of natural stone (front facade of church and sacristy only), brick drip mouldings and are terminated by projecting ornamental brickwork including herringbone and mouse-tooth mouldings. The facades are divided vertically by twice-tapering buttresses with sandstone offsets. In each bay there is one multiple brick pointed-arch window. The windows, with the exception of the front facade, have laid brick tracery provided with leaded glass, natural stone voussoirs, which form part of the continuous drip mouldings. The portals equipped with strip doors are fitted with rich hardware. The nearly symmetrically arranged front facade is dominated by the centrally placed partly built-in tall belfry tower. At the far left is the front facade of the baptistry with a single pointed-arch window. The facades on either side of the tower contain a straight-sided entrance with a double door, flanked by colonettes. The natural stone lintel simultaneously serves as a drip ledge of a large window with natural stone three-lobed tracery and a rose window. Above a frieze with ornamental brickwork is a composite window with a straight-sided lower frame with shutter, pointed-arch shaped fanlight and narrow side lights. At the corners are laid brick, tower-shaped pinnacles on buttresses. The tower has three storeys and is constructed from a square floor plan. On the facade surfaces there are tapering buttresses with spandrels. The buttresses are triangular at the top. The octagonal spire is flanked by four small spires. In the southern angle there is a built-out staircase tower. The front facade of the tower contains a projecting pointed-arch shaped entrance portal with a three-step high natural stone stoop. The portal has stepped recession of the reveals, in which profiled and decorated archivolts carried by small columns on natural stone bases are fitted above. Above the double door is a composite fanlight with two coupled lancet windows under a round window in the window head below the central round window at the very top. The top of the portal is crowned by a statue of John the Baptist under a canopy with three-lobed ornamentation, resting on a carved base. Above this is a pointed-arch window with colonettes in the reveals. The reveals are set with colonettes. The upper part of the tower contains in each facade surface three pointed-arch shaped louvres with above each a round clock face, which is set in a gable pediment laid above the roof line.
The nearly identical side facades with a total of nine axes contain seven bays at the level of the nave and the transepts, including two with gable pediments. The gable pediments are equipped with a large pointed-arch shaped window that encloses two lancet windows divided into three parts, the window head containing at the centre brick tracery a round window. The window head of the nearly the entire facade-spanning window is set by a closing round window. an three-part window, above which is a small composite two-part window with under-shutter and pointed-arch shaped fanlight. The entries in the extensions are executed with a single door with pointed-arch shaped fanlight, between which a carved calf. The remaining, identical bays have smaller pointed-arch windows. The left side facade (north side) contains at the far right the blind facade of the baptistry. On the left is the sacristy, which has a blind facade on the west and north sides. The east facade has two axes, separated by the laid-out chimney with a stepped rise in decorative brickwork. The windows in the first storey have natural stone cross windows and a decoratively laid arch field under an arched course. On the upper storey there are two pointed-arch windows with under-shutter and fanlight. The right side facade (south side) has two narrow pointed-arch windows in the far right bay.
The choir contains in each of the five facade surfaces one pointed-arch window. In the eastern facade of the main mass on either side of the choir is a two-part window.
The interior of the church has largely retained its original layout and detailing. The cruciform church space consists - apart from the westernmost bay in which the tower and baptistry are located - of a six-bay-long nave with aisles, a crossing with short transept arms, a choir bay and a 5/8-choir termination. The wall structure of the nave is divided by a pointed-arch arcade separating the aisles, a triforium gallery with per bay five pointed-arch shaped spandrels (of which the middle one contains a wooden door) and a wooden, pointed-arch shaped vault with paintings. On either side of the nave is an aisle with laid cross-ribbed vaults. The polychrome crossing has a cross-ribbed vault carried by compound crossing piers. The transepts are executed with pointed-arch arcades and likewise wooden, richly painted vaults. In the spandrels and in the segment-arch shaped spandrel fields above the arcade are paintings. In the transept ends are the confessionals. The choir consists of one bay with pointed-arches and a pointed-arch shaped vault and the choir termination with five-part scallop shell vault. In the triforium gallery of the choir are paintings. On the left is an access to a hall leading to the sacristy. On the left in the chapel is the entrance to the sacristy.
The walls are characterized by red brick in fair-faced brickwork with raked joints. The spandrels above the pointed-arches are plastered, as are the vault surfaces of the aisles, the wall surfaces on either side of the pointed-arch reveals, the capitals, the colonettes and the corbels. Between the pointed-arch arcade and the triforium gallery and accentuating the transition from wall to vault are projecting ornamental mouldings. The round columns with capitals with floral and leaf motifs between nave and aisles consist of yellow brick with red mortar and rest on a base, which is finished with a natural stone edge. On the left in the portal is the foundation stone with Latin text. The church wall of the portal consists of three pointed-arches under a depressed arch, with a double cramped door in the middle with composite fanlight. Above the portal is the choir gallery with polychrome wooden balustrade.
The high altar in the choir, dedicated to St. John dating from 1894-5, is made of polychrome oak wood with a marble platform and stone tomb, in which the monogram SJ and in the predella the symbols of the four evangelists with in the centre the tabernacle door with the Lamb of God.
The lectern in neo-Baroque style is executed in silvered copper and dates from the middle of the nineteenth century. The baptismal font from the same period is executed in red and yellow copper with marble base, cup-shaped basin and a profiled lid with a crown topped by a cross.
Furthermore, the following are important: several polychrome wooden statues from the last quarter of the nineteenth century; polychrome statue from circa 1900 of Mary with child; polychrome crucifix with text: "Mission Cross 1895-1908"; copper crucifix from the last quarter of the nineteenth century.
The three late-nineteenth-century stained glass windows in the choir by Geuer are dedicated to St. John the Baptist. The stained glass windows of the north and south aisles and the transepts are by O. and W. Mengelberg. The windows in the choir with St. Gregory and angels were made in 1933 by the N.V. Kunstwerkplaats Cuypers and Co. in Roermond and thus signed. The walls of the side aisles contain the late-nineteenth-century Stations of the Cross, painted in oil on canvas, placed between laid composite frames. The stations have texts from the Old and New Testament on the left and right of the station representations. Furthermore, among other things the following are important: wooden doors with rich hardware, wooden pews with carved decorations on the end sides (pew plan largely intact), confessionals in the transept end walls, mosaic floor, sacristy with vestments cabinet, wall panelling, painted beam floor with carved keystones and painted ceiling boarding in corridor. Organ and organ case are not of value from the point of view of monument care.
Valuation
The Roman Catholic Church H. Johannes de Doper is of general importance on account of its cultural and architectural-historical value as a fine example of a carefully preserved inside and out and internally richly decorated pseudo-basilica from 1883/5 in the style of Neo-Gothic by architects E.J. and A.A.J. Margry; on account of the art-historical value of the mid and late nineteenth-century inventory and early twentieth-century stained glass windows and the variety of artists who have contributed; on account of its situational value through the visually defining location on the Straatweg and its characteristic silhouette and as such of importance as a 'landmark'.
Nearby in the register
- Woonhuis, Herenstraat 44Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Herenstraat 42Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Herenstraat 38Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Herenstraat 34Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.