TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Harlingerstraatweg 61

Leeuwarden, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1919 - 1921
Address
Harlingerstraatweg 61, Locatie: Westerparkwijk, 8913 AD Leeuwarden (and others)
Place
Leeuwarden
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.20452, 5.77976
Part of complex
519798
Monument number
519802

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 3 Leeuwarden, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Drievoudige WONING deel uitmakende van een COMPLEX van 70 MIDDENSTANDSWONINGEN, in 1919-1921 in Interbellum stijl gerealiseerd voor de Coöperatieve Vereniging Woningbouw naar ontwerp van Doeke Meintema. 17 Grote woningen van twee bouwlagen met flauwe schildkappen aan de Harlingerstraatweg 45 t/m 73 en Marssumerstraat 1 en 2 en 53 kleine woningen van één bouwlaag met hoge, gebroken schildkappen aan Marssumerstraat 4 t/m 18 en 3 t/m 9, Franekerstraat 68 t/m 74, Menaldumerstraat 2 t/m 18, Bildtsestraat 7 t/m 25 en 14 t/m 32 en Engelumerstraat 1 t/m 15.

Architect Doeke Meintema stond een eenvoud van architectuur voor; zijn bouwwerken moesten een beeld oproepen waarvan kon worden afgelezen hoe de gebruiksruimten in elkaar staken en ook moesten laten zien hoe ze gebouwd waren en welke bouwmaterialen waren toegepast. Hij noemde zijn bouwwerken een heel klein beetje kunst. Naar aanleiding van een herdenkingstentoonstelling na zijn overlijden werd geschreven: "Juist het pretentielooze, het afwijzen van modieuze stroomingen, het prijs stellen op eigen, stoer karakter, is in het werk van Meintema zoo aantrekkelijk".

Het complex van 70 woningen is stedenbouwkundig levendig in het grotere geheel van de wijk geweven. De karakteristieke architectuur van zowel de grote als de kleine woningen en de levendige geleding in verspringende blokjes van twee en vier woningen en enkele langere stroken zorgen niettemin voor een sterke architectonische en ruimtelijke coherentie. Die levendige groepering met voortuintjes van verschillende diepte aan straten met voor die tijd brede profielen roept enigszins de sfeer van een tuinstad op. Bij een renovatie aan het einde van de jaren zeventig is de oorspronkelijke inrichting van de woningen gemoderniseerd zonder dat de indeling erg heeft geleden. De nieuwe buitendeuren en raamindelingen hebben toen een andere vorm gekregen, waardoor het metrum van vensters en deurlichten niet meer overeenkomen.

Omschrijving

EXTERIEUR: De drievoudige woning maakt deel uit van een groep van 15 woningen aan de Harlingerstaatweg en twee op de hoek van de Marsumerstraat die ten opzichte van elkaar iets verspringen. Het woningblok is twee lagen hoog en gebouwd op een rechthoekige plattegrond van twee woningen en een enkele woning aan de Marsummerstraat die flink is verschoten en nog net aan de dubbele woning aan de Harlingerstraatweg is gekoppeld. De groepen woningen verspringen ten opzichte van elkaar. Ze hebben elk een van baksteen gebouwde losstaande berging van één bouwlaag met een met pannen gedekt schilddak. De woningen zijn voorzien van tentkappen met een vrij flauwe dakhelling, gedekt met rode Hollandse golfpannen en voorzien van nokschoorstenen en van zinken mastgoten. De muren zijn gemetseld licht gemêleerde rode baksteen in Vlaams verband zonder verdiept voegwerk. Het muurwerk is op een ingetogen wijze verlevendigd met licht in- en uitspringende gevelvakken met metselpastiek. Voor de verdieping springen borstweringvakken, gesteund en gedekt door koppenlagen iets uit en aan de bovenzijde van de verdieping is, bij wijze van fries, om de drie lagen één baksteenlaag uitgemetseld, waartussen de vensters zijn gevat, een horizontale plastische partij die gedekt is door een over de volle breedte en diepte lopende koppenlaag die boven de bovenvensters ontlastingen vormt. De ingangstraveeën risaleren een weinig met op de hoeken om de drie lagen een vertanding en bovenin zo nu een dan een uitstekende kop. De bredere en minder diepe hoekwoning aan de Marssumerstraat heeft de ingangpartij in het midden met aan weerszijden een dubbel zesruitsvenster en boven vierruitsvensters in hetzelfde metrum. De oorspronkelijke deuren zijn tijdens de renovatie in 1978 vervangen door deuren, eveneens met vierruitslicht, maar met andere verhoudingen; binnen de kozijnen lage, vierledige bovenlichten. De gevels zijn op de begane grond naast de ingangspartijen geopend met dubbele of drievoudige zesruitsvensters. Op de verdiepingen vierruitsvensters in hetzelfde metrum als beneden en boven de ingangspartijen steeds een vierruitsvenster. In de zijgevels beneden een zesruits- en boven een vierruitsvenster. In de achtergevels staan beneden een vierledige vensterpui met in het midden openslaande deuren en een achter(keuken)deur met een smal staand licht. Op de verdieping drie vierruitsvensters, waarvan twee bij wijze van zijlichten van een deur met frans balkon.

INTERIEUR: De grote woningen hebben oorspronkelijk op de begane grond een indeling van gang annex trappenhuis; daarachter de keuken en daarnaast de kamers en suite en op de verdieping een overloop met voor en achter boven de gang/keuken twee kleine en boven de woonkamers twee grote slaapkamers. De suite-structuur is in vrijwel alle woningen uitgebroken tot een grote woonkamer. De twee bredere, maar minder diepe woningen op de hoek van de Marsumerstraat hebben een middengang met trap en aan weerszijden vertrekken en boven grote voor- en kleine achterslaapkamers. De inrichting met onder meer paneeldeuren is overigens hoogst eenvoudig. De interieurs vallen buiten de bescherming. Verder hebben bij de renovatie nog enkele vernieuwingen plaatsgevonden. Zo zijn de achter de keuken aanwezige luifels weggenomen.

WAARDERING

De drievoudige middenstandswoning is als element van het complex van 70 woningen van algemeen historisch, architectuurhistorisch, architectonisch en stedenbouwkundig belang

- als relatief vroeg voorbeeld van corporatieve bouw van middenstandswoningen vlak voor de financiële kentering in de volkhuisvesting;

- vanwege de belangrijke plaats die de complex woningen inneemt in het oeuvre van de vooraanstaande architect Doeke Meintema;

- vanwege de uitwendig nagenoeg (op deuren en ramen na) gave Interbellum stijl op een ingetogen en nieuwe, niet meer naar historische stijlen verwijzende architectuur, waarbij de grote, strenge woningen enig baksteen-expressionisme ontvingen;

- vanwege de levendige groepering van de woningen, waarbij de architect met bloksgewijze, maar ook gekoppelde verspringingen in de straten met toch al brede profielen en vooral bij de hoeken zoveel ruimte heeft gesuggereerd dat een tuinstad-achtig resultaat is bereikt, een beeld dat nader vorm heeft gekregen door de afgrenzingen met ligusterhagen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Triple DWELLING forming part of a COMPLEX of 70 MIDDLE-CLASS DWELLINGS, realised in 1919-1921 in Interbellum style for the Coöperatieve Vereniging Woningbouw according to a design by Doeke Meintema. 17 Large dwellings of two storeys with shallow hipped roofs at Harlingerstraatweg 45 to 73 and Marssumerstraat 1 and 2 and 53 small dwellings of one storey with high, broken hipped roofs at Marssumerstraat 4 to 18 and 3 to 9, Franekerstraat 68 to 74, Menaldumerstraat 2 to 18, Bildtsestraat 7 to 25 and 14 to 32 and Engelumerstraat 1 to 15.

Architect Doeke Meintema stood for simplicity of architecture; his buildings were intended to evoke an image from which one could read how the functional spaces fitted together and were also to show how they were built and which building materials were used. He called his buildings a very small amount of art. Following a commemorative exhibition after his death, it was written: "Precisely the unpretentious nature, the rejection of fashionable trends, the appreciation of own, sturdy character, is what makes the work of Meintema so attractive".

The complex of 70 dwellings is urban-planned in a lively manner into the larger whole of the district. The characteristic architecture of both the large and small dwellings and the lively articulation in staggered blocks of two and four dwellings and some longer stretches nonetheless ensures strong architectural and spatial coherence. This lively grouping with front gardens of varying depth on streets with broad profiles for that time evokes somewhat the atmosphere of a garden city. During a renovation at the end of the seventies, the original arrangement of the dwellings was modernised without the layout suffering greatly. The new external doors and window divisions then received a different form, as a result of which the rhythm of windows and door lights no longer correspond.

Description

EXTERIOR: The triple dwelling forms part of a group of 15 dwellings on the Harlingerstaatweg and two on the corner of the Marssumerstraat which are slightly staggered in relation to each other. The dwelling block is two storeys high and built on a rectangular plan of two dwellings and a single dwelling on the Marssumerstraat which is considerably set back and is just coupled to the double dwelling on the Harlingerstraatweg. The groups of dwellings are staggered in relation to each other. Each has a single-storey brick detached shed with a pantile-covered hipped roof. The dwellings are provided with tent roofs with a fairly shallow roof pitch, covered with red Dutch interlocking tiles and provided with ridge chimneys and zinc gutters. The walls are laid in light blended red brick in Flemish bond without recessed jointing. The brickwork is enlivened in a restrained manner with slightly projecting and receding facade sections with brick patterning. For the upper storey, breastwork sections, supported and covered by header courses, project slightly and at the top of the upper storey, by way of a frieze, every third course one course of brick is laid, between which the windows are set, a horizontal plastic feature which is covered by a header course running across the full width and depth which above the upper windows forms relieving arches. The entrance bays are slightly emphasized with at the corners every three courses a stepped pattern and at the top here and there a projecting header. The wider and shallower corner dwelling on the Marssumerstraat has the entrance section in the middle with on either side a double six-light window and above four-light windows in the same rhythm. The original doors were replaced during the 1978 renovation with doors, likewise with four-light lights, but with different proportions; within the frames low, four-part fanlights. The facades are opened on the ground floor beside the entrance sections with double or triple six-light windows. On the upper storeys four-light windows in the same rhythm as below and above the entrance sections always a four-light window. In the side facades below a six-light and above a four-light window. In the rear facades below a four-part window opening with centrally opening doors and a rear (kitchen) door with a narrow vertical light. On the upper storey three four-light windows, two of which by way of side lights of a door with french balcony.

INTERIOR: The large dwellings originally had on the ground floor a layout of hall with staircase; behind it the kitchen and next to it the rooms en suite and on the upper storey a landing with in front and behind above the hall/kitchen two small and above the living rooms two large bedrooms. The suite structure has in virtually all dwellings been opened up to a large living room. The two wider, but shallower dwellings on the corner of the Marssumerstraat have a central corridor with stairs and on either side rooms and above large front and small rear bedrooms. The arrangement with inter alia panel doors is incidentally extremely simple. The interiors fall outside the protection. Furthermore, during the renovation several further alterations took place. For example, the canopies located behind the kitchen were removed.

VALUATION

The triple middle-class dwelling is as an element of the complex of 70 dwellings of general historical, architectural-historical, architectural and urban-planning importance

- as a relatively early example of co-operative construction of middle-class dwellings shortly before the financial turning point in housing;

- because of the important place which the complex of dwellings occupies in the oeuvre of the prominent architect Doeke Meintema;

- because of the externally virtually (save for doors and windows) intact Interbellum style in a restrained and new architecture no longer referring back to historical styles, whereby the large, austere dwellings received a degree of brick expressionism;

- because of the lively grouping of the dwellings, whereby the architect with block-wise, but also coupled staggering in streets with already broad profiles and especially at the corners has suggested so much space that a garden city-like result has been achieved, an image which was further shaped by the demarcations with privet hedges.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map