Rijksmonumentenregister · Netherlands
Universiteitsgebouw, Keizersgracht 162 A
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Universiteitsgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Keizersgracht 162 A, 1015 CZ Amsterdam (and others)
- Place
- Amsterdam
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.37601, 4.88586
- Monument number
- 518345
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity of Amsterdam LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1750 map "Composite: Sheets 1 to 40 Carte De Hollande Et D'utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Een in oorsprong in 1618 opgetrokken woonhuis naar een ontwerp van Dirck en Pieter Hasselaer, dat in de achttiende eeuw werd gewijzigd en voorzien van een nieuwe gevel met een rechte lijst met hoge attiek en een dubbele stoep. In 1884 werd de gevel opnieuw gewijzigd in een neo-classicistische stijl naar een ontwerp van J.W. Meyer in opdracht van W. Hovy, directeur der Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag 'Vrije Universiteit' ten behoeve van een HOSPITIUM voor studenten. Het erachter gelegen 18de-eeuwse huis werd daarbij zoveel mogelijk in tact gelaten.
In 1923-24 werden de panden 162 en 164 (welke laatste al in 1900 was aangekocht) veranderd tot collegezalen door Tj. Kuipers. De trap, die oorspronkelijk links in het huis was geplaatst, werd verplaatst naar de rechterzijde.
In 1932-33 werden Keizersgracht 160 en 166 aangekocht en samen met 162 en 164 veranderd, waarbij 166 werd bestemd tot kantoor, archief en bergruimte. Architect was B.T. Boeyinga. Het centrale punt van de vier panden bleef nr. 162 waar zich in de senaatskamer een plafondschildering op stuc uit de 18e eeuw bevond. In 1968 werden de panden verkocht en gesplitst waarbij 162 in 1969 werd verbouwd ten behoeve van het Leger des Heils. In 1985 werd 162 gesplitst in 8 appartementen.
Omschrijving
Een in 1884 tot hospitium verbouwd grachtenpand waarbij de voorgevel geheel opnieuw in baksteen werd opgetrokken op een rustica basement. Het pand bestaat uit een souterrain, bel-etage en drie verdiepingen onder een plat dak. Het pand is vier raamtraveeën breed. Op de beganegrondverdieping zijn de middelste risalerende raamtraveeën voorzien van een rustica-verband waarbij zich in de linker de diepgelegen rondboogvormige ingang bevindt, bereikbaar via een uit twee treden bestaande stoep. De toegang bestaat uit een eikenhouten panelendeur met rondboogvormig bovenlicht. Rechts naast de ingang in zwart geschilderd het huisnummer 162; boven de ingang een sluitsteen in de vorm van een leeuwenkop. Het ter rechterzijde gesitueerde en eveneens van een rustica-verband voorziene rechthoekige venster heeft een hardstenen onderdorpel en een sluitsteen eveneens in de vorm van een leeuwenkop. De buitenste twee hoektraveeën - met speklagen - zijn op de hoeken voorzien van lisenen, opgebouwd uit natuurstenen blokken van verschillende afmetingen. De bel-etage wordt aan de bovenzijde begrensd door een breed fries met kroonlijst.
De eerste verdieping is voorzien van tussen de vensters gesitueerde pilasters op een basement met fantasiekapitelen waarboven een fries met metopen en triglieven en een kroonlijst. Tussen de pilasters - met speklagen - openslaande vensters met rondboogvormige bovenlichten. Boven elk bovenlicht een sluitsteen in de vorm van een voluut. De tweede verdieping - met een lagere verdiepingshoogte - is eveneens voorzien van pilasters tussen de vensters, die hier echter rechthoekig zijn. Alleen in detail (vorm van de kapitelen, sluitstenen boven de vensters, invulling van het fries en de plaatsing van de speklagen) verschilt de uitvoering van die op de eerste verdieping. De - in verdiepingshoogte wederom lagere - derde verdieping heeft geblokte hoeklisenen. De vierkante vensters hebben nu geen bovenlichten meer. Het brede fries is in de middelste twee traveeën voorzien van festoenen. Daarboven een fronton met een ijzeren windwijzer op een bolvormige bekroning. De kroonlijst en de hellende delen van het fronton zijn aan de onderzijde voorzien van klossen.
INTERIEUR. In de voormalige senaatskamer - in het achterhuis - bevindt zich een plafondschildering op stuc met in de hoeken personificaties van de vier jaargetijden. Aan de vier zijden zijn natuurstenen bogen geschilderd die een kroonlijst dragen met op de vier hoeken vazen met bloemen. Op het veld binnen de kroonlijst is Flora afgebeeld, omringd door putti. Aan het achttiende-eeuwse huis herinneren verder nog:
- de plaats van de toegangsdeur en de gang in het voorhuis;
- in het achterhuis de zaal (later senaatskamer V.U.) met aan de buitenzijde op bel-etage-niveau achttiende-eeuws metselwerk;
- in de zaal aanwezige twee laat achttiende-eeuwse ramen met empire verdeling, die gezien de binnenluiken oorspronkelijk een vijfdeling hadden;
- een schoorsteen van rond 1750 met een negentiende-eeuwse boezem en een houten gesneden spiegel met erboven vier musicerende putti;
- een negentiende-eeuwse lambrisering.
Waardering
In 1884 verbouwd achttiende-eeuws (in oorsprong zeventiende-eeuws) grachtenpand met bijbehorend interieur, waarbij alleen de voorgevel een 19de-eeuws - neoclassicistisch - uiterlijk heeft gekregen, van architectuurhistorische waarde vanwege de esthetische kwaliteit van het gevelontwerp. Bovendien van cultuurhistorische waarde als voormalig hospitium en 'moederhuis' van de Vrije Universiteit. Eveneens van belang als essentieel onderdeel van een groter geheel nl. de rij grachtenpanden tussen Leliegracht en Prinsenstraat. Tot slot van belang vanwege de aanwezigheid van een aantal bijzondere interieuronderdelen waaronder de zeldzame achttiende-eeuwse plafondschildering (olieverf op stuc) met een allegorie op de vier jaargetijden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
A residential house originally constructed in 1618 after a design by Dirck and Pieter Hasselaer, which was modified in the eighteenth century and provided with a new facade featuring a straight cornice with a tall attic and a double stoep. In 1884 the facade was redesigned in a neo-classical style after a design by J.W. Meyer, commissioned by W. Hovy, director of the Association for Higher Education on Reformed Principles 'Vrije Universiteit', for the purpose of a HOSPITIUM for students. The eighteenth-century house located behind it was left as intact as possible during this process.
In 1923-24 the premises numbered 162 and 164 (the latter of which had already been purchased in 1900) were converted into lecture halls by Tj. Kuipers. The staircase, which was originally located on the left side of the house, was relocated to the right side.
In 1932-33 Keizersgracht 160 and 166 were purchased and together with 162 and 164 were converted, with 166 being designated for office, archive and storage space. The architect was B.T. Boeyinga. The central focal point of the four premises remained no. 162, which contained a ceiling painting on stucco from the 18th century in the senate chamber. In 1968 the premises were sold and subdivided, with 162 being converted in 1969 for use by the Salvation Army. In 1985 162 was subdivided into 8 apartments.
Description
A canal-side property converted into a hospitium in 1884, with the front facade entirely rebuilt in brickwork on a rusticated basement. The property consists of a basement, principal floor and three storeys under a flat roof. The property is four window bays wide. On the ground floor the middle projecting window bays are provided with rusticated bonding, with the deeply recessed round-arched entrance situated in the left bay, accessed via a stoep consisting of two steps. The entrance comprises an oak panelled door with round-arched fanlight. To the right of the entrance, in black paint, the house number 162; above the entrance a keystone in the form of a lion's head. The rectangular window situated on the right side and likewise provided with rusticated bonding has a sandstone sill and a keystone also in the form of a lion's head. The outer two corner bays - with brickwork stripes - are provided at the corners with pilasters, constructed from dressed stone blocks of varying dimensions. The principal floor is bounded at the top by a broad frieze with cornice.
The first storey is provided with pilasters positioned between the windows on a basement with fantasy capitals above which is a frieze with metopes and triglyphs and a cornice. Between the pilasters - with brickwork stripes - opening windows with round-arched fanlights. Above each fanlight a keystone in the form of a volute. The second storey - with a lower storey height - is likewise provided with pilasters between the windows, which here however are rectangular. Differing from those on the first storey only in detail (form of the capitals, keystones above the windows, filling of the frieze and placement of the brickwork stripes). The third storey - again lower in storey height - has blocked corner pilasters. The square windows now no longer have fanlights. The broad frieze in the middle two bays is provided with festoons. Above it a pediment with an iron weathervane on a spherical crown. The cornice and the sloping parts of the pediment are provided with blocks on the underside.
INTERIOR. In the former senate chamber - in the rear wing - there is a ceiling painting on stucco with personifications of the four seasons in the corners. On the four sides natural stone arches are painted bearing a cornice with vases of flowers at the four corners. Within the field bounded by the cornice Flora is depicted, surrounded by putti. Further reminders of the eighteenth-century house are:
- the position of the entrance door and the corridor in the front wing;
- in the rear wing the hall (later the V.U. senate chamber) with eighteenth-century masonry on the outside at principal floor level;
- two late eighteenth-century windows in the hall with Empire glazing bars, which judging by the interior shutters originally had five divisions;
- a chimney of around 1750 with a nineteenth-century hood and a wooden carved mirror above which are four musical putti;
- a nineteenth-century wainscoting.
Valuation
A canal-side property remodelled in 1884, eighteenth-century in date (originally seventeenth-century), with its associated interior, where only the front facade has acquired a nineteenth-century - neo-classical - appearance, of architectural-historical value on account of the aesthetic quality of the facade design. Moreover of cultural-historical value as a former hospitium and 'mother house' of the Vrije Universiteit. Also of significance as an essential component of a larger whole, namely the row of canal-side properties between Leliegracht and Prinsenstraat. Finally of significance on account of the presence of a number of special interior components including the rare eighteenth-century ceiling painting (oil on stucco) with an allegory of the four seasons.
Nearby in the register
- Woonhuis, Keizersgracht 164Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Keizersgracht 160Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Keizersgracht 158Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Keizersgracht 152Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.