Rijksmonumentenregister · Netherlands
Schoonzicht
Dieren, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1894 - 1895
- Address
- Zutphensestraatweg 30, 6953 CL Dieren (Rheden 25)
- Place
- Dieren
- Municipality
- Rheden
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.04555, 6.10914
- Part of complex
- 519387
- Monument number
- 519391
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1888 map "03. Doesburg (1888)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Deze in een rijke Neo-Renaissancestijl in 1894-1895 gebouwde VILLA SCHOONZICHT werd ontworpen door de architect E. Lofvers. De villa's Zutphensestraatweg 30 en 28 vallen op door de rijke verscheidenheid aan architectonische vormen en ornamentiek. De voortuin werd oorspronkelijk door een nu niet meer aanwezig ijzeren sierhekwerk van de weg gescheiden.
Omschrijving
De villa is gebouwd op een nagenoeg rechthoekige plattegrond en heeft twee bouwlagen onder een afgeplat schilddak gedekt met shingles (oorspronkelijk leien). De verschillende in- en uitspringende onderdelen van de villa hebben een eigen en van elkaar verschillende kap. De verschillende dakvormen en de doorbrekingen daarvan vertonen een duidelijke samenhang met de gevelcomposities. Het pand heeft in hoofdzaak: een linkerdeel onder een omlopend schilddak deels gedekt met shingles, deels met gesmoorde Hollandse pannen en een iets hoger opgetrokken rechterdeel onder een stijl afgeknot schilddak gedekt met shingles. Het torentje op de hoek van voor- en linker zijgevel heeft een klokvormige torenhelm gedekt met schubleien. Op de hoek van de linkerzijgevel bevindt zich een hoektorentje met een tentdak gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. Opvallend is het gebruik van twee kleuren baksteen: felrode verblendsteen voor de voorgevel en bruinrode baksteen voor de overige gevels. De gevels worden verlevendigd door horizontaal over de gevel lopende gepleisterde banden en een gepleisterde blokversiering rond of boven de vensters. Het pand heeft een rondom lopende gepleisterde plint. De ingang bevind zich in de linker zijgevel.
De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL heeft links een uitgebouwd hoektoren op een vierkante plattegrond op de verdieping overgaand in een octagoon dat deels doorgetrokken is tot in het dakschild onder klokvormige torenhelm. Op de begane grond bevindt zich in de linkertravee een rondboogvenster versierd met gepleisterde hoekblokken, aanzet- en sluitstenen en voorzien van enkelruits schuiframen. Aan de voorzijde bevindt zich een gelijk uitgevoerde muuropening doch nu met een bewerkte glasdeur. De borstwering onder bovengenoemd venster bevat siermetselwerk onder de lekdorpel afgezet met een zaagtandlijst. De verdieping heeft smalle rechthoekige door rondbogen met blinde gepleisterde van ingekraste geometrische motieven voorziene boogvelden afgesloten door vensters waarin fraaie bewerkte kozijnen met enkelruits (schuif)ramen met bovenlichten voorzien van gekleurd glas-in-lood. De verdiepingen worden in de linker- en de middentravee gescheiden door een geprofileerde cordonlijst. De middentravee heeft op de begane grond een rondboogvenster met in de boog afwisselend baksteen en natuursteen imiterende gepleisterde blokken waarin zich een stolpraam bevindt met een enkelruits bovenlicht. In de borstwering onder het venster bevond zich oorspronkelijk een cementstenen plaat waarop een steenstrip was aangebracht met imitatie metselmozaïek (deze plaat ligt nu in de tuin naast de serre). De verdieping heeft in de borstwering tweekleurig siermetselwerk. Het verdiepingsvenster heeft een enkelruits schuifraam waarvan het bovenlicht voorzien is van later aangebrachte opgeplakte loden strips. Het venster wordt afgesloten door een hanekam. De travee wordt afgesloten door een overstekend tot boven de hanekam doorgetrokken dakschild voorzien van een geprofileerde gootlijst afgezet met een gesneden sierlijst. De risalerende rechtertravee heeft over de volle breedte een rijk bewerkte houten serre op een nagenoeg rechthoekige plattegrond. De serre heeft een hardstenen plint aan de voorzijde licht vooruitspringend. De overstekende geprofileerde daklijst rust op korbelen in vormen afgeleid van meubelmakersarchitectuur uit deze periode en doen denken aan tafelpoten door de afgeschuinde kanten, inkepingen, bol en ringvormen. De oorspronkelijke openslaande deuren, waarvoor een hardstenen trede, zijn vervangen door een moderne invulling met één deur. Het bovenliggende balkon was oorspronkelijk voorzien van een balustrade. De verdieping heeft een door hanekam afgesloten muuropening waarin zich een gesneden kozijn met twee middenstijlen bevindt die een brede deur in het midden scheiden van twee smalle ramen aan weerszijden. De bovendelen zijn voorzien van later aangebrachte opgeplakte loden strips die glas-in-lood suggereren. Deze bovenlichten waren oorspronkelijk evenals het bovenlicht van het verdiepingsvenster van de middentravee van gekleurd glas-in-lood voorzien (mogelijk als in het hoektorentje). De travee wordt afegsloten door een architraaflijst, een witgeschilderd fries waarop in nog vaag zichtbare zwart geschilderde letters de tekst 'Schoonzicht' zichtbaar en een geprofileerde kroonlijst. Het ingesnoerde afgeplatte hoge schilddak heeft een dakkapel met pilasters en voluten en een overstekende kapje dat oorspronkelijk van een spits met smeedijzeren piron voorzien was.
De asymmetrisch ingedeelde LLINKER ZIJGEVEL heeft een met één bouwlaag verhoogde tot een toren uitgebouwde linkertravee en een uitgebouwde rechtertravee (hoektorentje). In het midden bevindt zich een uitbouw ten behoeve van het trappenhuis over anderhalve bouwlaag onder een plat overstekend dak met een geprofileerde gootlijst. Tussen bovengenoemde uitbouw en het rechter hoektorentje bevindt zich de via een hardstenen trede en stoep te bereiken ingang die voorzien is van een paneeldeur waarin drie glasruiten. De uitbouw bevat diverse over de gevels verspreide vensters waarvan één blind uitgevoerd is onder een segmentboog. Links van de uitbouw bevindt zich een door een blinde segementboog met gepleisterd boogveld afgesloten venster dat voorzien is een stolpraam met een enkelruits bovenlicht. Onder het venster bevindt zich een kelderlicht met een stolpraam.
De twee traveeën brede ACHTERGEVEL heeft in de linkertravee twee door strekken afgesloten muuropeningen waarin zich dubbele tuindeuren met bovenlichten bevinden (oorspronkelijk voorzien van persiennes aan weerszijden). Tussen begane grond en verdieping bevindt zich een fries met siermetselwerk. De verdieping heeft een door een strek afgesloten muuropening met een dubbele balkondeur en een bovenlicht (oorspronkelijk bevonden zich aan weerszijden persiennes). De rechtertravee is met één bouwlaag verhoogd waardoor er een hoektorentje ontstaan is. Op de begane grond bevindt zich een in baksteen uitgevoerde aanbouw van één bouwlaag, ter vervanging van een houten mogelijk over de volle breedte van de gevel aanwezige veranda. Boven de aanbouw bevindt zich een houten veranda waarvan de bovenzijde eveneens als balkon fungeert. De gevels van de aanbouw worden afgesloten door geprofileerde gootlijsten. In de gevel aan de tuinzijde van de aanbouw bevindt zich links een klein door een strek afgesloten venster en rechts een door een blind segmentboogje afgesloten opgeklampte houten deur. De verdieping heeft een muuropening waarin zich een kozijn met twee middenstijlen bevindt die een brede deur in het midden scheiden van twee smalle ramen aan weerszijden, allen met bovenlicht. De veranda heeft twee gesneden houten stijlen waartussen een invulling met houten korfboog. De derde bouwlaag heeft twee gekoppelde door rondbogen afgesloten glasdeuren en bezit een houten, deels nog oorspronkelijke balustrade.
De asymmetrisch ingedeelde RECHTER ZIIJGEVEL heeft een iets hoger opgetrokken linker travee. Deze travee heeft op de begane grond een groot rondboogvenster met monumentaal glas-in-lood raam (zie bij interieur). De verdieping heeft een dichtgemetseld door een hanekam afgesloten venster. De travee wordt afgesloten door een hoofdgestel bestaande uit een gepleisterde architraaf, een in gele baksteen uitgevoerd fries en een overstekend dak met geprofileerde gootlijst. De rechtertravee is blind uitgevoerd en wordt afgesloten door een overstekend dak met geprofileerde gootlijst.
Het deels bewaarde rijke INTERIEUR heeft ondermeer een monumentale hal en trappenhuis dat voornamelijk is uitgevoerd in Neo-Lodewijk XVI-stijl met een witmarmeren vloer en lambrizering; wanden en plafonds met in stuc uitgevoerde van geprofileerde omlijstingen voorziene panelen met rozetten op de hoeken; houten deuromlijstingen en paneeldeuren, trappenhuis met rijk bewerkte eindbaluster; kamers en suite met zeer fraaie stucpafonds in eclectische trant met o.a. aan de Lodewijk XIV stijl ontleende ornamentiek (vrijwel identiek aan de stucplafonds in de overige door Lofvers ontworpen villa's) en een bijzonder glas-in-lood raam met medaillon met een afbeelding gebaseerd op een zelfportret van Rembrandt (mogelijk vervaardigd door Atelier 't Prinsenhof in Delft). De linker voorkamer bezit een stucplafond met aan de Renaissance ontleende ornamentiek.
Waardering
VILLA SCHOONZICHT, gebouwd in rijke Neo-Renaissancestijl in 1894-1895.
Architectuurhistorische waarden:
- De villa is van belang als een bijzonder voorbeeld van een schilderachtige, bijzonder rijk uitgevoerde villa in Neo-Renaissancestijl uit de laatste jaren van de negentiende eeuw.
- De villa is van belang omwille van de vrij gaaf bewaard gebleven hoofdvorm, de bijzondere en rijke detaillering en ornamentiek alsmede het karakteristieke materiaalgebruik.
- De villa is van belang vanwege de vrij gaaf bewaarde rijk uitgevoerde interieurs waardoor er sprake is van een bijzondere samenhang tussen in- en exterieur.
- De villa is van belang voor het oeuvre van de architect Eelco Lofvers.
Stedebouwkundige waarden:
- Het pand heeft een ensemblewaarde als onderdeel van het door Lofvers ontworpen villacomplex.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
This VILLA SCHOONZICHT, built in a rich Neo-Renaissance style in 1894-1895, was designed by architect E. Lofvers. The villas at Zutphensestraatweg 30 and 28 stand out for their rich variety of architectural forms and ornamentation. The front garden was originally separated from the road by ornamental ironwork fencing, which no longer exists.
Description
The villa is built on an approximately rectangular plan and has two storeys under a flattened hipped roof covered with shingles (originally slate). The various projecting and recessed components of the villa each have their own roof structure, differing from one another. The different roof forms and their interruptions show a clear relationship with the facade compositions. The building has mainly: a left section under a continuous hipped roof partly covered with shingles, partly with smothered Dutch tiles, and a slightly higher raised right section under a stylistically truncated hipped roof covered with shingles. The small tower on the corner of the front and left side facade has a bell-shaped tower cap covered with hinged slate tiles. On the corner of the left side facade there is a corner turret with a tent roof covered with smothered Dutch tiles. Notable is the use of two colours of brickwork: bright red facing brick for the front facade and reddish-brown brick for the other facades. The facades are enlivened by horizontal plastered bands running across the facade and plastered block ornamentation around or above the windows. The building has a continuous plastered plinth running around. The entrance is located in the left side facade.
The asymmetrically arranged FRONT FACADE has on the left a built-out corner tower on a square plan on the upper storey transitioning into an octagon which is partly carried through into the roof section under a bell-shaped tower cap. On the ground floor, the left bay contains a round-arched window decorated with plastered corner blocks, springers and keystones and provided with single-glazed sash windows. On the front there is an equally executed wall opening but now with a worked glass door. The breast wall under the aforementioned window contains decorative brickwork under the drip moulding marked off with a sawtooth frieze. The upper storey has narrow rectangular openings closed off by round arches with blind plastered arch fields provided with incised geometric motifs, closed off by windows in which fine worked frames with single-glazed (sash) windows with fanlights provided with coloured leaded glass. The storeys in the left and middle bays are separated by a profiled cornice band. The middle bay has on the ground floor a round-arched window with alternating brick and natural stone imitating plastered blocks in the arch in which is a tilting window with a single-glazed fanlight. In the breast wall under the window there was originally a cement stone slab on which a stone strip was placed with imitation tile mosaic (this slab now lies in the garden next to the conservatory). The upper storey has two-coloured decorative brickwork in the breast wall. The upper storey window has a single-glazed sash window of which the fanlight is provided with later applied pasted lead strips. The window is closed off by a rooster comb. The bay is closed off by a projecting roof section carried through above the rooster comb provided with a profiled gutter moulding marked off with a carved ornamental moulding. The projecting right bay has over its full width a richly worked wooden conservatory on an approximately rectangular plan. The conservatory has a sandstone plinth at the front slightly projecting forwards. The projecting profiled cornice moulding rests on corbels in forms derived from cabinet-maker's architecture from this period and reminiscent of table legs through the bevelled edges, notches, bulbous and ring forms. The original opening doors, for which there is a sandstone step, have been replaced by modern filling with one door. The upper balcony was originally provided with a balustrade. The upper storey has a wall opening closed off by rooster comb in which is a carved frame with two central mullions separating a wide door in the middle from two narrow windows either side. The upper parts are provided with later applied pasted lead strips suggesting leaded glass. These fanlights were originally, like the fanlight of the upper storey window of the middle bay, provided with coloured leaded glass (possibly as in the corner turret). The bay is closed off by an architrave moulding, a white-painted frieze on which in still faintly visible black-painted letters the text 'Schoonzicht' is visible and a profiled cornice. The constricted flattened high hipped roof has a roof dormer with pilasters and volutes and a projecting roof cap which was originally provided with a spire with wrought-iron finial.
The asymmetrically arranged LEFT SIDE FACADE has a left bay built out and raised by one storey into a tower and a built-out right bay (corner turret). In the middle there is a built-out section for the stairwell over one-and-a-half storeys under a flat projecting roof with a profiled gutter moulding. Between the aforementioned built-out section and the right corner turret is the entrance reached via a sandstone step and landing which is provided with a panelled door with three glass panes. The built-out section contains various windows spread over the facades of which one is executed blind under a segmental arch. To the left of the built-out section there is a window closed off by a blind segmental arch with plastered arch field which is provided with a tilting window with a single-glazed fanlight. Under the window there is a cellar light with a tilting window.
The two-bay wide REAR FACADE has in the left bay two wall openings closed off by stretchers in which are double garden doors with fanlights (originally provided with blinds either side). Between ground floor and upper storey there is a frieze with decorative brickwork. The upper storey has a wall opening closed off by a stretcher with a double balcony door and a fanlight (originally there were blinds either side). The right bay is raised by one storey creating a corner turret. On the ground floor there is a single-storey extension built in brick, replacing what was possibly a wooden veranda extending over the full width of the facade. Above the extension there is a wooden veranda of which the upper side also functions as a balcony. The facades of the extension are closed off by profiled gutter mouldings. In the facade on the garden side of the extension there is on the left a small window closed off by a stretcher and on the right a wooden door applied by clamping closed off by a blind segmental arch. The upper storey has a wall opening in which is a frame with two central mullions separating a wide door in the middle from two narrow windows either side, all with fanlights. The veranda has two carved wooden posts between which is a filling with wooden basket arch. The third storey has two coupled glass doors closed off by round arches and possesses a wooden, partly still original balustrade.
The asymmetrically arranged RIGHT SIDE FACADE has a slightly higher raised left bay. This bay has on the ground floor a large round-arched window with monumental leaded glass frame (see under interior). The upper storey has a bricked-up window closed off by a rooster comb. The bay is closed off by a main entablature consisting of a plastered architrave, a frieze executed in yellow brick and a projecting roof with profiled gutter moulding. The right bay is executed blind and is closed off by a projecting roof with profiled gutter moulding.
The partly preserved rich INTERIOR has amongst other things a monumental hall and stairwell which is executed mainly in Neo-Louis XVI style with a white marble floor and wainscoting; walls and ceilings with panels executed in stucco provided with profiled mouldings with rosettes on the corners; wooden door mouldings and panelled doors; stairwell with richly worked end baluster; rooms en suite with very fine stucco ceilings in eclectic style with amongst other things ornamentation derived from the Louis XIV style (virtually identical to the stucco ceilings in the other villas designed by Lofvers) and a particularly fine leaded glass window with medallion with an image based on a self-portrait by Rembrandt (possibly made by Atelier 't Prinsenhof in Delft). The left front room has a stucco ceiling with ornamentation derived from the Renaissance.
Valuation
VILLA SCHOONZICHT, built in rich Neo-Renaissance style in 1894-1895.
Architectural-historical values:
- The villa is of importance as a particularly fine example of a picturesque, exceptionally richly executed villa in Neo-Renaissance style from the final years of the nineteenth century.
- The villa is of importance because of the relatively well-preserved main form, the particular and rich detailing and ornamentation as well as the characteristic use of materials.
- The villa is of importance because of the relatively well-preserved richly executed interiors creating a particular coherence between interior and exterior.
- The villa is of importance for the oeuvre of architect Eelco Lofvers.
Urban planning values:
- The building has ensemble value as part of the villa complex designed by Lofvers.
Nearby in the register
- ElizeWoonhuisunder 1 mi
- Ons PlekjeWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Zutphensestraatweg 26Woonhuisunder 1 mi
- HelmaWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.