TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Centrale Oost

Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Nutsbedrijf
Category
onroerend gebouwd
Built
1901 - 1903
Address
Hoogte Kadijk 400, Locatie: Binnenstad, 1018 BW Amsterdam
Place
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.36685, 4.92205
Monument number
518508

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Amsterdam en de Stads en Godshuispolder" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het MACHINEGEBOUW van de in 1903 als Centraal Station en later als Centrale Oost in gebruik genomen eerste ELEKTRICITEITSCENTRALE van de dienst Gemeente Electritriciteitswerken naar een ontwerp van Publieke Werken als functionele baksteenarchitectuur in een door het Eclecticisme beïnvloede stijl. In 1900 had de gemeenteraad op basis van een rapport van A.W. Ressing besloten tot de oprichting van deze gemeentelijke centrale over te gaan. Een belangrijk argument voor Amsterdam om een gemeentelijk elektriciteitsbedrijf op te richten was dat men de tram en de kranen van het havenbedrijf wilde elektrificeren, en juist voor die toepassingen is gelijkstroom meer geschikt dan wisselstroom. Daarom wekte de centrale aan de Hoogte Kadijk niet alleen draaistroom op voor kleinverbruikers en bedrijven, maar ook gelijkstroom voor de tram en de haven. Voor de vestiging aan de Hoogte Kadijk werd een gedeelte van het oude Entrepotdok afgebroken. In oorsprong bestond de centrale uit drie nevengeschikte en langgerekte bouwdelen: een machinegebouw aan de Hoogte Kadijk; een ketelhuis met twee schoorstenen en een gebouw voor kolenopslag en losinrichting aan het water van het Entrepotdok , dit in verband met de aanvoer van steenkool. Voor de inrichting van het machinegebouw werd de Berlijnse firma Allgemeine Elektrizitäts Gesellschaft ( AEG ) aangezocht. Voor het opwekken van elektriciteit werd aanvankelijk gebruik gemaakt van een vijftal zuigerstoommachines, elk met een vermogen van 1000 pk (720 kW). Deze waren vervaardigd door Gebr. Stork & Co te Hengelo. De Pied Boeuf -ketels met een stoomproductie van 3750 kg/uur en een stoomdruk van 10 kg/cm² waren afkomstig van de firma Stork en de Nederlandse Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam. Het machinepark zou in de loop van de tijd voortdurend worden gemoderniseerd en vervangen. In 1908 werd de centrale in de lengterichting naar het westen toe in dezelfde stijl uitgebreid en hiermee in vloeroppervlak vrijwel verdubbeld. In 1911 werd gestopt met het opwekken van gelijkstroom en ging men over op het omvormen van draaistroom tot gelijkstroom. In de dertiger en veertiger jaren verloor de centrale voor de opwekking van elektriciteit steeds meer belang. Tot 1931 was de centrale volledig voor de stroomopwekking in gebruik. Geleidelijk werd zij ontmanteld. In 1946 verdween het grootste deel van de machines, ketels en de schoorstenen. In 1955 werden al de westgevels van het ketelhuis en de kolenopslag gesloopt; in de negentiger jaren werden deze gebouwen vervolgens geheel gesloopt. Ook de kleine bijgebouwtjes en een recente hoge aanbouw tegen de westelijke gevel op de overgang van machinegebouw en ketelhuis werden gesloopt. De zuidelijke muur met bogen en steunberen van de kolenbergplaats is gespaard en zal in nieuwbouw worden geïncorporeerd. In het interieur van het machinegebouw zijn nog verschillende oorspronkelijke onderdelen aanwezig. Machines in het oude deel van het machinegebouw leveren nog circa 150 kV aan de stad Amsterdam.

Omschrijving

Het machinegebouw is - zij het in twee fasen - op een langgerekt rechthoekig grondplan tot stand gekomen heeft in oorsprong drie bouwlagen (later deels verhoogd) en is geheel onderkelderd en heeft een plat dak in combinatie met een langgerekt zadeldak. De gevels zijn gemetseld in een bruine baksteen in afwisselend koppen- en strekkenlagen. Er is gebruik gemaakt van natuursteen bij hoek- en aanzetstenen van de bogen, bij vergaarbakken en spuwers, benedendorpels, spekstukken en als afdekking bij de gevelbeëindiging. In het oosten bevindt zich het verhoogde bouwdeel met de voormalige kantoren en met boven de kelder nog drie oorspronkelijke bouwlagen, later verhoogd met nog twee. De voorgevel is zeven traveeën breed. De middentravee loopt uit in een kleine geveltop met tuit en heeft lisenen en accenten in uitkragend metselwerk in (gedrukte) boogvormen. Een eenvoudige stoep leidt tot de toegang met dubbele houten deur met lichten en smeedijzeren beslag. De vensters van de hoofdverdieping hebben een gemetselde middenpost en lichte togingen in dito spaarveld. De overige vensters zijn eveneens onder togingen geplaatst. Rechte gevelbeëindiging met gemetselde accenten en een gedrukt en gemetseld boogfries. Op de hoek met de Hoogte Kadijk een kleine natuurstenen luifel. De eigenlijke productieruimte van het machinegebouw heeft een langgerekte noordelijke zijgevel aan de Hoogte Kadijk. Deze is sterk horizontaal met vensterseries en verticaal met lisenen geleed en achttien traveeën (oorspronkelijk negen traveeën) breed en heeft onder de plintlijst gekoppelde en getraliede vensteropeningen naar het souterrain. De grote benedenvensters hebben een segmentvormige toging, een sterk afgeschuinde benedendorpel, drie gemetselde middenposten en een ijzeren tracering met meerruits raamvullingen. De zijgevel heeft twee toegangen met dubbele deuren met ladderlichten en getoogd en geleed bovenlicht. De bovenvensters tussen de lisenen bestaan uit steeds drie gekoppelde vensters in Romaanse stijl. Rechte gevelbeëindiging met gemetseld en uitkragend fries met dito consoles en opzetstukken. De zuidelijke zijgevel bestaat grotendeels uit de voormalige tussenwand met het ketelgebouw, maar heeft de hooggelegen vensterserie in Romaanse stijl in het zicht. De westelijke bebouwing heeft vijf bouwlagen boven het souterrain. Het vormt de afsluiting van de uitbreiding uit 1908 en bood ruimte aan kantoren en facilitaire functies. In de voorgevel bevindt zich de toegang tot dit nieuwere deel van het machinegebouw. Hoofdverdieping op voor- en zijgevel (Hoogte Kadijk ) met respectievelijk negen en twee traveeën en met brede meerruits ramen onder lichte toging. Op de eerste en tweede verdieping van de voorgevel tien vijftienruits vensters met schuiframen. Bij de zijgevel vormen de vensters op de tweede verdieping een voortzetting van de vensterserie in Romaanse stijl. De derde en vierde verdieping zijn een latere toevoeging en hebben eenvoudige en deels recent vervangen vensters. Aan de voorgevel verder enkele natuurstenen decoraties en twee hijsbalken met siersmeedijzeren schraging boven natuurstenen vaste rollen. In het interieur zijn verschillende oorspronkelijke onderdelen en constructies bewaard gebleven. De kap met het houten dakbeschot en de ijzeren vakwerkspanten rusten deels op vakwerliggers en dito kolommen. Na de uitbreiding van 1908 bestond er een grote poortvormige verbinding tussen de twee hallen van het machinegebouw; deze poort is thans dichtgemetseld. De twee loopkranen met een hefvermogen van 25 ton zijn mogelijk uit de bouwtijd van de uitbreiding. De voormalige werkvloer heeft betegelde en betonnen gedeelten. De wanden hebben lisenen en spaarvelden. Een fraaie gebogen trap met koperen leuning leidt naar een ruimte van waaruit toezicht op de hal gehouden kon worden; de trap is recent enkele meters verplaatst. Het souterrain heeft op verschillende plaatsen nog de oorspronkelijke troggewelfjes en grote koelbakken onder de werkvloer; deze koelbakken stonden in open verbinding met het water van de gracht.

Waardering

Voormalig machinegebouw (1901-1903 en 1908) van de Centrale Oost van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische en typologische waarde. Van belang voor de geschiedenis van de openbare nutsbedrijven en voor de geschiedenis van de techniek. Hoewel de centrale voor het overige vrijwel geheel is verdwenen, vormt het machinegebouw een redelijk gaaf bewaard gebleven getuigenis van de vroegste tijd van gemeentelijke elektriciteitsvoorziening in Amsterdam.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The MACHINE BUILDING of the first ELECTRICITY CENTRAL STATION of the Gemeente Electritriciteitswerken service, taken into use in 1903 as Central Station and later as Centrale Oost, designed by Public Works as functional brick architecture in a style influenced by Eclecticism. In 1900, the municipal council, on the basis of a report by A.W. Ressing, had decided to proceed with the establishment of this municipal central station. An important argument for Amsterdam to set up a municipal electricity company was that it wanted to electrify the tram and the cranes of the harbour operations, and for precisely those applications direct current is more suitable than alternating current. Therefore, the central station at the Hoogte Kadijk not only generated three-phase current for small consumers and businesses, but also direct current for the tram and the harbour. For the location at the Hoogte Kadijk, part of the old Entrepotdok was demolished. Originally, the central station consisted of three adjoining and elongated building sections: a machine building at the Hoogte Kadijk; a boiler house with two chimneys and a building for coal storage and unloading facility at the water of the Entrepotdok, this in connection with the supply of coal. For the fitting out of the machine building, the Berlin firm Allgemeine Elektrizitäts Gesellschaft (AEG) was engaged. For the generation of electricity, initially five reciprocating steam engines were used, each with a capacity of 1000 hp (720 kW). These were manufactured by Gebr. Stork & Co in Hengelo. The Pied Boeuf boilers with a steam output of 3750 kg/hour and a steam pressure of 10 kg/cm² came from the firm Stork and the Nederlandse Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel in Amsterdam. The machinery would be continuously modernised and replaced over time. In 1908 the central station was extended in the lengthwise direction to the west in the same style and thereby almost doubled in floor area. In 1911 the generation of direct current was discontinued and converted from three-phase current to direct current instead. In the 1930s and 1940s, the central station gradually lost importance for the generation of electricity. Until 1931 the central station was fully in use for power generation. It was gradually dismantled. In 1946, the majority of the machines, boilers and chimneys were removed. In 1955 all the western facades of the boiler house and the coal storage were demolished; in the 1990s these buildings were subsequently completely demolished. The small outbuildings and a recent high extension against the western facade on the transition from machine building to boiler house were also demolished. The southern wall with arches and buttresses of the coal storage yard has been preserved and will be incorporated into new construction. In the interior of the machine building, various original components are still present. Machines in the old part of the machine building still supply approximately 150 kV to the city of Amsterdam.

Description

The machine building was created - albeit in two phases - on an elongated rectangular ground plan, originally has three storeys (later partly raised) and is entirely sub-basement and has a flat roof in combination with an elongated gabled roof. The facades are laid in brown brick in alternating headers and stretchers. Natural stone has been used at corner and bond stones of the arches, at water tanks and spouts, lower sills, speckled stones and as coping at the gable termination. To the east is the raised building section with the former offices and above the basement still three original storeys, later raised with two more. The front facade is seven bays wide. The central bay terminates in a small gable top with spout and has pilasters and accents in corbelled brickwork in (compressed) arch forms. A simple stoop leads to the entrance with double wooden door with lights and wrought iron fittings. The windows of the principal storey have a corbelled central post and slight arches in likewise spandrel. The remaining windows are likewise placed beneath arches. Straight gable termination with corbelled accents and a compressed and corbelled arch frieze. On the corner with the Hoogte Kadijk a small natural stone lintel. The actual production space of the machine building has an elongated northern side facade on the Hoogte Kadijk. This is articulated strongly horizontally with window series and vertically with pilasters and eighteen bays (originally nine bays) wide and has beneath the plinth moulding coupled and grilled window openings to the basement. The large lower windows have a segmental arch, a sharply chamfered lower sill, three corbelled central posts and iron tracery with multi-light glazing. The side facade has two entrances with double doors with ladder lights and arched and articulated fanlight. The upper windows between the pilasters consist of always three coupled windows in Romanesque style. Straight gable termination with corbelled and corbelled frieze with likewise consoles and inserted pieces. The southern side facade consists largely of the former partition wall with the boiler building, but has the high-set window series in Romanesque style in view. The western building has five storeys above the basement. It forms the closure of the extension from 1908 and provided space for offices and ancillary functions. The entrance to this newer part of the machine building is located in the front facade. Principal storey on front and side facade (Hoogte Kadijk) with respectively nine and two bays and with broad multi-light windows beneath slight arch. On the first and second storey of the front facade ten fifteen-light windows with sash windows. On the side facade the windows on the second storey form a continuation of the window series in Romanesque style. The third and fourth storeys are a later addition and have simple and partly recently replaced windows. On the front facade further some natural stone decorations and two hoisting beams with ornamental wrought iron bracing above natural stone fixed rollers. In the interior various original components and constructions have been preserved. The roof with the wooden roof sheathing and the iron lattice trusses rest partly on lattice girders and likewise columns. After the extension of 1908 there was a large gate-like connection between the two halls of the machine building; this gate is now bricked up. The two travelling cranes with a lifting capacity of 25 tons are possibly from the construction time of the extension. The former factory floor has tiled and concrete sections. The walls have pilasters and spandrels. A fine curved staircase with copper handrail leads to a room from which supervision of the hall could be maintained; the staircase has recently been moved several metres. The basement has in various places still the original barrel vaults and large cooling tanks beneath the factory floor; these cooling tanks were in open connection with the water of the canal.

Valuation

Former machine building (1901-1903 and 1908) of the Centrale Oost of general importance on account of its architectural-historical and typological value. Of significance for the history of public utilities and for the history of technology. Although the central station has otherwise almost completely disappeared, the machine building forms a reasonably well-preserved testimony of the earliest period of municipal electricity supply in Amsterdam.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map